Labels

(Foto: Dorien De Vos)

Als u binnenkort een grasveld in uw contreien omgeploegd ziet worden door jongelui die plastic buizen tussen hun benen klemmen en met ballen naar elkaar gooien: geen zorgen, u hebt niet aan de paddo's gezeten. U bent gewoon getuige van een zwerkbaltraining, de wereldlijke - en steeds meer populaire - versie van de fictieve sport uit de Harry Potter-boeken en -films. Wij stuurden onze man dan ook op onderzoek bij de sportiefste nerds ter wereld. "Ik kan je verzekeren: een bezem in je ballen is niet prettig." (11 februari '15)


Eind januari is het in Gent barkoud en regent het oude wijven. Toch draaft een twintigtal jongelieden op het De Naeyerplein rondjes om een geïmproviseerd veld van 50 bij 40 meter, met drie hoepels aan beide kanten van het terrein. Nog vreemder: ze doen dat met een pvc buis stevig tussen de benen geklemd. "Welkom bij de zwerkbaltraining," zegt Gorik Verbeken (24) opgetogen. Hij is trainer van de Ghent Gargoyles, een team dat behoort tot het kruim van de Belgische zwerkbalwereld - er zijn ook nog teams in Antwerpen, Leuven, Brussel en Hasselt. "Sinds een paar gekke Amerikanen in 2005 de regels uit de boeken van JK Rowling aanpasten aan de wetten van de fysica, is zwerkbal niet langer enkel voor tovenaars en heksen weggelegd. En sindsdien is het een van de snelst groeiende sporten ter wereld, met meer dan 300 teams in ruim 20 landen."

"En om alvast te anticiperen op wat waarschijnlijk je eerste vraag wordt: neen, onze bezems vliegen niet," gaat Gorik door. "Die plastic buizen zijn gewoon een handig - en veiliger - vervangmiddel voor de borstels of swiffers waar mensen vroeger mee kwamen opdagen. En om je tweede vraag ook meteen te beantwoorden: neen, we zijn geen ongelooflijke Harry Potter-nerds." Hij grijnst. "Of toch niet allemaal."

De zwerkbalspelers mogen het vliegen dan wel achter zich gelaten hebben, de meeste andere spelregels uit de boeken blijven overeind. Het spel wordt gespeeld met twee teams van zeven spelers. Drie daarvan zijn chasers, wier voornaamste doel erin bestaat een half opgeblazen volleybal - de qwaffle - door een van de drie hoepels te gooien. Dat levert hen tien punten op. Samen met een keeper moeten zij met hondsbrutale tackles en worstelgrepen de chasers van de tegenpartij ook beletten te scoren. Daarbij krijgen ze steun van twee beaters, die zich van drie trefballen - bludgers - kunnen bedienen om andere spelers van hun bezem te gooien. Wie geraakt wordt, moet namelijk van zijn bezem stappen en terugkeren naar zijn eigen hoepels voor hij weer verder mag spelen.

En tot slot zijn er de seekers: mensen die, net als Harry Potter in de boeken, op zoek moeten gaan naar de gouden snaai. In de tovenaarswereld is dat een autonoom vliegend balletje, maar omdat magische bezweringen vooralsnog enkel in het hoofd van Ingeborg bestaan wordt die hier vertegenwoordigd door een knul die volledig in het geel gekleed is en een tennisbal achteraan zijn broek heeft hangen. Als een seeker hem die afhandig kan maken, levert dat dertig punten op, en eindigt de wedstrijd onmiddellijk. Daardoor varieert de lengte van een wedstrijd doorgaans van een halfuur tot een uur.

Het levert een sport op die een mengsel is van rugby, trefbal, worstelen en handbal, beoefend door een bont allegaartje van spelers. Loebassen van kerels beuken met hun schouders tegen vinnige jongens, aalvlugge kleine meisjes proberen overal doorheen te glippen, en een paar exemplaren zien er op zijn zachtst gezegd minder atletisch uit, maar zijn tactische kranen. En vooral: eens ze beginnen trainen, blijkt al snel dat ze er allemaal hun hoofd voor leggen.

