![]() |
| Caroline Gennez (Foto: P-Magazine) |
Een halfjaar nadat ze naast een kerstcadeau in de vorm van een ‘toffe ministerpost’ greep, waagt voormalig sp.a-voorzitster Caroline Gennez (36) zich stapvoets terug op het politieke voorplan. Maar van de Wetstraat blijft ze ver weg. “Wat ik in Mechelen doe is zoveel interessanter.”
Het Mechelse stadhuis is een mooi staaltje neogotiek dat heerst over de Grote Markt, maar in het kantoor van Caroline Gennez wacht een verrassing. Eén van de muren torst een indrukwekkende graffititekening. Vandalen over de vloer gehad? “Nee hoor, het was een cadeautje van enkele Mechelse graffitispuiters,” vertelt de sp.a-politica. “Met onze dienst zijn we op zoek gegaan naar plaatsen waar ze hun creativiteit de vrije loop konden laten. Ik vond hun werk wel leuk, dus gunde ik hen ook een muur. Of er voor de volgende legislatuur een nieuwe tekening gepland staat? Misschien wel, maar dan liefst in een kantoor dat een verdieping hoger staat.” (lacht) Het kantoor van… huidig burgemeester Bart Somers (Open VLD).
Is dat dan het onverbloemde doel bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober: het burgemeesterschap?
CAROLINE GENNEZ: “Dat is natuurlijk de bedoeling. Als je meedoet aan verkiezingen, moet je hoog mikken. Met het resultaat ga je dan aan de slag: ofwel is het de hoofdvogel, ofwel moet je proberen te wegen op het beleid. Maar ik denk dat we een sterke lijst hebben. Toen ik in 2003 naar Mechelen verhuisde (daarvoor woonde Gennez in Sint-Truiden, red.) trof ik een compleet ingedommelde socialistische partij aan van clans en baronieën. Vol oude krokodillen – hele lieve mensen, maar ze hadden mekaar net niet de staart, de oren en de neus afgebeten. We hebben toen die gehavende partij proberen vernieuwen met veel nieuwe en jonge mensen. Zij vormen nu de kern van de nieuwe lijst. Ik denk dat we de kiezer zo de perfecte röntgenfoto van de Mechelse maatschappij kunnen voorleggen.”
Dat lijkt zich echter niet meteen te vertalen in de peilingen: in Mechelen komt sp.a voorlopig als derde uit de bus, na de blauw-groene stadslijst van Bart Somers en de onvermijdelijke N-VA, die zijn zetelaantal maar liefst vernegenvoudigde. Even schrikken?
GENNEZ: “Dat was inderdaad geen prettig nieuws. Maar het is een tendens die je tegenwoordig overal ziet. Tot nader order lijken die peilingen in de hoofden van de mensen nationale peilingen. En daar moeten we niet flauw over doen: dan ligt de N-VA ver op kop. Maar daarom vind ik het zo belangrijk om daar een sterke linkerzijde tegenover te plaatsen.”
De N-VA is nu wel zo groot als de stadslijst en sp.a opgeteld. Bent u niet bang dat u sowieso de duimen zal moeten leggen voor die ideologisch meer verwante coalitie?
GENNEZ: “Je mag het vel van de beer niet verkopen voor hij geschoten is. Ik ben absoluut niet bang, want wie schrik heeft, krijgt slaag. Ja, de N-VA heeft momenteel een merkvoordeel tegenover de rest. Maar dan moet je eerlijk zijn, en je eigen merk daartegenover plaatsen, met een sterke inhoudelijke invulling. Andere partijen kiezen ervoor om gewoon hier en daar wat gaten op te vullen.”
Daarmee doelt u op Bart Somers.
