![]() |
| (Foto: Kris Van Exel) |
Een aspirant-rockzanger en een
schlagerkoningin raken geïnspireerd door mekaars levenswijze en groeien -
enigszins getroebleerd - naar mekaar toe. Ziedaar de plot van feelgoodprent
'Lee & Cindy C.', de debuutfilm van regisseur en scenarist Stany Crets. Die
wordt neergesabeld door de pers, maar dat zal Crets worst wezen. "Aan de
recensenten: get a life!" (10 juli '15)
We treffen Stany Crets (50) in zijn lommerrijke
buitenverblijf in de Rupelstreek, te midden van een hittegolf. Geen weer om
naar de film te gaan, maar toch speelt Crets' debuut, 'Lee & Cindy C.',
dezer dagen in de zalen. "Ik vrees echt dat geen kat zal komen kijken, als
het zo mooi weer blijft. Maar goed, het was een berekend risico om in de zomer
uit te komen. In het najaar verschijnen wel acht of negen Vlaamse films. We
moesten dus kiezen: begeven we ons daartussen, en wordt het een slachting? Of
gaan we naar de zomer, waar we alleen zijn? Dat was natuurlijk buiten dit
klimaat gerekend."
Toch laat Crets het in deze oase van rust, een
wildernis van speeltuigen en halfvergane bootjes, niet aan zijn hart komen.
Zijn vrouw Ann Van den Broeck (Cindy C.), die samen met Bert 'Bram uit Thuis'
Verbeke (Lee) de show steelt in de prent, speelt met Crets' drie kinderen de tuin, terwijl
Crets fulmineert over zijn schapen. "Enorm domme beesten zijn het. Kijk,
dit kamp van gevlochten takken heb ik gemaakt met de kinderen. Allez, vóór de
kinderen - ze hebben vooral staan kijken. Nu hebben mijn schapen dat ook al
vernietigd!" Maar we
gaan het eerst hebben over iets anders dat niet zo lief was: de
krantenrecensies van 'Lee & Cindy C.'.
STANY CRETS: (blaast) "Ik weet dat 'de betere filmpers' de film totaal niet genegen is.
Maar als ik toen ik aan het script begon in een envelop had gestoken welke
media 'Lee & Cindy C.' niet goed zouden vinden, was mijn prognose perfect
uitgekomen. Zo voorspelbaar is het allemaal wel. Bij de mensen voor wie de film
bedoeld is - het gewone publiek, niet de cinefielen - krijg ik wél heel goeie
reacties. Dan denk ik: oef, ik was toch niet mis."
En dan lap je die recensies aan je laars?
"Och, ik probeer die vooral niet te lezen. Ik
vang wel eens iets op, maar dat is het dan ook. In recensies kan je alles uit
de context rukken. Maar weet je, ze doen maar. Het kan me geen hol schelen. Er
zal niet minder volk naar mijn film komen kijken door slechte recensies, want bijna niemand in
Vlaanderen leest recensies. Zo simpel is het." (lacht)
In De Standaard klonk het zo: 'het is
onvergeeflijk als een regisseur zijn eigen personages uitlacht. Crets lijkt
neer te kijken op zowel het rock- als het schlagermilieu.'
"Dan is dat pure moedwil. Want je kán die
film niet zien als denigrerend voor een genre. Integendeel! Hij gaat net over
die vooroordelen. Blijkbaar komen sommige mensen met oogkleppen kijken: die
Crets, dat is die van 'Debby & Nancy', die ook populaire musicals maakte
als 'Spamalot' en 'Assepoester: het tamelijk ware verhaal'. Die gaat toch niet
denken dat hij ook film aan kan, zeker? Dat klinkt door in al die recensies.
Echt waar: get a life."
Smaakpolitie
Waarom wou je voor deze film het rock- en
schlagergenre laten botsen?
