Labels

(Foto: P-Magazine)

Applaus op alle banken toen onze veiligheidsdiensten vorige week met vereende krachten een terreuraanslag konden verijdelen in Verviers. Mogen we met een gerust hart gaan slapen, wetende dat de staat waakt? Wat staat er tussen een terrorist met jeukende vingers en een effectieve aanslag? Dit zijn de verdedigingsgordels van België. “Verviers was bemoedigend, maar een aanslag uitsluiten tart alle logica.” (21 januari '15) 


Begin september 2014. In Brussel wordt na een ellenlange soap CD&V-politica Marianne Thysen voorgesteld als Europees commissaris. Serena Williams wint de US Open, Anderlecht loopt duur puntenverlies op bij Lierse en vanuit Syrië bereikt ons het bericht dat de Amerikaanse journalist Steven Sotloff is vermoord door IS. De dreiging van Islamitische Staat is angstaanjagend en bloedstollend, maar ver weg. De redactie van Charlie Hebdo is naarstig aan het werk om haar 60.000 lezers te plezieren en de para’s van Tielen blijven in hun basis. Maar op de kantoren van onze staatsveiligheid beweegt er wel iets. 

Enkele speurders hebben hun oog laten vallen op een mogelijke terreurcel, bestaande uit teruggekeerde Syriëstrijders. De dreiging is ernstig en de geheim agenten gaan aan het werk: telefoons worden afgetapt, sms’en onderschept en gelezen. Dat levert aanvankelijk niet veel op, deze duidelijk getrainde verdachten communiceren in codetaal. Die code wordt na enige tijd gekraakt door analisten en het plaatje wordt stilaan duidelijk. Er is een leider, die vanuit Griekenland een actie op poten aan het zetten is. Hij geeft orders aan zijn luitenanten in België en financiert ze ook. De gesprekken worden steeds concreter. De verdachten zijn van plan aanslagen te plegen op politiemensen, hét symbool van onze veiligheid. 

Staatsveiligheid schiet in actie en brengt het gerecht en de politie op de hoogte. Samen beraamt het verzamelde Belgische veiligheidsapparaat een plan. Op donderdag 15 januari rijdt verdachte Marouane E. Vanuit Sint-Jans-Molenbeek naar Verviers waar de andere verdachten zich schuilhouden. En dan klapt de val dicht. De speciale eenheden van de federale politie – de zogenaamde, zeg maar onze Navy Seals – vallen het safe house in Verviers binnen, onder meer met materiaal dat ze van hun Franse collega’s van de GIGN hebben geleend. Er volgt een zenuwslopend vuurgevecht. De CGSU wordt onder meer met Kalasjnikovs beschoten, maar trekt uiteindelijk aan het langste eind. De operationele cel van de terreurgroepering, twee ex-Syriëstrijders, wordt gedood, Marouane E. gearresteerd. In Verviers vinden twee huiszoekingen plaats, in en rond Brussel nog eens tien. In Brussel worden ook veertien mensen opgepakt, in Frankrijk twee, in Griekenland later ook nog een.

De voor België ongeziene anti-terreuractie is een klinkend succes. “Proper opgeruimd”, zegt minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon. De betrokken diensten wordt massaal gefeliciteerd, de Facebookgroep ‘Fier op onze politie’ verzamelt in een mum 13.000 likes.

“De operatie in Verviers was een uitstekend voorbeeld van een goede samenwerking tussen onze veiligheidsdiensten, die allemaal betrokken waren”, zegt ook veiligheidsexpert Prof. Dr. Brice De Ruyver (Ugent) nu. “Dat is bemoedigend, maar het wil niet zeggen dat we ons geen zorgen moeten maken. Integendeel: als ik luister naar onze beleidsmakers, zijn we eerstdaags nog niet af van die terreurdreiging. Een aanslag volledig uitsluiten tart alle logica.”

Erg rustgevend klinkt dat niet. Hoe veilig bent u echt? We zoeken het uit aan de hand van onze vier verdedigingsgordels: preventie, de politie, de inlichtingendiensten en de Europese veiligheidsinstellingen.

 De eerste linie: Preventie 

Voor iemand besluit dat het een absoluut topidee zou zijn om middels een kalasjnikov een aantal kogels door politiehoofden te jagen, heeft die doorgaans al een grillig parcours achter de rug. De voedingsbodems van dergelijke radicaliseringstrajecten identificeren is dan ook een eerste, belangrijke stap in de verdediging van onze samenleving.