GENNEZ: “Ik blijf het heel onnatuurlijk vinden, die lijst van Open VLD en Groen, aangevuld met overgelopen N-VA’ers en sp.a’ers. Daar zit geen eenheid in, geen politieke visie of project. In een klimaat waar politieke partijen veel relevantie hebben verloren, is het belangrijk om te herclusteren rond thema’s, rond waarden die links van rechts kunnen onderscheiden. Maar dat doet men hier niet. Goed, ik begrijp Somers wel. Die is al twaalf jaar burgemeester, en wil dat graag achttien jaar zijn. En als het vorige keer met een klad CD&V’ers lukte, en de keer daarvoor met de Volksunie, kan hij dat trucje nog maar eens proberen. Maar ik snap niet dat anderen hun karretje aanhaken, terwijl ze net zo goed kunnen meewerken aan een progressief verhaal. Nu ja, we zien wel na de verkiezingen.”
Het zit u dwars dat Groen koos voor Open VLD?
GENNEZ: “Ik vind dat een gemiste kans, ja. In Antwerpen is dat hetzelfde verhaal: daar begrijp ik dat Patrick Janssens voor een stadslijst kiest, maar vind ik het vreemd dat CD&V zich daaraan verbindt. Groen had in Mechelen ook de mogelijkheid om met ons te praten, over een écht leefbaar Mechelen. We leunen trouwens ook dichter bij elkaar aan. Met mensen als Tinne Van den Brande of Liesbet De Keersmaeker hebben we ook een erg groene lijst.”
Zijn er gesprekken geweest tussen sp.a en Groen?
GENNEZ: “We hebben er op café een paar keer over gesproken, meer niet. Eigenlijk ging het toen al nooit over inhoud. Ik vond het belangrijk om eerst af te toetsen wat onze boodschap zou zijn. Maar de groenen wilden meteen weten wat we in de aanbieding hadden. Tja.”
Bono De Wever
Ook een peiling over het burgemeesterschap voorspelt niet veel goeds: Somers haalt 37% - het dubbel van uw 18%. Is hij niet incontournable voor het burgemeesterschap?
GENNEZ: “Het zou natuurlijk maar vreemd zijn dat de burgemeester slecht scoort als de stad het goed doet. En ze doet het goed – daar hebben we de voorbije zes jaar samen aan gewerkt. We hebben gigantisch geïnvesteerd in stadsvernieuwing, maar nu moeten de ambities bijgestuurd worden naar andere prioriteiten: de tijd is gekomen om in mensen te investeren.”
Voor N-VA-kopstuk Mark Hendrickx is de burgemeesterssjerp geen fetisj, Somers aast er wel op. Dat lijkt me een uitstekende basis voor een voorakkoord – en volgens een recente studie bestaat dat in driekwart van de gemeenten.
GENNEZ: “Ik weet alleszins nog van niets, dus ik heb er geen. Ik ga er ook van uit dat er zonder ons geen is, want dan zou ik het ook wel weten. Ach, dat stelt zo gek veel niet voor. We moeten daar niet flauw over doen: ik heb er ook ondertekend als voorzitter. Soms wordt dat nageleefd, soms haalt de uitslag je in, en soms wacht je gewoon beter tot de avond zelf om te kijken hoe de kaarten liggen. In Mechelen zijn er drie mogelijkheden: de sp.a met Somers, de sp.a met N-VA of de N-VA met Somers. Ik sluit alleszins geen enkel partnerschap uit – behalve een met het Vlaams Belang.”
Intussen is de N-VA wel heel sterk geworden: ze zouden van 2 naar 18 zetels gaan. Is dat wel nog realistisch, zo’n explosieve groei?
GENNEZ: “Ik denk dat de campagne nog goed en wel moet beginnen. Wij zullen de onze alleszins dicht bij de mensen voeren. Maar anderzijds: hier is altijd een sterk Vlaams Belang geweest. Die waren bij de vorige verkiezingen nog goed voor 26%. Dus als de N-VA genoeg zwarte randen kan overhouden, lopen er vanzelf heel wat mensen over.”
Wat vindt u ervan dat de N-VA van de gemeenteraadsverkiezingen een federale zaak wil maken? Bart De Wever kwam zelfs op precampagne in Mechelen.