Wanneer ik me zelf in de debatten meng, worstel ik vooral met de bezem. Rennen, gooien en tackelen met één hand op het stuk plastic tussen je benen blijkt ontzettend vermoeiend. "We raden zoveel mogelijk spelers aan om te leren zonder handen met de bezem te lopen," zegt Gargoyles-hoofdcoach Ellen (18). "Er zijn Franse spelers die erom bekend staan dat ze razendsnel het veld over kunnen waggelen met hun handen vrij, en dat blijkt telkens een enorm voordeel, zowel bij het gooien en vangen van de bal als bij het ontwijken van tackles."

Vooral dat laatste aspect blijkt me vooralsnog te ontglippen. Ik plant meermaals mijn gezicht in de steeds modderiger wordende ondergrond, zowel na tackles van mannelijke kolossen als van flukse jongedames - zwerkbal is namelijk een gemengde sport. Wanneer Gorik mijn stokkende ademhaling hoort, moet hij lachen. "Dit is nog niets vergeleken met het echte werk. Waarom ga je niet mee naar de Valentine's Cup in Oxford? Daar kan je de beste spelers van Europa aan het werk zien. Dan ga je pas je ogen uitkijken."

 Grote sponsors 

Zwerkbalteams blijken internationale toernooien te spelen met een vanzelfsprekendheid waarvan menig voetbalploeg uit de Jupiler League zou opkijken. Nationale ploegen nemen het zelfs tegen mekaar op tijdens wereldkampioenschappen: op het WK van 2014 in Canada werden de Belgian Gryffins zevende na de VS, Australië, Canada, Groot-Brittannië, Mexico en Frankrijk. Maar in Europa is Oxford uitgegroeid tot dé draaischijf van de zwerkbalgemeenschap. Zo keert het spel terug naar de legendarische universiteit waar JK Rowling Zweinstein - de school van Harry Potter - op baseerde.

Deze Valentines Cup, waarbij uitzonderlijk nieuwe teams worden samengesteld uit alle ingeschreven spelers, ontpopt zich zelfs tot het grootste zwerkbaltoernooi ooit in Europa. Liefst 500 liefhebbers blazen verzamelen op de voetbalterreinen van Horspath, een gehucht net buiten het centrum van Oxford. Onder hen ruim twintig Belgen, maar ook Fransen, Spanjaarden, Noren, Amerikanen en zelfs Australiërs.

"Een onverwacht succes," zeggen toernooidirecteurs Jack Lennard (20) en David Dlaka, twee studenten aan de universiteit van Oxford die samen het evenement in elkaar boksten. "Het kostte ons 6.700 euro om alles te organiseren, maar dat hebben we al terugverdiend met inschrijvingsgeld. We doen het voorlopig zelfs zonder sponsors. Adidas en Red Bull hebben ons overwogen, maar zij vonden het nog te vroeg om te investeren. En wij willen ons liever nog niet verbinden aan de kruidenierszaak om de hoek: we mikken hoger."

Jack komt erg slungelachtig over - met een bril op de neus zou hij perfect kunnen doorgaan voor een boomlange versie van Harry Potter-acteur Daniel Radcliffe - maar op de Valentine's Cup raast hij als een bezetene over het veld. Voormalige rugbyspelers noch tengere meisjes zijn veilig voor zijn messcherpe tackles. Ook als toernooidirecteur barst hij van de ambitie. "We weten dat zwerkbal in essentie een onnozele sport is, maar toch voelt alles semi-professioneel aan. We willen ook graag serieus genomen worden, dus zorgen we dat alles tot in de puntjes geregeld is: er is zelfs een professionele eerste hulp-post. Natuurlijk is het een beetje vreemd om zo op te gaan in een sport die recht uit een fictieve tovenaarswereld komt, maar mensen lijken vaak te vergeten dat alle sporten ooit uitgevonden zijn. Het enige verschil is dat de onze pas een aantal jaar geleden is bedacht door een schrijfster."

