![]() |
| (Foto: Koen Bauters) |
Weinig mediafiguren hebben een indrukwekkender
staat van dienst van Siegfried Bracke en Paul Jambers. Toch blijven beide
éminences grises nieuwe uitdagingen aannemen: in 2014 ontpopte Bracke zich tot
de eerste Vlaams-nationalistische Kamervoorzitter, terwijl Jambers de hem voorheen
onbekende graaslanden van de politiek opzocht.
Een gesprek over een leven op het snijvlak tussen journalistiek en
politiek. "Media zijn gevaarlijk: ze laten zien wie een politicus echt is" (20 maart '15)
Met Siegfried Bracke (62) en Paul Jambers (69)
schuift een goeie 70 jaar journalistieke ervaring aan in Bistro Margaux, al
kruisten hun carrièrepaden nauwelijks. Waar Bracke zich tot 2010 bekommerde om
de nieuwsdienst van de openbare omroep, groeide Jambers sinds 1989 uit tot
sterreporter van VTM. Pas in 2014 kwamen ze opnieuw in mekaars vaarwater
terecht, toen Pieken Paultje voor zijn fel gesmaakte reportagereeks
"Jambers in de politiek" de campagne voor de verkiezingen van 25 mei
onder de loep nam - een campagne waarin Bracke als N-VA-kopstuk een belangrijke
rol speelde. "En nu ben je Kamervoorzitter, Siegfried," lacht
Jambers. "Wie had dat ooit gedacht?"
Toch halen de heren - de ene immer besnord, de
andere nimmer gladgeschoren - al snel herinneringen op aan hun eerste stappen
bij de toenmalige BRT. "Daar werden we gedrild door de legendarische Jan
Robbrecht," weet Bracke nog. "Een ex-militair die schold en brulde
dat het een lieve lust was, en een heilige missie had om het taalgebruik op de
omroep aan de hoogste standaard te toetsen." Jambers lacht. "Hij
vroeg wel op meer vlakken discipline. Voor ik reporter werd, werkte ik als
regisseur. Ik was dus een redelijk vrij bestaan gewend: ik begon wanneer ik
wilde, en deed mijn dagindeling zelf. Toen de opleiding van Robbrecht om 9u
begon, dacht ik dan ook: als ik tegen een uur of tien kom, is dat zeker goed
genoeg. Heb ik daar onder mijn voeten gekregen, zeg! Maar die discipline heeft
me later geen windeieren gelegd."
En dus werden jullie bij de BRT volledig opgebouwd
van nul?
JAMBERS: "Klopt. Het is toevallig dat we het er nu over hebben: ik was
gisteren mijn bureau aan het opruimen en stootte plots op de blauwe briefjes
waarin Robbrecht alle fouten oplijstte die ik de dag ervoor had uitgesproken.
Dat je bijvoorbeeld niet se-gonde,
maar se-konde moet zeggen. Ik heb ze allemaal bijgehouden. Het was
ronduit prachtig dat wij ons taalgebruik elke dag aan de hoogste norm konden
toetsen. Nu hoor je vanalles: je moet zelfs niet meer defitg kunnen spreken om
een tv-programma te mogen presenteren. Ik vind dat een spijtige evolutie."
BRACKE: "We moeten natuurlijk wel opletten dat we geen mopperende oude
mannen worden, hé Paul."
JAMBERS: (lacht) "Maar ik mág een oudere mopperende man worden - ik ben
tenslotte gepensioneerd!"
BRACKE: "In mijn hoofd ben je daar nog te jong voor, Paul. Ik moet wel
zeggen dat ik je volg: ik vind het niet erg om te horen waar iemand vandaan
komt, maar de slinger is een beetje te ver doorgeslagen."
JAMBERS: "Ach: het is te gemakkelijk om aan de kant te staan oordelen
over goed en slecht. Ik geef liever niet te veel commentaar over de huidige
tv-programma's."
BRACKE: (vrolijk) "Ha, ik wel! (serieus) Maar Paul: het verschil tussen
goed en minder goed, dat bestaat toch wel? Dat moet blijven bestaan, want
anders is het hek helemaal van de dam."
