Labels

(Foto: De Standaard)

Deze week huldigde het cultuurcentrum van Dilbeek zijn vernieuwde, geautomatiseerde theatertrekken in. Tot jolijt van theatertechnici, want door het zware hijswerk kampen zij vaak met rugklachten. Maar ook andere cultuurberoepen staan garant voor kwaaltjes. Hoezo, zachte sector? (3 oktober '15)



(Foto: Fred Debrock)
 Sarah Bostoen (30), danseres met knieproblemen 
'De pijn verbijten'

‘Toen ik tijdens een repetitie met dansgezelschap United-C plots pijn in mijn knie voelde, was mijn eerste instinct: gewoon blijven dansen. Ik kon niet anders: ik had nu eenmaal opdrachten voor de boeg en kon die niet afzeggen.’

‘Ik bleek een scheurtje in een van de banden rond mijn meniscus te hebben. Waarschijnlijk waren die minder sterk geworden omdat ik in de periode ervoor vermoeid was. Dan wordt je ­lichaam nu eenmaal zwakker.’

‘Ik heb er uiteindelijk anderhalf jaar last van gehad. Maar ik ben de hele tijd blijven doordansen. De kinesist tapete mijn knie in voor voorstellingen, en ik nam rust als ik kon. Pijnstillers heb ik niet gebruikt – de pijn afvlakken kan gevaarlijk zijn, want dan voel je het niet meer als het écht fout gaat.’

‘De pijn verbijten werd ook aangemoedigd vanuit de sector. Iedereen leefde wel mee, maar die bezorgdheid was snel voorbij. Zorg maar dat je op scène kan staan, en dat we je niet moeten vervangen, was de teneur. Bovendien had ik ook zelf de inkomsten nodig: ik had toen nog geen artiestenstatuut of recht op een uitkering. En bovendien moet je in beeld blijven als danser.’

‘Die blessure is mijn werk wel gaan beïnvloeden. Ik was toen met een eigen creatie bezig, en heb uiteindelijk mijn danstaal aangepast aan die knieproblemen: ik kon niet meer gemakkelijk door mijn knie gaan, dus heb ik bewegingen op de grond bijvoorbeeld gemeden.’

‘Zo’n blessure doet je vooral ­nadenken: wat wil ik nu? Wil ik nog lang doorgaan als danser, of wil ik meer voorstellingen gaan maken? Ik heb eruit geleerd om me niet meer krampachtig vast te houden aan wat ik vroeger kon. Met het ouder worden takelt je lichaam misschien wel af, maar als performer doe je enkel meer ervaring op. Zo was die blessure vooral het begin van een nieuw hoofdstuk.’

(Foto: Fred Debrock)
 Frank Dhaene (59), theatertechnicus met hernia 
‘Cultuurhuizen investeren liever in uitstraling dan in ergonomie’

‘In CC De Schakel in Waregem, waar ik werk, plaatsten we vroeger alle materiaal en decorstukken met behulp van touwen en katrollen. Maar dat was ontzettend belastend werk: soms moesten we per dag tot 750 kilo aan materiaal en tegengewichten in- en uitladen. In Nederland stelde men vast dat theatertechnici maar zelden hun pensioen haalden, dus kozen veel cultuurhuizen daar voor geautomatiseerde trekkensystemen, waarbij motoren het zware tilwerk doen. In België blijft men voorlopig achter.’

‘Zelf liep ik in 1997 een hernia op. Tijdens een verbouwing in de schouwburg, waarbij we de vloer moesten uitbreken met koevoeten, zat ik plots helemaal vast. Dat is natuurlijk een momentopname: het voorspel is het belastende werk dat je dag in, dag uit doet. De tijdsdruk in onze sector is erg groot, en de nachtrust is schaars, dus veel tijd om te herstellen is er nooit.’

‘De remedie? Twee maanden rust en drie maanden revalidatie. Een operatie kon ik gelukkig vermijden, maar je wil niet weten hoe woedend ik was toen ik het nieuws kreeg. Plots vielen al mijn plannen in het water. Nu kan ik dat relativeren. Het gaf me veel tijd om na te denken over de organisatie van het cultuurcentrum. Ik heb bijvoorbeeld een wagentje uitgevonden dat het gemakkelijker maakt om podiumelementen te plaatsen. Later volgden meer initiatieven om de ergonomie te vergroten. Uiteindelijk hebben we ons bestuur ervan overtuigd om voor automatisering te kiezen door hen uit te dagen om twee vaten bier in de nok te hangen. Toen ze met vier man honderd kilo moesten hijsen, zagen ze in op welke primitieve manier wij moesten werken. En dus hebben ze een deel van hun subsidies in die geautomatiseerde trekken geïnvesteerd.’

‘Natuurlijk moet je als technicus ook voor jezelf zorgen. Als er vroeger iets getild moest worden, wou de macho in mij dat altijd alleen doen. Nu ben ik wijzer, en haal ik er iemand bij. Maar die geautomatiseerde trekken maken echt een wereld van verschil: zoals van paard en kar overstappen op de auto. Helaas betwijfel ik of er nog veel cultuurhuizen ons voorbeeld gaan volgen. De timing zit fout: er moet overal bespaard worden op cultuur. En in zo’n klimaat investeert een cultuurhuis liever in uitstraling – comfortabele zetels en een mooie hal – dan in ergonomie voor de technici.’