GENNEZ: “Je zou haast denken dat er nu 300 Bart De Wevers zijn – misschien is hij daarom zo mager geworden. Maar dat is natuurlijk onzin. Het is goed geprobeerd, dat wel. Hun merk en hun grote leider slaan nu eenmaal aan, en dan probeer je die troeven uit te spelen. Het toeval wil dat ik net met de fiets van het stadhuis kwam toen een grote bus me bijna van de weg reed op de Veemarkt. De Wever zat daar dan in: die kwam Michael Jackson- of Bono-gewijs over de markt paraderen. Maar ik denk wel dat de meeste Mechelaars slim genoeg zijn om te weten dat De Wever in Antwerpen woont.”
De N-VA die de sp.a van de weg rijdt: da’s bijna symbolisch.
GENNEZ: “Maar ik was wel met die fiets, en da’s toch veel beter om de stad leefbaar te houden?” (Lacht)
De laatste sloef
Van leefbaarheid gesproken: de Vlaamse regering keurde onlangs het Uplace-dossier goed. Op Facebook trok u daar destijds flink tegen van leer. Bent u nog steeds zo boos?
GENNEZ: “Ik vind het een stommiteit, ja. Dat is echt de klok terugdraaien. (Op dreef) In Limburg kwam er met Maasmechelen Village ook zo’n heel kunstmatige Americo-Belgische consumentalistische en leeghoofdige shoppingmall. Ik vind dat gewoon echt geen goeie zaak voor de steden. Als schepen van Economie heb ik ongelooflijk veel gedaan om Mechelen als shoppingstad te promoten, omdat je op die manier warmte creëert in je stad. Ik ben dus absoluut geen voorstander van Uplace.”
Het kwam er wel door in een regering waarin ook uw partij zit. Hebben ze daar genoeg weerwerk kunnen bieden?
GENNEZ: “Ik heb het gevoel dat er in dat dossier heel veel gedeald is, ook door de vorige regering. Ik weet hoe het eraan toe gaat in zo’n laatste ministerraad: daar wil iedereen in de laatste sloef nog zijn grote dossiers erdoor sluizen. En dan wordt er pasmunt gebruikt met andere dossiers. Frank Vandenbroucke heeft indertijd inderdaad nog een brownfieldconvenant goedgekeurd (een akkoord om sterk verontreinigde gronden te saneren en te verkopen aan projectontwikkelaars, red.), en dat was misschien niet de beste beslissing. Maar Uplace zal er volgens mij uiteindelijk niet komen: de randvoorwaarden voor mobiliteit zijn op dit moment absoluut nog niet voldaan. De Vlaamse Regering zal die keuze nog moeten maken, maar ik vraag me af of ze niet beter in andere infrastructuur investeren. Tramlijnen rond Mechelen bijvoorbeeld, daar vragen we ook al lang om.” (Lacht)
Was het wat u betreft een regeringscrisis waard geweest?
GENNEZ: “Het is iets dat heel sterk weegt op hoe je Vlaanderen ziet in de toekomst, maar dat is een beslissing die de voorzitter moet nemen. Er waren genoeg mensen om de tegenstand aan te vuren. Je moest die zelfs niet eens zo ver van de familie van de voorzitter gaan zoeken. Die hebben ook hun stem laten horen. Ik ook, en ik zal dat blijven doen, maar dan vanuit Mechelen. Ik geef niet zo veel commentaar meer op de Wetstraat – want de beste stuurlui staan altijd aan wal. En dat terwijl er lokaal en internationaal zoveel is om te doen.”
Dus u heeft geen Vlaamse of federale ambities meer? Monica De Coninck, sp.a-minister van Werk in de federale regering, zei onlangs nochtans in een interview: wat Gennez nu doet, is reculer pour mieux sauter.
GENNEZ: “Ik heb het altijd heel vreemd gevonden dat er heel veel mensen binnen en buiten mijn partij in mijn plaats hebben gesproken in de periode dat ik de luwte opzocht. Maar ik vond gewoon dat je niet moet staan toeteren als je pas weg bent. Na de verkiezingen kan ik misschien wel wat actiever zijn in de Kamer – ik ben nog altijd parlementslid – maar voorlopig focus ik me op Mechelen en ben ik ook met Europa bezig. En zo vind ik het prima.”