Plaatst u de reportagereeks van meneer Jambers dan
aan de goede of slechte kant van dat hek?
JAMBERS: (lacht hartelijk)
BRACKE: "Ik vond die reeks heel goed, en heb dat ook meteen gezegd. Weet
je, in televisieland moet je eigenlijk voortdurend vernieuwen. En 'Jambers in
de politiek', een programma waar politici op elk moment van de campagne met een
camera gevolgd werden, was op dat moment bepaald innovatief binnen het genre
van de politieke verslaggeving."
JAMBERS: "Het was natuurlijk een alternatief voor de eindeloze politieke
debatten. Ook voor mij was het nieuw, want ik had voordien nooit echt in de
politieke wereld gewerkt. De meeste van die politici ontmoette ik zelfs voor
het eerst op het moment dat er gefilmd werd: als ik Bart De Wever bezoek in
zijn vakantie-skioord, is dat ook de eerste keer dat ik die man een hand geef.
Dat liet me toe om met een frisse benadering verslag uit te brengen over die
wereld."
BRACKE: "Kijk, wat hij nu zegt, daar zit de kern in: de verwondering.
Die moet je blijven hebben als journalist. Je merkt op veel redacties dat
mensen al na twee jaar vervallen in cynisme, en doen alsof ze alles al weten en
gezien hebben. Dat vind ik heel erg, want als je alles al gezien hebt, kan je
geen journalist meer zijn."
Duvel Bart
Wanneer de maître de ingrediënten van de amuses
debiteert - "crème van hondshaai met orecchiettepasta en zure room" -
glundert Bracke. "Zoals Tuur Van Wallendael altijd zei: en dat allemaal in
dat klein potteke?" Intussen blijft hij met bloemetjes gooien. "Weet
je, Paul: de oprechte nieuwsgierigheid die jij toont in jouw werk, is veel
onthullender dan reportages waarbij journalisten steeds valstrikken spannen
voor hun interviewees."
JAMBERS: "Valstrikken vind ik ook niet relevant. Mijn methode is altijd
al geweest: de mens zichzelf laten verklaren, zowel naar ideeën als naar daden.
Dat lijkt me al sterk genoeg. Bij de ene politicus lukt dat al beter dan bij de
andere, want niet iedereen voelde zich sterk genoeg om zich volledig bloot te geven.
Dat is normaal: iemand die een bepaald imago moet hooghouden heeft het veel
moeilijker om aan zo'n reeks mee te doen dan iemand die gewoon zichzelf
is."
BRACKE: "Je moet weten dat politici in het algemeen een
haat-liefdeverhouding met de media hebben. Ze bieden wel een kans om je
gedachten te verspreiden, maar ze zijn ook gevaarlijk: omdat ze kunnen laten
zien wie je echt bent."
"Neem nu De Langste Dag, de allerlaatste
aflevering van de reeks, die Bart De Wever volgde op 25 mei. We hebben daar op
de fractiedagen in Brugge met z'n allen naar gekeken, en het was ontstellend om
te zien hoe zelfs een verzameling verkozenen emotioneel helemaal ondersteboven
was van dat verhaal. Ik zal nooit van mijn leven vergeten hoe iemand naast mij
aan tafel vol verwondering naar dat scherm zat te kijken, met elke scène meer
verbaasd over zijn eigen partijvoorzitter. Tot de conclusies toe."
Hoe bedoelt u?
BRACKE: "Ja kijk, ik ga er niet te veel over zeggen, maar Bart De Wever
zei in die afleveringen dingen als dat hij "niet gemaakt was voor het
geluk". Op een moment dat hij net de overwinning van zijn leven behaald
heeft, iets dat hij hoogstwaarschijnlijk nooit nog zal evenaren. Die man naast
mij, die zijn voorzitter op handen draagt, schrikt dan toch een beetje. Op het
einde zei die man zelfs: dat is toch om bang van te zijn. Die was daar zó van
aangedaan…"
JAMBERS: "Die zin - ik ben niet gemaakt voor het geluk - vond ik zelf het
mooiste moment in mijn programma. Op dat moment dacht ik: nu heb ik de
persoonlijkheid van die man vast. Maar eigenlijk weet ik zelfs niet of hij er
zelf tevreden over was."
