![]() |
| (Foto: concordmonitor) |
Hebt u soms last van
blackouts? Torst u littekens waarvan u de herkomst niet kent? Vielen vreemde
lichtstralen ooit uw kamer binnen? Proficiat: u bent misschien ooit ontvoerd
door aliens. Tenminste, volgens de ufo-spotters in Nevada. Onze man ging op
jacht naar ET, en naar de mensen die hem kennen. (26 september '15)
"Bij Mufon, het Mutual Ufo Network, onderzoeken wij alle meldingen over ufo's die we binnenkrijgen. Dat nemen we erg serieus: we geloven niet meteen dat de getuige ook effectief een ufo zag, want bij 95 procent van de meldingen blijkt er een perfect rationele verklaring te bestaan. We pakken ons onderzoek erg wetenschappelijk aan."
Voor mij in het restaurant van het El Cortez-casino in Las
Vegas zit Donna Carbone, een onopvallende zestigjarige vrouw met een bril die
gemakkelijk voor mijn oma zou kunnen doorgaan. Ik haal opgelucht adem, want
toen ik mijn afspraak plande met de regionaal directeur van Mufon Nevada, wist
ik niet of ik bij een enigszins rationeel persoon zou belanden, dan wel bij een
kierewiete ET-enthousiasteling. Donna lijkt dus in de eerste categorie te
vallen.
Ze is een van de vele ufo-spotters in Nevada, de staat met
het tweede hoogste aantal ufo-sightings
per inwoner. Dat ligt deels aan de mythe rond Area 51, de militaire basis van
de Amerikaanse luchtmacht in de Nevadawoestijn, ten noorden van Las Vegas. Believers euh, believen dat de basis niet alleen gebruikt als testlabo voor de
nieuwe experimentele speeltjes van Uncle Sam, maar ook als buitenverblijfje
voor intelligent buitenaards leven.
Maar er zijn nog andere redenen voor het hoge aantal
ufo-meldingen in Nevada, zegt Donna. "Naast Area 51 hebben we ook nog
Nellis Airforce Base, een testfaciliteit voor drones, McCarran Airport en een
legioen van helikopters dat toeristen dagelijks van en naar de Grand Canyon
vliegt. Kortom: in Nevada hangt er altijd iets in de lucht. En mensen slagen er
niet altijd in om het onderscheid te maken tussen een ufo en een lijnvliegtuig
- als ze iets vreemd in de lucht zien, denken ze meteen aan kleine groene
mannetjes."
Donna werkt al drie jaar bij Mufon, en werd pas onlangs
regionaal directeur. Ze legt met enige trots de behoorlijk meticuleuze onderzoeksprocedure
van Mufon uit. "Eerst laten we de spotter zijn getuigenis opnieuw afleggen,
om te zien of hij exact hetzelfde verhaal doet als de eerste keer. Dan vallen
er al veel door de mand. Nadien gaan we na welk weer het was op de dag van de
melding, welke satellieten er op dat moment over vlogen, en of het
Internationaal Ruimtestation misschien zichtbaar was. Als dat niets oplevert,
neem ik contact op met de luchthavens, en vraag ik of ze op ze op een bepaalde
datum op die bepaalde lengte- en breedtegraad iets in de lucht hadden. En als
ze daar ook alles ontkennen… Dan hebben we al een interessante zaak."
Donna bladert door een lijvige kaft vol foto's. Het blijkt
de grootste verzameling wazige beelden sinds uw zatte nonkel een camera in
handen kreeg op uw trouwfeest, maar op de meeste ervan zweeft er inderdaad iets
vreemds door het zwerk. "Met foto's zijn we extra voorzichtig. We hebben
een team van vrijwillige technologie-experts die de beelden tot op de draad
analyseren. Dat is nodig, want er zijn tegenwoordig veel mensen die zelf een
ruimteschip op een vakantiekiekje photoshoppen om ons in de luren te leggen. Als
je naar de metadata in het bestand kijkt, ontmasker je dat al snel. In andere
gevallen is het 'vreemde licht in de lucht' vaak niets meer dan de reflectie
van de zon op een autovoorruit, en ook dat kunnen onze foto-analisten
ontdekken."