(Foto: Fred Debrock)
 Wolfgang Heiremans (47), violist met tendinitis 
‘Ik kan nog maximaal tien minuten spelen’

‘Het gebeurde tijdens een concert met De Filharmonie. Plots voelde ik een scherpe pijn: alsof mijn spieren tegen mijn botten schuurden. Het was meteen gedaan met spelen, want ik kon mijn pols niet meer bewegen. Ik trok naar verscheidene dokters, ziekenhuizen en universiteiten, maar overal was het verdict hetzelfde: “Je hebt tendinitis, een chronische peesontsteking.” Dat kan jaren aanslepen voordat het geneest.’

‘Dergelijke blessures waren vroeger taboe in de muzikanten­wereld. Maar toen ik out was, hoorde ik dat veel collega’s gelijkaardige problemen hadden. Die klachten zijn vaak sterk gerelateerd aan instrumenten. Pianisten, trompettisten, hoboïsten... Allemaal hebben ze hun ­eigen kwaaltjes. Tegenwoordig zorgt De Filharmonie wel voor extra omkadering, met een fysio­therapeut die de muzikanten begeleidt.’

‘Zelf probeerde ik enkele maanden lang om te genezen. Ik volgde allerlei therapieën: acupunctuur, acupressuur, kine, osteopathie... Enkel een cortisonekuur heb ik afgewimpeld. Maar echt genezen deed ik niet. Ik had het zelfs moeilijk om een deur te openen. Gevolg: ik zat maandenlang thuis. Intussen werd ik door dokters en specialisten van het kastje naar de muur gestuurd. Na een onderzoek van een jaar is mijn tendinitis uiteindelijk erkend als beroepsziekte. Nu ben ik dus voor een klein percentage invalide.’

‘Eigenlijk heb ik gewoon te veel gespeeld. Ik deed twintig jaar lang 100 à 150 concerten per jaar: op den duur moet je dat fysiek bekopen. Toch heb ik geen spijt van het feit dat ik zoveel gespeeld heb. Muziek is mijn passie, het heeft nooit als beroep aangevoeld. Ik heb wél spijt dat ik niet meer kan spelen. Gelukkig vond ik snel een nieuwe job – ik werk nu als archivaris en opnameleider bij de VRT. Toen ik onlangs een opname bij De Filharmonie moest doen, hebben er tranen gerold.’

‘Ik droom ervan om ooit terug te keren naar De Filharmonie, in welke functie dan ook. Een terugkeer als violist heb ik opgegeven. Ik kan mijn armen en vingers niet meer gebruiken zoals het hoort. Ik kan nog maximaal tien minuten spelen. Bovendien: als je op een bepaald niveau gespeeld hebt en merkt dat het niet meer gaat, beleef je er geen plezier meer aan. Ik heb mijn viool onlangs dan ook verkocht, omdat ik vond dat zo’n instrument bespeeld moet ­worden.’

(Foto: Seb Verhasselt)
 Seb Verhasselt (37), cameraman met dubbele hernia 
'Werken op mijn eigen tempo'

‘Eigenlijk had ik het voelen aankomen. Voor ik begon als ­cameraman, werkte ik als fotograaf. Toen had ik ook al last van mijn rug. Zo’n vier keer per jaar ging ik naar de kinesist voor een kuur van een paar weken, en dat verlichtte de kwaal altijd. Maar toen ik cameraman werd, werd het nog erger.’

‘Je moet weten: zo’n camera weegt gemiddeld vijftien kilo. Toen ik nog voor realityprogramma’s als Temptation island werkte, draaide ik soms weken aan een stuk lange dagen met zo’n ding op één schouder. En dus werden mijn rugklachten gradueel erger. Tot ik op een dag in 2010 niet meer kon stappen, staan, zitten of zelfs ­liggen. Dat was de hel.’

‘Blijkbaar had ik niet één, maar twee hernia’s. Er zat een zenuw in mijn rug gekneld, en die was voor een groot stuk afgestorven. Een specialist zei me dat er niets ­anders op zat dan een operatie. Ze hebben dan de spier wegge­nomen, en mijn wervels terug aan mekaar gezet. Het was een geslaagde operatie, want intussen ben ik alweer aan het werk als cameraman, en heb ik geen rugklachten meer.’

‘Gelukkig komen er geregeld ­nieuwe, lichtere camera’s uit. Dat wordt binnen de sector altijd op gejuich onthaald, want veel cameramannen kampen met rug­problemen.’

‘Zelf let ik nu ook meer op met wat voor werk ik aanneem. Ik ben freelancer geworden, en dat heeft het voordeel dat het werkritme anders is. Maandenlange opdrachten in het buitenland laat ik nu gewoon links liggen: ik kan werken op mijn eigen tempo, en dat is leefbaarder. Als ik voel dat ik deugd zou hebben van een week niet werken, is dat mijn eigen keuze.’