![]() |
| (Foto: P-Magazine) |
Applaus op alle banken toen onze
veiligheidsdiensten vorige week met vereende krachten een terreuraanslag konden
verijdelen in Verviers. Mogen we met een gerust hart gaan slapen, wetende dat
de staat waakt? Wat staat er tussen een terrorist met jeukende vingers en een
effectieve aanslag? Dit zijn de verdedigingsgordels van België. “Verviers was
bemoedigend, maar een aanslag uitsluiten tart alle logica.” (21 januari '15)
Begin september 2014. In Brussel wordt na een
ellenlange soap CD&V-politica Marianne Thysen voorgesteld als Europees
commissaris. Serena Williams wint de US Open, Anderlecht loopt duur
puntenverlies op bij Lierse en vanuit Syrië bereikt ons het bericht dat de
Amerikaanse journalist Steven Sotloff is vermoord door IS. De dreiging van Islamitische
Staat is angstaanjagend en bloedstollend, maar ver weg. De redactie van Charlie
Hebdo is naarstig aan het werk om haar 60.000 lezers te plezieren en de para’s van
Tielen blijven in hun basis. Maar op de kantoren van onze staatsveiligheid beweegt
er wel iets.
Enkele speurders hebben hun oog laten vallen op een mogelijke
terreurcel, bestaande uit teruggekeerde Syriëstrijders. De dreiging is ernstig
en de geheim agenten gaan aan het werk: telefoons worden afgetapt, sms’en
onderschept en gelezen. Dat levert aanvankelijk niet veel op, deze duidelijk
getrainde verdachten communiceren in codetaal. Die code wordt na enige tijd
gekraakt door analisten en het plaatje wordt stilaan duidelijk. Er is een
leider, die vanuit Griekenland een actie op poten aan het zetten is. Hij geeft
orders aan zijn luitenanten in België en financiert ze ook. De gesprekken
worden steeds concreter. De verdachten zijn van plan aanslagen te plegen op politiemensen, hét symbool van onze veiligheid.
Staatsveiligheid schiet in
actie en brengt het gerecht en de politie op de hoogte. Samen beraamt het verzamelde
Belgische veiligheidsapparaat een plan. Op donderdag 15 januari rijdt verdachte
Marouane E. Vanuit Sint-Jans-Molenbeek naar Verviers waar de andere verdachten
zich schuilhouden. En dan klapt de val dicht. De speciale eenheden van de
federale politie – de zogenaamde, zeg maar onze Navy Seals – vallen het safe house in Verviers binnen, onder
meer met materiaal dat ze van hun Franse collega’s van de GIGN hebben geleend.
Er volgt een zenuwslopend vuurgevecht. De CGSU wordt onder meer met
Kalasjnikovs beschoten, maar trekt uiteindelijk aan het langste eind. De
operationele cel van de terreurgroepering, twee ex-Syriëstrijders, wordt
gedood, Marouane E. gearresteerd. In Verviers vinden twee huiszoekingen plaats,
in en rond Brussel nog eens tien. In Brussel worden ook veertien mensen
opgepakt, in Frankrijk twee, in Griekenland later ook nog een.
De voor België ongeziene
anti-terreuractie is een klinkend succes. “Proper opgeruimd”, zegt minister van
Binnenlandse Zaken Jan Jambon. De betrokken diensten wordt massaal
gefeliciteerd, de Facebookgroep ‘Fier op onze politie’ verzamelt in een mum
13.000 likes.
“De operatie in Verviers was een uitstekend
voorbeeld van een goede samenwerking tussen onze veiligheidsdiensten, die
allemaal betrokken waren”, zegt ook veiligheidsexpert Prof. Dr. Brice De Ruyver
(Ugent) nu. “Dat is bemoedigend, maar het wil niet zeggen dat we ons geen
zorgen moeten maken. Integendeel: als ik luister naar onze beleidsmakers, zijn
we eerstdaags nog niet af van die terreurdreiging. Een aanslag volledig
uitsluiten tart alle logica.”
Erg rustgevend klinkt dat niet. Hoe veilig bent u
echt? We zoeken het uit aan de hand van onze vier verdedigingsgordels:
preventie, de politie, de inlichtingendiensten en de Europese
veiligheidsinstellingen.