De meldingen waarvan Mufon wél zegt dat het om een onidentificeerbaar
vliegend object gaat - zo'n vijf op honderd dus - staan gebundeld op de website
van de organisatie, die in de hele VS actief is. Maar niet iedereen neemt
ufologie (de studie van ufo's, of wat had u gedacht) even serieus, zucht Donna.
"Het probleem is dat mensen niet altijd rechtstreeks
naar ons komen. Ze stappen eerst naar de media, gooien het nieuws op een blog,
of lanceren hun foto's op sociale media. Dan denkt het publiek: lap, wéér een
ufo-melding. Zeker als ze ook nog eens ongeloofwaardig zijn." Donna's ogen
spuwen plots vuur. "Er is bijvoorbeeld een kerel in Las Vegas die op
sociale media al 6.000 volgers heeft, en elke dag filmjes van zogezegde ufo's
online gooit. Maar het zijn de verdomde helikopters die naar de Grand Canyon
vliegen! Dat maakt me echt kwaad. Zoiets is nefast voor onze credibiliteit als
ufologen."
Donna, huisvrouw van beroep, gaat zelf ook af en toe op
ufo-jacht. Dan trekt ze de woestijn in met een groep andere enthousiastelingen,
om naar de sterren te kijken. Voorlopig zonder succes, maar dat betekent niet
dat ze nog geen 'ervaringen' gehad heeft. "Ik heb drie schepen gezien. De
eerste in 1967, toen ik de was stond op te hangen op mijn balkon. Ik zag een
fel licht, zoals ik er nog nooit één gezien had in mijn leven. Ik riep mijn
man, maar eer die naast mij stond, was het licht al weggeschoten." Hij
geloofde haar niet, zegt Donna. "Maar de volgende dag stonden er in de
krant getuigenissen van andere mensen die het óók gezien hadden." Haar
grijns wordt kamerbreed.
"Vijf jaar geleden zag ik een grote, oranje schijf in
de lucht op 4 juli (de Amerikaanse nationale feestdag, red.). Ze hing eerst
minutenlang onbeweeglijk stil, tot ze plots wegflitste. En een aantal maanden
geleden zag ik op weg naar de apotheek een gigantisch schotelvormig object met
flitsende lichten aan de zijkant, verscholen in een laaghangende wolkenbank.
Die heeft zelfs mijn man gezien," zegt ze met een zelfvoldane glimlach. Om
er zonder blikken of blozen aan toe te voegen: "Maar ik ben nooit ontvoerd,
en ik heb nooit een E.T. gezien. Nóg niet." Wat zei ik ook alweer over
Donna's normaalheid?
Ufo-spotten in de
jaccuzi
Ik wijs Donna erop dat een handvol vage foto's en
getuigenissen een behoorlijk mager rapport is voor iemand die op een
wetenschappelijke aanpak boogt. Maar ze kijkt er nauwelijks van op. "Leg
me dit dan eens uit: hoe komt het dat wij de voorbije jaren zo'n duizelingwekkende
sprongen gemaakt hebben op vlak van technologie? Honderd jaar geleden reden we
nog op paarden. En nu hebben we allemaal een smartphone! Zulke dingen kunnen
niet gewoon het werk zijn van iemand die vanuit zijn garage uitvindertje
speelt."
Voor Donna is het duidelijk: dat onze technologische
vooruitgang met Usain Bolt-schreden vooruit gaat, hebben we te danken aan E.T.
en co. En ook een beetje aan de overheid. "De aliens werken nauw samen met
de alle overheden ter wereld." Ze kruist wijs- en middenvinger. "Ze
zijn very tight. Maar dan vooral met
de onze. Het begon toen Dwight
Eisenhower nog president was. Hij ontmoette de aliens ooit in Area 51. Op dat
moment sloot hij een deal met hen: in ruil voor hun technologie, zou hij hen
toestaan om af en toe mensen te ontvoeren voor 'research'."