BRACKE: "Bart was erbij toen we in Brugge naar die aflevering keken. Bij
de aftiteling stond hij plots recht, en was hij weg. Niemand heeft hem die
avond nog gezien."
JAMBERS: (valt uit de lucht) "Echt? Op de persvoorstelling was hij ook al
verbouwereerd. "Ben ik zo?" vroeg hij. Maar hij heeft niet gezegd dat
ik het slecht gedaan heb, hé. Dat geldt voor iedereen die ik portretteer:
mensen schrikken altijd van zichzelf."
"Even na de uitzending belde RTL met de vraag
of ze de reportage ook in Franstalig België mochten uitzenden. Ik dacht dat
zoiets delicaat zou zijn, maar Bart heeft meteen zijn zegen gegeven."
BRACKE: "Dat heeft trouwens bijgedragen tot de de-diabolisering van Bart
De Wever in Franstalig België."
JAMBERS: "Is dat zo, ja? Tiens."
Eigenlijk hebt u ervoor gezorgd dat we nu een
regering hebben, meneer Jambers.
BRACKE: "Dat is niet een beetje, maar héél erg overdreven." (lacht)
Maar toch: aan Franstalige zijde was Bart De Wever op een bepaald moment 'le
diable même'. Als het personage 'Bart De Wever' in de satirische
theatervoorstelling Sois Belge et Tais-Toi (een soort Franstalige Tegen de
Sterren Op, red.) op het toneel kwam,
was de zaal altijd gechoqueerd. Net als toen vroeger in de poppenkast den duvel
op kwam. Sinds jouw programma is dat toch veranderd. De Franstaligen vinden
Bart nog altijd niet leuk, hé. Maar ze verstaan hem wel."
Wat ik zelf erg opvallend vond in de reeks: je
ziet de sfeer tussen Bart De Wevers en Kris Peeters gaandeweg onder nul zakken.
JAMBERS: "Dat was redelijk spannend om naar te kijken, ja. Erg filmisch,
allemaal: een geschenk voor een tv-maker."
Op dat moment weet je wel al dat die twee na de
verkiezingen met mekaar een coalitie moeten vormen. Bekruipt je dan nooit het
idee: dit wordt problematisch?
JAMBERS: "Ik had eerder het gevoel dat het nu eenmaal bij de strijd
hoorde. Ik dacht nooit dat Peeters en De Wever daarna aartsvijanden zouden
worden. Maar het moet wel een schok geweest zijn: CD&V verloor haar status
van grootste partij van Vlaanderen, Kris Peeters speelde zijn
minister-presidentschap kwijt, en tot overmaat van ramp overvleugelt Liesbeth
Homans hem qua stemmenaantal. Dat is natuurlijk een verschrikking voor die man.
Ik neem daar geen standpunt over in, maar ik registreer die emoties
gewoon."
BRACKE: "Het is ook niet abnormaal dat iemand na zo'n verpletterende
nederlaag - want Peeters verloor niet met een paar duizend stemmen - even moet
bekomen. Maar goed: dat is de democratie. Peeters heeft die knop trouwens vrij
snel kunnen omdraaien. Ik herinner mij een scène uit Pauls reeks waar de
CD&V-top op een parking bijeenkomt, net nadat ze beseffen dat ze een
ongelofelijke doefeling hebben gekregen in het stemhokje. Maar dan kijken ze
naar mekaar en beslissen ze: we gaan zeggen dat we hebben gewonnen. Peeters zet
zich dan aan kop van die groep…"
JAMBERS: (pikt in) "En op de persconferentie zegt hij: 'we hebben ons
doel bereikt. We zijn de tweede grootste partij van het land. En dat zal iedereen morgen geweten
hebben.' Bart De Wever stond op het moment van die persconferentie naast mij.
'Die versta ik ook niet', zei hij." (lacht)
BRACKE: "Interessant, hé, als je dat nadien hoort?"
