Labels

(Foto: AB)

Na 25 jaar als de hese, troostende stem van het Britse Elbow debuteert Guy Garvey als soloartiest. Op ‘Courting the squall’ bezingt de boomlange teddybeer langeafstandsrelaties en stukgelopen dromen. ‘Ik word om de dertig passen verliefd. Zelfs als ik al iemand heb.’ (31 oktober '15)

Een ‘squall’ is een plotse windstoot, vaak de heraut van een storm. ‘Courting the squall’ is dus dat gevaar het hof maken, verklaart Guy Garvey (41). In het titelnummer wordt dat een afradend ‘no more courting the squall’. ‘Ik wilde het roekeloze gedrag van een vriend ontmoedigen. We bezondigen ons allemaal weleens aan te veel drinken, drugsgebruik of promiscuïteit’ – Garvey wijst driemaal naar zichzelf, en grijnst bij dat laatste. ‘Maar als je een vriend een time-out wil doen nemen, mag je niet met geheven vinger zeggen: je moet stoppen. Dat moet omfloerster.’

Ironisch genoeg slaat Garvey zijn eigen raad in de wind. Door een gelauwerde band als Elbow – al 25 jaar een warm nest – te pauzeren, port hij de beer behoorlijk hard. ‘Dat klopt’, zegt hij in zijn Brusselse hotelkamer, terwijl hij van een zelfgerolde sigaret trekt. ‘Maar ik wilde het toch doen. Ik riskeer natuurlijk kritiek, want deze plaat is niet zo gedetailleerd als een Elbow-album: mijn brein is het enige brein dat eraan werkte. Maar ik besefte dat ik deze plaat kon maken zonder het schema van Elbow te verknoeien, en ik had zin om iets spontaans, gemakkelijks en leuks te maken.’

 Rode wijn 

Het schrijf- en opnameproces van Courting the squall duurde amper negen weken, terwijl Elbow-platen vaak jaren in de steigers staan. ‘Ik voel ook meer verantwoordelijkheid tegenover Elbow dan voor mijn eigen plaat: als ik weet hoeveel werk anderen in de muziek gestoken hebben, en de sound zo groots en dramatisch is, moet ik mezelf helemaal geven om dat niveau te halen. Zonder grootspraak: Elbow is mijn levenswerk. Dit album is een dagboekpagina. Maar wel een dagboek waarin ik wil blijven schrijven: het is een unieke kans om samen te werken met mensen die ik bewonder.’

Voor deze plaat zijn dat onder meer gitarist Pete Jobson (I Am Kloot) en bassist Nathan Sudders (The Whip). Maar zonder de minutieuze democratie van Elbow kon Garvey zich hier als dictator gedragen. ‘Het bevestigde mijn vermoeden dat iedereen zich enorm zou amuseren als ik de leider van een land was. Ik blink uit in opnamesessies plezant houden: om vijf uur haalden we de rode wijn boven, en om acht uur gingen we naar de pub. Als het niet leuk is, doe ik het niet. Dat is de regel geworden.’

 3.000 mijl koper 

Garveys avontuur is niet radicaal: met ‘Broken bottles and chandeliers’ en ‘Juggernaut’ prijken ook op deze plaat de zich zacht ontvouwende breedbeeldballades waar Elbow om bekend staat. Met één verschil, benadrukt Garvey: ‘Er staan geen strijkers op. Die zijn één en ondeelbaar Elbow. Ik wou wél veel koperblazers, want ik was op zoek naar funk en groove.’

Het uit zich in een hoekige sax op het van gemis doorregen ‘Harder edges’ of een ziedende synthesizer op ‘Angela’s eyes’, waarin hij zijn nieuwe liefde bezingt: ‘I was headed for an early grave/ ’til I washed up on her tide/ yes I believe/ in Angela’s eyes’.

‘Ik ben gevallen voor een meisje dat in Londen woont’, zegt Garvey, breed lachend. ‘Een actrice. Brilliant, she is. We zijn samen sinds februari. Nu ja, ik werkte in Manchester aan de plaat, en zij draaide vaak in de hoofdstad, Londen, of god weet waar. Maar elk moment dat zij vrij had, kwam ze naar de studio, en ook ik ging het land op en af, haar achterna.’

Nergens wordt die langeafstandsrelatie zo uitgespit als op het jazzy en wondermooie ‘Electricity’: ‘wishing on a star or a spinning satellite/ a kiss flies from twilight to dawning’. ‘Met dank aan de trans-Atlantische telefoonkabel’, klinkt het bewonderend. ‘Drieduizend mijl koper onder de zee, een geschifte onderneming, en dat alleen maar opdat we met elkaar zouden kunnen praten. Die communicatiemogelijkheden zijn het beste wat mijn generatie aan de wereld gegeven heeft – dat staat wat mij betreft op het niveau van de piramiden.’

Toch is het album niet volledig aan Garveys nieuwe muze opgedragen: ook frustratie over zijn stukgelopen relatie met schrijfster Emma Jane Unsworth en gemijmer over gemiste kansen passeren de revue. ‘Unwind’ stelt keer op keer dezelfde vraag: kan het werken tussen ons? ‘Dat is iets wat je je afvraagt als je iemand ziet op straat. Ik word om de dertig passen verliefd, zelfs al heb ik iemand in mijn leven. Als je zoekt naar romantiek, moet je jezelf dat toelaten. Het zou oneerlijk zijn om te zeggen dat je nooit meer iemand anders aantrekkelijk zult vinden, of dat je je nooit meer zult afvragen hoe je toekomst met een ander zou zijn. De huwelijksgeloften gaan over “forsaking all others”, ze verbieden niet dat je anderen begeert.’

 Schandvlek 

Liefde blijft Garveys belangrijkste inspiratiebron. ‘Het is het enige wat harder aankomt dan de dood. Het is het doel van alles.’ Garveys blik priemt door het open raam, naar de herfstige bomen op het hof van het hotel. ‘Wie die bomen geplant heeft, wist dat dit ooit een rustige plek in een drukke stad zou worden. Ook dat is een vorm van liefde.’

Maar de zanger, een breed belezen muzikant met een eigen radioshow op BBC 6, heeft meer thema’s in zijn mouw. Voor de vorige plaat van Elbow schreef hij ‘Blanket of night’, een nummer dat verontwaardiging over de ontvangst van bootvluchtelingen schreeuwt. Geschreven eind 2013, voor de crisis dit voorjaar in alle hevigheid losbarstte.

‘Dat was een reactie op de Britse attitude dat die vluchtelingen “economische migranten” zijn die de familiejuwelen kwamen wegroven. Er is sindsdien weinig veranderd’, sombert Garvey. ‘Maar als een vrouw op een overvolle boot klimt met een baby in haar armen, als mensen hun levens riskeren in de oversteek, betekent dat dat hen iets vreselijks op de hielen moet zitten. Er staat een stervende familie aan de poorten van Europa. En dat we hen nu de rug toekeren, is een schandvlek voor mijn generatie. We gaan de winter in, en nog steeds zitten mensen in tijdelijke kampen.’

Garvey schraapt zijn hese, melodieuze keel. ‘Weet je, er zou een verordening in elk Europees land moeten zijn: als je een kamer op overschot hebt, moet je er een vluchteling in opvangen. Hoe we ze gaan integreren, bedenken we later wel. Nadat we ze uit de klauwen van de dood gered hebben.’

Guy Garvey, ‘Courting the squall’ (***) is uit bij Universal.