Labels

(Foto: un.org)

Eind dit jaar verstrijkt de deadline voor de Millenniumdoelstellingen, het groots opgevatte plan van de Verenigde Naties om van de wereld een betere plek te maken. Vijftien jaar lang goten rijke landen centen in de schier bodemloos geachte put van de ontwikkelingslanden, maar het eindrapport oogt hoopvol. Voorlopig. "We zijn echt monsterlijke opvolgers aan het creëren voor de Millenniumdoelen." (13 maart '15)


Wie sinds de eeuwwisseling nog tijd doorbracht in een universiteitsaula werd het haast tot in den treure ingepeperd: 2015, de tijd loopt. Menig geëngageerd geitenwollensokkenstudent kribbelde die boodschap de afgelopen jaren hardnekkig op de achterkant van auditoriumzitjes, om zo zijn leeftijdsgenoten attent te maken op de Millenniumdoelstellingen (MDG's). Die bevatten acht ambities die de Verenigde Naties in 2000 opstelden om van de wereld een betere plaats te maken tegen 2015: het uitbannen van extreme armoede, basiseducatie voor iedereen, een gelijkwaardige positie voor mannen en vrouwen, minder kindersterfte en dodelijke ziekten, betere drinkwater- en sanitaire voorzieningen en wereldwijde ontwikkelingssamenwerking. Een mens zou voor minder hand in hand rond een kampvuur beginnen dansen.

Dat liefst 189 landen van de Verenigde Naties in 2000 de Millenniumverklaring ondertekenden, hoeft dan ook niet te verbazen - wereldleiders waagden zich in de jaren '90 om de haverklap aan hoogdravende engagementen. Maar toch was de Millenniumverklaring anders: ze leverde namelijk voor het eerst meetbare, controleerbare doelen op.

"Eigenlijk waren die ambities toen al onrealistisch," klinkt het nu bij Jan Vandemoortele, die dertig jaar aan de slag was bij de VN en mee de pen vasthield bij de MDG's. "Maar dat was niet het belangrijkste. De MDG's zijn eigenlijk zoals nieuwjaarsvoornemens: het is belangrijker om er naar te streven dan om ze volledig te realiseren. Maar je moet er wel cijfers en datums opplakken, of je gaat uitstellen. Eigenlijk hadden we nooit verwacht dat ze zo lang mee zouden gaan: het moet zijn dat ze toch een nut hadden als scorebord."

In de eerste vijf jaar van hun bestaan ontsnapten de MDG's grotendeels aan de aandacht: Westerse regeringen hadden het altijd wel te druk met oorlogjes hier en financiële crisisjes daar. Maar vijftien jaar later is de balans voorzichtig positief, klinkt het bij 11.11.11.-medewerker Bart Tierens. "Drie van de acht doelstellingen zijn gehaald: de extreme armoede in de wereld is gehalveerd sinds het referentiejaar 1990, net zoals het aantal mensen zonder toegang tot drinkbaar water, en evenveel meisjes als jongens gaan naar de lagere en middelbare school."

"Maar ook bij de vijf onbehaalde ambities is er vooruitgang geboekt," drukt Tierens ons op het hart. "Het aantal kinderen dat naar de lagere school gaat in ontwikkelingslanden steeg tot 90% - net te weinig om de doelstelling te halen, maar toch een mooi resultaat. Bij kinder- en moedersterfte zien we hetzelfde verhaal: we zijn er bijna, maar niet helemaal. Die vooruitgang bewijst dat we ons niet moeten neerleggen bij de ellende in de wereld: we hebben duidelijk de instrumenten in handen om aan die problemen een einde te maken."

 Spin doctors 

Toch temperen onderzoekers en experts her en der de hoera-stemming. Vooral de eerste MDG - de halvering van het aantal mensen dat leeft van minder dan 1,25 dollar per dag - moet het ontgelden. Al in 2010 pronkte de VN dat  "amper 18% van de wereldbevolking" nog in extreme armoede leeft, maar dat gaat wel nog steeds om 1,3 miljard mensen. Indien de drempel op 2 dollar per dag zou liggen - nog steeds amper genoeg om een pintje van te kopen - zou dat zelfs stijgen naar 2,2 miljard.

