![]() |
| Rookactivisten Wiel Maessen en Erik Beunckens (Foto: Vandaag.be) |
Het rookverbod is nu een jaar oud, en de horeca kraakt en piept harder dan de heupprothese van onze nonkel Frans. Cafébazen klagen over groteske verliezen, terwijl gezondheidsorganisaties schermen met een daling van de hartinfarcten. Maar over de precieze cijfers blijft discussie bestaan. Tijd voor een evaluatie.
In maart 2011 maakte het Grondwettelijk Hof korte metten met de uitzonderingen die ingebouwd waren in de rookverbodwet. Tot dan kon er lustig verder gedampt worden in cafés die geen snacks aanboden. Maar volgens het Hof mocht een wet die gericht was op de volksgezondheid geen economische overwegingen maken. Vanaf juli 2011 mocht dus in geen enkel café meer gerookt worden – behalve daar waar een aparte rookkamer met afzuiginstallatie voorzien was.
Meteen regende het doemberichten. Cafébazen klaagden over een verwacht omzetverlies van 30 à 50 procent, met “enorme economische en sociale drama’s” tot gevolg. De gezondheidsorganisaties waren echter in hun nopjes. Eén jaar later plaatsen zij mensenlevens tegenover de verloren euro’s.
Uit een onderzoek dat de Universiteit Hasselt voerde in opdracht van de Vlaamse Liga tegen Kanker bleek namelijk dat sinds het rookverbod in hotels, restaurants en op de werkvloer in 2007 van kracht werd, het aantal doden door hartinfarcten jaarlijks met 10 procent daalde. Dat levert een winst van 418 levens per jaar op. De invloed van het caférookverbod wordt daar nog niet in opgenomen – de cijfers lopen maar tot 2009 – maar de onderzoekers zijn ervan overtuigd dat de winst zich zal doorzetten. Als dat geen mooie vooruitzichten zijn.
Toeval
“Natuurlijk moet je voorzichtig zijn met zulke cijfers,” meldt Luk Joossens van de Stichting tegen Kanker. “Een daling van de hartaanvallen kan ook liggen aan betere preventie of medicatie. Maar deze cijfers liggen in de lijn van resultaten uit het buitenland, en lijken me dus realistisch.” Zo wees een Schotse studie in 2008 uit dat, na de invoer van de algemene rookstop in publieke ruimtes, restaurants, cafés en op het werk in 2006, het aantal hartaanvallen en beroertes meteen kelderde met 17 procent. In Engeland, waar de behandelingen op dezelfde manier evolueerden, maar er nog geen rookverbod van kracht was, bleef die daling beperkt tot 4 procent. Bovendien was de daling in Schotland het sterkst bij nooit-rokers – zij die het meest zouden profiteren van het verdwijnen van omgevingsrook.
Ook de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) neemt passief roken serieus. Volgens hen sterven jaarlijks 600.000 mensen aan de gevolgen van meeroken – netjes verdeeld tussen zo’n 380.000 doden door hartziekten, 165.000 door ademhalingsontstekingen, 37.000 door astma en 21.400 door longkanker. En dat bovenop de geschatte 5,1 miljoen doden per jaar die het gevolg zouden zijn van actief roken.
Toch trekken sommige rokers het bestaan van een “meerookeffect” in twijfel. Zoals Wiel Maessen van Horecaclaim, een Nederlandse organisatie die het voor cafébazen opneemt tegen het rookverbod. Maessen vaarde half juli in Antwerpen met een “rookboot” van café naar café, om zo steun te ronselen voor een rechtszaak tegen het rookverbod. Eerder deed hij al hetzelfde in Nederland – en met succes, want daar werd het rookverbod gedeeltelijk teruggedraaid.
“Dergelijke afleidingen over een dalend aantal hartaanvallen ten gevolge van het rookverbod wordt de laatste jaren steeds vaker gemaakt,” weet Maessen. “Ik zeg u dat die studies gemanipuleerd zijn. Die onderzoekers zoeken gewoon regio’s uit waar men iets kan aantonen, men morrelt wat aan de periodes en probeert op die manier het meerookeffect te bewijzen. Dat is niet hoe je wetenschap bedrijft. Die onderzoeken worden trouwens georkestreerd door farmaceutische bedrijven zoals Johnson & Johnson - zij hebben namelijk nicotinepleisters te verkopen. Bovendien zijn er evengoed studies die het tegendeel beweren: een analyse van de Rand Corporation voor alle Amerikaanse staten concludeerde dat een rookverbod zowel een daling als een stijging van het aantal hartaanvallen met zich mee lijkt te brengen. In totaliteit is er dus geen enkel effect te ontdekken.”
