![]() |
| (Foto: De Standaard) |
‘Je leert muziek spelen door naar muziek te luisteren’, zegt centrale gast Geoffrey Burton al vroeg in de eerste aflevering van Off the record. Ziedaar ook meteen de insteek van de nieuwe achtdelige reeks muziekdocumentaires op Canvas, waarin muzikanten honderduit mogen vertellen over de platen die hen muzikaal hebben gevormd, geïnspireerd of veranderd. (29 september '15)
Het concept is zo oud als de straat – als je de tong van een nukkige muzikant los wil maken, laat je hem best praten over andere muziek – maar in Off the record stoort dat niet. Met dank aan het vakmanschap van de makers, die eerder al scoorden met het onvolprezen Belpop, maar ook aan het opzet zelf: mensen die vol begeestering over hun passies praten, dat is altijd interessant kijkvoer.
En dat Burton, die naam maakte als gitaarwonder bij Arno, Daan, Hong Kong Dong, Iggy Pop en nog een dozijn anderen, gepassioneerd is, staat buiten kijf. Zijn salon wordt overheerst door een indrukwekkende wandkast vol vinyl en cd’s, en bij de albums die hij tevoorschijn tovert valt steevast één ding op: het gaat vaker over de muziek zelf dan over de daaraan verbonden verhalen. Manu Dibango’s Soul makossa? Geen nostalgische trip naar de concerten waar hij met zijn ouders naartoe trok, maar een ode aan gedisciplineerde ritmesecties. Iggy Pops Zombie birdhouse? Geen straffe tourverhalen, maar wel het inzicht dat gitaren niet altijd als gitaren moeten klinken.
Natuurlijk probeert Off the record ook de naald in de groeven van Burtons ziel te leggen. Zo had de Gentenaar ten tijde van de opname pas de vinylcollectie van zijn overleden vader geërfd – de doos staat nog gewoon voor de platenkast, wachtend op een herbestemming – maar klef wordt het nooit.
Geen egodocument
De makers lijken er zich van bewust dat de grote kracht van Off the record is dat je door ervaren ogen naar klassiekers uit de muziekgeschiedenis kan kijken: Burton legt kundig en ongedwongen uit waarom Lou Reeds gammele gitaarspel op Street hassle zo opmerkelijk is, en waarom de baslijnen van Prince op Sign ‘o’ the times zo spannend klinken.
Dat lukt bij uitstek wanneer Burton zijn eigen studio in trekt, om een aantal van zijn invloeden met wat gitaargeram te illustreren. Maar goed ook, want dat zorgt – naast de archiefbeelden – toch voor enige beweging in wat anders een vrij statische docu zou worden. Off the record mag dan wel grossieren in de creatieve camerastandpunten, uiteindelijk zijn er maar zoveel manieren om een muzikant die naar een lp kijkt in beeld te brengen.
Het belooft veel goeds voor de komende afleveringen. Daarbij valt op dat Off the record het aantal gevestigde waarden als Marie Daulne (Zap Mama) en Alex Callier (Hooverphonic) beperkt, en kiest voor gasten die tot op zekere hoogte wel een Belpop verdienen maar er nog geen kregen. Omdat ze nog te jong zijn (Lefto, Trixie Whitley) of omdat ze te ver onder de radar vliegen (Burton, Pascal Deweze). Off the record lijkt eigenlijk een omgekeerde Belpop, die op hun maat gesneden is: in plaats van veel mensen die over één artiest praten, praat één artiest over veel mensen. Op die manier krijg je een staalkaart van iemands muzikale invloeden, zonder dat het ooit overvloeit in een egodocument. Het is op een andere manier kijken naar muzikanten – zowel naar de Belgische voor de camera, als naar de internationale op plaat. Zoals een muziekdocumentaire hoort te zijn.
‘Off the record’, elke maandag om 21.10 uur op Canvas (herhaling op dinsdag om 19.05 uur)
