Labels

(Foto: Filip Naudts)

Met veertien seizoenen profvoetbal en meer dan 300 wedstrijden onder de riem laat Birger Maertens het hoogste voetbalniveau achter zich. Hij ruilt de Stille Kempen van KVC Westerlo voor KVK Westhoek, vierde klasse en een terugkeer naar de heimat. "Het is mooi geweest." (5 juni '15)


Zelden was de cirkel van een voetbalcarrière ronder dan die van Birger Maertens (34). Veertien jaar geleden maakte hij in het blauw-zwart van zijn jeugdploeg Club Brugge zijn debuut in de hoogste klasse van het Belgisch voetbal, tegen Westerlo. Hij bleef zeven seizoenen bij Club, waar hij in 2005 deel uitmaakte van de laatste Clublichting die kampioen speelde, vooraleer hij in 2008 verkaste naar het Nederlandse Heracles Almelo. Vier jaar later keerde hij terug naar het vaderland, bij datzelfde Westerlo waartegen hij ooit debuteerde. En in maart speelde Bicky tijdens de laatste wedstrijd van de reguliere competitie zijn laatste wedstrijd op het hoogste niveau… Tegen Club Brugge.

"Je kan het zo mooi niet bedenken," zegt Maertens nu. "Bij die wedstrijd hadden de Clubsupporters een spandoek voor mij gemaakt: 'twee titels, drie bekers, en alle harten van de supporters: bedankt Birger Maertens'. Dat vond ik prachtig. Binnenkort krijg ik dat spandoek zelfs, en dan hang ik het hier achteraan in de tuin."

Het moge duidelijk zijn: Maertens' hart slaat blauw-zwart. De centrale verdediger klaagde dan ook niet echt dat hij de voor Westerlo overbodige play-offs miste door een hielblessure, want dat gaf hem ruim de tijd om de titelstrijd van Club Brugge van dichtbij te volgen. Al was dat niet altijd evident: volgens zijn vriendin Annelies was het "niet te doen hoe zenuwachtig Birger de laatste weken rondliep."

Ben je zó onhebbelijk als je supportert, Birger?
BIRGER MAERTENS: (knikt heftig) "Dat is heel vreemd, eigenlijk. Nadat ik Brugge verliet voor Heracles, heb ik een tijdje minder fanatiek gesupporterd. Maar de laatste jaren ben ik weer niet meer om aan te spreken als Club verliest. Ik heb zelfs meer stress als ik naar een wedstrijd kijk dan wanneer ik er zelf één speel. Toen AA Gent op de voorlaatste speeldag de titel pakte en Club met lege handen achter bleef, zat ik thuis op tv naar de wedstrijd te kijken. Ik kan je verzekeren: toen zijn er een paar pantoffels naar de tv gevlogen."

Hoe heb je die eindstrijd beleefd?
"Tja, ik had het natuurlijk liever anders zien uitdraaien. Maar op basis van de playoffs moet je vaststellen dat Gent de terechte kampioen is. En Brugge zit in de voorrondes van de Champions League: dat is toch een mooie troostprijs, naast de beker en de kwartfinale van de Europa League."

Toch is het een harde noot om kraken, na zo lang aan de leiding gestaan te hebben. Waar liep het mis?
"Ik denk dat Club het slachtoffer is geworden van zijn eigen succes. Ze hebben de meeste wedstrijden gespeeld van alle ploegen in Europa, en zelfs 17 meer dan AA Gent. Maar goed, dat is voetbal. Je kan het nu eenmaal niet maken om één competitie te laten schieten."

Volgend seizoen wordt de druk natuurlijk nog groter om de titel te pakken. Maar dan heeft Club volgens Marc Degryse wel een kwaliteitsinjectie nodig.
"Club kan alleszins een killer gebruiken, zoals ze er een paar jaar geleden eentje hadden lopen met Carlos Bacca, die nu de pannen van het dak speelt bij FC Sevilla. Iemand die makkelijk doelpunten maakt, want zowel Tom De Sutter als Obbi Oulare hebben te weinig gescoord in de playoffs. Ze hebben nu net Diaby gekocht van Rijsel, die begin dit seizoen bij Moeskroen speelde. Ik speelde nog tegen met Westerlo: het is wel een goeie, maar hij zal zich moeten aanpassen aan een topclub. En verder wordt het vooral bang afwachten wat er gebeurt met Thomas Meunier en Matt Ryan: als die twee weggaan, zal Club zich serieus moeten versterken."