 Olympische Spelen 

Die schrijfster lijkt ook een steeds minder belangrijke rol te spelen in de zwerkbalgemeenschap, zegt Emily, een speelster van de Radcliffe Chimera's, de huidige Europese kampioenen. "Natuurlijk zijn veel spelers met zwerkbal begonnen omdat ze geobsedeerd waren met Harry Potter. Ik kwam zelf ook uit die community, maar ik ben gebleven voor de sport. Waar ik het vroeger regelmatig met vrienden had over de tovenaarswereld, heb ik het nu bijna uitsluitend nog over zwerkbal. En die twee dingen staan steeds meer los van elkaar."

Toch lijkt die zoektocht naar legitimiteit een moeilijke oefening. De helft van de teams lijkt volstrekt gefocust en daagt op in sobere uniformen, maar anderen draven op met plastieken vleugels op hun rug, roze tutu's of gezichtsverf waarvan zelfs Alice Cooper zou zeggen dat het gerust een beetje minder mag. Maar het moet gezegd: op een verdwaalde Griffindor-pull na valt het op dat de verwijzingen naar de fantasiewereld van JK Rowling in Horspath dunner gezaaid zijn dan haar op het hoofd van Frank Vander Linden. Harry Potter lijkt haast Hij Die Niet Genoemd Mag Worden.

"Het is een geladen debat binnen de gemeenschap," weet Ryan, een geblokte Amerikaan die gemakkelijk een familie ooievaars in zijn baard kan huisvesten en op de Valentine's Cup voor het team van Gorik speelt. "Vooral in de VS doen veel mensen hun best om zwerkbal zo serieus mogelijk te nemen. De officiële zwerkbalinstanties - ja, die zijn er - nemen zo veel mogelijk afstand van de Harry Potter-franchise. Er wordt bijvoorbeeld met geen woord naar verwezen in de geschiedenis van de organisatie, of in het ruim 170 pagina's tellende reglement. We gebruiken Potter enkel als ludiek rekruteringsmiddel in slagzinnen als: wie houdt van tovenaars, ballen gooien naar zijn vrienden en een stok tussen zijn benen hebben, is geknipt voor zwerkbal. In Amerika kijken we daarvoor vooral naar mensen die het universitaire basketbal- of American Footballteam niet halen: die kunnen ons uitstekende diensten bewijzen."

"Zwerkbal is zeker niet enkel weggelegd voor die-hard fans," valt Gorik zijn teamgenoot bij. "Hier komt de magie niet tot leven zoals bij de setbezoeken in de studio's van Warner Brothers. Hier word je keihard in het gezicht gemept." Terwijl hij zijn blik strak op het speelveld gericht houdt, voegt hij er zonder verpinken aan toe: "Uiteindelijk moet je met zwerkbal mikken naar de Olympische Spelen. Dat is toch het ultieme doel van elke sport?"

In dat opzicht zou het niet onlogisch zijn om de bezemstelen te laten vallen: die maken van zwerkbal zowat de enige sport die een attribuut gebruikt dat niet echt een doel heeft in het spel en eigenlijk levensgevaarlijk is. En het is het voornaamste element dat ervoor zorgt dat de hele sport er nogal wuft uit ziet. Maar dat argument wuift David, die het hele weekend lang het toernooi in goede banen leidt met een megafoon en een zwart-roze gestreepte jurk met vlindervleugels, vlotjes weg. "Die bezems zijn gewoon een handicap zoals alle andere. Net als je in rugby de bal alleen maar achteruit mag gooien, of in voetbal de bal niet met je handen mag aanraken. Het maakt de sport net interessanter, niet belachelijker."

Niet iedereen lijkt die mening toegedaan. Terwijl de zwerkbalspelers met hart en ziel rennen, duiken en worstelen om de qwaffle, oogsten ze vooral meewarige blikken van de zondagse voetbalspelers op de naburige vrije velden. Enkel de kinderen op veld C tonen enige interesse. Vader Mark (43) ziet het met lede ogen aan. "Ik zie vooral een hoop mannen in rokjes rondlopen. Dat is me allemaal een beetje te excentriek. Mijn zoon kijkt ook graag naar de Harry Potter-films, maar dit moet hij niet meteen gaan doen. Dat ze die bezems maar houden om te kuisen, niet om mee te spelen."