De theorie dat de overheid nauw samenwerkte met de aliens
vond zijn oorsprong in de jaren zestig, maar piekte helemaal in de jaren '70,
niet toevallig nadat het Watergateschandaal het geloof in politici verbrijzeld
had. Bovendien boekten zowel de Amerikanen als de Russen toen veel vooruitgang
in de ruimterace, met technologie die men voordien nooit voor mogelijk hadden
gehouden. Het thema kende ook jarenlang een hausse in de popcultuur, met films
als Alien en Close Encounters of the Third Kind, en sciencefictionreeks The X Files. Maar vanaf 2000 ging het
slechter met de ufologie. Referentieblad UFO Magazine ging in 2004 op de fles,
en in 2009 besloot het Amerikaanse ministerie van Defensie zijn bureau voor
UFO-meldingen definitief te sluiten. UFO's werden een 20e-eeuws
fenomeen genoemd, en in het post-9/11-tijdperk keken mensen niet meer naar boven
om ufo's te spotten, maar om te checken of er geen gekaapte vliegtuigen op hen
afstevenden.
Intussen blijkt volgens een studie van National Geographic
nog amper 36 procent van de Amerikanen te geloven in aliens. Maar Donna fronst
haar borstelige wenkbrauwen bij dat cijfer. "Waarschijnlijk zijn het er
meer, maar durven ze er gewoon niet voor uit te komen. En ik denk dat sommigen
het ook niet willen weten, omdat ze er doodsbang voor zijn. Ikzelf ben nooit
bang geweest. Ik heb al erg vaak in mijn achtertuin gestaan, naar de hemel
gekeken en gedacht: als je daarboven bent, kom alsjeblief naar hier, want ik
wil met jullie praten. Maar niets. Ik krijg niets."
Toch verliest ze er het geloof niet bij, ondanks weerwerk
van haar omgeving. "Met non-believers ga ik niet eens in discussie. Omdat
het voor mij duidelijk is: als je een ufo ziet, zal je erin geloven. Het doel
van Mufon is ook niet om mensen te overtuigen. We willen gewoon informatie
aanbieden aan wie die zoekt. Ik heb wel al ondervonden dat als je over ufo's
praat in een groep, er nadien altijd wel iemand is die achteraf naar je toe zal
komen om te zeggen: ik heb iets gelijkaardigs meegemaakt. Intussen tellen we in
Nevada alleen al 240 leden. Voor die mensen zijn onze vergaderingen een veilige
haven. Ergens waar ze kunnen praten zonder dat ze uitgelachen worden."
Matt Baroudi is één van die mensen. Hij is een Ghanese
globetrotter die na omzwervingen in Engeland, Japan en Duitsland in Las Vegas
belandde, waar een zaak runt als tuinarchitect. Onlangs gaf hij nog een lezing
op een Mufoncongres over zijn ervaringen. "Ik heb toen vlot 2,5 uur lang
gepraat over alle paranormale zaken in mijn leven," steekt hij van wal aan
zijn keukentafel, terwijl de rest van zijn gezin in de zetel naar tv kijkt. "Mijn
eerste echte ervaring had ik toen ik zes was. Ik zat op een kostschool in
Engeland, en mijn vrienden en ik maakten een wandeling in de buurt van een bos.
Aan de rand zag ik een vreemde figuur. Maar zodra we naderden, verdween die
razendsnel - ik dacht dat het een heks was. Tot ik jaren later op een
ufologenbijeenkomst een foto zag van een kleine, grijze alien aan een woudrand.
Toen daagde het me plots: die heks was een alien!"