 Met Inzaghi in de kleedkamer 

Hoe komt het eigenlijk dat Club Brugge tien jaar lang naast de titel greep?
"Ik weet het ook niet. Dat je tot op het laatste meedoet en dat het alsnog fout loopt - zoals nu het geval was - dat kan altijd eens gebeuren. Maar tien jaar lang niets… Er is gewoon te veel gewisseld van trainer in die periode. Nu eens een trainer voor een half jaar, dan weer eentje voor een paar maanden… Dat kan nooit tot standvastigheid leiden. Trond Sollied zat er wél vijf jaar, en kijk wat die bereikte: we speelden twee keer kampioen, werden drie keer tweede, speelden twee keer Champions League en pakten twee keer de beker op drie finales."

Het lijkt voor de hand te liggen, maar: is Sollied de speciaalste trainer waarmee je werkte?
"Gertjan Verbeeck, mijn coach bij Heracles, was ook een fenomeen. De trainingsarbeid die hij ons oplegde, dat was niet te doen. Maar Trond was wel apart. De meeste coaches hameren fel op discipline en regels, met bijvoorbeeld boetes voor laatkomers. Maar Sollied, die zei gewoon: om tien uur begint de training, zie dat je dan op het veld staat. Meer regels had hij niet, maar dat lukte. Veel lag natuurlijk ook aan de spelersgroep waarmee hij werkte, met mannen als Timmy Simons, Peter Vander Heyden, Philippe Clement, Gert Verheyen… wij stonden er ook altijd als hij zei dat we er moesten staan. Dat typeerde die kampioenenploegen: wij waren allemaal mentaliteitsvoetballers. We hadden geen toptalenten als Witsel of Fellaini in onze ploeg, maar we liepen over van karakter."
   "Bij andere ploegen heb ik er meer zien morsen met hun talent. Bij Heracles speelde ik bijvoorbeeld nog samen met de Kameroener Willie Overtoom. Een ongelooflijk straffe voetballer. Wat die met een bal kon! Maar begin dit seizoen zakte hij compleet door het ijs bij Zulte-Waregem. Hetzelfde verhaal bij Samuel Armenteros: een geweldige voetballer bij Heracles, maar compleet mislukt bij Anderlecht. Vreemd, eigenlijk."

Terwijl jij nu je op je 34e je schoenen aan de haak hangt, doet Simons op zijn 38e nog steeds mee voor de prijzen. Verbaast je dat?
"Nee hoor. Dat zag je vroeger al: de mentaliteit die hij toonde, de overgave om fit te zijn… Timmy is op en top professioneel. Hij heeft een carrière om duimen en vingers bij af te likken, en hij lijkt alleen maar beter te worden. Ik heb echt enorm veel respect voor Timmy. Bij de laatste wedstrijd met Westerlo tegen Brugge heb ik zelfs van shirtje gewisseld met hem."

Je hebt intussen al een indrukwekkende verzameling shirts, vooral van tijdens je Europese avonturen met Club.
"Ach ja. Op het moment zelf sta je daar niet bij stil: je wisselt die truitjes, steekt ze in je sportzak, en laat ze thuis wassen. Misschien komt er nog wel een moment waarop ik ze allemaal ga uitstallen, maar voorlopig zitten ze nog allemaal in een plastic zak."