Bovendien zijn de statistieken waarmee de VN-rapporteurs werken van bedenkelijke aard, zegt globaliseringsexperte Francine Mestrum van de VUB. "De helft van de cijfers waarmee ze werken zijn schattingen, geen harde data. In 2007 moesten ze nog de statistieken voor China aanpassen omdat ze de Chinese economie met 40 procent voerschat hadden. Dat kan je moeilijk beschouwen als statistische verfijndheid."

Het blijkt niet de enige statistiek waarop de VN de bal mis slaat. In 2012 toeterde New York nog dat nu 'slechts' 800 miljoen mensen geen toegang hadden tot drinkbaar water. Maar de Wereldgezondheidsorganisatie counterde al snel met eigen cijfers die het op 2,4 miljard ongelukkigen hielden. Het verschil: de VN sprak al van 'verbeterde toegang tot water' wanneer dat water vrij was van dierlijke uitwerpselen - een veel te lage parameter dus.

Die praktijken worden ook bij Vandemoortele op hoon onthaald. "Niemand kan ontkennen dat er vooruitgang geboekt is, maar de stelling dat een aantal MDG's gehaald worden, is niet gebaseerd op feiten, maar op wensen. Je kan je niet inbeelden wat er soms in die rapporten opduikt: afgelopen jaar meldden ze dat de ontwikkelingshulp gestegen was. Dat klopt in absolute cijfers, maar als percentage van het inkomen in rijke landen - de belangrijkste maatstaf - is het net gezakt. Ziedaar de spin doctors van de VN aan het werk: zij willen de zaken graag rooskleuriger voorstellen dan ze zijn. Terwijl ik als wetenschapper moet vaststellen: de keizer heeft geen kleren aan."

 Corruptie 

Dat er toch vooruitgang geboekt werd, ligt vooral aan uitstekende prestaties van een aantal landen. Dat de armoededoelstelling überhaupt gehaald werd ligt bijvoorbeeld voornamelijk aan de cijfers die China en India op de vleugels van hun boomende economie realiseerden. Landen als Congo, Nigeria of Haïti zijn dan weer helemaal uit koers geslagen. Maar toch zijn er kleintjes die het goed doen: zo is Nepal de absolute koploper qua armoedebestrijding. Tussen 2006 en 2011 daalde de armoede er met 4 procentpunten per jaar. Momenteel leeft nog 44% van de Nepalezen in armoede, maar aan het huidige tempo kan de armoede er binnen elf jaar wel uitgeroeid zijn. Ook landen als Rwanda en Bangladesh vorderen met rasse schreden.

Waarom slagen sommige landen waar anderen falen? Volgens Peter De Keyzer, hoofdeconoom van BNP Paribas Fortis en auteur van "Groei maakt gelukkig", ligt het deels aan culturen. "Als een land beheerst wordt door corruptie, kastesystemen of andere mechanismen die zorgen dat niet capaciteiten maar connecties van tel zijn, gaat het niet vooruit. Kijk maar naar Congo: dat land wordt nu niet fundamenteel anders bestuurd dan in de vijftiende eeuw."

"Eigenlijk zou je ontwikkelingssamenwerking moeten aanpakken zoals de Europese steun aan Griekenland," vervolgt De Keyzer. "We moeten financiële steun koppelen aan een aantal doelstellingen, zoals het bannen van corruptie of het opzetten van een efficiënte staats- en belastingstructuur. Voor wat hoort wat. Op die manier geef je niet gewoon een zak geld, maar zorg je ervoor dat ontwikkelingslanden op de lange termijn zichzelf kunnen helpen."

Dat leidt tot enig gesteiger bij 11.11.11. "Een minstens even belangrijke reden waarom de MDG's niet gehaald worden, is het gebrek aan inspanningen van rijke landen. MDG8, die gaat over de financiële steun van rijke landen is niet toevallig de enige die niet meetbaar is gemaakt. Het Westen wil niet verantwoordelijk gehouden worden."

Sinds de jaren '70 beloven rijke landen namelijk al 0,7% van hun bruto nationaal product aan ontwikkelingssamenwerking te besteden. Een gelofte die sindsdien op talloze internationale theekransjes herhaald werd - en zelfs in de Belgische wet staat ingeschreven. "Maar in de voorbije 15 jaar zijn we altijd ver verwijderd gebleven van die 0,7%," legt Tierens uit. "De bijdrages strandden gemiddeld op 0,4%." In België is het niet veel beter gesteld: enkel in 2010 haalden we 0,64%, verder schommelde onze steun rond 0,49%.

