Labels

(De Jeugd van Tegenwoordig)
Zat u de voorbije weken ook met ‘Verliefd op elke letter / verliefd op elke letter / verliefd op elke letter’ in uw hoofd? De minutenlange mantra uit single ‘Manon’ krijgt dit weekend versterking van de rest van het vijfde album van De Jeugd Van Tegenwoordig. En dat gaat, met de woorden van de jongens, ‘wéér kankerhard’. (24 oktober '15)

‘En? Wat vind je van de plaat?’ De bandrecorder loopt nog niet, of De Jeugd Van Tegenwoordig valt al aan. Pepijn Lanen (Faberyayo), Freddy Tratlehner (Vieze Fur) en Olivier Locadia (Willie Wartaal) staan bekend als de schrik van het interviewersgild, maar lijken vandaag uitzonderlijk goedgeluimd. ‘Een goeie terugkeer’, antwoorden we. De snedigheid was op hun voorbije twee platen een beetje weg, maar nu lijkt die terug. Vooral muzikaal: het lijkt wel Daft Punk met Nederlandstalige teksten. Wartaal grinnikt: ‘Dat ­nemen we op als een compliment.’

Het valt wel op dat het tempo lager ligt dan op de vorige plaat, ‘Ja, natuurlijk’: een nummer als ‘BPM69’ gaat ­radicaal de R&B-toer op.
Faberyayo: (grijnst) ‘We zijn inderdaad wel wat geiler geworden.’
Willie Wartaal: ‘Na de derde plaat, toen de single “Sterrenstof” zo goed scoorde, dachten we: dit popding is leuk, maar nu willen we een moeilijke, duistere plaat maken. Dat werd dan Ja, natuurlijk. En nu hadden we gewoon allemaal erg veel zin om te zingen, dus deden we dat gewoon. Dat is ook zo leuk aan De Jeugd: ik weet zeker dat we nog minstens vijf albums kunnen maken, en dat die allemaal iets volledig anders kunnen zijn.’
Faberyayo: ‘Misschien nemen we voor de volgende wel drie jaar vrij, leren we ­allemaal een instrument, gaan we aan de heroïne en maken we poprock.’
Willie Wartaal: ‘Vet, man! Dan worden we echte muzikanten!’

Zien jullie jezelf nog als hiphoppers?
Faberyayo: ‘We hebben ons nooit zo ­beschouwd. We rapten gewoon op een ­electrobeat, en kregen dat hiphop-etiket pas toen we onze eerste plaat uitbrachten op het hiphoplabel Top Notch. Maar goed, soft­rock zijn we natuurlijk ook niet.’

Er lijkt wel kleinkunst op deze plaat te staan: het fijne ‘Futurophobia’ wordt van A tot Z gezongen, en heeft zelfs een ­geëngageerde tekst over ‘de mensheid die in brand staat’.
Vieze Fur: (schrikt op) ‘Kleinkunst? Ja, ik denk dat ik weet wat je bedoelt. Zoiets stond nog niet op onze vorige albums. Maar als je leeft in een tijd waarin veel gebeurt, lijkt het me wel nodig dat je die tijd ook beschrijft.’
Faberyayo: ‘Bas (Bron, de beatmaker van het viertal, red.) kwam naar me toe en zei: dit is de allerbeste akkoordenprogressie die ik ooit gemaakt heb. Ik was bang om de ­muziek te bezoedelen met iets nikserigs, dus wou ik een tekst maken die bijt. En dat is “Futurophobia” geworden.’

Vergeef ons de binnenkopper: met zulke teksten lijkt De Jeugd volwassen ge­worden.
Willie Wartaal: ‘Tja, ik kan gewoon niet om het nieuws heen. Je gaat er dingen van vinden, en dan wil je daar wat over zeggen. Maar het blijft gewoon een liedje: we zijn geen politieke partij die alles voor je gaat fiksen.’
Faberyayo: ‘Vroeger ging het misschien wat meer over uitgaan en zo, maar we hebben het nog steeds gewoon over dingen die ons bezighouden. En als de muziek uit jezelf komt, maakt het niet uit of het gaat over zo geil zijn dat je op knappen staat, of depressief zijn om de ellende in de wereld. Het blijft oprecht.’