Vooral omdat CD&V - Peeters op kop - met haar
tegendraadse positie over de indexsprong, de para's op straat en de
vermogenswinstbelasting zich de laatste weken als luis in de pels van de
regering gedroeg.
BRACKE: (haalt de schouders op) "Kijk, als je gewoon bent om de macht in
handen te hebben, en je moet plots anderen een aantal keer laten voorgaan… Ik
moet daar toch geen tekening bij maken? Dat aanpassingsproces is niet zo
simpel. Je ziet hetzelfde bij de PS: zij konden in het begin bijna niet geloven
dat ze de teugels van de regering niet meer in handen hadden. Dat leidde tot
bijna gewelddadige reacties."
En dan vooral tijdens die eerste zitting in de
Kamer. Waar u als kersverse voorzitter van het kastje naar de muur werd
gespeeld.
JAMBERS: (naar Bracke) "Ik heb toen met je meegeleefd, hoor. (lacht) Als
je ergens in getraind bent, kan je omgaan met stresssituaties. Maar Siegfried
moest beginnen op het allermoeilijkste moment! Dat moet verschrikkelijk
zijn."
BRACKE: "Ah ja! Ik kan u verzekeren: alleen al het lawaai dat opstijgt
uit zo'n roepend parlement, dat is indrukwekkend. Nu ben ik het gewoon als er
honderd mensen beginnen te roepen en durf ik de hamer al wel eens te hanteren
als een Kristof Calvo weer eens begint te roepen. Maar in het begin…"
Niet alleen u lag toen onder vuur: ook
partijgenoten Theo Francken en Jan Jambon kregen het hard te verduren omwille
van uitspraken in de media.
BRACKE: "Ach ja, that's the game. Onze fractie heeft ook nog verschrikkelijk zitten roepen toen wij in de
oppositie zaten."
JAMBERS: "Het is nu eenmaal de rol van de mensen die daar zitten om hun
ideeën te verkondigen. Iedereen doet dat op zijn manier. Maar het levert
alleszins een fantastisch spektakel op, een prachtig theater. Liever dat dan
een saai parlement."
U noemt het prachtig theater, ik noem het
speelplaatsgedrag van een bende kleine kinderen.
BRACKE: "Dat is natuurlijk ook een goed punt: je moet maat houden. Ik
heb gemerkt dat de collega's van de PS ook niet meer diezelfde hevigheid hebben
getoond als tijdens die eerste zitting. Zelfs mevrouw Onkelinx heeft op de laatste
zitting van het jaar 2014 gesproken over 'quelques moments d'hystérie'.
(glimlacht breed) Tja."
Meer Zuhals
Wanneer het voorgerecht ter tafel komt, kijkt
Jambers op. "Mag ik vragen, mevrouw: komt er nog veel? Want ik ben iemand
die weinig eet." De maître kan er begrip voor opbrengen: "het
hoofdgerecht is Mechelse Koekoek, maar u mag gerust iets laten liggen."
Jambers is natuurlijk de lichte kookkunst gewend van echtgenote Pascale
Naessens, die intussen alweer aan haar vijfde kookboek toe is. "Geen idee
of wij thuis eigenlijk kookboeken van Pascale staan hebben," bloost
Bracke. "Dat zou ik eens aan mijn vrouw moeten vragen." Van daar is
het maar een kleine stap naar ander vrouwelijk schoon.
Meneer Bracke: eigenlijk hebben we de recente
P-covershoot van partijgenote Zuhal Demir deels aan u te danken, want u gaf
haar toestemming voor de fotosessie in het parlement. Bent u geschrokken van de
kritiek die ze achteraf moest slikken?
BRACKE: "Eerst en vooral: ik ben niet de arrangeur van de wereld, hé.
Maar ik heb eerlijk gezegd wel grote ogen opgezet van de heisa die erover
ontstond. Komaan zeg, daar was toch niets aan de hand?"