Hoe groot is je verzameling nu eigenlijk?
(Vriendin Annelies komt aandraven met een grote plastic zak vol truitjes) "Behoorlijk groot, zoals je ziet. Ik heb Kluivert van Barcelona, Seedorf en Inzaghi van AC Milan, Makaay en Ismaël van Bayern Munchen, Cannavaro van Juventus, Mido Hossam van Tottenham... Toch allemaal mensen met een grote naam, die alleen maar op het hoogste niveau gevoetbald hebben. En Timmy Simons, natuurlijk." (lacht)

Vroeg je die truitjeswissels dan al aan tijdens de match - kwestie van spelers uit hun concentratie te brengen bij corners?
"Neen, ik vroeg dat altijd pas na de wedstrijd. Toen we 0-1 gaan winnen waren op Milan, ben ik bijvoorbeeld op Filippo Inzaghi afgestapt. Ik dacht: die gaat mij nooit zijn truitje willen geven, want die heeft hier net tegen een ploegske als Brugge verloren. Maar dat was geen probleem, ik moest maar in de kleedkamer binnenspringen. Ik dacht dat hij aan het zeveren was, maar toen ik de kleedkamer passeerde, riep hij me effectief om mij zijn truitje te geven. Dat was toch een speciaal moment. Maar goed, dat is verleden tijd. Soms vraagt mijn zoontje Naguy er nog wel eens naar, maar het is niet dat ik hier 's avonds zelf die truitjes zit te bekijken. "

Zijn er eigenlijk ooit spelers specifiek om het truitje van de illustere Birger Maertens komen vragen?
"Wel ja: na de interland tegen Spanje in 2005 (Maertens verzamelde in zijn carrière twee caps voor de Rode Duivels, red.), kwam Joaquin (nu bij Fiorentina, red.) recht op mij af, om mijn truitje te vragen. Maar dat bleek weinig met mij te maken te hebben: hij verzamelde gewoon van elke ploeg het nummer zeventien." (lacht)

 Achtervolgd door Anderlecht 

Dat jij nu nog steeds zo verslingerd bent aan Club Brugge, is eigenlijk geen wonder. Naar verluidt waren bij jouw ouders zelfs de gordijnen en de wc-bril in clubkleuren. Dat begint op indoctrinatie te lijken.
'Alles had bij ons wel een blauwe toets, ja. Mijn ouders zijn nu eenmaal grote Clubfans: ze hebben in 1978 nog de Europacupfinale tussen Liverpool en Brugge meegemaakt op Wembley. Dan wordt die liefde je met de paplepel ingegoten. Zelfs wanneer we mekaar nu bellen, is het eerste dat we bespreken altijd of Club gewonnen heeft of niet. Mijn broer en ik danken onze namen zelfs aan Club: hij aan Kurt Axelsson, ik aan Birger Jensen. Dan kan je wel zeggen dat het diep zat, hé."

Wanneer is Birger eigenlijk 'Bicky' geworden, je bijnaam in de voetbalwereld? Was je zo verslingerd aan hamburgers?
(lacht) "Dat is de schuld van Johan Gerets (zoon van ex-Clubtrainer Erik Gerets, red.). Die speelde samen met mij en Birger Van de Ven bij de beloften van Club Brugge, en hij vond dat er een manier moest zijn om mij en de andere Birger uit elkaar te kunnen houden. En dus is hij mij Bicky beginnen noemen. Dat had niets met hamburgers te maken - het was gewoon een verzinsel van Johan. Ik had er niet echt een probleem mee, maar mijn moeder hoorde het niet graag. Zij had mij vernoemd naar Birger Jensen, en aan de naam van een clubicoon mocht niet geprutst worden."

Die clubliefde haalde je in je begindagen bij Club al snel de toorn van de Anderlechtsupporters op de hals, toen je in een interview zei dat je paars-wit haatte.
"Tja, dat was niet echt slim, natuurlijk. (lacht) Als je jong bent en je hart lucht, trap je al eens op een paar tenen. Niet lang nadien ging ik op uitnodiging van een vriend naar de oefenmatch Knokke-Anderlecht kijken. Ik was pas opgedaagd, of een groep Anderlechtsupporters stormde joelend op mij af. Dus moest ik het ook op een rennen zetten, hé. Maar goed, dat hoort erbij, zeker?"

Ik weet niet of achtervolgd worden door een meute rivaliserende supporters in de jobomschrijving staat, Birger.
"Ja, geestig was dat natuurlijk niet - het was alleszins een erg grote groep. Maar ik ben gewoon zo snel mogelijk naar mijn auto gelopen en weggereden. Het is nooit tot een handgemeen gekomen of zo."