"Het gaat minder om het contrast tussen de genres,
en meer over hokjesdenken. In Vlaanderen kom je dat al gauw tegen: mensen die
in het zogenaamd betere, gesubsidieerde theater spelen, kijken neer op
soapacteurs of musicalacteurs. In ons kleine apenland krijg je meteen een
etiket opgeplakt bij het begin van je carrière, en je raakt daar simpelweg niet
meer vanaf. Eens een soapacteur, altijd een soapacteur. Ik krijg daar zo het
vliegend schijt van! Terwijl er in de rest van de wereld genoeg grote acteurs
zijn die begonnen zijn in een of andere Australische soap. Of neem nu Hugh
Jackman: die speelt in 'Wolverine' én in musicals. Maar niemand noemt hem
consequent 'musicalacteur Hugh Jackman', toch?"
"Maar hier mag dat dus niet. Jammer, want als
ik iets maak, werk ik graag samen met verschillende soorten mensen. Voor 'Lee
& Cindy C.' heb ik niet enkel mensen gevraagd die al vijf films op hun CV
hebben: ik wou gewoon mensen die geschikt waren voor de rol. Of fijne mensen
die ik dan geschikt zou maken voor de rol." (lacht)
Toch valt het op: een groot deel van je cast heeft
een musicalverleden.
"Tja, die mannen worden nooit gevraagd voor
traditionele films - zelfs niet voor castings. En ik weet dat ze het kunnen,
dus ik dacht: ik pak ze mee."
"Ik heb het zelf ook ooit meegemaakt (eind
jaren '90 verliet Crets de prestigieuze Blauwe Maandag Compagnie voor VTM,
red.). Dan merk je hoe graag mensen je carrière naar hun hand zetten. Als je
vanuit het gesubsidieerde theater plots meespeelt in een Plopfilm, stort hun
beeld in elkaar. Vade retro satanas! (lacht) Daarmee teken je in de ogen van
bepaalde mensen een soort doodsvonnis."
Je loopt niet meer zo hoog op met 'hoge cultuur'?
"Je wordt gewoon vaak teleurgesteld. Wat dat
betreft ben ik een simpele mens: laat mij lachen, of laat mij huilen. Maar ik
wil geen geweten geschopt worden door theater of film. Dat doet de actualiteit
al genoeg. Het idee dat kunst de maatschappij kan redden: ik wil het wel nog
zien gebeuren. Ik vrees dat dat helaas niet waar is."
"Soms
vraag ik het me wel af. Moet ik niet terug iets anders
gaan maken dan populaire dingen voor een groot publiek? Ik weet het niet. Ik
vind het nuttig om veel mensen een fijne tijd te laten beleven. Ik wil gewoon
lachende mensen in mijn zaal."
Nemen sommige artiesten zichzelf te serieus?
"Er zijn er wel. Maar op een bepaald moment
is dat ook niet verwonderlijk. Als je gans je carrière wordt gepamperd en
betutteld door een bepaald soort pers en je zwemt in de subsidies… Maar goed:
als het toch zo fantastisch is, zorg er dan voor dat het doorbreekt naar een
groot publiek. Vaak lijkt een klein publiek zelfs een waardemeter: 'de mensen
zijn weggelopen uit de zaal, dus we hebben ze gechoqueerd'. Ja, of misschien
was het gewoon heel slecht, hé."
Vind je het frustrerend dat enkel highbrowcultuur
gesubsidieerd wordt? Jouw Theater Publiek, dat mikte op populair toneel, werd
opgedoekt omdat het zonder overheidsgeld kwam te zitten.
"Dat we naast subsidies zouden grijpen, had
ik op voorhand ook in een envelopje kunnen steken, hoor. Maar het is een
kwestie van smaak, en van de smaakpolitie. Terwijl: als je vindt dat theater en
beeldende kunst belangrijk zijn voor het volk, zorg dan ook dat mensen
ernaartoe komen. Subsidieer je volk met theatercheques en museumcheques, laat
ze er zich mee amuseren!"
Dan kunnen gezelschappen wel niet meer op voorhand
investeren in producties.
"Ja, dat is ook weer waar. Maar nu wordt
enkel een bepaald segment bediend, en moet de rest het op zijn eentje rooien,
omdat het zogezegd commercieel is."
Voor 'Lee & Cindy C.', toch een zuivere
feelgoodfilm, kreeg je wel steun van het Vlaams Audiovisueel Fonds. Een film
als 'Frits & Freddy' kon daarnaar fluiten.