JAMBERS: "Ik begrijp het ook niet goed. Het is niet dat die foto's een
politica onwaardig waren. 25 jaar geleden had Annemie Neyts trouwens al een
nationale affiche waarop ze zich schminkte in de spiegel, Freya Vandenbossche
speelde in 2000 haar benen uit, en Maya Detiège poseerde vorig jaar nog in een
marcelleke. Wat is daar mis mee? Iedereen laat zich toch fotograferen zoals hij
of zij zelf wil?"
CDH-parlementslid Catherine Fonck vermoedde er
zelfs een complot van N-VA in om België in diskrediet te brengen.
BRACKE: "Wel, toen we op voorhand in de partij over die shoot spraken,
was er iemand die opperde dat men het zo zou interpreteren. Waarop die door de
rest van de vergadering natuurlijk werd uitgelachen. Blijkt die nu toch wel
gelijk te hebben, zeker? Als de ondergang van de Belgische staat al afhangt van
een fotoshoot… Zelfs ik geloof dat niet."
U zei na de kritiek wel dat u de parlementaire
regels zou verduidelijken. Bent u uw staart al aan het intrekken?
BRACKE: "Neen, that's not my style. Er was gewoon een vreemde kronkel in
het reglement waardoor je wel foto's mag maken in de Kamer, maar niet op je
eigen toegewezen plaats. Dat wil ik ophelderen. Maar voor de rest laat ik het
over aan het gezond verstand van de parlementsleden."
JAMBERS: "Maar goed ook. Ik vind zo'n politica eigenlijk interessanter
dan de doorsnee babes met hun perfecte lijf die elke dag in de bladen staan. Daar
zijn we stilaan op uitgekeken, denk ik. Rond de foto's van Demir hing
daarentegen een vorm van kwetsbaarheid. Die vrouw staat daar in al haar
onvolkomenheden, met een zekere schroom, en dat maakt het natuurlijk
intrigerend, intiem en bijzonder. Eigenlijk zouden meer politica's zich aan dat
soort sessies mogen wagen." (lacht)
Die shoot illustreert wel hoe politici in
Vlaanderen misschien meer dan waar ook ter wereld celebrities zijn.
BRACKE: "Ik denk dat de manier waarop wij met politici omgaan een gevolg
is van onze televisiegeschiedenis. Toen de VRT nog het monopolie had, gaven
Wetstraatjournalisten nog minutenlange exposés over de herziening van pakweg
artikel 127 quater van de grondwet. De mensen hadden daar natuurlijk niets aan,
maar ze hadden niets anders om naar te kijken. Tot VTM in 1989 de wereld kwam
veranderen. Dat heeft ervoor gezorgd - en ik heb daaraan meegewerkt - dat de
VRT programma's ging maken waarmee ze mensen echt probeerden te bereiken."
Is die slinger intussen niet te ver doorgeslagen?
In 2007 daagden Yves Leterme en Johan Vande Lanotte nog verkleed als
drenkelingen op bij Debby & Nancy, en bij de voorbije verkiezingen trok
Bart De Wever plots een pandapak aan voor de Nacht van de Vlaamse
Televisiesterren.
BRACKE: "Je gaat mij van partijdigheid verdenken, maar: ik vind dat van
een totaal andere natuur."
Het gaat om politici die carnavalskleren
aantrekken in verkiezingstijd. Hoe verschillend kan dat zijn?
BRACKE: "Bart De Wever kreeg misschien vooral aandacht omdat hij
struikelde in dat pandapak, maar hij heeft daar ook wel een politieke boodschap
mogen brengen. Vande Lanotte en Leterme konden bij hun passage bij Debby &
Nancy niets eens iets zeggen. Dat is volgens mij het verschil tussen goed
gemikt en, euh, niet gemikt. Het ene was trouwens ook een vondst van
televisiemakers, en bij het andere weet ik uit welingelichte bron dat de
televisiemakers zelf niet wisten wat het ging geven."
U bedoelt de pandastunt, want dat was een ideetje
uit de koker van N-VA.
BRACKE (glimlacht) "Laat ons zeggen dat die stunt gezamenlijk tot stand
is gekomen."
