![]() |
| (Foto: Maroesjka Lavigne) |
INTERVIEW // De Piepkes betogen // 'Kinderen op straat tegen de indexsprong? Als zij dat willen, ja'
Op ‘De Piepkes betogen’ tekenen Roland Van Campenhout, Pieter-Jan De Smet en Frederik Sioen voor ‘kindermuziek met een vijs los’. Een plaat vol funky bassen, absurde teksten, creatief stemgebruik en – zowaar – een oproep tot protest. (19 oktober '15)
Wanneer het Gentse driespan De Piepkes een boekweitpannenkoek met kaas achter de kiezen heeft, krijgt het gezelschap. Een middenstander trekt ten strijde tegen het nieuwe Gentse mobiliteitsplan, en vraagt of Roland Van Campenhout, Frederik Sioen en Pieter-Jan De Smet hun bekende namen niet aan de petitie willen koppelen. De Piepkes kijken allemaal aarzelend naar mekaar, en uiteindelijk tekent enkel Roland, ‘omdat ik zo graag mijn eigen handtekening zie’. Opvallend terughoudend voor een groep die net een album uitbracht met als titel De Piepkes betogen. Dat is niet altijd even geëngageerd – er wordt ook gelamenteerd over verdwenen sokken – maar toch: willen De Piepkes nu kinderen de straat op tegen de indexsprong?
ROLAND: ‘Als zij dat willen, ja.’
SIOEN: ‘Ik dacht eerder aan de comités tegen het geluid van spelende kinderen. Dan moeten kinderen ook opkomen voor hun rechten. En wij wilden benadrukken dat betogen ook feestelijk kan zijn, en niet altijd negatief.’
Waarvoor betoogden jullie zelf als kind?
SIOEN: ‘Wij barricadeerden De Sterre in Gent, als reactie op het Vlaams Blok.’
ROLAND: ‘Ik herinner me vooral de eerste atoommars in de jaren ‘60.’
DE SMET: ‘Wij betoogden ook thuis: wanneer de slachter een van onze schapen kwam kelen, schreeuwden mijn zus en ik van achter een muurtje: Moordenaar! Moordenaar! Af en toe vloog er zelfs een projectiel. Zo zie je maar dat opvoeding in betogen nodig is: projectielen gooien is erover.’
In ‘In de rij’ herken ik de vluchtelingencrisis, ‘Nooit te laat’ leest als commentaar op Israël of Oekraïne. Is dat niet zwaar op de hand voor een kinder-cd?
SIOEN: ‘Die foto van dat dode kindje op het strand wordt ook door kinderen gezien, hé. Daar zijn ze zelfs op school mee bezig. En misschien stellen ze er wel vragen over aan hun ouders? Het lijkt ons fijn dat de communicatie tussen ouders en kinderen wat gepusht wordt door De Piepkes.’
Wat is het verschil tussen muziek maken voor volwassenen en voor kinderen?
DE SMET: ‘Het enige wat verschilt, is de reactie. Als je een vraag stelt aan een volwassen publiek, zie je een vraagteken boven ieders hoofd verschijnen: is het wel hip om nu iets te zeggen? Maar bij kinderen heb je al een antwoord voor je je vraag gesteld hebt.’
SIOEN: ‘Volwassenen verliezen te veel met ernstig zijn. Soms zijn ze meer bezig met de achtergrond van een artiest, hoeveel het ticket kostte, hoe de lichtshow in elkaar zit, dan met het optreden zelf.’
Waren er periodes waarin jullie zelf ook te volwassen waren?
ROLAND: ‘Ik denk dat iedereen wel zo’n periode heeft. Ik herinner me de eerste keer dat ik met een interview in Humo stond: op dat moment nam ik mezelf toch erg serieus. Dat heeft gelukkig niet lang geduurd.’ (lacht)
SIOEN: ‘De Piepkes zijn daar een goeie remedie tegen. De poprock die ik doorgaans maak, draagt een soort zwaarte mee, maar als we met de Piepkes in de auto zitten op weg naar een concert, en ik zie Roland alles als percussie-instrument gebruiken, leer ik veel uit dat spelplezier en die naïviteit.’
Bezetten De Piepkes binnenkort een grotere plaats in jullie agenda? Sioen wilde deze plaat al in New Orleans opnemen: dat getuigt van enige ambitie.
DE SMET: ‘Of net dat we zeggen: blaas allemaal uwe zak op, wij doen ons goesting.’
SIOEN: ‘Ik wil vooral het aangename aan het aangename koppelen. Maar de stelregel bij De Piepkes is: het buitenland gaat voor. Als ik naar Zuid-Korea mag om op te treden, moeten De Piepkes maar even wachten.’
ROLAND: ‘En als De Piepkes naar Nederland mogen?’
SIOEN: ‘Dan zien we nog wel!’
De Piepkes betogen (**) is nu uit bij Kabron. De komende maanden treden ze op in diverse culturele centra.
