![]() |
| (Foto: De Standaard) |
Kapitein Winokio helpt uw kinderen al een decennium lang muzikaal en spelenderwijs leren. Met ‘ABC, zing maar mee’ wil hij hen ook de liefde voor taal bijbrengen. (26 september '15)
Na een drukke zomertournee transformeert kindertroubadour Kapitein Winokio altijd heel even terug in Winok Seresia (42). ‘Twee weken maar. Dan gooi ik al mijn zeemansuniformen bij de vuile was, scheer ik mijn baard af, en trek ik er stiekem tussenuit.’
De kapitein moet zijn batterijen opladen, want met een nieuwe cd en theatertournee heeft hij nog flink wat werk voor de scheepsboeg. ‘Toch wil ik het rustiger aan doen. Omdat ik er niet jonger op word, maar ook omdat het ritme waarin ik werk – drie cd’s, boeken en tachtig shows per jaar – wel erg hoog ligt, en ik dit graag nog lang wil blijven doen. Na fase één, waarin het pompen was om naam te verwerven, is het nu tijd voor fase twee. En daar kijk ik enorm naar uit.’
Fase twee van Kapitein Winokio is eigenlijk fase drie van Winoks leven. Voor hij de kapiteinspet opzette, was Seresia, die jazz studeerde aan het conservatorium, vooral op zoek naar zichzelf. ‘Liefst van al wou ik Bob Dylan zijn, en lange epistels schrijven over gesneuvelde soldaten. Maar daarvoor bleek mijn schrijftalent te beperkt: ik schreef toen eigenlijk al kinderliedjes.’
En dus werd de Bob Dylan-wannabe le nouveau Nonkel Bob. ‘Ik ben enorm vereerd met die vergelijking. Hij heeft een hele generatie Vlaamse muzikanten, zoals Bart Peeters en Luc De Vos, gitaar leren spelen. Maar mijn generatie had meer aan Ome Willem, de Muppet show en Sesamstraat.’
Buikgevoel
Op ABC, zing maar mee kiest Winokio eigenlijk voor een Sesamstraat-klassieker: hij leert kinderen het alfabet kennen. Dat doet hij met 26 korte, eenvoudige liedjes, telkens tjokvol woorden met die specifieke letter. ‘Maar de muziek die ik maak, kan geen vervanging voor het leren zelf zijn’, zegt Seresia. ‘Ik ben geen leerkracht en beweer dat ook niet te zijn. Ik wil gewoon zorgen voor soundtracks bij het leren. Ik ga daarvoor ook niet te rade bij pedagogen – mijn buikgevoel heeft me nog nooit in de steek gelaten.’
Dat buikgevoel deed hem ook kiezen voor het alfabet. ‘Ik vond leren lezen zelf een magische ervaring. Er zijn van die grote aha-momenten in ons leven – de eerste keer verliefd worden, met iemand naar bed gaan… Bij mij was dat: hé, ik kan lezen.’
Die alfabetkapstok beperkt natuurlijk de tekstuele mogelijkheden, maar Seresia trekt zich met verve uit de slag. Nu eens maakt hij een personage van de letter, dan weer zorgt hij voor een dichterlijke woordenstorm. ‘Een vogel in de lucht/ vliegt ver weg van hier/ schrijf een V op je blad/ je hebt een vogel op papier’ klinkt het in het vrolijke walsje ‘V’. ‘Ik ben geen groots schrijver’, zegt Seresia, die zichzelf een bierkaartcomponist noemt. ‘Ik denk niet te lang na over een liedje. Daarom haalde ik er Frank Vander linden bij, die een groot deel van de teksten en muziek op ABC voor zijn rekening nam.’
Muzikaal trekt Winokio wel de trukendoos open. ‘A’ klinkt als een onvervalste Beatles-song, ‘B’ krijgt een reggaevibe mee en ‘E’ kan zo in een jazzclub terecht. ‘Ik wil het muzikale blikveld van kinderen zo ver mogelijk openbreken, want ik geloof niet dat kinderen enkel reageren op heel simpele nummers. De basisregels van de kindermuziek – een goed beeld, een eenvoudige melodie en een duidelijke stem – zitten ook in alle grote hits, van de Macarena tot Stromae. Als je onze teksten vervangt door diepzinnige Engelstalige teksten, blijven ze ongetwijfeld ook overeind.’ Het lijkt te kloppen: ‘W’, geschreven door Vander linden, zou met tekst en al op een album van De Mens kunnen.
Verkleutering
Winokio maakt er een punt van dat hij kinderen niet wil onderschatten. Net dat is volgens pedagogen de grote kracht van auteurs als Roald Dahl of Annie MG Schmidt: ze verkleuteren niet. ‘Natuurlijk weten kinderen niet waarover we zingen als het in “Q” over quantummechanica gaat. Maar ik heb er alle vertrouwen in dat, als je het niveau hoog houdt, het kind zich daaraan kan optrekken. Want waarom speelt een kind games? Om uitgedaagd te worden!’
Die theorie hanteert Seresia ook op economisch vlak. ‘Het verschil tussen commercieel en platcommercieel zit in hoe je de kinderen benadert. Ik heb het gevoel dat veel speelgoed bijvoorbeeld niet gaat om de kracht van een kind, maar vooral om de portemonnee van de ouders.’
Nochtans begint ook Kapitein Winokio de tekenen van een franchise te tonen. Naast cd’s, boeken en concertreeksen zijn er ook dvd’s, een tv-reeks en onlangs trok het Vlaams Audiovisueel Fonds zelfs 12.500 euro scenariosteun uit voor een Kapitein Winokio-film. Is het een kwestie van tijd voor er K3-gewijs ook Winokio-rugzakken komen? ‘Onze corebusiness blijft muziek. Maar ik wil zeker meewerken aan dingen die in een gezin nodig zijn. Een vriend ontwikkelde bijvoorbeeld een soort buggy op een skateboard. Maar toen onlangs een tandpastamerk een gezamenlijke campagne voorstelde, zei ik neen. We hebben het ernstig overwogen omdat we de boodschap heel belangrijk vonden, maar die tandpasta bleek vol chemische stoffen te zitten, terwijl wij bio belangrijk vinden. Misschien kan Kapitein Winokio zo wel het kinderwaardelabel van de toekomst worden?’
Zelf blijft Seresia kinderloos. ‘Maar ik heb nu ook een rijk leven: ik sta mij als 42-jarige nog compleet belachelijk te maken met een kapiteinspet op een podium. Ik hoop dat kinderen daardoor beseffen dat niet alles altijd serieus moet zijn. En dat hen dat stimuleert om hun dromen te volgen.’
Kapitein Winokio, ‘ABC, zing maar mee’ (***) is nu uit