Het was een van de weinige opvallende momenten
tijdens de campagne waarbij u niet op de eerste rij stond.
JAMBERS: "Inderdaad. Niemand had mij gezegd dat De Wever dat zou
ondernemen, anders was ik er zeker bij geweest. Maar blijkbaar is dat pas op
het laatste nippertje beslist."
"Alleszins: ik heb ook de indruk dat Vande
Lanotte en Leterme zich in dat specifieke geval een beetje laten doen hebben,
en dat ze eigenlijk zelf ietwat beschaamd waren. De Wever houdt er daarentegen
van om af en toe een beetje overdreven studentikoos uit de hoek te komen. Dat
heb je vaak met mensen die van nature uit een zekere terughoudendheid hebben:
als ze uitpakken, gaan ze er meteen los over."
Zulke stunts doen wel geen wonderen voor het zo al
povere imago van politici.
BRACKE: (wuift weg) "Onderschat de mensen toch maar niet. Ik denk wel
dat ze dat onderscheid kunnen maken."
Uitgespuwd
Bij de Mechelse koekoek gaan Bracke en Jambers
door over de Antwerpse opperpanda. Er komt een passage uit 'Jambers in de
politiek' ter sprake waarbij De Wever laat vallen dat als hij echt moet, hij
het premierschap voor zijn rekening wil nemen. Dat zal later een maat voor
niets blijken, maar op dat moment in de campagne is het wel een quote waar
zowat alle Wetstraatjournalisten achteraan zitten. Doordat Jambers zijn beelden
echter niet meteen de ether kan in gooien, gaat Terzake uiteindelijk nog met de
primeur lopen.
JAMBERS: "Ik was natuurlijk gefrustreerd als journalist dat ik die uitspraak
al had voor de andere media, maar er niets mee kon doen. Dus heb ik maar een
datumstempel op die beelden gezet. Misschien speelt op dat moment enige
ijdelheid mee, maar ik wou dat de kijker dat wist."
BRACKE: "Je had daar meteen mee naar het VTM Nieuws moeten stappen,
Paul."
JAMBERS: "Ik weet eigenlijk niet meer of ik dat gedaan heb. Alleszins: de
manier waarop De Wever het zei, was terloops. Krantenjournalisten pakken dat
anders aan. Zij dikken die quote aan en maken er een grote krantenkop van. Dat ging
bij mij niet."
U zei enkele weken terug nog in De Tijd dat goeie
journalisten hun verhalen altijd een beetje aandikken. Of is dat ook opgeklopt?
BRACKE: "Neen, dat is nu eenmaal de algemene regel. Ik ben momenteel het
boek van Boris Johnson (huidig burgemeester van Londen, red.) over Winston
Churchill aan het lezen. Hoe die man de werkelijkheid aandikt, dat is
fantastisch."
Het is wel omwille van zulke literaire vrijheden
dat politici om de haverklap snoeihard uithalen naar media.
BRACKE: (vergoelijkend) "It's part of the game. Als politicus moet je ook sportief zijn: als je het gezegd hebt, heb je
het gezegd."
Uw partij is daar nochtans kampioen in: het
gebeurt zelden dat een N-VA-politicus een interview geeft waarvan hij - na de
nodige commotie - niet klaagt dat hij verkeerd geciteerd werd. Het overkwam
Liesbeth Homans, Jan Jambon, uzelf…
BRACKE: "Ja maar, dat is van een ander niveau. Vaak gaat dat om één
zinnetje dat volledig uit de context gehaald wordt en in de kop wordt gezet.
Als je dan het interview leest ben je een beetje teleurgesteld, want in die
tekst staat het niet zo straf. Maar goed, in de oppositie in Gent doe ik net
hetzelfde: daar pik ik twee à drie zinnetjes uit een totaal vertoog van een
tegenstrever en gooi hem dan in het gezicht: kijk, dat ben jij nu, zie. Alweer:
dat is het spel."
Bart De Wever klaagt in 'Jambers in de politiek'
zelfs dat het volledige persgild anti-N-VA is. Dat is echt een gevoel dat leeft
bij uw partij, hé?