"Subsidies losweken voor zo'n brede,
commerciële liefdesfilm was natuurlijk ook niet evident. Maar ons dossier heeft
hen blijkbaar toch overtuigd - geen idee wat uiteindelijk de doorslag gegeven
heeft." (lacht)
Twee minuten Terminator
Voor de meeste rollen had je al toen je het
scenario schreef een acteur in je hoofd. Enkel de rol van rocker Lee - die
uiteindelijk naar Bert Verbeke ging - vergde een zoektocht. Zijn er zo weinig
rock-'n-rollacteurs in Vlaanderen?
"Neen, voor die rol zochten we gewoon een
zeldzaam pakket. Die man moest kunnen zingen, gitaar spelen, acteren, en er nog
goed uit zien ook. Bovendien moet je het ook kunnen geloven als hij naast Ann
staat. Er was een andere kanshebber voor de rol die erg goed was, maar hij zag
er erg jong uit: in combinatie met Ann ontstond er een raar soort pedofiele
verhouding tussen een cougar en een zestienjarige. Dus hebben we toch maar voor
Bert gekozen." (lacht)
Hij moest je wel haast stalken om een kans op de
auditie, zei hij onlangs in dit blad. Wat schrikte je af aan hem?
"Ach, acteurs overdrijven graag. Hij heeft me
maar twee sms'jes moeten sturen voor ik reageerde. (lacht) Ik weet niet wat me
afschrikte: ik zag het gewoon niet. Misschien speelde het wel een rol dat ik
hem te veel zag als 'Bram uit Thuis'. Ik weet het, ik pleit schuldig aan de
vooroordelen waar deze film over gaat. Maar hij mocht wel naar de casting
komen!"
Verbeke speelt met een Gents accent, terwijl de
rest van de cast met een Antwerpse tongval speelt. Plots waren er ook scènes
aan de zee - ik had op den duur geen flauw idee meer waar de film zich nu
precies afspeelde.
"Ik wou het ook niet vastplakken op een stad
of dorp. Maar dat is een euvel waar ik zelf ook last van heb in Vlaamse films.
Dan is de vader van Gent, de moeder van Limburg, en praat de zoon Kempisch.
Maar hier kan je niet anders. In de VS krijgt elke acteur een dialectcoach,
hier moet je roeien met de riemen die je hebt."
"Dat zal elke scenarist kunnen beamen: op
papier is de wereld groot genoeg. Je kan een vliegtuigcrash in je script
zetten, maar als je gaat draaien, zal je dat vliegtuig toch op een economische
manier moeten laten crashen. Want geloof mij: het budget van 'Lee & Cindy
C.', dat is twee minuten in de nieuwe 'Terminator'." (lacht)
Er zitten nog wel meer dingetjes in de film die
afleiden - op een bepaald moment knipoog je naar 'Loft' met een opschrift boven
een bed…
"Ik hou wel van dat soort easter eggs. Vlak
voor we begonnen te filmen dacht ik: hé, hier ligt nog een stift. Laat ons iets
op die muur schrijven!"
…maar ik werd plots teruggeflitst naar de
realiteit: juist, ik zit naar een film te kijken.
"Ah. Tja, dan had ik het misschien niet
moeten doen. (lacht) Voor mij is dat gewoon een cadeautje voor die ene mens die
in de zaal zit en dat opmerkt. Maar het draagt inderdaad niet echt bij tot het
verhaal."
Ben je voor je debuutfilm eigenlijk te rade gegaan
bij meer ervaren regisseurs?
"Ik heb in de aanloop naar de draaiperiode
nauw samengewerkt met producent Peter Boeckaert, maar zodra we op de set
kwamen, is niemand zich komen moeien. Frank Van Mechelen, de regisseur van
'Groenten uit Balen', zei me ooit: 'Stany, dat regisseren is niet zo moeilijk.
Zo verschillend is het niet van theater en televisie, dus gewoon doen.' Ik heb
dat altijd onmiddellijk geloofd." (lacht)
Een opmerking die in wel meer recensies gemaakt
werd: Bert en Ann zijn de enige twee acteurs die genuanceerd spelen. Nathalie
Meskens, Rik Verheye en andere Nico Sturms doen aan genadeloze overacting. Is
dat een bewuste keuze?
