Labels

(Foto: Sebastian Steveniers)

Bij zijn vorige passage in België had de Nederlandse komiek Jan Jaap van der Wal het zo naar zijn zin dat hij hier langer wou toeven. Hij verhuisde naar Antwerpen en vat zijn eerste indrukken als ‘nieuwe Belg’ samen in een zaalshow. (14 november '15)

‘Veilige buurt, dit.’ Jan Jaap van der Wal (36) glundert wanneer we langs het Antwerpse stadspark lopen. ‘Tot voor kort liepen hier nog para’s op straat. De jodenbuurt, hé. Dat is trouwens een van de dingen die ik zo leuk vind aan België: hier mag je gewoon “jodenbuurt” zeggen. In Nederland krijgt dat woord meteen een negatieve connotatie. Daar reageren ze: wat zeg je nou?’

Van der Wal neemt ons op sleeptouw door wat sinds september zijn thuishaven is. De Nederlandse comedian kijkt nog steeds met grote ogen naar Antwerpen, en naar België in het algemeen. De vonk sloeg over toen hij in België toerde om zijn show Dystopia fris te houden. ‘Ik vond het steeds minder interessant om tachtig keer dezelfde voorstelling te spelen. Het werd er ook niet beter door. Dus ben ik een keer of acht in België komen spelen. Dan moet je de show toch wat aanpassen aan het publiek. Het bleek meteen te klikken: het optreden in Gent was een van de fijnste voorstellingen die ik ooit deed. Top vijf, zeg maar. Toen ontstond het plan om een show te maken over België vrij snel. Waarschijnlijk had ik die avond ook goed gegeten in Gent, en dacht ik: dit moet ik mezelf cadeau doen.’

De kiemen van het idee lagen in het laatste seizoen van Café Corsari, het televisieprogramma waarin Van der Wal in een wekelijkse rubriek zijn licht liet schijnen over de bijzonderheden van zijn zuiderburen. Dat plant hij ook te doen in De nieuwe Belg, waarin hij het relaas doet van vreemde ogen in een nieuw land. ‘Ik vind het idee van een verhuizende comedian wel prettig, want ik zie toch altijd dingen die jullie niet meer zien. Dat houdt het voor ons beiden leuk.’

‘Ik heb alleszins al heel veel bijgeleerd door met mensen te praten: er gaan steeds meer lampjes aan. Dat is ook nodig, want als ik een grap maak, vind ik dat ik alle informatie erachter moet kennen. Ik kan ook gewoon, net als een Vlaamse comedian, zeggen dat West-Vlamingen onverstaanbaar zijn. Maar ik wil het dan wel eerst gevoeld hebben. Daarom moest ik hier komen wonen: ik wil België dragen als een jas.’

 Politieke comedy 

Een inburgeringsexamen heeft Van der Wal nog niet kunnen bemachtigen. ‘Die dingen worden blijkbaar angstvallig beschermd. Maar ik heb wel al gehoord dat er vragen over stoofvlees met frietjes in staan.’ De subtiele verschillen worden de Nederlander stilaan duidelijk. ‘Grove humor wordt hier blijkbaar op prijs gesteld. Jullie reageren niet zo geschokt op woorden als Marokkaan, jood of neger. Alleen zijn jullie minder cynisch dan wij: je mag bij wijze van spreken eerder over Bart De Wever zeggen dat hij dik was dan dat hij een racist is. Dat bijtende heeft alleen Alex Agnew bij jullie. Vlaanderen telt veel comedians die vooral heel vrolijk zijn, alsof er eigenlijk niet veel aan de hand is.’

Hij wijst op een stripwinkel wanneer we de Stadsschouwburg passeren. ‘Kijk, dát is een groot onderdeel van jullie humorcultuur: het absurdisme van een Kamagurka of een Jeroom. Dat hebben we in Nederland dan weer niet echt.’

Van der Wal noemt zichzelf een ‘politieke comedian’. ‘Ik had er me echt op verheugd om hier naar een gepolariseerd, rechts land te komen, waar ik me dan tegen kon afzetten. Maar Bart De Wever blijkt helemaal niet zo rechts als ik me had voorgesteld. De N-VA is zo’n beetje wat bij ons het CDA is.’

‘En dan las ik ook dat als er nu verkiezingen zouden zijn, iedereen zo’n beetje op dezelfde partij zou stemmen. In Nederland zijn we heftiger: zodra de regering er is, is iedereen ertegen.’ Hij grijnst. ‘Maar misschien is dat omdat jullie zo lang zonder regering gezeten hebben?’

Toch kijkt Van der Wal nog op van politiek in België. Neem de aankondiging van Antwerps schepen Koen Kennis (N-VA) in oktober: als Sinterklaas in december aanmeert in Antwerpen, zei hij, zullen zijn knechten nog echt zwart zijn – weliswaar met roetvegen, maar alleszins geen regenboogpieten zoals in Nederland. Er zouden zelfs pepernoten uitgedeeld worden om noorderburen te lokken. ‘Een behoorlijk goedkope oproep, ja. Maar het toont ook hoe verschillend we met de kwestie om gaan. Nederlanders houden hardnekkig vol dat ze niet racistisch zijn. Daarom wordt de discussie over Zwarte Piet zo scherp gesteld: je bent of een racist, of een zeikerd. Maar Belgen zeggen: we zijn niet racistisch, maar… Dat maakt die discussie minder ingewikkeld. Als je durft toe te geven dat het beeld van die zwarte knecht dubieus is, kan je er ook op wijzen dat een kinderfeest geen racistische intentie heeft. Want zelfs al komt er iemand in een konijnenpak met een speer door zijn hoofd: als hij een cadeautje mee heeft, is het voor kinderen hun allerbeste vriend.’

 Heineken 

We belanden aan een kruispunt. Een handvol mensen staat te wachten voor het rode voetgangerslicht, maar Van der Wal loopt resoluut door. ‘Dat doen jullie niet graag, hé? Jullie blijven liever netjes staan. Gisteren was er bij het park een stoplicht kapot. Agenten waren het verkeer aan het regelen, maar ik had groen, dus ik stak over. Tot een agent me tegenhield en zei dat ik moest teruglopen. Ik schoot in Hollandse modus en reageerde: maar ik sta al halverwege! Waarop zij, met een plat Antwerps accent: “eigenwijze!”’ Van der Wal lacht. ‘Daarna mocht ik gewoon door.’

Van der Wal woont al achttien jaar in Amsterdam, maar mist zijn thuis niet tijdens zijn residentie. ‘Ik moet soms terug voor televisieopdrachten, maar elke keer als ik Amsterdam in rijd, schrik ik ervan hoe weinig ik het gemist heb.’

Toch is de band nog sterk, blijkt wanneer we een paardenkoets kruisen. ‘In Amsterdam wordt er soms nog eens een vat Heineken verplaatst met zo’n koets’, weet Van der Wal. ‘Wat me natuurlijk bij jullie grote struikelblok brengt: dat Heineken zogezegd niet te drinken is. Dat is volgens mij het eerste wat veel Belgen zeggen tegen Nederlanders: Heineken, da’s geen bier, hé. Ik proef wel het verschil, en als ik in Nederland een Jupiler kan drinken, doe ik dat ook. Maar zeggen dat Heineken helemaal niet te zuipen is, is me nog een brug te ver.’ Als Van der Wal op dat inburgeringsexamen mikt, is er duidelijk nog werk aan de winkel.