Integriteit
“Eigenlijk is er zelfs nooit wetenschappelijk bewijs geleverd voor het bestaan van een meerookeffect,” gaat Maessen door. “Men probeert het tegenbewijs wel weg te moffelen. Uit een onderzoek in opdracht van de WHO bleek dat er geen statistisch significant verband bestaat tussen meeroken en longkanker. Kinderen die passief meerookten bleken zelfs kleinere kans op longkanker te hebben! Niet onlogisch, want ze bouwden een betere weerstand op: dat is het vaccinprincipe. Toen ze dat bij de WHO ontdekten, probeerden ze dat natuurlijk geheim te houden, maar het is toch uitgelekt in de Britse pers.”
“Daarnaast wordt één van de grootste onderzoeken naar de relatie tussen meeroken, hart- en vaatziekten en longkanker, die van Enstrom en Kabat, stelselmatig genegeerd,” geeft Maessen aan. In 2003 publiceerden die Amerikaanse epidemiologen een studie over 35.000 nooit-rokers die tussen 1960 en 1998 met rokers samenwoonden, waaruit bleek dat er geen significant verband bestond tussen passief roken en een verhoogd longkankerrisico.
“Maar toen de American Cancer Society, die het onderzoek financierde, daar lucht van kreeg, draaiden ze de subsidiekraan meteen dicht,” weet Maessen. “Enstrom heeft dan steun gekregen van een ventilatie-researchbureau, waarvan één van de aandeelhouders toevallig een tabaksfabrikant was. Dat heeft men dan gebruikt om de studie in de vuilbak te gooien. Maar zeg nu zelf: die mens wou gewoon zijn onderzoek afronden. En als het dan niet van de goeie komt, moet het maar van de slechte komen.”
Dat researchbureau blijkt het Center for Indoor Air Research te zijn. Die organisatie werd in het proces dat eind 2006 in de VS gevoerd werd tegen tabaksgigant Philip Morris veroordeeld als “mantelorganisatie” van de tabaksindustrie, met als doel studies te fabriceren die het meerookeffect ontkenden. In datzelfde proces lekte ook een brief uit van James Enstrom aan Philip Morris uit 1997, waarin hij om een “substantiële researchbeurs” vroeg om “op te boksen tegen de reeds bestaande berg data over de gezondheidseffecten van passief roken”. Het kostte Enstrom zijn job - en veel geloofwaardigheid in de wetenschappelijke sector - maar tot op vandaag verdedigt hij zijn research met hand en tand op zijn website, ScientificIntegrityInstitute.org.
Boeken dicht
Er is ook een andere, economische kant aan de rookverbodmedaille, klinkt het bij de horeca. Eind juni meldde het Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen op basis van cijfers van handelsinformatieleverancier Coface Services dat sinds de start van het rookverbod 1351 cafés méér dicht gingen dan in dezelfde periode vorig jaar – een stijging van 38%. Bovendien daalde het aantal nieuwe cafés met 24% tegenover vorig jaar, wat zorgt voor een nettoverlies van 1800 cafés in België. Van een slok op een borrel gesproken.
Erik Beunckens, de afgevaardigd bestuurder van de Federatie van Belgische Cafés (FedCaf) die Wiel Maessen vergezelde op zijn kruisvaart langs Vlaamse cafés, beaamt dat cijfer. Maar zit pakweg de economische crisis, of zelfs het slechte weer – we kijken naar jou, Frank Deboosere – er niet voor iets tussen? “Ik durf zeggen dat het voor 90% te wijten is aan het rookverbod. Dat weten we op basis van de enquêtes die we de afgelopen drie maanden in het kader van onze kruistocht afgenomen hebben. Slechts 4% schreef het toe aan de economische crisis.”
