Labels


250.000. Zoveel vluchtelingen zouden volgens voorzichtige voorspellingen dit jaar de oversteek wagen van het felgeplaagde Afrika naar Europa. Vlaams Belangtandem Tom Van Grieken en Gerolf Annemans trok hen tegemoet: zij zetten koers naar Lampedusa, de poort van het Avondland. Met Onze Man - en een resem clichés - in hun zog. "We moeten van ons hart een steen maken." (21 mei '15)


We treffen Tom Van Grieken en Gerolf Annemans op Zaventem. De voorzitter en het Europarlementslid van Vlaams Belang hadden P-Magazine uitgenodigd om samen met hen poolshoogte te gaan nemen in Lampedusa, het lieflijke eiland voor de kust van Sicilië dat dezer dagen, net als de rest van Italië, met hallucinante immigratiecijfers moet afrekenen.

In 2014 verwerkte de laars nog 170.000 bootvluchtelingen - een bonte mix van politieke vluchtelingen en economische gelukzoekers die de door hongersnoden en gewapende conflicten geteisterde gebieden in Afrika en het Midden-Oosten maar wat graag willen ruilen voor asiel in Europa. Maar dit jaar zou de toestroom nog groter zijn: ruim 50.000 vluchtelingen waagden al de helse tocht over de Middellandse Zee. Men verwacht er nog 200.000, gedreven door de sinistere opmars van Islamitische Staat.

Die cijfers baren de VB'ers zorgen, te meer omdat de Europese Commissie werkt aan een spreidingsplan waarbij de lidstaten verplicht een contingent vluchtelingen zouden moeten opvangen. Daardoor zouden de vluchtelingen rechtstreeks van Lampedusa naar onder andere Belgische asielcentra verkassen. "En dat is niet houdbaar," zegt Van Grieken. "We kunnen nu al niet volgen met de immigratie. De golf gelukszoekers die eraan komt, kunnen we dus helemaal niet aan. En we denken ook niet dat onze visie na dit bezoek zal veranderen," klinkt het resoluut op de luchthaven. Waarom ze dan toch naar Lampedusa trekken? "Om de Vlaming te tonen dat dit geen ver-van-ons-bed-show is."

Noblesse oblige: op Palermo wordt de VB-delegatie (met ook ondervoorzitter en voormalig Europees parlementslid Philip Claeys) ontvangen door Maria Rosa Trio, de viceprefect van Palermo. Zij coördineert de vluchtelingenopvang in de 17 Siciliaanse asielhuizen, en troont ons in een Alfa Romeo mee naar een van de speciaalste centra op Palermo: het door de christelijke NGO Caritas gerunde domein van priester Don Sergio Mattaliano.

Onderweg legt Trio trots uit dat het Italiaanse ministerie van Binnenlandse Zaken 30 euro per persoon, per nacht uittrekt om de asielzoekers onderdak te bieden in centra over heel Italië. Daar wachten ze op de verwerking van hun asielaanvraag. Bij een negatief advies gaan ze in beroep. Trio zucht. "Dat sleept soms tot tien maanden aan. Van de enorme lading vluchtelingen die sinds de lente toestroomt, is dus nog over niemand een definitieve knoop doorgehakt."

Trio maakt zich ook sterk dat de vluchtelingen goede zorgen krijgen bij hun landing. "Hun bootjes - vaak gammele sloepen waar vluchtelingen samengepropt worden door smokkelaars - worden ergens op de Middellandse Zee opgepikt door militaire of commerciële schepen en naar een Italiaanse haven gebracht. Daar worden ze onderzocht door het Rode Kruis. Ze zijn er stuk voor stuk slecht aan toe: verbrand door de zon, uitgedroogd of uitgehongerd… De ergste gevallen worden per helikopter naar het ziekenhuis gebracht. Maar ze worden wel allemaal door de politie geregistreerd."

Bij dat laatste fronst Philip Claeys de wenkbrauwen. "Niet alle migranten laten hun vingerafdrukken nemen," legt hij uit. "Wie dat doet, moet immers verplicht asiel aanvragen in Italië. Maar veel vluchtelingen mikken op landen als België, waar ze op een leefloon kunnen rekenen."

 Smartphones 

In de wegzakkende namiddagzon doen sommige verloederde woonblokken en met zwerfvuil bezaaide straten van Palermo denken aan achtergestelde wijken in Centraal-Amerika. Maar dat landschap verdwijnt gauw wanneer we het Caritascentrum in Ciminna naderen. Het voormalig klooster ligt op een bergflank tussen druivenranken en vijgenbomen, en biedt onderdak aan 17 vluchtelingen. Zij komen voor het leeuwendeel uit zwart Afrika: Ivoorkust, Ghana, Nigeria, Gambia of Mali. Het zijn jongens tussen de 18 en de 27, een aantal vrouwen draagt een kind op de arm. Maar we zien er geen schrijnende taferelen van zieltogende, opeengepakte vluchtelingen: hier zien ze er weldoorvoed, deftig gekleed, zelfs bijna gelukkig uit.