"Vind jij dat genadeloos? Ik niet. Als je
kijkt naar andere romcoms, zal je ook merken dat de protagonisten van het
liefdesverhaaltje de enige normale mensen zijn. De rest moet de boel afkruiden.
Moesten al die personages 'realistisch' spelen, zou het maar een flauwe film
geweest zijn."
In de aankondiging noemde je de film 'geen zuivere
romcom', 'geen pure satire' en 'af en toe een drama'. Dat is gevarieerd, maar
leunt ook dicht aan bij 'noch mossel, noch vis'.
"Ik heb nogal graag dat alles door elkaar
loopt. Die stempel zet ik vaak op dingen. Sommige mensen willen graag een
houvast, en verkiezen dan ook een film die in zo'n hokje past. Ik kan me dus
voorstellen dat sommige mensen verloren lopen in het bos. En ik geef ze geen
zaklamp mee, dat klopt."
Zelf stuiter je ook van de ene activiteit naar de
andere. Vind je het saai om lang hetzelfde te doen?
"Ik verveel me nogal snel, ja. Kijk maar naar
wat ik vroeger met Peter Van den Begin deed: dat is allemaal vrij snel
geaborteerd. 'Raf & Ronny' had waarschijnlijk twintig jaar kunnen lopen,
maar wij waren dat na één seizoen al beu. We wilden een andere visuele stijl,
we zijn harder beginnen spelen… Zo teken je je eigen doodsvonnis,
natuurlijk." (lacht)
"Ik doe gewoon graag verschillende dingen.
Het volgende op mijn programma is de Winterrevue in Antwerpen. Sommigen vinden
dat een rare wending, maar ik ga me echt keigoed amuseren."
Van een gerenommeerd theatergezelschap naar
achtereenvolgens cult-tv, primetimetelevisie, musicals, een feelgoodfilm en nu
een revue: sommigen zouden dat omschrijven als een afdeling in de zeven cirkels
van de hel.
"Maar na de revue ga ik opera regisseren, dus
dan klopt het niet meer, hé? (lacht) Je kan het ook anders bekijken: ik begon
bij een obscuur theatergezelschap, en bereik nu steeds meer mensen. Da's ook
aangenaam."
Is na de opera de cirkel rond, en ga je terug naar
het theater en de televisie? Of blijf je nog even in de filmwereld hangen?
"Ik wil zeker nog films maken. Ik heb nu al
een verhaal gevonden dat ik graag zou willen verfilmen. Het is een roman, maar
ik ga wel zelf het scenario schrijven - ik denk dat ik het moeilijk zou hebben
om een scenario van iemand anders te verfilmen. Bij mij moet het allemaal een
beetje samenvallen, denk ik."
Jago's en Judassen
Keuzes maken is een van de belangrijkste thema's
van de film. Of het nu ingaan is tegen vrienden of afwijken van het pad dat je
naar succes leidde. Heb je in jouw leven dergelijke kruispunten meegemaakt?
"Voortdurend. Er zijn momenten dat je ergens
voor kiest, terwijl je omgeving zegt: zot, dat mag je niet doen. Maar de
onrustige ziel in mij maakt dat ik niet ter plaatse wil blijven trappelen. Ik
wil altijd even gaan kijken of het gras niet effectief groener is aan de
overkant. Zelfs al waarschuwen mensen mij: daar is enkel een vulkanisch
landschap. Dan nog denk ik: spijtig, maar ik ga toch eens kijken."
Wil je omgeving je koers vaak bijsturen?
"Als mensen dicht in je buurt zeggen: die
beslissing maakt je een slecht mens, dan denk je daar wel over na. (grijnst)
Maar van de rest trek je je natuurlijk geen ballen aan. (lacht) Ann zegt
bijvoorbeeld vaak: gij doet toch uw rotte goesting. En ik vind dat… Een
compliment. Dat gebeurt wel vaker, dat mensen dingen tegen mij zeggen die ze
niet als compliment bedoelen, maar die ik toch zo opvat. Dat is misschien wat
er in heel mijn leven mis gaat." (lacht)
Bert Verbeke maakte een gelijkaardige keuze door
zijn comfortabele rol in 'Thuis' op te geven om zijn eigen pad te zoeken.