Luk Joossens reageert kritisch. “Cafés die de deuren sluiten is geen uniek Belgisch gegeven. Het is een trend die zich in heel Europa aftekent. Waaraan dat ligt? Veranderende drinkgewoontes, meer mensen die thuis blijven… En bovendien is de horeca – helaas – een faillissementsgevoelige sector. In de periode van 1995 tot 2010 verdwenen in België al 11.000 cafés – en dat zonder het rookverbod. Dat 90% van de sluitingen daar een gevolg van zou zijn, lijkt me dus bij de haren getrokken. Integendeel: volgens cijfers die van de FOD Economie komen, sneuvelden er dit jaar slechts 260 cafés.”
Een uitspraak die Beunckens doet steigeren. “Op dat moment moest het bloedbad van het rookverbod nog goed en wel beginnen. Die cijfers zijn gebaseerd op een vergelijking van BTW-aangiftes in het vierde kwartaal van 2010 en 2011. Dat cafés die indienden in dat kwartaal, betekent niet dat ze toen al geen verlies leden – laat staan dat ze nu nog overeind blijven. De enige objectieve indicator zouden de cijfers van de rechtbanken van Koophandel zijn, maar daar is het nu nog te vroeg voor. Vandaar dat wij ons baseren op cijfers van een onderzoeksbureau.”
“Maar dat is er wel eentje waarvan niemand de methodologie kent,” reageert Joossens. “Bovendien was er volgens de FOD Economie ook een omzetstijging van 4% tegenover 2010! Een echte economische ramp is het dus niet.” “Dat cijfer moet ik toch tegenspreken,” zegt Beunckens. “Ik weet niet wat er fout gegaan is – misschien hanteren ze een vreemde definitie van “café”, maar tijdens onze kruisvaart stelden we vast dat men in de 250 cafés die wij aandeden gemiddeld spreekt van een omzetdaling van 30%. De grote cafés hebben nog een buffer, maar in de kleine horen we overal hetzelfde: als het zo doorgaat, moeten we de boeken neerleggen.”
Lobbyen
De onenigheid tussen Beunckens en Joossens is kenschetsend voor de mondiale discussie rond het rookverbod. Beide kampen graven zijn overtuigd van hun eigen gelijk, en beschuldigen de andere lobby van struisvogelfratsen. Zo dwepen gezondheidsorganisaties met variaties op het “Montana-effect”, waar het aantal hartaanvallen in de Amerikaanse staat een duik nam na intrede van een algemeen rookverbod, maar terug naar zijn oude hoogte steeg nadat het rookverbod teruggedraaid werd. Anderzijds ziet Wiel Maessen een vergelijkbaar effect voor de horeca in Nederland: die nam een flinke duik na de invoering, en herstelde naar zijn oude niveau nadat de wet teruggedraaid werd.
Veel hangt af van wie de studie financierde, blijkt uit een onderzoek van de Journal of American Medical Associations. Die concludeerden dat studies gefinancierd door de tabaksindustrie 88 meer kans hadden om te besluiten dat tweedehandsrook niet schadelijk was, dan onafhankelijke onderzoekers. “Daarom zou transparantie over de financiën van ook de horecaverenigingen in België wel interessant zijn,” vindt Luk Joossens.
“Ik kan hem gerust stellen,” verzekert Erik Beunckens: “Wij ontvangen geen euro van de tabaksindustrie. Wij zijn namelijk geen rookfederatie. We moedigen zelfs alle acties aan van de Stichting tegen Kanker en de VLK om te stoppen met roken, want dat actief roken schadelijk is, betwijfelt niemand. Bovendien denk ik niet dat een tabaksfabrikant zich aan zoiets zou durven verbranden. Als dat boven water zou komen, is het hek helemaal van de dam.”
Maar zelfs uit schijnbaar onverdachte bron kunnen vreemde resultaten opduiken. Volgens het Ierse ministerie van Volksgezondheid rookte in 2002 nog 27% van de Ieren, maar steeg dat tot 29% in 2009. Het plaatselijke Tobacco Control Office meldde echter een daling van 28% in 2008 naar 23% in 2010, terwijl de WHO dan weer een daling van 29% in 2008 naar 27% in 2009 zag. Het verschil? Minieme aanpassingen in de methodologie en de steekproeftrekking. De Amerikaanse schrijver Mark Twain wist in de 19e eeuw al dat er drie soorten leugens waren: ‘lies, damned lies and statistics”. Dat lijkt nog niet aan waarde ingeboet te hebben.