Niet enkel buitenstaanders kijken vreemd op, getuigt Emily. "Ik ben al vrienden verloren omdat ik zwerkbal speel. Sommigen reageren zelfs bijna agressief, omdat ze maar niet kunnen vatten dat ik zo op ga in iets wat in hun ogen zo belachelijk is. Dat is een groot verschil tussen zwerkballers en andere mensen: wij staan open voor alles, en zullen niet gauw iemand uitsluiten."

Dat blijkt ook uit een van de meest speciale regels uit het zwerkbal: anders dan bij andere gemengde sporten wordt hier geen opdeling gemaakt tussen mannen en vrouwen, maar geldt gewoon de regel dat minstens twee spelers op het veld zich "moeten identificeren als een ander gender" dan de andere vijf. Op die manier kunnen ook trans- of agendermensen die zich niet thuis voelen in een mannen of vrouwenlichaam op een volwaardige manier meedoen. "Al letten we er wel op dat de regel niet misbruikt wordt," legt Emily uit. "Je gaat nooit zeven fysieke mannen op het veld zien staan waarvan er dan twee zeggen dat ze zich een vrouw voelen."

Niet dat het veel verschil maakt, want er zijn genoeg vrouwen in de zwerkbalwereld die meer dan hun mannetje kunnen staan: zo zie ik een zekere Elizabeth, die amper 1m60 groot is, vlotjes een man van 1m90 vloeren met een vliegende tackle. "If you don't break the girls, the girls break you," meesmuilt Ryan. Al voegt hij er schalks aan toe dat het er 's avonds een pak vriendelijker aan toe gaat. "Als je 500 mannelijke en vrouwelijke atleten een ganse dag elkaar laat bepotelen en je giet ze aan het eind van de avond vol alcohol, kan je je wel inbeelden wat er gebeurt."

En zo geschiedt ook: wanneer de cocktails die avond rijkelijk vloeien in de afgehuurde Camera Club in het centrum van Oxford, wordt er gedanst zoals enkel jongeren die het gros van hun tienerjaren met hun neus in de boeken doorbrachten dat kunnen - uitbundig en naast de maat. Het zwerkbal wordt duchtig geruild voor amandelhockey met alle mogelijke combinaties van vrouwen, mannen en vrouwen met adamsappels, en ik besef plots weer waarom in het Olympisch dorp elke keer vijftien condooms per atleet klaar liggen.

 Gebroken ribben 

De volgende dag zijn er enkele lichte katers te bespeuren op het veld, maar op een enkele uitzondering na - Gorik, de Belgische kapitein van toernooifavorieten Gorik or Die Trying heeft iets te diep in het glas gekeken - laat niemand verstek gaan. Wat wel zijn tol begint te eisen, zijn de blessures. Tackles zijn hier normaalgezien enkel toegelaten tussen de schouders en de knieën, maar dat blijkt geen garantie op veiligheid. "Toen we ingehuurd werden hebben we schertsend gevraagd of ze zouden vliegen op dit toernooi," lacht ambulancier Paul. "Maar nu blijkt dat ze hier effectief vliegen - na bepaalde tackles. Het gaat er hier minstens even brutaal aan toe als bij rugby, maar omdat er zoveel verschillende gewichtsklassen van spelers meedoen, komen sommige botsingen wel erg hard aan."

Als om de daad bij het woord te voegen, loopt een doorgebroken speler van Pablo & The Bandito's plots tegen een uitgestrekte arm aan. Het licht gaat even uit bij de man die volgens zijn shirtnaam 'The Beast from the East' heet, maar na wat aandacht van de eerste hulp wil hij zo snel mogelijk terug het veld op, om de man die hem tackelde de hand te schudden. Niet onlogisch: het is nogal moeilijk om je pisnijdig te maken als je een jurk draagt en een bezem tussen je benen klemt.