En voor u "ja maar, de crisis!" prevelt: dat mag volgens Jan Vandemoortele geen excuus zijn. "Dat is een drogreden. Het gaat om 70 cent per 100 euro: dat is wisselgeld, hé. Het gaat om politieke prioriteiten: in Engeland woedt de crisis even hard als bij ons, maar zij zijn wel het enige G7-land dat zijn belofte zal nakomen, zelfs onder een conservatieve regering. Als zij het kunnen, waarom anderen dan niet?"

Rest de vraag: hoeveel geld is er dan wel nodig om de doelen volledig te realiseren? "Daar is maar één juist antwoord op," zegt Vandemoortele. "Meer. Maar ik wil er snel aan toevoegen: niet véél meer. Politieke prioriteiten zijn belangrijker dan centen. Een land als Bangladesh heeft de afgelopen 20 jaar bijvoorbeeld bijzonder veel vooruitgang geboekt, terwijl het verre van een boomeconomie is als China of India. Men heeft er gewoon voor gekozen om vol in te zetten op die Millenniumdoelen. Zo zie je maar: ontwikkelingslanden moeten vooral zelf hun verantwoordelijkheden opnemen."

 Wereldwijde wifi 

Na 2015 eindigt de inhaalbeweging van het Zuiden uiteraard niet. In 2016 worden met de Sustainable Development Goals (SDG's) de opvolgers van de MDG's gelanceerd. Ook zij krijgen vijftien jaar om te slagen, en verleggen de grenzen voor een aantal van de oude MDG's. Maar één accent valt op: de SDG's leggen veel meer dan de MDG's de nadruk op milieu en klimaat. In de voorbije 15 jaar boerde de wereld immers behoorlijk vooruit, maar de planeet kreeg het een pak harder te verduren. Schandelijk over het hoofd gezien dus? Jan Vandemoortele: "de MDG's kwamen tot stand in de jaren '90, op een moment dat het bewustzijn en de gegevens over de enorme klimaatveranderingen er nog niet waren. Het milieu was er dus niet voldoende in opgenomen, maar nu moeten we die verloren tijd proberen in te halen."

Die focus op het milieu is niet het enige dat veranderd is. De SDG's, waarover het laatste woord valt in september dit jaar, beloven ook veel omvangrijker te worden. Nu al circuleert een lijst van 169 doelstellingen, gegroepeerd in 17 categorieën. En dat kan niet overal op applaus rekenen bij Vandemoortele. "Dit steekt scherp af tegen de eenvoud van de MDG's: dat waren achttien specifieke targets, gegroepeerd onder acht algemene doelen. Dat was veel gemakkelijker om te begrijpen voor het grote publiek. Het debat over de opvolgers van de MDG's heeft echt een monster gebaard. Dit kan niet werken, want we hebben gewoon te veel targets. Er zitten zelfs doelstellingen tussen die ik amper begrijp - en ik ben een specialist. De meeste targets die erin staan, kan je niet eens meten. 'Dring overal geweld terug'. Hoe meet je dat? Wat is 'geweld'?"

Zelfs de International Council for Science bekritiseert het SDG-rapport: volgens die onderzoeksinstelling bevat het slechts 48 harde, meetbare streefcijfers. 29 doelen - bijna 1 op 5 - zouden er zelfs beter uit gegooid worden omdat ze te vaag of te zwak zijn. Volgens Vandemoortele ligt de oorzaak van het 'soepje' bij het grote aantal betrokken actoren. "De lidstaten kunnen het nooit eens worden, dus de enige hoop op beterschap ligt bij de NGO's. Maar de vraag is of zij hun eigen prioriteiten kunnen overstijgen. Veel NGO's zijn namelijk meer bekommerd om hun eigen kwesties op de lijst te krijgen dan om met een degelijke lijst voor de dag te komen. Het gaat allemaal om marketing, en eigenlijk doen ze daarbij niets anders dan de lidstaten. Het is zoals bij kaartspelen: als iedereen rond de tafel valsspeelt, dan doe jij toch ook mee?"