Coitus interruptus
Zit er dan een overstap naar het Europees parlement in?
GENNEZ: (Lacht) “Nee hoor, daar hebben we al twee bekwame mensen zitten. Maar als voorzitter volgde ik de PES (Partij van Europese Sociaaldemocraten, red.) al sterk. Dat is interessant, omdat het weg is van de waan van de dag. Zo kan ik vanuit een helikoptervisie naar de sociaaldemocratie kijken, los van het politieke scoringselement, en dat is verrijkend. Nu zochten ze iemand om een fundamenteel programma te coördineren. Een echt waardenprogramma, om het verhaal van de sociaaldemocratie in Europa wat meer body te geven. Een Bulgaar heeft bijvoorbeeld een heel andere opvatting van sociale zekerheid dan een Vlaming. Een gemeenschappelijke ondergrens vinden is niet evident, maar uiteindelijk hebben we wel dezelfde strijd.”
Dat de Internationale nog niet begraven is, zagen we ook bij de Franse presidentsverkiezingen: toen voerde u zelfs campagne voor PS’er François Hollande in Mechelen.
GENNEZ: “Ik ben toen bij zo’n 170 Fransen die in Mechelen wonen langsgeweest, ja. Samen met Philippe Cordery – een goeie kameraad die ik nog ken van toen we allebei bij de jongsocialisten van onze partijen zaten. Hij was kandidaat voor de PS voor de Benelux-zetel in de Assemblée nationale. Traditioneel gaat die ene zetel altijd naar een rechtse politicus, en nu is die voor de eerste keer naar de PS gegaan.”
Proficiat, u bent dus mee verantwoordelijk voor Hollandes overwinning. Als morgen de Spaanse socialist Zapatero u opbelt…
GENNEZ: “…dan zou ik dat ook doen, waarom niet?” (Lacht)
Hollande trok tijdens zijn campagne fel van leer tegen de heersende besparingsgedachte in Europa. Ook in België – vooral in het zuiden van het land – horen we dat soort geluiden.
GENNEZ: “Ik denk dat iedereen intussen wel inziet dat je je ook kapot kan besparen. Het is vooral de gewone werkmens of de gepensioneerde die daar de rekening van betaalt. Het klopt dat het nooit goed leven is op krediet, en dat dus ook overheden moeten besparen. Maar een goede huisvader zorgt ook dat zijn kinderen te eten hebben. En net dat dreigt nu te ontploffen. Het is niet enkel de sociaaldemocratie die die boodschap verkondigt: ook professor Paul De Grauwe of Guy Verhofstadt zijn mee in dat verhaal. We moeten naar de invoering van eurobonds en een gedeelde schuldovername. Anders zijn we bezig met hele generaties elke hoop te ontnemen: dat kan toch niet de bedoeling zijn van de politiek?”
“We moeten natuurlijk geen vrijgeleide geven zoals we dat misschien met Griekenland deden in het begin. Maar je moet wel iets doen, of het systeem gaat over de kop. Als dat over Griekenland gaat, tja, dan gaan we volgend jaar wel elders op vakantie. Maar Spanje is goed voor 20% van de Europese economie, en dat is een ander paar mouwen. En toch gebeurt nog niet. Waarom? Omdat de Duitsers in het beste geval iedereen een vakantiecheque willen geven om naar Griekenland te gaan. In plaats van te doen wat ze met Oost-Duitsland deden: criteria opstellen voor een huis dat op orde is, maar dan ook echt wel steun bieden. Het is zoals met kinderen: in onze jeugd gaan we allemaal wel eens van het rechte pad, maar als je ouders je dan meteen laten vallen, wordt het moeilijk.”
Je kan moeilijk zeggen dat Europa Griekenland meteen liet vallen. Er zijn grote steunpakketten geweest, en men merkt nu dat Griekenland zich nog steeds niet aan de opgelegde criteria houdt.