Blijven strijden
Intussen rekenen Belgische cafés rekenen bij monde van FedCaf en Horecaclaim op een versoepeling van het rookverbod, net zoals in Nederland. Daar oordeelde de rechtbank dat de wet gericht was op de bescherming van de werknemers, waardoor cafés zonder personeel konden doen wat ze wilden. Zo mag er nu weer gerookt worden in kroegen kleiner dan 70m², waar geen personeel tewerkgesteld is. “Een mooi compromis,” meent Beunckens. “Bezoekers en personeel kunnen dan immers zelf kiezen of ze al dan niet in een rookcafé willen vertoeven. Maar we blijven gekant tegen een oppervlaktebeperking voor rokerscafés: dat zou een nieuwe discriminatie zijn.”
Beunckens is er alleszins van overtuigd dat het rookverbod in zijn huidige toestand in België geen stand zal houden. Daarom verrast het hem ook niet dat van de 1000 pv’s die dit jaar werden uitgeschreven tegen cafébazen in wiens café gerookt werd, er nog maar 166 betaald zijn. “Uitbaters beginnen meer en meer te beseffen dat zij ook rechten hebben, en dat de huidige wetgeving die aantast. Ze moeten kiezen: ten onder gaan aan de boetes, of door een gebrek aan klanten. De meerderheid zal blijven strijden.”
“Reden te meer om streng op te treden,” vindt professor emeritus arbeidsrecht Roger Blanpain van de KU Leuven. “Dat men probeert het verbod te omzeilen, hoeft op zich niet te verbazen. Dat is een probleem zoals de fiscale fraude. De enige remedie is een inspectie die streng is en consequent optreedt. Want als deze inbreuken niet bestraft worden, ondergraaf je de wet, en straf je andere cafébazen die er zich wel aan houden.”
Ondemocratisch
Als het tot processen komt – wat nog een tijdje kan duren, aangezien de niet-betaalde boetes eerst via het parket moeten passeren – lijkt Erik Beunckens echter gerust in de overwinning. “De huidige wetgeving is zo lek als een zeef, en bevindt zich op drijfzand. Ze is zelfs ondemocratisch, want ze conflicteert met de grondwet.” Nochtans was het wel het Grondwettelijk Hof dat de uitzonderingsmaatregel uit de vorige wet schrapte, opdat de rookwet… niet meer ongrondwettelijk zou zijn. “Dat klopt: op die manier is de discriminatie tussen cafés die snacks aanbieden en diegenen die dat niet doen inderdaad weggewerkt,” geeft Beunckens toe. “Maar ze stelden er een nieuwe discriminatie voor in de plaats: één tussen grote cafés en kleine waar men geen ruimte of middelen heeft om een rookkamer te plaatsen.”
“Dat is onzin,” klinkt het bij Joossens. “De specialisten van het Grondwettelijk Hof zullen het toch wel beter weten dan een vereniging van cafébazen? Ze kunnen op hun kop gaan staan, maar het Hof zal niet terugkomen op zijn beslissing. Wat die rookruimtes betreft: samen met de WHO zijn wij ook voor een afschaffing. Er wordt gewoon te vaak misbruik van gemaakt, en het blijkt geen sluitende oplossing om mensen te beschermen tegen meeroken.”
Op die manier is die ongelijkheid ook weer weggewerkt, natuurlijk. “Dat is één van de mogelijkheden, maar dan blijven er problemen,” protesteert Beunckens. “Het rookverbod is immers ook strijdig met het vrijhandelsrecht – en zelfs met de rechten van de mens. Het gaat om een product dat vrij verkocht wordt, maar dat je nergens nog mag gebruiken. Onze advocaten menen dat dat niet kan.” Thuis en in de open lucht volstaat dus niet? “Op die manier worden rokers uitgesloten van het sociale leven,” vindt Beunckens. “Bovendien vinden we ons niet in het zuiden van Italië, waar het leven zich op straat afspeelt.”
“Dat vrijhandelsargument houdt geen steek,” vindt professor Arbeidsrecht Roger Blanpain. “Het gaat hier wel om de gezondheid van mensen, hé. Iedereen weet dat roken een schadelijke zaak is.” Maar een cafébaas is toch vrij om zijn herberg tot rokershol om te dopen? “Neen,” klinkt het categoriek bij Blanpain, “want een café is per definitie publieke plaats – en in de Belgische wetgeving is roken verboden op publieke plaatsen. Je zou de analogie kunnen maken met een school voor rokende kinderen – dat zouden we toch ook niet aanvaarden? En wat als die rokers dan hun kinderen meenemen naar dat café?”