Ook Peter De Keyzer is niet geheel overtuigd van de nieuwe doelen. "Voor zo'n groot pakket aan ambities kan je het publiek moeilijk warm maken dan met een aantal duidelijke doelen. Maar misschien moeten we ontwikkelingssamenwerking in de 21e eeuw maar eens gaan herdenken. Met de klassieke overheidssteun creëer je een soort koloniale afhankelijkheid, waarbij westerlingen gaan bepalen wat voor ingrepen nodig zijn, zonder de lokale mensen daarbij te betrekken. Dan krijg je situaties waarbij een miljoen malarianetten gedoneerd wordt, waarvan je dan achteraf merkt dat ze als visnetten gebruikt worden. Zulke praktijken kwamen in de afgelopen 15 jaar nog te veel voor."

Maar de econoom ziet wel beterschap. "Grote private donoren als de Bill Gates Foundation hebben dat al lang in de mot. Als zij 10 miljoen investeren in een dorp zijn ze al lang niet meer tevreden met een mooie foto van een waterpomp en een school. Neen, Bill Gates wil zien dat de alfabetisering toeneemt, de kindersterfte daalt en de levensverwachting stijgt. Die aanpak legt de lat ook veel hoger voor overheden."

Maar het meeste heil verwacht De Keyzer nog van een toepassing die voorlopig maar zijdelings wordt aangeraakt in het ontwerpplan voor de SDG's: het internet. "Je kan de impact van het web op de allerarmsten niet onderschatten. Iets als de Arabische Lente was bijvoorbeeld ondenkbaar zonder Facebook of Twitter. Nog een voorbeeld: in de Filippijnen kwamen vissers vroeger met tien volle boten terug naar hetzelfde dorp. De prijs stortte dan ineen, terwijl andere dorpen zonder vis zaten. Nu hebben ze smartphones waarmee ze zich kunnen organiseren. Dat is vooruitgang. Google wil nu met ballonnen satellieten lanceren om de hele wereld van internetcoverage te voorzien, ook de meest afgelegen gebieden. Dat kan volgens mij een veel groter verschil maken dan alle ontwikkelingsbudgetten van de wereld bij elkaar, omdat het de mensen zelf de macht geeft om zich te informeren en organiseren."

Hoe dan ook: zelfs met alle obstakels en inefficiënties blijft ontwikkelingssamenwerking een goeie zaak, gaat De Keyzer door. "Uiteraard is naastenliefde en solidariteit op zich al waardevol. Maar zelfs vanuit een erg egoïstisch standpunt: sinds de Chinezen uit het armoededal geklommen zijn, kunnen we hen ook Mercedessen en BMW's verkopen. Bovendien zullen minder gelukszoekers naar Europa emigreren, en kan de bevolkingsexplosie in ontwikkelingslanden eindelijk ingedijkt worden eens de opleidingsgraad daar verhoogt. Investeren om ontwikkelingslanden eindelijk aan boord te trekken is dus nooit vergeefs: we hebben er dus allemaal belang bij."

HET RAPPORT
MDG1. Halvering extreme armoede en honger: geslaagd
-18% wereldbevolking leeft in extreme armoede, tegenover 36% in 1990.
MDG2. 100% kinderen naar lagere school sturen: gebuisd
-90% kinderen in ontwikkelingslanden gaan naar lagere school, tegenover 80% in 1990.
MDG3. Mannen en vrouwen gelijkwaardig maken: geslaagd
-Evenveel meisjes als jongens gaan naar de lagere school, tegenover 86 meisjes per 100 jongens in 1990.
MDG4. Kindersterfte verminderen met 2/3: gebuisd
-53 op 1000 kinderen in ontwikkelingslanden sterven voor hun 5e levensjaar, tegenover 99 in 1990.
MDG5. Gezondheid van moeders verbeteren met 3/4: gebuisd
-230 moeders op 100.000 geboortes sterven, tegenover 430 in 1990.
MDG6. HIV en malaria stoppen: gebuisd
-60 nieuwe gevallen van hiv per 100 inwoners per jaar, tegenover 100 in 2001.
MDG7. Toegang tot drinkwater en sanitair verdubbelen: half geslaagd
-2,3 miljard mensen kregen sinds 1990 toegang tot drinkbaar water
-64% heeft toegang tot sanitair, tegenover 49% in 1990.
MDG8. 0,7% bruto nationaal inkomen aan ontwikkelingshulp besteden: gebuisd
-officiële ontwikkelingshulp bedraagt slechts 0,3% van het gecombineerde bruto nationaal inkomen
Meer info: Action2015.be