De eerste linie: Preventie
Voor iemand besluit dat het een absoluut topidee
zou zijn om middels een kalasjnikov een aantal kogels door politiehoofden te
jagen, heeft die doorgaans al een grillig parcours achter de rug. De
voedingsbodems van dergelijke radicaliseringstrajecten identificeren is dan ook
een eerste, belangrijke stap in de verdediging van onze samenleving.
Vaak zijn die zelfs banaler dan klassieke factoren
als discriminatie of racisme, weet Vilvoords burgemeester Hans Bonte (SP.A),
die sinds 2012 al 25 jongeren zag vertrekken naar Syrië - en er acht zag
terugkomen. "Doorgaans gaat het om jongens die worstelen met hun
identiteit. Derdegeneratieallochtonen die cultureel en religieus tussen twee
stoelen raken, of in conflict leven met hun ouders. Ze raken geïsoleerd en
gefrustreerd door tegenslagen op school of in de liefde. Tot foute figuren hen
op sleeptouw nemen, hen een identiteit als belangrijke strijder aanbieden, en
misbruik maken van de Koran om hen te overtuigen dat ze betere moslims zijn dan
anderen. Waarna ze hun banden met "minder toegewijde" mensen - andere
moslims, christenen, ouders, familie - moeten doorknippen. En dan zijn ze in de
ban."
Op basis van die vaststelling heeft Bonte in
Vilvoorde een deradicaliseringsmodel ontwikkeld. "Het sociale weefsel rond
die jongeren blijkt de sleutel. Wij brengen ouders, vrienden, trainers uit hun
sportclub, sympathieke leraren of desnoods ex-lieven terug aan tafel met die
jongens. En tegelijk mobiliseren we mensen uit de moslimgemeenschap op die
extremistische interpretaties van de Koran te ontkrachten. Met succes, want de
voorbije zeven maanden is uit Vilvoorde niemand naar Syrië vertrokken."
Toch is Bonte niet tevreden. "Het buitenland
toont veel interesse in onze aanpak, maar in Vlaanderen staan we te roepen in
de woestijn. De laatste jongen die we konden onderscheppen net voor hij naar
Syrië trok zat op één jaar tijd in negen scholen. Dat illustreert dat het
onderwijs niet mee is met ons verhaal, terwijl het Vlaams parlement in 2013 al
een resolutie goedkeurde om leraren met radicalisering te leren omgaan."
De socialistische burgervader is dan ook opgelucht
dat N-VA-minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon nu met een uitgebreid
antiterreurpakket komt. Dat versterkt de staatsveiligheid en maakt het voor het
eerst mogelijk om het leger in te zetten op eigen grondgebied, maar verbreedt
vooral de wettelijke definitie van terrorisme.
Vroeger was die namelijk zo eng dat speurders een terrorist met de
bomgordel om moesten vatten om een straf te garanderen. Door de uitbreiding
wordt het voor de politie bovendien eenvoudiger om pakweg telefoontaps in te
zetten, Syriëstrijders de Belgische nationaliteit te ontnemen, of hun
reisdocumenten in te trekken.
Dat het pakket zo lang op zich liet wachten, ligt
vooral aan de complexiteit van de materie, verklaart Olivier Van Raemdonck,
woordvoerder van Jambon. "Bij de regeringsvorming hebben we ons
voorgenomen om onze tijd te nemen en het wetgevende kader op punt te stellen.
Want als je met slechte wetten werkt, want dan ga je met de billen bloot voor
de rechtbank."
Toch heeft radicaliseringsexpert Montasser
Alde'emeh kritiek op het Jambon-pakket. "Door paspoorten in te trekken
raken jongeren nog meer gefrustreerd. Dat is het probleem met harde
anti-terreurmaatregelen: soms worden ze op hun beurt de bron van verdere
radicalisatie. Kijk maar naar Theo Francken: die wil plots salafistische imams
aan banden leggen, nadat de overheid het salafisme (een conservatieve strekking
van de islam, red.) jarenlang liet groeien tot de grootste stroming in België.
Zo werkt het niet. Met deze maatregelen repareert Jambon het dak niet, hij legt
er gewoon wat extra dakpannen op."
Ook Hans Bonte is niet onverdeeld tevreden.
"Bij Jambon ontbreekt er een cruciale, dertiende maatregel: ondersteuning
van lokale besturen. Wij slagen er nu in om te deradicaliseren, maar dat vergt
bovenmenselijke krachten van mijn werknemers, omdat we zo weinig middelen
hebben. Het wordt echt tijd dat de overheid over de brug komt, want in steden
als Maaseik hebben ze nul euro radicaliseringsbudget. Dat is spelen met levens.