Manipulatie
Volgens verbruikersorganisatie OIVO is het aantal rokers in België – rookverbod of niet - al een aantal jaar gestabiliseerd rond 20% van de bevolking. En toch lijkt er consensus te bestaan: uit een telefonische enquête van de Stichting tegen Kanker bij 2500 Belgen blijkt dat 77% voorstander is van het rookverbod – een fikse stijging tegenover de 50% van 2005. Opvallender nog: 59% van de rokers vindt dat het aangenamer is om zonder tabaksrook op café te gaan, terwijl dat een jaar geleden nog minder dan de helft (42%) was.
“Maar ook dit is een voorbeeld van hoe statistieken soms gemanipuleerd worden,” meent Erik Beunckens. “Ik betwist niet dat hun cijfers kloppen voor de totale bevolking – maar driekwart van de mensen gaat niet eens op café! Dan verbaast het mij niet dat ze geen probleem hebben met het rookverbod. Ik zou zo’n studie graag opgesplitst zien naar mensen die al dan niet op café gaan. Want tijdens onze kruistocht merkten wij iets heel anders: meer dan twee derde van de niet-rokende caféklanten is tégen het rookverbod. Omdat ze vinden dat het zorgt voor het uiteenvallen van vriendschappen, en het verzuren van het sociale leven.”
Officiële cijfers kan Beunckens echter nog niet voorleggen. “Onze enquêtes zijn onderdeel van een internationaal onderzoek, en die resultaten moeten nu nog verwerkt worden. Maar er zijn zo’n 500 formulieren binnengekomen in totaal, waarvan ongeveer de helft niet-rokers waren.”
Totaal verbod?
Roger Blanpain betwijfelt alleszins of de 20% resterende Belgische rokers nog te redden valt. “Die mensen zijn verslaafd. Misschien stoppen er nog een paar na het eerste hartinfarct, maar hen van hun verslaving afbrengen wordt aartsmoeilijk. Daarom moeten we ook blijven investeren in ontradingscampagnes: om beginnende en occasionele rokers van de sigaret te houden. Kind en Gezin zou bijvoorbeeld moeten kunnen optreden tegen ouders die roken in het bijzijn van hun kinderen. En waarom sigaretten niet moeilijker verkrijgbaar maken, naar Frans model? Daar mogen enkel tabakswinkels ze nog verkopen, wat de drempel voor rokers weer een stuk hoger legt.”
Dan komen we intussen akelig dicht bij het doembeeld van de tabaksbedrijven: een totaal verkoopsverbod. Wordt dat dan de ultieme oplossing? “Dat zal alleszins niet voor morgen zijn,” zegt Luk Joossens. “In sterk afgezonderde landen zoals IJsland of Nieuw-Zeeland denkt men er over na, en moet dat kunnen tegen 2040. Maar dat is enkel haalbaar als je het percentage rokers onder de 5% krijgt, en dat is wellicht niet haalbaar voor 2050.”
Blanpain schrikt wanneer we het hem vertellen. “2050 is pas binnen 40 jaar. Dan gaat Joossens er ook niet meer zijn om ervoor te strijden. Als het niet kan in de komende tien jaar, vrees ik dat het een utopie zal blijven. De politiek zal het niet aandurven, en de druk van de tabakslobby zal te sterk zijn.”
Dan is de professor het toch over iets eens met Erik Beunckens. Ook hij betwijfelt namelijk dat er ooit een verbod op tabak komt. “Als je ziet dat de opbrengstraming uit accijnzen en BTW op tabakswaren voor 2012 alleen al zo’n 3 miljard euro bedraagt, en je weet dat de regering dat geld nodig heeft… Bovendien zou het gewoon zorgen voor een stijging van de clandestiene import van sigaretten, waardoor de kwaliteitscontrole zou wegvallen. En het is nu al niet gezond.”