"Inderdaad. Ik vind dat ook heel nobel. En op
een onderbewust niveau is dat misschien wel waarom ik voor Bert koos voor die
rol. Het is erg moedig om je eigen pad te kiezen als je geen vooruitzichten
hebt die je bankrekening even goed spijzen als meespelen in 'Thuis'."
Was het niet vreemd om zo'n lange zoektocht te
ondernemen naar een acteur die perfect bij je vrouw zou passen voor een
liefdesverhaal?
(lacht) "Dat is de kat bij de melk zetten,
hé. Maar goed, als je in deze branche zit, weet je dat zulke dingen gebeuren.
En ik ben nogal zelfzeker op dat vlak."
Ik meende toch een beetje Stany Crets te bespeuren
in de verhaallijn: Cindy's manager is kleiner dan haar, en hij vindt dat
frustrerend.
"En ik ook, wil je zeggen? Ik ben even groot
als Ann, hoor. (lacht) Maar die hakken, hé, die verduivelde hakken. Dat heb ik
inderdaad wel gemeen met de manager uit de film: ik word ook zo'n kleine
pitbull die frustratie haalt uit het feit dat hij kleiner is dan zijn vrouw. Ik
heb ook al gezegd: schat, moet je nu écht die hakken aandoen? Maar goed, ik heb
er geen trauma's aan overgehouden."
Klopt het dat Ann voor jou een soort muze is?
"Dat is heel raar, maar eigenlijk is dat wel
zo."
Voor de muzelozen onder ons: hoe werkt dat?
"We zijn beginnen samenwerken nadat zij me
gevraagd had om haar soloshow te regisseren. En dan merk je dat je niet alleen
op persoonlijk vlak raakpunten hebt, maar dat het ook professioneel fijn is om
samen te werken. Hoe zij zingt, dat kan mij zeer ontroeren. Het inspireert me
ook. En nu is het fijn om samen op ons terras te werken aan een project. Dan
bedenken we samen: wat zouden we allemaal kunnen doen?"
Was Peter Van den Begin vroeger je muze?
"Wij waren mekaars muze, denk ik. (lacht) Die
dynamiek was toch anders. Wij waren echt wel een duo, hoewel we dat dikwijls
niet wilden geweten hebben. Maar Ann en ik gaan niet samen op toneel staan om
dingen te doen. Ik maak eerder dingen vóór haar."
In 2011 berichtte de gespecialiseerde pers
uitgebreid over je huwelijk dat na vijf jaar op de klippen liep, omdat je een
relatie was begonnen met Ann. Ook Cindy C. ligt in de clinch met de boekskes.
Heb je uit die episode elementen kunnen gebruiken voor je film?
"Tja, de boekskes. Ik kan daar hetzelfde
interview aan geven als aan jou. Maar toch lees je dat en denk je: what the
fuck went wrong? Je kan rammelen met de waarheid om meer te verkopen, en dat is
wat ook in de film gebeurt. Maar goed, op een bepaald moment zegt de journalist
in de film: pers en artiesten moeten elkaar steunen. Dat is gewoon zo. Je kan
daar tegen fulmineren, maar dat helpt niet, vroeg of laat heb je iets te
promoten. Je hebt ze nodig, anders besta je niet. Maar het is natuurlijk de hel
als ze beginnen rommelen in je privéleven."
"Het ergste is: je weet nooit waar die
verhalen vandaan komen. Je weet wel dat het uit je omgeving moet komen, en dan
begin je je af te vragen: wie? Je wordt paranoïde en kwaad, maar je kan die
woede niet kanaliseren naar iemand. Dat zijn verschrikkelijke dagen. Misschien is
het iemand waarmee je hebt samengewerkt, of iemand die je niet aannam bij een
auditie, je weet het niet. (stilte) Erg hoor, als je merkt dat er Jago's en
Judassen in je omgeving rondlopen."
Genoeg golden boy
Het slotnummer van de film is een Vlaamse cover
van 'There will be no next time' van The Kids: 'We zien wel als we daar zijn'.