GENNEZ: “Ja, maar het is altijd een coïtus interruptus geweest – en dat is niet zo’n gezellige vorm van genot. Er gaan altijd intensieve onderhandelingen aan vooraf, met een klein beetje steun als resultaat. Terwijl je eigenlijk moet zorgen dat de hele constructie terug in orde is, en daarvoor moet er iets veranderen aan de fundamenten van het systeem. Nu is het vaak too little too late. Dat is het probleem van de EU: er is wel een monetaire unie en een gemeenschappelijke markt, maar geen politieke unie, geen Europese Centrale Bank die dominant is zoals de Federal Reserve in Amerika, die kan tegensturen tegen de munt. En dat maakt het zo riskant.”
Geloofskwestie
U werkt tegenwoordig aan een boek. Heeft u al een titel?
GENNEZ: “In gedachten wel, maar dat ligt nog niet honderd procent vast. Dat is nu vooral tussen de soep en de patatten, omdat er toch heel veel tijd kruipt in het voorbereiden van de campagne voor de verkiezingen. Het is de bedoeling om de uitdagingen van de 21e eeuw aan te pakken. Wat voor economie willen we? Hoe gaan we om met diversiteit? En hoe probeer je vooruitgang te bewerkstelligen, in plaats van stilstand of zelfs achteruitgang? Volgens mij moeten we daarvoor echt buiten de traditionele hokjes gaan denken.”
U heeft dan ook nog even tijd: het boek zou pas voor na de verkiezingen zijn. Een bewuste keuze? Bart Somers bracht het nu wel al uit.
GENNEZ: “Dat is inderdaad bewust. Ik heb altijd gezegd: hoed u voor politici die zich voor de verkiezingen ineens tot schrijver ontpoppen. Ik heb er niets op tegen dat mensen met hun ideeën naar buiten komen. Maar dat is gewoon niet het opzet van waar ik nu over aan het schrijven ben. Kijk, bij Bart is dat boek een reis door zijn burgemeesterschap, en is zijn partijprogramma daar aan opgehangen. Wij hebben natuurlijk ook een partijprogramma, maar we dragen dat op een andere manier. Dat is een verschil qua leiderschapsstijl: roepen versus discussiëren.”
Is dat boek een ei waar u al langer mee zat?
GENNEZ: “Verschillende uitgeverijen hadden me al gevraagd om een boek te schrijven. Doorgaans wilde men dan ‘mijn levensverhaal’ horen, of iets over ‘vrouwen in de politiek’. Maar uiteindelijk heb ik de kans gekregen om dit verhaal te schrijven: een boek dat hokjes doorbreekt. Want als het bijvoorbeeld slecht gaat bij de sp.a, klinkt al gauw de roep: ‘ze moeten terug opkomen voor de gewone werkman’. Maar wie is dat dan? De arbeiders? Met hoeveel zijn die nog? Uiteraard komen we op voor arbeiders bij Opel of Ford, maar werken die harder dan een onderwijzer, een cafébaas, of iemand die een das draagt maar aan een loket zit?”
“Ik denk dat de echte uitdaging van de 21e eeuw gaat zijn: hoe gaan we om met diversiteit. Hoe creëren we eenheid, in plaats van: hoe gaan we om met regio’s en deelstaten. Dat zullen we dan wel zien. Het zal misschien niet met België zijn, maar dan ook niet met Vlaanderen. Allez, gaan we de ene structuur die door sommigen als oubollig of onderdrukkend wordt aanzien vervangen door een andere meester die we moeten gaan aanbidden?”
“Ik denk ook dat het net dat nationalisme waar ze voor staan is wat de N-VA uiteindelijk de das gaat om doen. Want daar ligt geen hond van wakker. Natuurlijk zijn er mensen die willen dat de staat minder aanwezig is. Maar de onafhankelijkheid lijkt me geen strijdpunt waar velen hun slaap voor zouden laten. Daar zit de N-VA nu wat gewrongen met hun ontstaansgeschiedenis. Dus vroeg of laat kalft dat terug af, tenzij ze op een bepaald punt zeggen: dat is niet langer een geloofskwestie.”