"Ook in Japan en Duitsland zag ik ufo's. Ik zag er hier
eentje vanuit mijn jacuzzi, en toen ik laatst ging kamperen met mijn zoon zag
ik er weer één. Een krachtig, pulserend licht in de lucht. Eerst oranje, dan
groen, blauw, en weer rood. Vijftien minuten lang bleef het op dezelfde plaats
hangen, tot het plots wegschoot. Het was fantastisch."
Matt heeft geen idee waarom de ufo's hem zowat om de oren
fluiten. "Ik wou dat ze het me vertelden. Als ze willen dat ik in een tent
ga leven en de zin van het leven ga verkondigen, wil ik dat gerust gaan doen. Maar
al wat ik nu weet, is wat er met me gebeurd is." Matts familie hoort het
allemaal zwijgend aan. Zijn vrouw en dochter willen niet reageren, maar zijn
zoon Joshua wil het kampeerverhaal wel bevestigen. "Ik heb het licht ook
gezien, ja. Het was inderdaad een surreële ervaring. Of het een alien was, kan
ik niet zeggen. Maar dat het een vliegtuig was, lijkt me sterk."
Wanneer ik Matt vraag of hij bewijzen kent voor het bestaan
van buitenaards leven, komt een bekend verhaal naar boven. "Kijk naar de
sprong die we op vlak van technologie gemaakt hebben in de voorbije vijftig
jaar: ongelooflijk! Zo slim kan een mens gewoon niet zijn. Kijk naar wat we
elkaar en de planeet dagelijks aandoen. Als we echt zó slim waren, zouden we
dat niet doen. Ik weet dat het allemaal nogal fantastisch klinkt - ik heb ook
lang gedacht dat ik gek aan het worden was. Ik begrijp dus dat mensen er niet
in geloven. Maar ik vergelijk het met een aardbeving: de meeste mensen denken
dat de grond solide is. Tot ze een aardbeving meegemaakt hebben. Dan kan je hen
dat niet meer wijs maken."
Toch houdt Matt een slag om de arm. "Als mensen me
binnen een aantal jaar een sluitende verklaring geven voor wat ik meegemaakt
heb - dat alles wat ik zag gewoon geheime overheidstuigen waren, bijvoorbeeld -
zal ik dat zonder morren aanvaarden. Ik zal ook niet teleurgesteld zijn als
blijkt dat aliens niet bestaan. Maar waarom zou ik er, tot die tijd komt, niet
in geloven? Er is zoveel dat we nog niet kennen: er worden om de haverklap
nieuwe sterrenstelsels ontdekt, en we kennen zelfs niet eens alle vissen die in
onze oceanen leven. Waarom zouden aliens dan ook niet kunnen bestaan?"
Zwanger van een alien
Intussen ben ik vastberaden om ook zelf op zoek te gaan naar
zo'n levensveranderende ervaring. Daarom spreek ik af met Miesha Johnston en
Tina Caouette, twee bekende figuren in de ufo-scene van Nevada. Tina
presenteert de nachtelijke radioshow Restricted Airspace, waar ze over het
reilen en zeilen in ufoland bericht. Miesha runt een zelfhulpgroep voor abductees, mensen die ontvoerd zijn door
aliens.
Miesha is zelf ook ervaringsdeskundige, vertelt ze terwijl
ze door een indrukwekkende map vol schetsen van vreemde wezens bladert.
Afbeeldingen van aliens, waarvan ze sommige zelf maakte, en anderen getekend
werden door een medium dat haar onder hypnose haar ervaringen liet beschrijven.
Er zijn 53 verschillende soorten aliens, zegt ze tussen neus en lippen. De
klassiekers zijn de tall whites, de bleke aliens met amandelvormige ogen. Maar
ze stopt eerst bij een klein, harig beestje dat eruit ziet als de Ewoks uit
Star Wars. "Het begon met Beegee's. Dat waren mijn vriendjes in mijn
eenzame jeugd. Ze namen me mee op reisjes, kietelden me, vertelden me dingen
die ze nooit aan iemand anders vertelden. Ze waren mijn vriendjes."