En dan begint het verdacht hard op schuldig verzuim te lijken."
Niet alleen de gemeenten zitten om duiten
verlegen, gaat Bonte door. "De grootste moskee in Vilvoorde moet het doen
zonder overheidssteun, terwijl de islam toch een erkende godsdienst is in
België. Ook op dat vlak moeten we in spoedtempo een inhaalbeweging naar een
eerlijk beleid maken." Montasser Alde'emeh valt hem bij: "Op die
manier kan bijvoorbeeld de Moslimexecutieve eindelijk doen wat ze hoort te
doen: moslims vertegenwoordigen, voor structuur in de gemeenschap zorgen, op
straat gaan praten met de jongeren. Dan pas kan je resultaten boeken."
De zoektocht naar centen wordt echter geen
sinecure. Het antiterreurpakket zou putten uit het spaarpotje van 300 miljoen
de regering aanlegde, maar of er dan nog wat over schiet valt nog zeer te
bezien, zegt Van Raemdonck. "Bij de begrotingscontrole in maart kunnen we
kijken hoe ver we kunnen springen met de beschikbare middelen. Maar we zoeken
ook naar slimme manieren om te besparen: door bijvoorbeeld militairen in te
schakelen bij een verhoogd dreigingsniveau maken we de handen van de politie
vrij. Ook dat is efficiëntie."
De tweede linie: politie op het terrein
De leger- en politiemacht die de afgelopen week op
de been werd gebracht was alleszins immens. Een peloton van 150 militairen voerde
beveiligingsopdrachten uit en politieagenten waren in zichtbaar aanwezig in
grote treinstations, gerechtsgebouwen en Europese instellingen. Maar experts
als UGent-professor Rik Coolsaet twijfelden of het kaki-blauwe vertoon
Vlaanderen echt veiliger maakte: hij noemde het "veiligheidstheater",
want "een aanslag kan je zo toch niet vermijden."
Een gevoel waar Alde'emeh zich in kan vinden.
"De inzet van het leger zorgt natuurlijk voor een nerveuzer klimaat, wat
extra olie op het vuur gooit. Anderzijds is er geen andere keuze: er is nu
eenmaal een dreiging. Maar iemand die martelaar wil worden laat zich niet
afschrikken door een soldaat meer of minder. Het is een kwestie van één iemand
te verrassen, de keel over te snijden en Allah Akhbar te roepen: het gaat bij
terreur niet om het aantal doden, maar om het symbool."
Bij politievakbond Sypol leidde het mondens
persverantwoordelijke Ruddy Callewaert tot een lichte paniek. Hij omschreef
agenten als "lopende schietschijven", en pleitte dan ook voor een
uitzondering op de wet die agenten verbiedt om hun dienstwapen mee naar huis te
nemen.
Dat zou echter vooral een bestaande praktijk
bestendigen, zegt Mark, een Brusselse agent die liever niet met zijn achternaam
in de pers wil. "Ik neem nu al vijf jaar mijn wapen overal mee, en er zijn
genoeg collega's die hetzelfde doen. Niet omdat we anders schietschijven zijn,
omdat als 1 op 10 van de agenten zijn wapen mee naar huis neemt, dat voor 3.000
extra gewapende manschappen zorgt bovenop de 8.000 die op dat moment wel aan
het werk zijn. Onzichtbaar blauw op straat dat ten allen tijde kan ingrijpen.
Ik ben er zeker van: als er in de Parijse supermarkt waar Amedy Coulibaly een
gijzeling organiseerde één flik in burger met een pistool liep, zou het snel
gedaan geweest zijn."
Toch vindt Mark het geen goed idee om wapendracht
te verplichten. "In ons korps zitten nogal veel dromers en onnozelaars die
daar meteen misbruik van zouden maken. Het zou niet lang duren voor de eerste
in de Carré staat te zwaaien met zijn Glock. Bovendien kunnen sommigen er
gewoon niet mee onderweg: ik zag onlangs op een schietstand een meisje haar
pistool tussen haar knieën klemmen om de slede met beide handen achteruit te
kunnen trekken - ze had de kracht niet om het met één hand te doen. Dat soort
wantoestanden is het gevolg van het streven naar een bovenmatig vriendelijk
imago voor de politie, en dat gaat nog problemen opleveren."