Het lijkt nochtans wel te werken.
GENNEZ: “Ja, maar met het Vlaams Belang heeft het ook gewerkt. En het gaat moeilijk zijn om die separatisten te blijven verzoenen met dat rechtse verhaal. Want het zijn niet noodzakelijk dezelfde mensen die dat voorstaan. Ik moet natuurlijk geen advies geven, maar als de N-VA slim is, laten ze dat gewoon nationalistische verhaal varen. Want in Vlaanderen is zeker plaats voor zo’n rechtse partij, net zoals er plaats is voor een sterke progressieve partij.”
Verantwoordelijkheid
Hoe sterk die partij dan wordt, heeft veel te maken met de kracht van de boodschapper hebben. In een lezing aan de Universiteit Gent had u het onlangs over de personencultus in politiek: dat partijsucces tegenwoordig vaak gepaard gaat met één toppoliticus.
GENNEZ: “Ja, de laatste die wij hadden was Steve Stevaert, maar je ziet hoe er aan vernis gekrabd kan worden, en hoe snel mensen van hun voetstuk vallen. Dat zal vroeg of laat ook met Bart De Wever gebeuren. Maar ik denk – en hoop zelfs – dat hij iets achter laat waarbij een proper rechts verhaal ook kan in dit land. Als je naar de laatste tien jaar kijkt, merk je dat de politiek veel meer gepersonaliseerd wordt. Ik vind dat eigenlijk geen goede evolutie. Het is misschien naïef en idealistisch, maar ik vind dat politiek moet gaan over welk soort samenleving we willen. Minder over personen, en meer over mensen.”
“Maar in dat opzicht ben ik dan misschien een beetje van de oude stempel. Toen ik met Jean-Luc Dehaene over Brussel-Halle-Vilvoorde onderhandelde zei die al tegen mij: ‘Gij zijt echt een politica van de vorige eeuw. Ge zijt in vertrouwen al een paar keer bij mij geweest, en dat heeft nog niet in de krant gestaan. Ge zijt zelfs constructief, want ge denkt mee na over hoe ge de miserie kunt oplossen. En uw partij zit niet eens in de regering! Ik heb hier al wel andere tafelspringers over de vloer gehad.’ Ik denk dat dat bedoeld was als een compliment. Maar daar koop je niet veel mee.”
Dan hoeft het niet te verbazen dat het vertrouwen van de mensen in politici blijft dalen.
GENNEZ: “Dat ligt voor een stuk aan die nieuwsstroom waar je als politicus in gevangen zit. Je wordt 24 uur op 24 verwacht om op alles een reactie klaar te hebben. En daar heb ik altijd een hekel aan gehad. Ik heb veel getennist, toen ik jong was, en ik denk dat zich dat vertaald heeft in de manier waarop ik aan politiek doe. Tennis is vooral heel veel ballen terughalen – ook diegene waarvan je denkt dat je ze niet meer kan halen – en dan af en toe een groot risico nemen en de bal langs de lijn meppen. Bruno Tobback is meer een zeiler: die zet zijn zeil pas open als hij denkt dat de wind uit de goeie richting komt.”
U zag ook een cyclus in die personencultus. Van de volkse Stevaert ging het naar de gepassioneerde Verhofstadt, de sobere Leterme, de volkse De Wever… Wie wordt de volgende?
GENNEZ: “Misschien komt er na de zeer stugge De Wever – die rechtlijnig is, maar nooit zijn verantwoordelijkheid neemt – iemand die ze wel neemt. Maar ik weet nog niet wie. Hopelijk wordt het een socialist.”
De naam Bruno Tobback valt niet?
GENNEZ: “Wie weet. (Stilte) Hij is zeer verbaal, dus dat talent heeft hij alvast. En zoals ik zei: het is een zeiler. Dus misschien, als de wind opkomt…”