BRACKE: "Ik ga eens iets heel gevaarlijks zeggen: dat zou wel eens een
garantie kunnen zijn voor blijvend succes."
Omdat mensen dat niet pikken, bedoelt u? Of omdat
het een handige marketingtruc is?
BRACKE: (mysterieus) "Ik heb al veel te veel gezegd."
De SP.A maakte zich al minstens even vaak druk dat
ze de media tegen hebben. De pers kan toch niet tegen alle partijen zijn?
BRACKE: "Neen, dat kan inderdaad niet. Dan moet één van de twee liegen,
natuurlijk." (lacht)
JAMBERS: "Als de indruk ontstaat dat de media niet meer objectief zijn,
heeft dat veel te maken met de talloze analyses, editorialen en columns waar we
dezer dagen in verdrinken. Al die journalisten denken dat ze het Grote Gelijk
in pacht hebben en zomaar vanalles en nog wat kunnen beoordelen. Maar ik ben
niet geïnteresseerd in die meningen! Een journalist moet er enkel naar streven
om op een correcte manier verslag uit te brengen over de werkelijkheid. Dan ben
je al goed genoeg bezig, vind ik."
BRACKE: "Ik ben wél geïnteresseerd in meningen. Alleen moet de
betrokkene ervoor zorgen dat ik na drie regels nog niet weet wat er op de
laatste regel gaat staan. Als het zo voorspelbaar wordt, haak ik ook af."
JAMBERS: "Ach, tegenwoordig schrijft iedere bekende Vlaming een column
over vanalles en nog wat. Ze hebben mij ook
al dikwijls genoeg gevraagd om columns te schrijven. (met nadruk) Ik doe het niet."
Deelt u meneer Brackes gevoel dat de pers tegen de
N-VA is?
JAMBERS: "Ik probeer boven zulke analyses te staan. Ik heb van in het
begin gezegd: niemand hoeft mijn politieke richting te kennen. Ik wil niet aan
geëngageerde journalistiek doen, ik heb geen verborgen agenda."
"Maar het bestaat wel degelijk. Ik herinner
mij levendig dat ik op de VRT een montagekamer binnenwandelde waar een
journalist zat te knippen tot hij zijn verhaal had. Dat was daar vroeger de
gewoonte. Ik was enorm geschandaliseerd dat een topjournalist waar zoveel
mensen respect voor hebben -
ik ga zijn naam niet noemen - daar zo mee omging. Daarom ben ik ook
nooit in de politieke journalistiek gestapt: omdat ik niet wou meedraaien in
dat spel. Want als je de werkelijkheid moet gaan boetseren en manipuleren om je
eigen gelijk te bewijzen, waar ben je dan mee bezig?"
(op dreef) "In de jaren '80 en '90 werd ik
vaak uitgespuwd. Echt, ik denk niet dat er ooit een journalist in Vlaanderen
was die zoveel bakken kritiek gekregen heeft als ik. En dat terwijl ik een
enorm succes had: in de acht jaar dat ik het programma 'Jambers' maakte, haalde
ik elke week tussen de 1,5 en 1,8 miljoen kijkers. En dat 23 afleveringen per
jaar. En toch werd er neergekeken op wat ik deed. Dat was zogezegd geen
journalistiek. Maar als ik nu De Standaard of De Morgen vastneem… Sorry, maar
daar staan elke keer zeker drie dingen in die ik al eens gedaan heb."
BRACKE: "Ik moet zelfs toegeven: ik heb over Paul ook nog foute dingen
gezegd. Ik zag in die vroege jaren niet in dat hij met goeie dingen bezig was.
Maar we zijn dan eens gaan eten, en dat heeft me de ogen geopend. Later zijn we
elementen uit zijn werk gaan incorporeren in de VRT-nieuwsdienst. Dat klasseer
ik onder 'voortschrijdend inzicht'."
JAMBERS: "En dat terwijl al wat ik deed, de werkelijkheid tonen was. Bij
een reportage over gemengde huwelijken zei een islamitische vrouw me
bijvoorbeeld dat ze het niet meer opnieuw zou doen, want haar vader kon haar
zelfs op zijn sterfbed niet vergeven dat ze met een niet-islamiet was gehuwd.