Als migrant is het een loterij of je belandt in een paradijselijk verblijf als dat van Don Sergio, of in de grotere, anonieme asielcentra op Lampedusa of Catania. Daar wordt de pers ook halsstarrig geweerd, maar hier hebben Don Sergio en Trio niets te verbergen. Van Grieken wordt er zelfs argwanend van. "Gerolf, ik heb de indruk dat we hier naar lege kamers aan het kijken zijn. Alles is hier zo proper en opgeruimd, nergens zie je kleren of andere spullen liggen. Wonen die mannen hier wel echt?" Maar Don Sergio zorgt al snel voor een verklaring: "We staan hier sowieso op netheid, en erg veel opruimwerk is er ook niet: de meeste jongens komen hier aan met enkel de kleren die ze aan hebben."

Don Sergio - een blozende pater - biedt meer dan enkel onderdak. "We proberen de jongens hier te integreren. We leren hen Italiaans, koken, op het land werken. Dat zijn allemaal nuttige vaardigheden." En dat werkt, zegt Trio. "We hebben bijvoorbeeld ook geen enkel probleem met criminaliteit. Geen drugs, geen overvallen." Ze lacht. "Op dat vlak hebben we zelfs meer last van de Italianen dan van de migranten."

Een Ivoriaan met baard, zonnebril en blitse blazer treedt op als vertaler. Thomas is 22, en maakte een jaar geleden zelf de Grote Oversteek. "Voet aan wal zetten in Italië is een grote opluchting. Wanneer we thuis vertrekken, weten we niet hoe lang we weg zullen zijn of waar we zullen aankomen." Veel vluchtelingen weten op voorhand dat de tocht niet zonder gevaar is, maar toch stappen ze de boot op. "Van zodra je op zee zit, is het reikhalzend wachten op 'le grand bateau' van de reddingsoperaties. Maar als die komt..." Thomas glimlacht. Zelf zat hij 5 à 6 dagen op de boot - hij weet het niet precies meer. De meeste mannen die we vragen naar hun verhaal zijn behoorlijk schimmig over wat er gebeurde. Een Ghanees met zijn voet in het gips is kort: "Gebroken." En hoe dat gebeurde? "Veel volk op de boot." Veel meer krijgen we er niet uit.

Intussen zitten Annemans en Van Grieken aan de koffie met Trio en Don Sergio. Het is opvallend hoe zij beleefd knikken bij alles wat hier verteld wordt. Tegen elkaar meesmuilen de VB'ers wel over de smartphones die sommige vluchtelingen in de hand houden - "met die dingen laten ze het thuisfront weten dat het weer goed is en de pasta lekker, waardoor die ook naar hier willen komen" - en zijn ze het roerend eens dat meer geld voor opvang geen oplossing is voor het probleem in Italië, enkel een consequent terugkeerbeleid. Toch reppen ze daarover geen onvertogen woord tegen de betrokken partijen, die nochtans vlak voor hun neus staan.

Ruikt dat niet naar hypocrisie? Annemans: "Stel dat ik die 17 vluchtelingen kan overtuigen dat ze hun familieleden niet naar hier mogen halen. Dat is toch een druppel op een hete plaat? Ik wil ook niet tegen een of andere goedbedoelende Dieudonné zeggen dat het allemaal zijn fout is. Ook mevrouw Trio en Don Sergio doen gewoon hun job, en leveren nobel werk. Wij zijn niet tegen de radertjes, maar tegen de grote machine: de mannen die lustig vergaderen in de Europese gebouwen in Brussel, en geen duidelijke beslissingen durven nemen. Zo maken ze het alleen moeilijker voor de mensen hier."

 Australisch alternatief 

De volgende ochtend, wanneer we na een korte vlucht van Palermo naar het mythische Lampedusa plaatsnemen op alweer een zonovergoten terras nabij de haven, zetten Annemans en Van Grieken hun eigen 'duidelijke beslissingen' uiteen. "Europa heeft een immigratiestop nodig in plaats van het halfslachtige beleid van de EU. Doordat 'le grand bateau' met de Europese vlag de vluchtelingen van de zee plukt, en hen hier een kans op een leven biedt, creëer je een aanzuigeffect," meent Van Grieken.

Pleit het VB er dan voor om de migranten op zee aan hun lot over te laten? "Natuurlijk niet," zegt de jonge voorzitter. "Je kan die mensen niet laten ronddobberen. Maar je hebt twee opties: ofwel sleep je ze mee naar de Europese kust - wat nu gebeurt - ofwel sleep je ze naar Noord-Afrika - dat is onze optie. Daarmee laat je de mensen weten: er is geen eindbestemming. Hoe menselijk Don Sergio ook probeert te zijn: wij zijn ervan overtuigd dat onze oplossing menselijker is."