Dat gebrek aan kwaliteitscontrole houdt ons nochtans niet tegen om ook cocaïne of xtc illegaal te verklaren. “Dat is een heel ander domein,” meent Beunckens. “Bij cocaïne weet men dat de minste overdosis dodelijk is. Tabak is ook niet gezond, maar zeker niet in dezelfde mate. Ach, als men het rookverbod effectief voor de volksgezondheid invoert, moet men stoppen met het hypocriete gedoe. Dan verbied je gewoon de verkoop en het gebruik van tabak in heel België – en heel Europa.”
Dus FedCaf zou tevreden zijn met een volledig rookverbod? “We hebben er onze twijfels bij, omwille van die zwarte markt, maar dan is er natuurlijk geen discriminatie meer tussen roken op café of niet,” geeft Beunckens toe. “Maar het zou de anti-tabakslobby vast de gordijnen injagen, omdat daardoor hun bestaansrecht zou verdwijnen. In zo’n scenario zou het dan wel onze strijd niet meer zijn, maar die van de tabaksfabrikanten.” Een werk van lange adem, wordt dat. En dat met rokerslongen.
DE KORTE PIJN
Om het aantal rokers verder terug te dringen, schuift de European Cancer Alliance zes maatregelen naar voor. De drempel voor ontwenningshulp verlagen, meer waarschuwingen op tabaksproducten, een reclameverbod, meer preventiecampagnes, een uitbreiding van het rookverbod, en een prijsstijging van rookwaren.
Dat laatste wordt volgens Luk Joossens van de Stichting tegen Kanker zelfs als het meest efficiënte middel beschouwd. “Een prijsstijging van 10% kan al vlug een daling van het gebruik met 4% opleveren.” Als je weet dat van elk gekocht pakje zowat 75% van de verkoopprijs naar de schatkist gaat, levert dat substantiële sommen op. In 1990 haalde de overheid zo bijna 1 miljard euro op – in 2010 was dat al opgelopen tot 2,6 miljard, en nu zou het rond de 3 miljard schommelen.
“Helaas volstaat het vanaf een bepaalde prijs niet meer om het nog eens 10% duurder te maken om weer een percentage rokers af te schudden,” klinkt het bij professor emeritus arbeidsrecht Roger Blanpain. “Dan moet de prijsstijging scherper worden, en stelt men vast dat de mensen met het kleinste inkomen er het meest onder lijden. Dat valt te begrijpen: mensen die bijvoorbeeld hun werk verliezen, zoeken troost, en geven hun geld dan jammer genoeg aan zo’n dingen. Zo kan je hen ongewild de armoede induwen.”
“Dat is correct,” geeft Joossens toe. “Maar die mensen hebben ook het meeste last van gezondheidsproblemen. Die zou sterk kunnen verbeteren als ze stoppen met roken – het is een kwestie van de korte pijn.”
Wat houdt de heren politici dan tegen? “Helaas zien we dat de accijnzen de laatste jaren niet sterk gestegen zijn,” klinkt het bij Joossens. “De beslissers zijn natuurlijk meer geïnteresseerd in financiën dan in volksgezondheid. Bovendien stellen we vast dat de contacten tussen de industrie en financiën erg intens zijn, en dat wij daar geen greep op krijgen.”
Joossens doelt op een nieuwtje dat in maart uitlekte, toen nieuwswebsite DeWereldMorgen uitvogelde dat Alain Dalcette, raadgever douane en accijnzen van minister van Financiën Steven Vanackere deel uitmaakte de Broederschap van Jean Nicot. Dat is een exclusieve tabaksclub waarvan je enkel lid kan worden als je je “verdienstelijk hebt gemaakt voor de tabaksindustrie.” De minister liet toen weten dat de zaak zou onderzocht worden.
“En dat is ook gebeurd,” zegt Rik Otten, de woordvoerder van Vanackere. “De administratie heeft gerapporteerd dat er geen sprake was van belangenvermenging. Men heeft ook het hele verloop van de wetgeving geanalyseerd, en is tot de conclusie gekomen dat het onmogelijk zou zijn dat iemand daar ongeoorloofd invloed zou kunnen uitoefenen hebben.”
Nu de regering voor zijn begrotingscontrole op zoek is naar 100 miljoen, mogen we dan verwachten dat die van uit de zakken van de rokers zal komen? “Dat zou me verwonderen. De lijn in de regering is om die 100 miljoen niet te zoeken bij nieuwe belastingen – en accijnzen zou daar een vorm van zijn. Maar bij een volgende begrotingsoefening kan dat eventueel.”