Dat is zowat jouw credo aan het worden, lijkt het.
Ik maak niet graag langetermijnplannen. Ik vind
dat heel beknottend. Ik wil ook niet weten wat ik binnen vijf jaar aan het doen
zal zijn - het interesseert me niet. Ik gooi me liever in een avontuur, waarbij
ik dan zeg: we zien dan wel."
"Het leven is betrekkelijk kort, hé. Het is
maar een korreltje zand in de woestijn van de eeuwigheid. Het is niks, nul,
noppes. Dan kan je met heel veel dingen rekening gaan houden, maar je kan ook
gewoon keihard je leven leiden, zonder dat je per se een doel moet hebben. Want
voor je het weet, loop je onder een tram, en daar gaan je plannen. Ik denk daar
vrij regelmatig over na. Zeker als mijn klein mannen vragen: wat is de wereld,
wat is het heelal, waar stopt dat allemaal? Dan denk ik: hm, die vraag moet ik
mezelf ook nog eens stellen." (lacht)
"Laatst waren we in Barcelona. Dan loopt er
ineens heel veel volk rond u en dacht ik: my god, zie ze hier lopen, de
mensheid. We zijn met fucking veel. En dan begon ik me plots af te vragen wat
de bedoeling is van het leven. Dat overvalt me altijd in massa's. Dan denk ik:
who cares dat ik een film maak? Laat staan wat een recensent daarover denkt? Dan
sta je aan een ijskraam te kijken naar twintig bakken ijs, en begin je stomweg
te twijfelen! Ik heb dan gewoon de knoop doorgehakt: doe maar die en die. Dat
was keilekker!" (lacht)
Is die 'we zien wel'-houding al eens fout
uitgedraaid?
"Eigenlijk niet. Af en toe loop je natuurlijk
tegen de muur, maar ik heb de neiging om dan gewoon terug een aanloopje te
nemen en keihard dóór de muur te gaan. Liever dat dan gaan liggen en je wonden
likken. Ik wil nu geen concrete dingen noemen, maar vaak gebeurt dat in privésituaties.
Dat je denkt: nu ben ik zó ongelukkig, wil ik nog wel een week zo depressief
rondlopen? Dan zocht ik naar manieren om daar keihard uit te breken. Vaak kon
ik die negatieve energie dan op een of andere manier ombouwen tot een
gewelddadige agressieve positieve energie in mijn werk. Zo lukt het ook."
Kan je, nu je 50 bent, al van iets zeggen: dáár
ben ik het best in?
(denkt na) "Neen, dat kan ik niet. Voor
sommige mensen ben ik op mijn best als schrijver van toneelstukken, anderen
vonden 'Debby & Nancy' geweldig, maar zelf zou ik het niet kunnen zeggen.
(roept zijn zoon) Jack? Wat kan papa het best?" (De kleine denkt lang na
en prevelt dan: 'ik weet het niet') Voilà, kijk."
Voel je nog prestatiedruk bij de projecten die je
in gang steekt?
"Meer dan ooit. In die zin dat je weet dat
als je je kop boven het maaiveld uit steekt, ze meer dan ooit klaar staan om
die met een zeer scherpe zeis af te hakken. Dan denk je: bon, wat voor shit
krijg ik deze keer naar mijn kop. Maar dat went. Dat zorgt er vooral voor dat
je je nog meer bewust bent van wat je maakt."
"Vroeger deed ik evenveel carrément mijn
goesting als nu. Toen zei iedereen: wow, de golden boy doet weer iets
geweldigs. Nu hebben mensen zoiets van: het is wel goed geweest met die golden
boy. Dat mag niet meer. Tja, je weet dat je in het oog wordt gehouden. Neem nu
Twitter, de schiettent bij uitstek. Ik herinner me nog toen Kiekens op tv kwam:
dat programma was pas begonnen, en er werd al duchtig rond geschoten op
Twitter. Ik dacht meteen: we zijn nog geen halve minuut bezig, maar we zijn
dood."
Dat heb je natuurlijk niet in de cinemazaal.
"Nee, inderdaad. Wie daar zijn kaartje
gekocht heeft, zit anderhalf uur binnen. Dikke pech!" (lacht)