Mark en zijn collega's juichen de steun van het
leger dan ook toe. "De politievakbonden protesteren wel, maar dat is
vooral omdat ze vrezen als het leger vaker ingeschakeld wordt, zij zelf minder
geld zullen krijgen. Vanuit de basis hoor ik enkel positieve geluiden:
eindelijk krijgen we steun van serieuze mensen, die opgeleid zijn en het
materiaal hebben voor bewakingsopdrachten."
Toch is het afwachten hoe lang de ordediensten
deze indrukwekkende strijdmacht kunnen ontplooien. Justitieminister Koen Geens
(CD&V) merkte eerder al op dat het leger hoogstens een maand lang kon
ingezet worden. Een beetje terrorist houdt zich nu dus gewoon een paar weken
koest, toch? Olivier Van Raemdonck pareert: "Die verhoogde aanwezigheid op
straat is natuurlijk maar de vitrine. Daar zit een indrukwekkende bollenwinkel
achter: de staatsveiligheid. Wil dat zeggen dat er nul risico is? Neen. Maar ik
denk dat de acties in Verviers aangetoond hebben dat onze diensten goed
draaien. De terroristen zijn misschien slim, maar wij ook."
De derde linie: de inlichtingendiensten
De tragiek van de Staatsveiligheid is doorgaans
dat ze enkel in het nieuws komen als ze iets verneukt hebben – het laten lopen
van de Koerdische militante Fehriye Erdal in 2006, bijvoorbeeld. De geslaagde
anti-terreuractie in Verviers vorige week biedt onze inlichtingendiensten
eindelijk de kans om te kunnen uitpakken met een geslaagde operatie. Dat ziet
ook Kristof Clerix, onderzoeksjournalist bij MO* en auteur van twee boeken over
inlichtingendiensten. “De Staatsveiligheid heeft de afgelopen decennia heel wat
shit over zich heen gehad, maar ditmaal komt de dienst op een positieve manier
in de belangstelling – in deze niet onterecht.”
Even situeren: België beschikt over twee aparte
inlichtingendiensten: de Staatsveiligheid en de militaire inlichtingendienst
ADIV. “Er zijn twee cruciale verschillen”, aldus Clerix. “De ADIV is de enige die mag opereren in het buitenland
en mag ook als enige communicatie uitgezonden vanuit het buitenland
onderscheppen: beiden niet onbelangrijk in het dossier-Syriëstrijders.” De
Staatsveiligheid opereert dus uitsluitend op het eigen grondgebied. Daar maakt
ze analysenota’s op van mogelijke dreiging, gaande van terreurdreigingen over
cybercriminaliteit tot spionage. Sinds in 2010 de BIM-wet van kracht is, de wet
op Bijzondere Inlichtingenmethodes, hebben onze geheime diensten een arsenaal
aan middelen ter beschikking, zoals afluisterapparatuur, telefoontaps en het
onderscheppen van sms’jes. Volgens Justitieminister Koen Geens moeten ze ook in
online berichtendiensten als Whatsapp kunnen inbreken, maar dat blijkt
technisch voorlopig onmogelijk.
De inlichtingendiensten vormen
een belangrijke schakel binnen OCAD, voluit het Orgaan voor de Coördinatie en
Analyse van de Dreiging. Dat orgaan speelt een cruciale rol in het voorkomen
van terreuraanslagen in België, zegt Clerix. “In het OCAD zetelen naast politie-
en inlichtingendiensten ook vertegenwoordigers van de FOD’s Financiën,
Mobiliteit, Binnenlandse en Buitenlandse Zaken. Zij spelen alle relevante
informatie door aan het OCAD, dat vervolgens een analyse maakt van de dreiging.
Het OCAD speelt eerste viool in het dossier rond de Syriëstrijders.”
Veiligheidsexpert Brice De Ruyver stond in 2004, na de aanslagen in Madrid, mee
aan de wieg van OCAD. “OCAD, voorheen de AGG of
Antiterroristische Gemengde Groep, is specifiek opgericht om de kans dat er een
brokje informatie ons ontglipt zo klein mogelijk te maken”, zegt De Ruyver.