Het toernooi zal uiteindelijk eindigen met slechts twee zware blessures: één gebroken schouder en één open armbreuk. Dat kan erger, weet Ben Pooley (20), de - jawel - hoofdscout van het Britse nationale zwerkbalteam. "Bloedneuzen, spierscheuren en kneuzingen horen erbij. Maar op een vorig toernooi liep ikzelf drie gebroken ribben op: ik lag een kwartier op de grond bloed te hoesten. Het meest pijnlijke was nog toen ik bij een tackle de bezem van een tegenspeelster recht in mijn kroonjuwelen kreeg, en ik een spier in mijn penis scheurde. Ik kan je verzekeren: dat is niet prettig."

Ondanks de blessures begint het bij veel spelers die al vroeg uit het toernooi lagen toch te kriebelen om nog een extra potje te zwerkballen. Wanneer er na de halve finales plots een aantal velden vrij komen, wordt er plots massaal gemobiliseerd om een vriendschappelijke wedstrijd te spelen, en voor ik het weet sta ik zelf klaar met een pseudobezem tussen dertig andere vrijwilligers voor een scrimmage bij zonsondergang.

 Touchdowndansje 

Tijd om wat ik leerde bij de Gargoyles in praktijk om te zetten. Na een paar minuten duik ik samen met een chaser van het andere team naar de qwaffle. Ik slaag erin de volleybal te veroveren, klauter meteen recht en speel de bal door naar een ploegmaat. Met een wijde boog trek ik om de vijandelijke linies heen, en ik vat post achter de hoepels, klaar om als een sluipschutter te scoren. Een ploeggenoot verstuurt een pass waar menig Superbowl-quarterback een puntje aan kan zuigen, en ik sta klaar om de qwaffle door de hoepel te dunken. Heb ik de beste Europese zwerkballers al meteen mooi bij hun bezemstelen, denk ik bij mezelf. Maar dan gaat plots het licht uit, en wanneer ik terug recht sta, zie ik een beater van het vijandige team staan grijnzen met een trefbal in de hand: hij heeft me recht in het gezicht geraakt.

Maar mijn team herstelt zich, en enkele punten later kan ik een vijandige chaser de bal ontfutselen. Ik klem mijn bezem stevig tussen mijn benen en trek mezelf op gang op het modderige veld. Met een schijnbeweging omzeil ik één belager, en een tweede tackle schud ik vlotjes van me af: ik kan recht op doel af, en maak mijn eerste officiële zwerkbalpunt. Een touchdowndansje besluit ik wijselijk te bewaren voor na de wedstrijd, uit vrees voor een tweede bludger in het gezicht.

Niet veel later begint de echte finale, waar het internationaal getinte team van Gorik en Ryan het opneemt tegen het erg Britse Black Hearted Beauties. Er volgt een felle strijd waarbij geen toverspreuken, maar wel gele en rode kaarten, fantastische blocks en geweldige passes in het rond vliegen. Op het veld staan mensen met een achtergrond in rugby, atletiek, handbal en gevechtssporten. Het moge duidelijk zijn: dit zijn geen Harry Potter-nerds meer, maar atleten. Uiteindelijk slaagt de seeker van de Beauties erin de snaai te grijpen: zijn ploeg stormt dolenthousiast op hem af, terwijl het andere team teleurgesteld ten gronde zijgt.

Terwijl de toernooidirectie bij het licht van de ondergaande zon de winnaars eretekens uitreikt, maak ik me klaar voor de terugreis. "Kom nog maar een paar keer trainen," zegt Pauline, een van de aanwezige Gentse Gargoyles, me. "Eind februari is er de Benelux Cup, waar we met de Gargoyles een gooi naar willen doen. En we kunnen wel nog een chaser gebruiken."

Op de terugweg heb ik nog steeds bedenkingen bij het verleidelijke aanbod, al zijn het andere dan voor dit weekend. Toen maakte ik me vooral zorgen dat ik niet genoeg zou kunnen praten met mensen die het enkel over Harry Potter hebben, en of ik wel nog aan een lief zou geraken met zo'n nerdy hobby. Maar die twijfels maken nu plaats voor angst om een onzachte ontmoeting tussen mijn tanden en een bezem, of een gemiste worp op een cruciaal moment in de wedstrijd. Ach wat, misschien moet ik maar gewoon in mezelf geloven. Die les staat ongetwijfeld in een of ander Harry Potter-boek.
...