![]() |
| (Foto: De Standaard) |
Hoe ontlok je R.E.M.-zanger Michael Stipe een welgemeende fuck you? Door een van zijn songs ongevraagd te gebruiken in een politieke context! Stipe was er deze week niet over te spreken dat de Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump ‘It’s the end of the world’ had gebruikt in zijn campagne. En het is verre van de eerste keer dat politici en popmuzikanten daarover clashen. (12 september '15)
De weerslag
Toen Donald Trump in juni zijn kandidatuur voor het presidentschap aankondigde, deed hij dat op de tonen van ‘Rockin’ in the free world’ van Neil Young. Young – nota bene een Canadees – vroeg de Republikein meteen om zijn muziek niet meer te gebruiken, en draaide het mes nog wat dieper in de wonde door zijn steun uit te spreken voor Democratisch kandidaat Bernie Sanders – die het nummer sindsdien vrolijk gebruikt.
Politici die campagnemuziek kiezen, verzuimen vaak toestemming van de artiesten te vragen. Ze gaan ervan uit dat het achteraf misschien een aantal boze tweets oplevert, maar dat die niet opwegen tegen een menigte motiveren met de juiste soundtrack. Als de muzikant nadien echter zijn expliciete steun verleent aan een rivaal, wordt het natuurlijk een stuk pijnlijker. Toen George W. Bush in 2000 herhaaldelijk en zonder toestemming ‘I won’t back down’ van Tom Petty gebruikte tijdens zijn campagne, zorgde Petty er bijvoorbeeld voor dat het in Bush’ gezicht ontplofte, door het nummer in een privéconcert bij zijn rivaal Al Gore te spelen.
De grootste zondaar
De man die de meeste problemen had om aan een deftige campagnesong te raken, was John McCain. De Republikein had het tijdens zijn presidentscampagne in 2008 al niet onder de markt tegen Barack Obama, en op de koop toe leek elke muzikale zet faliekant uit te draaien. John Mellencamp (‘Our country’, ‘Pink house’), Jackson Browne (‘Running on empty’), Orleans (‘Still the one’) en Van Halen (‘Right now’): allemaal vroegen ze vriendelijk maar met aandrang om hun nummers met rust te laten.
Toen McCain ‘Barracuda’ van Heart gebruikte, kondigde gitarist Roger Fisher zelfs aan de royalty’s te schenken aan de Obama-campagne, en ook Abba – nochtans de lievelingsgroep van McCain – bezorgde McCain een dwangbevel toen hij ‘Take a chance on me’ gebruikte.
McCain probeerde het dan maar met ‘My hero’ van Foo Fighters, een weinig subtiele verwijzing naar zijn verleden als krijgsgevangene. Maar ook dat deed zijn campagneteam zonder eerst frontman Dave Grohl – bovendien een notoir Obama-supporter – te raadplegen. ‘Erg frustrerend’, verzuchtte die in een open brief, ‘dat iemand die zogezegd voor het Amerikaanse volk spreekt zo weinig respect toont voor creativiteit en intellectuele eigendom.’
De misbegrepene
Het klassieke voorbeeld van de politicus die de bal misslaat, is Ronald Reagan. Tijdens zijn herverkiezingscampagne in 1984 probeerde de Republikeinse president een graantje mee te pikken van het succes van ‘Born in the USA’, de zevende plaat van Bruce Springsteen. Bij een campagnestop in Springsteens thuisstaat New Jersey zwaaide Reagan met lof naar ‘een man die zoveel jonge Amerikanen bewonderen’, en vooral naar ‘de boodschap van hoop’ in Springsteens nummers. Een adviseur van Reagan vroeg The Boss zelfs om titeltrack ‘Born in the USA’ te mogen gebruiken.
Springsteen wees die uitgestoken hand echter expliciet af. Wie zich niet laat verblinden door de euforische toon en patriottisch ogende titel merkt immers meteen dat het geen nummer is over hoop, maar de schreeuw van een Vietnamveteraan die zich verlaten voelt.
Ook U2’s ‘Beautiful day’ was vaak in hetzelfde bedje ziek. Onder meer Tony Blair en Steve Stevaert dweepten met het nummer, waarin Bono jubelend klinkt, maar wel ‘you’re on the road, but you’ve got no destination’ zingt. Niet bepaald de meest hoopvolle boodschap voor een partij. Maar soms blijkt de inhoud ondergeschikt als de uitbundigheid past bij de confetti van de overwinning.
De passe-partout
Een opvallende uitzondering op de heibel tussen pop en politiek is ‘Only in America’ van countryduo Brooks & Dunn. Dat nummer luisterde sinds 2001 al campagnebijeenkomsten op voor zowel de Republikeinen George W. Bush, Newt Gingrich en Mitt Romney, als voor de Democraten Barack Obama en John Kerry. Dat kandidaten van beide partijen zich wagen aan eenzelfde nummer is op zich al behoorlijk ongewoon, en dat de muzikanten in kwestie zich daar niet over uitspreken, is dat zo mogelijk nog meer. Zo schopte Sting bijvoorbeeld keet toen George W. Bush zijn nummer ‘Brand new day’ gebruikte tijdens zijn campagne in 2000, omdat de Brit ‘geen kant wou kiezen in de Amerikaanse politiek’, maar liet hij rivaal Al Gore wel begaan toen die de song begon te spelen.
Waarom ‘Only in America’ dan toch de partijgrenzen overstijgt? Vermoedelijk omdat de tekst de VS vrij vaag omschrijft als ‘where we dream as big as we want to, dreaming in red, white and blue’ – probeer daar maar eens omheen te fietsen, als politicus. Maar ook omdat Brooks & Dunn bewust beslisten hun song te laten gebruiken. Als de royalty’s zo rijkelijk op je hoofd neer dwarrelen, trekt enkel een dwaas zijn paraplu open.
De Belgen
Ons land heeft nog steeds een achterstand op de Angelsaksische wereld als het op het gebruik van muziek in campagnes aankomt. Naast een aantal carnavaleske situaties op familiedagen – denk aan CD&V die van ‘Céé, Déé en Véé’ doet op de tonen van YMCA – blijkt enkel dEUS enige populariteit te genieten. Zowel Open VLD (‘Suds & soda’) als SP.A (‘Little arithmetics’) voerden een song van Barman en co. op bij partijaangelegenheden. Enkel toen het Vlaams Belang ‘What we talk about’ gebruikte in een campagnefilmpje, ging dEUS steigeren. Maar zelfs dat passeerde zonder veel rumoer.
Dat was anders bij ‘Happiness (The Magician remix)’ van Sam Sparro. Dat nummer werd gedraaid toen N-VA-voorzitter Bart De Wever binnenkwam in de Zuiderkroon, waar zijn partij de overwinning van de gemeenteraadsverkiezingen in 2012 vierde. De Brusselse dj The Magician – die de remix had gemaakt – kroop meteen in zijn toetsenbord om te verduidelijken dat ‘niemand vooraf gevraagd had om dat nummer te mogen gebruiken’. En of de N-VA dus in het vervolg ‘die ploat af’ kon zetten.