De verijdelde aanslagen
door de cel van Verviers zijn “een voorbeeld van efficiëntie”, aldus Clerix. Die
efficiëntie is er wel niet zonder slag of stoot gekomen. “In het verleden kon
je in België echt wel spreken over een guerre
des flics”, zegt Clerix, “concurrentie tussen gerechtelijke politie,
Staatsveiligheid en de ADIV.” Ook het OCAD moest haar plekje in die wereld
veroveren, maar dat lijkt dankzij de wetgever goed gelukt. “Alle betrokken
diensten zijn wettelijk verplicht om uit eigen beweging informatie door te
spelen aan het OCAD. Wie weigert of opzettelijk informatie achterhoudt, kan
strafrechtelijk vervolgd worden en riskeert zelfs een gevangenisstraf”, aldus
Clerix.
Onze veiligheidsdiensten leveren globaal gezien
dus goed werk, al betekent dat niet dat er geen pijnpunten zijn. Zo zou
Staatsveiligheid erg achterop hollen wat het screenen van sociale media
betreft. Dat hoort Clerix in de wandelhangen ook. “Het is een pijnpunt. En dat
terwijl volgens EU-antiterreurtsaar Gilles de Kerchove het bewaken van het
internet en de sociale media net een kernpunt moet zijn in de aanpak van
gewelddadige radicalisering.” Waaraan ligt dat? Te weinig volk en te weinig
middelen, klinkt het bij Staatsveiligheid. Clerix: “Bij zijn vertrek als hoofd
van de Staatsveiligheid vorig jaar stelde Alain Winants dat de dienst een
tekort heeft van zowat 100 personeelsleden. Bij andere diensten is te horen dat
ze het werk nauwelijks nog gedaan krijgen. En uit de begrotingscijfers die De
Tijd onlangs publiceerde, blijkt dat álle veiligheidsdiensten zullen moeten
inleveren.” Daartegenover staat dat de regering dit jaar nog 300 miljoen euro
extra vrijmaakt voor de strijd tegen het terrorisme, terwijl de VIP-bescherming
– traditioneel een taak van Staatsveiligheid – verhuist naar de politie. Zo
zouden onze inlichtingendiensten meer personeel ter beschikking hebben voor
andere taken.
Of de diensten ook wettelijk meer mogelijkheden
moeten krijgen, is voer voor debat. De regering wil er alleszins werk van
maken, tegenstanders vrezen een Belgische Patriot
Act, naar de Amerikaanse wet die na 9/11 is ingevoerd en volgens critici de
privacy van de doorsnee Amerikaan met de voeten treedt. Veiligheidsexpert Brice
De Ruyver predikt dan ook voorzichtigheid. “We mogen in ons antwoord op
terreurdreigingen niet even totalitair zijn als de dreiging zelf”, aldus De
Ruyver. “Dat is precies wat de terroristen willen. Maar het blijft de
moeilijkste vraag: hoe ver kunnen we de grenzen van onze rechtstaat aftasten om
onze veiligheid te waarborgen? Te ver gaan of niet ver genoeg: beiden houden
risico’s in. Mijn aanvoelen is dat er nog wel wat rek zit op de huidige
wetgeving, dat we die nog kunnen uitbreiden zonder meteen onze volledige privacy
op straat te gooien. Vergeet niet dat onze politie- en inlichtingendiensten
onder gerechtelijke controle staan.” Gerechtelijke én parlementaire, via het
Comité I dat het parlement toelaat de inlichtingendiensten onder de loep te
houden.
Ook voor Clerix mag er gerust gedebatteerd worden
over meer middelen voor Belgische inlichtingendiensten. “Maar dan moeten we ook
nagaan of er bijkomende controle noodzakelijk is. Moet ook het Comité I geen
bijkomende middelen krijgen? En moeten onze inlichtingendiensten dan niet
transparanter gaan communiceren over wat zij doen – en in het verleden hebben
gedaan? Het wordt hoog tijd dat onze politici werk van een
declassificatie-wetgeving, zodat de archieven van de Staatsveiligheid geopend
kunnen worden. Kortom: meer bevoegdheden voor de inlichtingendiensten moeten in
evenwicht zijn met meer controle en meer transparantie.”
De vierde linie: Europa
De Belgen kunnen dan nog zo goed en zo kwaad als
het kan strijden met de middelen die ze hebben, in het eengemaakte Europa is internationale
samenwerking een must. Een mooi voorbeeld daarvan is – andermaal – de operatie
in Verviers, die een gevolg kreeg tot in Griekenland, waar de politie op vraag
van de Belgische veiligheidsdiensten twee arrestaties uitvoerde. Een van die
twee verdachten zou banden hebben met de cel in België en wordt uitgeleverd.