Later kwamen daar nog andere E.T.'s bij. "Op mijn
zestiende merkte ik buiten mijn slaapkamerraam drie kleine hindes op. Ik had
hen al vaak gezien, maar ze waren nog nooit zo dichtbij gekomen. Ze vertelden
me dat ze van in de ruimte kwamen, en dat ze me graag wilden onderzoeken. Het
volgende dat ik me herinner, was dat ik in hun schip zat. De drie herten bleken
drie little greys te zijn, de kleinere broertjes van de tall whites. Ik lag op
een soort tafel, met mijn benen in de lucht, toen ze plots een gynaecologisch
onderzoek afnamen. Zo'n onderzoek was nieuw voor mij, en het voelde alsof ik
verkracht werd. Maar hun leider, de tall white, keek mij diep in de ogen en
communiceerde telepathisch: "We zullen je geen pijn doen. Dit is nodig
voor het onderzoek."
Miesha vertelt het vijftig jaar na de feiten allemaal met de
glimlach, maar wie haar website leest, merkt al snel enkele andere verwijzingen
naar verkrachtingen uit haar leven. Zo beschrijft ze hoe haar vader haar als
kind vaak in de kelder stopte, een plek waar ze erg bang van was, waar het vuil
was, en waar ook gemene aliens zaten. Zijn haar alien-ervaringen misschien een
psychologisch mechanisme om traumatische gebeurtenissen te verdringen.
De Freudmeter gaat pas helemaal in het rood wanneer ze
verduidelijkt wat 'het onderzoek' precies is.' "De aliens wilden hybride
vormen creëren tussen mensen en aliens. Het probleem is namelijk dat zij zelf
niet permanent op onze planeet kunnen leven, omdat ze niet op dezelfde
frequentie vibreren als de aarde. Daarom hopen ze dat hun nazaten een brug
kunnen vormen tussen onze beide werelden." Ik vraag haar of dat geslaagde
experimenten oplevert. Ze knikt, bladert een aantal pagina's verder in haar
kaft, en stopt bij een tekening van een baby met een groene, geschubde huid.
"Dit is mijn kind. Ik heb er nog dertien andere. De tall whites hebben ze
mij getoond toen ik aan boord van hun schip was. Toen werd me veel duidelijk.
In mijn leven heb ik veel miskramen en schijnzwangerschappen gehad. Maar
blijkbaar maken de aliens je eerst zwanger, en nemen ze het kind een aantal
weken later weer weg, om het zelf op te voeden. Ik begrijp dat. De kinderen
kunnen niet opgroeien in onze atmosfeer. Ze moeten eerst sterk worden."
Maar Miesha is geen alleenstaande moeder. "De vader heet
Iyano. Hij is een reptilian, een 2m30 grote, vorstelijk ogende, rechtoplopende
hagedismens. Hij heeft een groene, geschubde huid, en doordringende gele ogen. Hij
bezocht me jarenlang. Er ging zoveel liefde van hem uit dat ik me meteen
comfortabel voelde. Hij leerde me zelfs de galactische taal." Maar wanneer
ik Miesha vraag om me een zinnetje of twee te leren in die taal, blijft ze me
het antwoord schuldig. "Ik kan dat alleen maar spreken als ik
mediteer," zegt ze. "En dat gaat nogal moeilijk in de auto."
Die auto voert ons naar Area 51, de meest beroemde geheime
legerbasis ter wereld. Met een interessant nevenverschijnsel. Zo'n 20 jaar
geleden stortte de mijnindustrie in het stadje Rachel in. Sindsdien begon de
stad zich steeds meer als de ufo-hoofdstad van de wereld te ontwikkelen, door
zijn ligging dichtbij Area 51. De staat herdoopte Highway 375, die langs Rachel
loopt, zelfs tot de 'Extraterrestrial Highway'. Wie die weg kruist, beseft
meteen waarom Nevada zoveel ufo-spotters telt: het gebied is extreem desolaat. Mensen
hebben weinig meer te doen dan naar de hemel te kijken, want op de grond
gebeurt er niet veel. Wanneer de nacht valt, komt daar nog een extra reden bij:
Nevada is een van de minst bebouwde streken van de VS, en dat vertaalt zich in
een enorm laag niveau van lichtvervuiling. Je moet niet eens zoeken naar de
grote beer: hij slaat je gewoon in het gezicht.