CVP-politica Paula D'Hondt schreef dan een boze brief waarin ze klaagde dat ik
de integratie niet had bevorderd met mijn programma. Maar is dat dan mijn taak?
Ik word betaald om de werkelijkheid te laten zien, niet om de integratie te
bevorderen."
BRACKE: (fijntjes) "Je zou natuurlijk ook aan constructieve
journalistiek kunnen doen, Paul."
Dat is de koers die VRT-hoofdredacteur Björn
Soenens nu volgt: hij wil verhalen brengen vanuit een positieve invalshoek. Zo
wil hij bijvoorbeeld de IS-gruwelen niet in het Journaal.
BRACKE: "Dat lijkt me niet de juiste aanpak. Ik ben nog niet zo oud als
Paul, maar ik heb wel nog meegemaakt hoe pastoors mij probeerden te zeggen wat
ik moest denken. Natuurlijk moet je de gruwel - de echte onthoofding waarbij
het bloed eruit gutst aan alle kanten - niet laten zien. Maar als je de
wreedheden achterhoudt omdat IS wil dat je bang bent, dan gedraag je je als een
speler. En dat is niet de rol van een nieuwsdienst. Ik vind dat een
fundamentele fout. En dat omdat je wil dat 'de mensen zich goed voelen'. Mijn
god. Mijn god!"
JAMBERS: "Stel dat de gruwel van de concentratiekampen vijf jaar eerder
zou getoond zijn. De wereld zou er nu helemaal anders uit zien. De realiteit
tonen kan nooit een fout zijn."
BRACKE: "Bovendien is het ook hooghartig te denken dat je de enige bron
van informatie bent. Onlangs stond er in De Standaard nog een satirisch stukje
waarin Soenens Rudi Vranckx betrapt op het bekijken van VTM. Hij roept hem tot
de orde, waarna Vranckx antwoordt: "Er moet toch iemand weten wat er in de
wereld gebeurt?" (lacht) Het is natuurlijk een karikatuur, maar dat is wel
de situatie, hé."
Zou een reeks als 'Jambers in de politiek' vandaag
nog op de VRT terecht kunnen?
JAMBERS: "Bij de vorige verkiezingen zou dat volgens mij zeker niet
gekund hebben, omdat het zo'n ongewone aanpak was. Maar ik heb intussen heel
veel positieve reacties gekregen,
ook vanuit de VRT. Dus ik geef het je op een blaadje: bij de volgende
verkiezingen gaan ze allemaal politici willen volgen."
BRACKE: "Tja. Dan ga je ook wel een verschil zien, hoor. Er is enig
talent nodig om dat soort televisie te maken. En ik zie momenteel meer
innovatie bij VTM dan bij de VRT. Daar voeg ik graag aan toe: helaas. Want ik
ben een gelovige in het model van de openbare omroep: ik denk dat we dat in
Vlaanderen, waar we maar met dik zes miljoen zijn, écht nodig hebben."
Het diner loopt op zijn einde, maar de heren laten
het dessert aan zich voorbij gaan. Jambers omdat hij al vol zit, Bracke omdat
hij straks nog een ontmoeting heeft met de Slowaakse ambassadeur, en zo
dadelijk moet vertrekken. Toch keuvelen ze nog even door over het laatste beeld
uit "De Langste Dag", waarin De Wever vlak na zijn verkiezingsoverwinning
de vuilbakken buiten zet. "Prachtige televisie," kirren beiden met
aanstekelijk enthousiasme. Toch antwoordt Bracke categoriek "neen" op
de vraag of hij het journalistenbestaan mist. "Dat zijn keuzes die je
maakt in het leven." Jambers grijnst, terwijl beide heren hun jas nemen
voor hun vertrek. "Siegfried is nu wel Kamervoorzitter, hé. Hij rijft een
dik salaris binnen en krijgt veel respect. Als ik zo'n job had, zou ik de
journalistiek ook niet missen."