En nu sta je zelf gewoon terug tussen de Bruggesupporters.
"Ik probeer inderdaad zo veel mogelijk wedstrijden in het stadion mee te pikken, en dan kan ik niet vermijden dat ik me helemaal laat gaan. Tijdens de Europa Leaguewedstrijd tegen Besiktas was dat wel riskant: er bleken een paar Turken in ons vak te staan die consequent begonnen te juichen toen die mannen in de aanval waren. Dan heb ik hen toch duidelijk gemaakt dat ze zich beter wat zouden inhouden." (lacht)

 Suarez in de achterzak 

Je debuteerde in 2001 als 21-jarige bij Club. Als we de vtm-reeks Spitsbroers mogen geloven, gaat zo'n debuut gepaard met van de ene decadente party in de andere verzeilen. Tijd om uit de biecht te klappen: was dat voor de jonge Birger Maertens anders?
(lacht) "Ik ben ook wel eens op stap geweest, maar het is niet dat ik pakweg in de Carré woonde - ik ben daar misschien drie keer binnengeweest. Ik vind Spitsbroers een geweldig programma, maar ik denk wel dat het een beetje overdreven is. Er zijn natuurlijk altijd wel mannen die het bont maken…"

Maar bij Brugge doken er dus geen Playboymodellen op in de jacuzzi?
"Dat denk ik niet. Of ik heb ze toch niet gezien. (grijnst) In de reeks zie je ook hoe de spelers de buschauffeur geld geven om hen allemaal naar een party te brengen, maar dat was bij ons ook niet aan de orde."

Waren jullie dan zó braaf?
"Als wij op stap gingen, regelden we gewoon zelf onze taxi. Het enige moeilijke was onder het oog van de trainers uit komen als we bijvoorbeeld op afzondering gingen. Maar hoe dat in zijn werk ging, ga ik nu natuurlijk niet uitleggen." (lacht)

Komaan, Birger. Trond Sollied kan je nu niet meer schorsen.
"Wel ja, we deden dan bijvoorbeeld onze training aan over onze gewone kleren, en gingen één voor één naar buiten voor 'een avondwandeling'. Buiten stopten we al die trainingspakken dan in een plastic zak, en sprongen we de taxi in. Dat had succes, want we zijn nooit betrapt. Maar de volgende dag waren we wel altijd paraat op training!"

En nu leer je de jonkies bij Westerlo de truken van de foor. De laatste weken leek je collega-verdediger Kenneth Schuermans onder je vleugels te nemen.
"Tja, die jongen komt van 2e provinciale en staat plots in de ploeg. Dan probeer je die een beetje op sleeptouw te nemen, hé. Hij heeft even een moeilijke periode gehad met een paar rode kaarten, maar ik denk dat hij intussen wel geleerd heeft uit zijn fouten."

Jij was natuurlijk perfect geplaatst om hem raad te geven, ervaringsdeskundige zijnde.
(grijnst) "Bij mij was het nog net iets erger. Ik kreeg ooit drie rode kaarten in veertien dagen. Thuis tegen Stuttgart, voor truitje trek op iemand die alleen op doel af ging. Meteen daarna: rood en penalty op Sint-Truiden. En de week erop rood voor natrappen op Anderlecht."

Je vergeet nog de flater tegen Lokomitiv Moskou, waar je op een besneeuwd veld over de bal trapte en zo de kans op de tweede ronde van de Champions League verspeelde.
"In die periode heb ik heel diep gezeten. Ik heb zelfs even aan stoppen gedacht, tot mijn toenmalige vrouw mij tot de orde riep en zei dat ik dringend normaal moest gaan doen. Maar van Sollied ben ik altijd het vertrouwen blijven krijgen, en dat heeft me er bovenop geholpen. Daar ben ik hen echt dankbaar voor. Want dat is de enige remedie voor zo'n zware periode: gewoon doordoen."

