![]() |
| (Foto: Gert Verbelen) |
Met Diablofest, een zelf georganiseerde avond vol zware metalen, zet Diablo Blvd een punt achter anderhalf jaar toeren. Maar dat betekent niet dat Alex Agnew opnieuw gaat stand-uppen. ‘Het zou belachelijk zijn om het werk van de voorbije twee jaar uit het raam te gooien.’ (24 oktober '15)
Hoe u Diablo Blvd kan vinden in het doolhof van Trix? Simpel: afgaan op de teringherrie. Alex Agnew en zijn metalkornuiten bereiden zich in Repetitielokaal 5 van het Antwerpse concertgebouw voor op Diablofest, en dat doen ze luid. Wat moet een mens in die omstandigheden? Aankloppen? Gelukkig komt gitarist Andries Beckers naar buiten voor onze twijfel te existentieel wordt. ‘Ik hoop dat je oordopjes mee hebt’, grijnst hij. Wat volgt is een doorgedreven repetitie. Na een intensieve tour langs Duitse en Nederlandse festivals en in het voorprogramma van Epica en Machine Head, lijkt Diablo Blvd een geoliede machine, een pletwals die afstoomt op eremetaal vanavond in Trix.
Hoe maken jullie de balans op na tien jaar en drie platen?
Agnew: ‘Dat we tien jaar bezig zijn, is al frappant. In die tijd hebben we veel bands zien beginnen en stoppen. Bij ons lijkt het alsof die tien jaar een noodzakelijke aanloop waren: dit was de prequel, en nu begint Star Wars.’
Beckers: ‘We beginnen aan onze vierde plaat, maar gaan eerst alles goed evalueren. We hebben tijdens onze tour geleerd dat het niveau in het buitenland heel hoog ligt. En we willen niet het eeuwige voorprogramma zijn. Bij de volgende plaat moeten we op onze eigen benen kunnen staan.’
Hebben jullie ook het publiek zien evolueren?
Agnew: ‘Ze zijn vooral met meer dan vroeger.’
Beckers: ‘En telkens als we ergens terugkomen, dragen ze meer Diablo-shirts.’ (lacht)
Agnew: ‘Ons geluid is toegankelijk: we spelen geen experimentele industrial black metal met wat jazz erin. We hebben in het voorprogramma van enorm uiteenlopende bands gespeeld – van Epica over Machine Head tot Ace Frehley van Kiss – en al die fans kunnen wij inpakken. Dat ligt aan onze kracht als liveband, maar het komt ook doordat iedereen zich wel aan iets kan vastklampen in onze muziek. Eigenlijk kunnen wij openen voor iedereen.’
Beckers: (enthousiast) ‘We hebben al voor Polle Pap geopend! Mijn vader is daar grote fan van.’
Kris Martens (drummer): ‘En op Studay in Gent hebben we met Samson en Gert gespeeld.’
Beckers: ‘Twee jaar geleden hebben we ook wat tv-dingen gedaan: op een keer zaten we op ATV, met links Roger van Damme die profiteroles zat te maken, rechts Zoë Van Gastel in een konijnenpak, en ergens in de achtergrond een gast die tai chi aan het doen was. Daarom is het noodzakelijk om België te verlaten: het is hier fantastisch, maar helaas ben je vrij snel rond. Het is tof dat ons label (Nuclear Blast, red.) ons een kans geeft om naar het buitenland te gaan.’
Mikken jullie daar vooral op toeren of op cd’s verkopen?
Beckers: ‘Voor metal valt de cd-verkoop gelukkig nog best mee. Wij zijn in 2011 met Follow the deadlights de Ultratop binnengekomen op drie, tussen Michael Jackson en Oscar & The Wolf.’
Agnew: ‘Maar wij moeten mensen live wel overtuigen. Dat was zo in België, en dat zal ook in het buitenland zo zijn. Maar het werkt: we staan na optredens zelf achter de merchandise, en zien de mensen komen. Ik vergeet nooit een show in Patronaat in Haarlem, waar we speelden voor twaalf man. Maar op het einde van die show hebben wij wél twaalf cd’s en twaalf T-shirts verkocht.’
Denk je dan nooit: we waren beter in België gebleven?
Beckers: ‘Neen. Iedereen met een band heeft een bewijsdrang. Je wil kunnen zeggen: we kunnen het ook buiten België. Zeker voor ons was dat belangrijk. In het begin kregen we wat aandacht cadeau door Alex’ bekendheid, maar dat deed ook veel deuren dicht. Een Vlaming staat altijd sceptisch tegenover iemand die twee dingen goed kan, zoals Alex. En als je dan toch naar het buitenland trekt, en een deal krijgt met een label dat echt geen bal geeft om Alex’ comedycarrière… Dan is dat toch een stilkrijger.’
Agnew: ‘Ons label had beelden van mij gezien in het Sportpaleis, en vond het ook waanzin dat ik daarmee wou stoppen om mij op Diablo Blvd te concentreren. Dan moet je het echt wel menen, zeiden ze.’
Toen je in 2013 stopte met stand-upcomedy, had je het gevoel dat je uitverteld was. Dreigt dat gevoel ook bij Diablo Blvd?
Agnew: ‘Neen, want ik ben niet de enige die nu het verhaal moet vertellen. Diablo Blvd is nu mijn prioriteit, dus als ik beslis om me weer aan comedy te wagen, zal ik dat aanpassen aan de band, en niet andersom. Het zou belachelijk zijn om alles waar wij de voorbije twee jaar aan gewerkt hebben, uit het raam te gooien.’