Microfoons in de
cactussen
De rit brengt ons naar dé toeristische trekpleister van de
stad: de A'Le'Inn (jawel: dat wordt uitgesproken als 'alien'). Aan de toog van
die onooglijke bar annex tourist trap is menig samenzweringstheorie bedacht -
en menig dollar verdiend. De Inn verkoopt zowat alle alien-merchandise indenkbaar,
van t-shirts over koelkastmagneten met vliegende schotels, tot shotglaasjes met
een Area 51-label. En of het toeristen lokt, zegt Janelle, de knappe jongedame
met de neusring achter de bar. "Het is hier zo afgelegen dat je er vanuit
kan gaan dat iedereen die hier komt, hier is voor de ufo's. Waarom ik zelf in
dit shithole blijf hangen? Omdat ik
hier razend interessante mensen tegenkom. Twee weken geleden was er zelfs nog
iemand die uit de Kaaimaneilanden naar Rachel was gekomen voor Area 51."
Radiopresentatrice Tina blijkt de grote ster in de A'Le'Inn.
Ze wordt meteen herkend door een aantal gasten die haar meteen over hun eigen
ervaringen vertellen. Zowat iedereen in de bar - ook Janelle - vertelt een vaag
verhaal over lichten in de lucht. Maar Tina is sceptisch. "Ik was vroeger
zelf een Mufon-onderzoeker, en weet maar al te goed dat het niet elke keer
prijs is. Tien procent van de mensen kan een ufo op zijn gazon zien landen, en
zal het nog altijd niet geloven. En voor een andere tien procent is elk licht
in de lucht een ufo."
Zelf is Tina twee keer ontvoerd. Al heeft ze daar lang aan
getwijfeld. "Je moet er mee leren omgaan dat mensen je niet geloven. Ik
heb nu eenmaal geen ufo die ik hen kan tonen. Ik heb dan ook vrienden en
familieleden verloren omdat ze dachten dat ik doorgedraaid was. Hell, ik was zelf klaar om me te laten
opnemen in de psychiatrie. Maar ik weet wat ik gezien heb, en wat er daar
buiten is."
Haar bewijs? Jawel: "Kijk maar wat er in de laatste
vijftig jaar met onze telefoons gebeurd is!" Maar Tina kan het nog harder
maken. "Op een nacht in 2009 droomde ik dat ik meegenomen werd naar het
ruimteschip van een tall white. Daar kreeg ik een spuit. Toen ik de volgende
dag wakker werd, zag ik een vreemde rode plek op mijn been. Ik ging naar de
dokter, en die zei meteen: dat ziet eruit alsof je een spuit hebt
gekregen." Plots duwt ze haar knie haast in mijn gezicht. "Tot op de
dag van vandaag heb ik nog altijd dat rode plekje. En weet je, sindsdien ben ik
niet meer ziek geweest. Ze moeten mijn DNA veranderd hebben, of zo."
Intussen denderen we over stoffige wegen naar Area 51. Voor
Tina is het drie maanden geleden dat ze hier was, voor Miesha anderhalf jaar.
"Het is niet gemakkelijk om je te oriënteren in de woestijn," zegt
Tina. "De weg naar de basis is niet aangeduid, en hij vorkt herhaaldelijk.
En je mag echt geen verkeerde baan inslaan. Onlangs was een gids een beetje
onoplettend, en hij had meteen een bataljon SUV's in zijn nek. Nu mag hij drie
jaar niet meer in de buurt van de basis komen."