Jullie namen een groot deel van de plaat op in Brussel. Hoe was dat?
Faberyayo: ‘Heel fijn. We zaten met z’n allen in een cocon: niemand die om vijf uur weg moest, gewoon de hele nacht dingetjes opnemen, of brak wakker worden en doorwerken. En wat ook leuk was: af en toe krijg je een egoboost omdat je herkend wordt, maar doorgaans kan je gewoon de tering krijgen omdat de meeste Franstaligen helemaal geen boodschap aan je hebben.’
Vieze Fur: ‘Die plek (Hotel Bloom, red.) was ook sick. We zaten op het bovenste verdiep en konden door grote ramen over heel Brussel kijken. Het park bij de Botanique dat heel netjes was, de vervallen huizen bovenop de heuvel met hun ingezakte daken, de Finance Tower, de hele tijd sirenes (een uitzicht dat ook beschreven wordt in “Ik ben een klootzak”, red.)... Dat zorgde voor een leuke combinatie van tof en grimmig.’
Faberyayo: ‘Dat was ook lekker, want dan trek je gemakkelijker naar elkaar toe. Als we de hele tijd in clubs hadden gezeten waar iedereen in een witte linnen broek zonder boxershort geil had kunnen doen, was er waarschijnlijk nog minder terechtgekomen van de plaat.’

Nederlandstalige hiphop doet het hier erg goed – de twee grootste hits van de zomer waren ‘Banaan’ van Jebroer en ‘Drank & Drugs’ van Lil’ Kleine. Wat heeft Nederlandse rap dat Vlaamse rap niet heeft?
Faberyayo: ‘Geen idee. Wij willen al sinds dag één dat we hier komen dat er ook toffe Belgische rappers heel groot worden, maar dat lijkt niet te lukken. Hoewel: ­Tourist LeMC, dat vind ik echt top. Landelijke hiphop, lijkt het wel. Het klinkt een beetje als Dimitri Verhulst die rapt.’
Willie Wartaal: ‘Dat Vlaams leent zich goed om te rappen. Maar sommigen meten zich toch een Nederlands accent aan. Moeten ze echt niet doen, man!’
Vieze Fur: ‘Of ze proberen erg fanatiek zo veel mogelijk als een hiphopcliché te ­klinken, in plaats van als zichzelf.’

Net dat is de impact van De Jeugd geweest, zegden de Nederlandse rappers Donny en Mr Polska onlangs: jullie hebben Nederland geleerd dat hiphop geen cliché moet zijn. Met resultaat, want de Nederhop bloeit als nooit tevoren.
Vieze Fur: ‘Er was even een dipje, denk ik, maar het afgelopen jaar is het inderdaad exponentieel gegroeid.’
Willie Wartaal: ‘Ik vind het wel tof dat die jongens dat zeggen, maar we waren natuurlijk niet de eersten die iets met Nederlandstalige hiphop deden. Nu ja, die shine ­moeten we gewoon pakken.’ (lacht)

Vooral voor Lil’ Kleine lijkt het hard te gaan. Te laat komen op optredens, gearresteerd worden, koketteren met drank en drugs: dat is de balorigheid die er vroeger bij jullie ook in zat.
Willie Wartaal: ‘Die jongen is vooral een perfect publiciteitskanon: altijd als hij ­ergens komt, is er weer iets. Geweldig!’
Vieze Fur: ‘In het begin zagen wij optreden ook meer als een soort superpakket uitgaan. Gratis drinken, je kan mensen meenemen, en als je honger hebt, gaan ze ook nog even kroketten voor je halen. En dat is je werk! Maar op een gegeven moment moet je naar die volgende versnelling ­schakelen. (denkt) Maar het begin was het leukst, ik ga niet liegen.’

Worden jullie, nu jullie je tiende verjaardag vieren, nostalgisch naar het begin?
Faberyayo: ‘Soms kan ik me gewoon niet voorstellen dat het allemaal gebeurd is.’
Vieze Fur: ‘Ik ben zeker tachtig procent kwijt. Zoals die keer dat Pepijn binnenkwam toen ik in mijn eentje een hotel­kamer met een brandblusser aan het blussen was: blijkbaar stond die kamer niet eens in brand.’

Ook muzikaal lijkt er al weemoed: in De Volkskrant mijmerde Willie Wartaal onlangs dat jullie nooit de impact van het eerste album, ‘Parels voor de zwijnen’, kunnen herhalen.
Willie Wartaal: ‘Als je debuteert als artiest, ga je van nul naar honderd. Als je er op je tweede album nog tien procent bij doet, is dat top, maar het effect is niet hetzelfde. Nu ja, als je één keer zo’n impact kan hebben, is het al lang goed. Verder moet je gewoon toffe shit blijven maken. En als jij ons nu gewoon vijf sterren geeft...’ (lacht)

De jeugd van tegenwoordig, ‘Manon’, (****) is nu uit.