Wat Van Grieken beschrijft, past Australië al sinds 2013 toe. Met effect: sinds de operatie eind 2013 gelanceerd werd, landen er nog nauwelijks asielboten, en vielen er op zee geen doden meer. Toch liet de Europese Commissie al categoriek verstaan dat "de EU nooit het Australische model zal overnemen", omdat het conflicteert met het non-refoulementprincipe uit het verdrag van Genève. Dat verbiedt staten vluchtelingen terug te sturen. Concreet: wie de Berlijnse Muur over klimt, mag je niet met harde hand terug jagen.

Van Grieken ziet een simpele oplossing: "Die bepaling moeten we gewoon schrappen uit het verdrag. Vluchtelingen terugsturen is de ideale oplossing." Dat landen als Libië, van waar veel vluchtelingen de overtocht inzetten, niet bepaald veilig te noemen zijn, mag daarbij geen probleem zijn, vindt Annemans. "Desnoods moeten we maar een militaire zone in Libië creëren waar de vluchtelingen opgevangen kunnen worden."

Heeft EU dan geen morele verplichting om de hand te reiken naar asielzoekers wiens families uitgemoord worden met machetes? "Als er een humanitaire crisis is in een land als Mali, moet een buurland als Algerije maar voor vluchtelingenkampen zorgen," vindt Van Grieken. "Zo moeten vluchtelingen hun leven niet riskeren op de Middellandse Zee en kunnen ze sneller terugkeren om hun land opnieuw op te bouwen. Wie in België of Zweden asiel krijgt, keert daarentegen nooit meer terug." Van Grieken wil zelfs boter bij de vis doen: "we moeten onze ontwikkelingshulp sturen naar landen waarvan er migratiedruk is en hun buurlanden. Zo hebben we er zelf ook nog wat aan."

Van Grieken noemt het huidige systeem van de EU ronduit pervers. "Door die vluchtelingen van zee te plukken en asiel aan te bieden, moedigen we een goksysteem aan. Wie zijn leven riskeert, win in Europa de jackpot. Wie dat niet durft, of daar de middelen niet voor heeft, blijft achter in de chaos. De beste zwemmers belonen, dat kan je toch geen beleid noemen?" "Bovendien organiseren we een brain drain," vindt Annemans. "Diegenen die de overstap wagen, zijn de durvers van Afrika. Zonder hen gaat het continent ook niet vooruit."

Annemans fronst en nipt van zijn espresso. "Ja, ik begrijp dat het hier beter is. En dat ze hier een kans op geluk zoeken. Maar we moeten van ons hart een steen maken en zeggen: sorry, maar Europa kan niet meer aan, dus je mag niet binnen. Neem jullie eigen continent in handen. Weet je, ik heb meer respect voor de kolonialen van vroeger, die hun eigen ontwikkeling combineerden met die van Afrika. Dat lijkt me logischer dan het huidige EU-beleid."

 Geen voorhamer 

Dat de Grote Oversteek geen pleziertochtje is, blijkt de laatste weken uit de cijfers. 13 april: een Libisch schip kapseist, 400 doden op 550. 16 april: 4 vluchtelingen spoelen aan in Sicilië, 41 anderen sterven. 19 april: 28 mensen overleven een scheepsramp met ruim 800 slachtoffers - meteen de vluchtelingenramp met de hoogste dodentol ooit in de Middellandse Zee. Nergens wordt die snoeiharde waarheid duidelijker dan op het botenkerkhof, een aantal kilometer van de baai van Lampedusa.

"Zie, die gaten! Allemaal van Theo Francken," gibbert Gerolf Annemans. "Die zei enkele weken geleden toch dat hij die bootjes aan flarden wou knallen met de mitrailleur? Rat-tat-tat!" De VB'ers hebben het niet begrepen op het spierballengerol van de N-VA-staatssecretaris voor Asiel. Van Grieken: "Smokkelaarsbootjes vernietigen is naast de kwestie. Dat zegt Francken alleen maar om de volksmens te plezieren. Maar dat is letterlijk dweilen met de kraan open: de smokkelaars vinden wel nieuwe bootjes. Je moet de mensen de wil ontnemen om in die bootjes te stappen."

De vrolijkheid om het beeld van Theo-met-de-kalasjnikov maakt snel plaats voor kalmte wanneer we een blik werpen in de bootjes. Dekentjes, een gedeukt conservenblik, een paar schoenen: het zijn stille getuigen van dagen op zee. Een verdwaalde fles water: nu ligt die er achteloos bij, maar voor wie doelloos dobbert over de baren is die van levensbelang.