Dwars over de weg blijken diepe groeven getrokken, waardoor
de auto heen en weer schudt en we omgeven worden door een enorme stofwolk.
"Zo zien ze je vanuit de basis al van kilometers ver komen," legt
Tina uit. "En alles wordt hier opgenomen. Wees maar zeker dat ze op dit
moment je gsm afluisteren en je berichten aan het lezen zijn. Er zitten zelfs
microfoons in de cactussen langs de weg." Wanneer we aankomen bij de poort
- in wezen weinig meer dan een slagboom en een aantal "DANGER - NO TRESPASSING"-borden
zegt Tina dan ook luid dat "gewoon nog eens op bezoek komt", niets
kwaads in de zin heeft, en gewoon wat toeristen rondleidt. Om me vervolgens toe
te fluisteren: "Blijf uit de buurt van de slagboom. Je wil niet dat er plots
een troep navy seals op je nek valt."
Wanneer we terug wegrijden van de poort, blijkt meteen
waarom Tina en Miesha zo argwanend staan tegenover de overheid. Toen Tina in
2011 aan een boek werkte over haar ervaringen, werd ze naar eigen zeggen
klemgereden door twee zwarte jeeps, met militaire types die haar aanmaanden om
het schrijven te staken. Bij Miesha, die in 2000 aan een boek werkte, klinkt
het nog iets dramatischer. "Ik werd ontvoerd naar een ondergrondse
legerbasis, waar drie mannen in een zwart pak me inpeperden dat ik moest
stoppen met schrijven over de band tussen de overheid en de aliens. Ze zeiden
dat het zonde zou zijn mocht er iets gebeuren met mijn kleindochters, en
voegden er dreigend aan toe dat 'beenderen in de woestijn nooit gevonden
worden.' Om hun boodschap helemaal door te drijven, haalden ze er zelfs nog een
reptilian bij. Die keek me diep in de ogen en plantte verschrikkelijke beelden
in mijn hoofd: mijn familie zou aan stukken gereten worden door zwarte ninja's
als ik doorzette met het onderzoek." Het zorgde ervoor dat Miesha stopte
met haar research. "Ik vroeg zelfs aan Iyano om me te helpen al mijn
contacten met aliens te verbreken. Ik liet het hele wereldje jarenlang achter
me. Maar de jongste jaren kriebelt het weer om Iyano en mijn kinderen terug te
zien."
We stoppen opnieuw op een rustigere plek, een heuvel in de
buurt van de basis. We halen enkele campingstoelen boven om samen naar de
sterren te kijken. Tina glimlacht mysterieus. "Om te bewijzen dat de
overheid hier alles in de gaten houdt: wedden dat hier binnen het halfuur een
SUV passeert? Hij zal een honderdtal meter verderop parkeren, met zijn
koplampen in deze richting, en daar een kwartiertje blijven staan. Dat is de
manier waarop de overheid je laat weten: no
funny business."
Ik wuif het weg als paranoïde gebazel - een mens kan maar
zoveel samenzweringstheorieën aan per dag - maar ik schrik me kapot als er
inderdaad een witte SUV aan de andere kant van de heuvel komt staan. In de twee
uur dat we naar het gitzwarte firmament staten, komt het monstervehikel drie
keer terug - één keer rijdt hij op een meter of twintig ons voorbij, met
gierende banden.
Net voor we willen opkramen, springt Tina plots recht.
"Kijk, daar is iets!" Zowel Miesha als ik volgen haar laserpointer,
en zien een klein, knipperend groen lichtje. "Dat is geen
helikopter," stelt Miesha meteen vast. "Daarvoor heeft het niet de
juiste lichten." Tina pikt meteen in. "En het is hier restricted airspace, dus een commerciële
vlucht kan het ook niet zijn. En kijk eens, het lijkt in de lucht te blijven
hangen!" De ufo-jagers kijken naar elkaar, en kijken naar mij. Het licht
gaat weer door, en verdwijnt uiteindelijk uit het zicht. Zou het…?