Besefte je op het moment dat je op het kampioenenbal speelde met Brugge ten volle dat dat het hoogtepunt van je carrière zou worden? Van daar ging het naar Heracles en Westerlo - al bij al mooie, maar bescheiden clubs.
"Neen, totaal niet. Ik wist niet eens waar Almelo lag. Die rit alleen al: dat was 370 kilometer, en dat blééf maar duren. En toen ik daar aankwam, zag ik enkel een open vlakte met zand liggen. Ik dacht: hé, heb ik nu bij een strandvoetbalploeg getekend? Maar ze waren het kunstgrasveld nog aan het aanleggen." (lacht)
   "En toch heb ik daar getekend. Omdat ik in mijn laatste seizoen bij Brugge niet de beste verstandhouding had met coach Jacky Matthijssen, en nog nauwelijks aan spelen toe kwam. Bovendien gaf Heracles me echt een goed gevoel. Tijdens mijn twee weken bedenktijd belden ze wel honderd keer om naar mijn beslissing te vragen. Dan weetje toch dat ze je echt willen. Ik heb ook nooit spijt gehad van die transfer: ik had er succes (Maertens werd in 2009 door Voetbal International tot 8e beste speler van Nederland verkozen, red.), heb er het plezier in voetbal teruggevonden, de Nederlandse speelstijl ontdekt, tegen topclubs als PSV of Feyenoord en topspelers als Luis Suarez kunnen spelen… Bij mijn ouders hangt er zelfs nog een foto aan de muur waarop ik in duel ben met Suarez, toen hij nog bij Ajax speelde. Als je die dan nu naast Lionel Messi ziet voetballen bij Barcelona…"

Dan denk je fier: die heb ik nog in mijn achterzak gestoken.
(schatert) Dat nu ook weer niet. Maar enfin, ik heb er toch tegen gespeeld."

Bij KVK Westhoek kom je volgend seizoen spelers van een ander kaliber tegen. Hoe ben je daar eigenlijk terecht gekomen?
"Dat is raar gelopen. De dochter van de trainer van Westhoek zit bij Naguy op school. Op een keer stond haar grootvader naast mij aan de schoolpoort. Ik vertelde hem dat ik besloten had om te stoppen, hij speelde dat door aan zijn zoon, en die heeft me dan meteen gebeld: of ik mijn carrière niet bij Westhoek wou afsluiten. Dat leek me wel fijn, want op die manier kan ik ook dichter bij huis nog voetballen. Op enig niveau zelfs, want Westhoek doet mee voor promotie in vierde klasse. Ik kijk er dus wel naar uit."
   "Maar uiteindelijk verlaat ik Westerlo om dezelfde reden als ik destijds Heracles verliet: omdat ik heimwee had. Naar België, en vooral naar dichter bij Naguy zijn. Hij is nu tien jaar, en vanaf zijn derde heb ik hem eigenlijk nauwelijks zien opgroeien, wat hij woonde altijd in Oostende. Nu ik 34 ben, is het tijd om voor hem te kiezen. Fysiek ben ik misschien nog niet opgebrand, maar mentaal was het vat leeg: ik kon me niet meer elke dag opladen voor de training."

Nu kan je naar zijn trainingen gaan kijken: Naguy speelt sinds dit jaar bij de jeugd van Club.
"Brugge trok al een jaar of drie aan zijn mouw om daar te komen voetballen. Het eerste jaar vond ik het te vroeg, vorig jaar wou Naguy zelf liever bij zijn vriendjes in Oostende blijven, maar nu waagde hij toch de sprong. Het belangrijkste blijft natuurlijk dat hij zich amuseert - en hij heeft nog een lange weg te gaan."

Misschien kan je hem daar ooit bij helpen, want je liet al eerder vallen dat je graag jeugdcoach zou worden bij Club. Zoek je nog een job, of kan je nu al rentenieren van je voetballerscenten?
(lacht) "Ik heb wel goed gespaard, maar toen ik bij een topclub speelde, waren het nog niet de gouden financiële jaren die we nu kennen. Ik zoek dus nog iets, maar ik weet nog niet wat precies. Dus bij deze, als mensen nog iets in de aanbieding hebben… (lacht) Natuurlijk zou ik liefst in de voetballerij blijven, want ik kan niets anders. Maar er zijn veel mensen die dat willen, hé, en het is niet omdat ik zo lang bij Brugge gespeeld heb dat ik daar zomaar kan binnen wandelen. Ik ga alleszins een trainerscursus volgen in september, en dan zien we wel. Wie weet kan ik ooit nog Naguy coachen?"
Dan wordt de cirkel zo mogelijk nog ronder. Bedankt!