"Je moet het maar durven, je leven riskeren in zo'n bootje," zucht Van Grieken. "En immens veel hoop hebben dat je hier in Europa de grote jackpot gaat trekken." Of doodsbang zijn voor de situatie in je eigen land, werp ik op. Levert de blik op de troosteloze sloepen hem meer begrip op voor de vluchtelingen? Van Grieken staart naar zijn schoenen. "Het bezorgt me vooral schaamte. Dat wij in Europa een systeem in stand houden dat de mensen zo ver drijft."

Van Grieken houdt de blik star op het verhaal dat hij met zijn partij wil vertellen. De VB'ers maken van de gelegenheid gebruik om een persbericht te versturen van op het eiland. Om dat kracht bij te zetten, willen ze een foto tweeten van bij het botenkerkhof. Het stoot op een njet van hun persdienst. "Tom, je moet die zonnebril afzetten. Je lijkt wel een toerist." En dus wordt de foto opnieuw gemaakt. Alles om te vermijden dat het VB als een stelletje onmenselijke ramptoeristen wordt afgeschilderd. De partijlijn van Van Grieken is die van de nuance - het is ook geen toeval dat de als gematigd te boek staande Annemans hier aan zijn zijde staat, en niet Filip 'Voorhamer' Dewinter.

Een drietal keer vraagt Van Grieken zelfs de mening van de fotograaf en ondergetekende: "Zijn wij nu echt de racistische monsters waarvoor de vaderlandse media ons houden?" We moeten eerlijk toegeven dat we niet één fout woord uit hun monden hoorden. Het VB stelt hier op Lampedusa een beleidskeuze voor, niet meer, niet minder. Sommigen noemen die keuze onmenselijk, maar ach: dat zegt men over het afschaffen van brugpensioen ook.

 IS-strijders 

Tijdens een ochtendwandeling op de laatste dag in Lampedusa merk ik een concertaffiche op. Het bijschrift luidt in het Italiaans: "Lampedusa, niet enkel een tragedie, maar zoveel wil om te leven." Wanneer ik de affiche vermeld tegen Luisella, die een hotel uitbaat in de baai, knikt ze instemmend. "Dat gevoel leeft bij veel mensen. Er wordt zo sterk gefocust op de tragedies, maar kijk rond je: de migranten zijn hier echt niet het probleem."

Luisella liet vorig jaar een job als advocate in Milaan achter om zich in Lampedusa te vestigen. Op haar arm staat haar liefde voor het eiland getatoeëerd, in de vorm van de kleurrijke bloemen en vlinders die het eiland rijk is. "Als toeristen naar tv kijken of kranten lezen denken ze dat migranten hier dagelijks met hun boten aanmeren op het strand. Maar dat is niet zo." Ze wijst naar buiten, waar een indrukwekkende vloot ligt: een zestal boten van de douane en een achttal van de kustwacht. "De autoriteiten pikken de vluchtelingen mijlen van de kust op, en brengen ze allemaal naar een centraal opvangcentrum."

"Eigenlijk zien we de migranten dus nooit op het eiland rondlopen. Behalve als de zee woelig is. Dan kan de ferry, die de vluchtelingen naar andere centra op Sicilië transporteert, niet komen. Terwijl de migranten wel blijven arriveren. Dan puilt ons asielcentrum, dat maar 700 man aan kan, uit. Dan gaan de vluchtelingen bijvoorbeeld naar het strand, en nemen ze een bad in de branding. Dat is natuurlijk niet aangenaam voor de toeristen."

Maar toch ziet Luisella een groter probleem dan de vluchtelingenstroom. "De media blazen alles op. In februari berichtte een Italiaanse krant dat er zich IS-strijders onder de asielzoekers zouden bevinden. Dat leidde tot paniek bij de toeristen, waardoor veel reizigers hun reservaties in ons hotel afzegden. Voor een eiland dat leeft van visvangst en toerisme, is dat een enorme klap."

Terwijl de hoteluitbaatster dat zegt, landt een ferry op de kade. Één voor één stappen vluchtelingen uit een bus die van het asielcentrum komt. Zo'n 40 mensen, vooral mannen, twintigers in jeans, trainingspakken of afgebladderde Neymar-truitjes staan gedisciplineerd aan te schuiven voor een voedselpakket, vooraleer ze op de ferry stappen. In totaal zullen 250 vluchtelingen met deze ferry naar Sicilië gaan - dit keer wordt het een veilige reis over het water. Een tweede bus volgt snel. Een knul met een gele jas ziet door het busraampje, van achter het hek, de fotograaf en mij staan op de kade. Hij maakt met wijs- en middelvinger het internationale vredesteken. Door mijn duim omhoog, naar het midden en naar omlaag te houden, vraag ik hem hoe het gaat. Hij lacht zijn tanden bloot, en geeft een duim terug omhoog.