Labels

(Foto: DS)

‘Montage of heck: the home recordings’ bundelt 31 Cobain-nummers die u nooit eerder hoorde. Dat was beter zo gebleven. (13 november '15)

Zag u ooit dat Youtube-clipje van die dronken man die Seals ‘Kiss from a rose’ zingt tegen zijn kat, zonder te beseffen dat hij gefilmd wordt? 1,8 miljoen views, moet u echt eens bekijken. Want dan weet u met welke gêne Montage of heck: the home recordings een mens opzadelt. Alleen is die dronkaard in dit geval een genie.

The home recordings is de soundtrack bij Montage of heck, de documentaire die Brett Morgen eerder dit jaar maakte over Nirvana-frontman Kurt Cobain. Een gelauwerde film, nauwgezet bijeen gepuzzeld uit Super 8-video’s uit Cobains jeugd en Nirvana’s begindagen, in context geplaatst door getuigenissen en opgesmukt met materiaal dat Morgen vond in het archief van de zanger: 108 cassettes met zo’n 200 uur muziek. Daaruit schraapte Morgen ook 31 ‘nummers’ bijeen voor The home recordings, dat de regisseur omschrijft als ‘een dagje hangen met Cobain op een zomerdag in Washington.’

Want dat deed Cobain als zijn toenmalige vriendin Tracy Marander het huis uit was: de taperecorder aanzetten en jammen. De film rechtvaardigde dat voyeurisme omdat hij de opnames gebruikte om een verhaal te vertellen. Maar de cd is weinig meer dan een aaneenrijging van hersenscheten van een grunge-icoon. Of hoe moet je anders ‘The yodel song’ omschrijven, waarin Cobain wat mompelt over basisakkoorden en het vervolgens – jawel – op een jodelen zet? Of ‘Reverb experiment’, waarop Cobain zijn effectpedalen uittest – er zijn begenadigder dingen te horen tijdens de soundcheck in een jeugdhuisrally.

Er zijn relevante momenten, zoals de Beatlescover ‘And I love her’ of de medley ‘You can’t change me/ Burn my britches/ Something in the way’, waarop Cobain improviserend op de melodie van ‘Something...’ stuit, zij het een versie waarop hij de beheerste dreiging die het nummer kenmerkt nog niet gevonden had. Daarmee verdedigt Morgen de plaat: ‘Het is als een schets van Guernica, het toont een zoekende artiest.’ Hij heeft een punt, maar die schetsen zijn schaars: vaker is de plaat het equivalent van Picasso die in een notitieboekje droedelt aan de telefoon. Voor elke vroege demo is er een nummer waarop Cobain maar wat aanklooit met een heliumstemmetje, deels om de tijd te doden, deels wachtend op de volgende flits van brille.

In de documentaire zegt Cobains moeder Wendy O’Connor: ‘Kurt mikte op perfectie. Hij wou zo goed schrijven, zingen en spelen als hij kon.’ Daarvan is The home recordings geen testament. Als dit het beste is wat Morgen uit de tapes kon puren, kunnen we enkel hopen dat de andere 199 uur achter slot en grendel blijven.

Kurt Cobain, ‘Montage of heck: the home recordings’ (*)