“In het kader van terrorismebestrijding werken EU-lidstaten vrij goed samen”,
zegt Brice De Ruyver. “Het gaat hier ook over aanslagen die de vitale belangen
van een land raken: dan helpen staten elkaar al gemakkelijker.”
Volgens Kristof Clerix werken onze
inlichtingendiensten zelfs meer voor buitenlandse collega’s dan voor de eigen
staat. “In 2011 stelde de
Staatsveiligheid 1.388 analysenota’s op voor Belgische overheden en 2.588 voor
buitenlandse inlichtingendiensten, dubbel zoveel dus. Die samenwerking
verloopt volgens het aloude principe ‘voor wat, hoort wat’.” Maar wat levert
het op? Vorige week luidde Guy Verhofstadt aan de alarmbel in Terzake. “Alle daders van de terreur in
Parijs waren gekend bij Europese inlichtingendiensten”, aldus Verhofstadt, die
meteen pleitte voor een Europese CIA om alle informatie te bundelen – het
principe van OCAD in Europese context, quoi.
Verre toekomstmuziek, vrezen Clerix en De Ruyver. “Een Europese CIA? Daarvoor
ontbreekt het nog aan onderling vertrouwen binnen de EU”, aldus Clerix. Landen
die vlotjes gevoelige informatie met elkaar beginnen delen, het is wishful thinking. “We zien dat ook bij
Europol”, vult De Ruyver aan. Europol is een soort overkoepelende Europese
politiedienst die gevoed wordt door de politiediensten van de 28 lidstaten en
zo de Europese misdaadbestrijding moet faciliteren.
“Dat
loopt niet altijd even vlot”, weet De Ruyver, “omdat op dit niveau spelen al
gauw economische en financiële belangen meespelen. Zeker op het niveau van de
inlichtingendiensten is die informatie nóg gevoeliger en zal er dus nog minder
bereidwilligheid zijn om informatie te delen.” Volgens De Ruyver zijn er dan
ook meer inspanningen nodig om de Europese samenwerking op te krikken. “Gilles
de Kerckhove zegt dat ik het glas halfleeg zie, terwijl het volgens hem halfvol
is. Maar het komt op hetzelfde neer: op dit moment wordt Europol nog niet
voldoende gevoed door de verschillende landen.”
Ook de inlichtingendiensten hebben al een Europees
platform: INTCEN, kort voor EU Intelligence Analysis Centre. Dat heeft zo’n 70
werknemers en doet aan strategisch inlichtingenwerk, onder meer over de
Syriëstrijders, op basis van informatie afkomstig van de inlichtingendiensten van
de lidstaten. “Maar”, weet Clerix, “als het écht om gevoelige, operationele informatie gaat, zullen landen liever
bilateraal samenwerken dan langs het INTCEN te passeren.”
De kern van de zaak:
zijn we veilig?
De huidige situatie is hoe
dan ook uitzonderlijk, maar we gaan op een of andere manier wel moeten leren
leven met een soort constante terreurdreiging. Over enkele weken wordt de
legerbewaking weer teruggedraaid. Wat dan? Agent Mark: “Ik
vraag mij af wie het lef gaat hebben om te zeggen: vanaf nu is er geen dreiging
meer. Je kan die namelijk nooit uitschakelen. Nu is het wel 2-0 voor de politie
in Verviers, maar het is geen oplossing.” AlDe'emeh ziet het ook niet erg
optimistisch in. “Zolang we ons blijven moeien in Syrië, gaat de dreiging
blijven. Als je je gaat moeien met een echtelijke ruzie, kan het toch ook zijn
dat je een mep op mijn smoel krijgt? We hebben niets geleerd uit Vietnam,
Afghanistan of Irak.”
Samengevat? Het kan mislopen. Maar u kan morgen
ook door de bliksem getroffen worden, onder een auto lopen of een hartaanval
krijgen tijdens de seks. Onze veiligheidsdiensten leveren goed werk, ook al is
het einde nog niet in zicht. Het slotwoord geven we graag aan Kristof Clerix: “Keep
calm and carry on. Ga alstublieft uw levensstijl niet
aanpassen in het licht van de recente actualiteit. Dat is écht nergens voor
nodig.”