Vaak zijn die zelfs banaler dan klassieke factoren als discriminatie of racisme, weet Vilvoords burgemeester Hans Bonte (SP.A), die sinds 2012 al 25 jongeren zag vertrekken naar Syrië - en er acht zag terugkomen. "Doorgaans gaat het om jongens die worstelen met hun identiteit. Derdegeneratieallochtonen die cultureel en religieus tussen twee stoelen raken, of in conflict leven met hun ouders. Ze raken geïsoleerd en gefrustreerd door tegenslagen op school of in de liefde. Tot foute figuren hen op sleeptouw nemen, hen een identiteit als belangrijke strijder aanbieden, en misbruik maken van de Koran om hen te overtuigen dat ze betere moslims zijn dan anderen. Waarna ze hun banden met "minder toegewijde" mensen - andere moslims, christenen, ouders, familie - moeten doorknippen. En dan zijn ze in de ban."

Op basis van die vaststelling heeft Bonte in Vilvoorde een deradicaliseringsmodel ontwikkeld. "Het sociale weefsel rond die jongeren blijkt de sleutel. Wij brengen ouders, vrienden, trainers uit hun sportclub, sympathieke leraren of desnoods ex-lieven terug aan tafel met die jongens. En tegelijk mobiliseren we mensen uit de moslimgemeenschap op die extremistische interpretaties van de Koran te ontkrachten. Met succes, want de voorbije zeven maanden is uit Vilvoorde niemand naar Syrië vertrokken."

Toch is Bonte niet tevreden. "Het buitenland toont veel interesse in onze aanpak, maar in Vlaanderen staan we te roepen in de woestijn. De laatste jongen die we konden onderscheppen net voor hij naar Syrië trok zat op één jaar tijd in negen scholen. Dat illustreert dat het onderwijs niet mee is met ons verhaal, terwijl het Vlaams parlement in 2013 al een resolutie goedkeurde om leraren met radicalisering te leren omgaan."

De socialistische burgervader is dan ook opgelucht dat N-VA-minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon nu met een uitgebreid antiterreurpakket komt. Dat versterkt de staatsveiligheid en maakt het voor het eerst mogelijk om het leger in te zetten op eigen grondgebied, maar verbreedt vooral de wettelijke definitie van terrorisme.  Vroeger was die namelijk zo eng dat speurders een terrorist met de bomgordel om moesten vatten om een straf te garanderen. Door de uitbreiding wordt het voor de politie bovendien eenvoudiger om pakweg telefoontaps in te zetten, Syriëstrijders de Belgische nationaliteit te ontnemen, of hun reisdocumenten in te trekken.

Dat het pakket zo lang op zich liet wachten, ligt vooral aan de complexiteit van de materie, verklaart Olivier Van Raemdonck, woordvoerder van Jambon. "Bij de regeringsvorming hebben we ons voorgenomen om onze tijd te nemen en het wetgevende kader op punt te stellen. Want als je met slechte wetten werkt, want dan ga je met de billen bloot voor de rechtbank."

Toch heeft radicaliseringsexpert Montasser Alde'emeh kritiek op het Jambon-pakket. "Door paspoorten in te trekken raken jongeren nog meer gefrustreerd. Dat is het probleem met harde anti-terreurmaatregelen: soms worden ze op hun beurt de bron van verdere radicalisatie. Kijk maar naar Theo Francken: die wil plots salafistische imams aan banden leggen, nadat de overheid het salafisme (een conservatieve strekking van de islam, red.) jarenlang liet groeien tot de grootste stroming in België. Zo werkt het niet. Met deze maatregelen repareert Jambon het dak niet, hij legt er gewoon wat extra dakpannen op."

Ook Hans Bonte is niet onverdeeld tevreden. "Bij Jambon ontbreekt er een cruciale, dertiende maatregel: ondersteuning van lokale besturen. Wij slagen er nu in om te deradicaliseren, maar dat vergt bovenmenselijke krachten van mijn werknemers, omdat we zo weinig middelen hebben. Het wordt echt tijd dat de overheid over de brug komt, want in steden als Maaseik hebben ze nul euro radicaliseringsbudget. Dat is spelen met levens. En dan begint het verdacht hard op schuldig verzuim te lijken."

Niet alleen de gemeenten zitten om duiten verlegen, gaat Bonte door. "De grootste moskee in Vilvoorde moet het doen zonder overheidssteun, terwijl de islam toch een erkende godsdienst is in België. Ook op dat vlak moeten we in spoedtempo een inhaalbeweging naar een eerlijk beleid maken." Montasser Alde'emeh valt hem bij: "Op die manier kan bijvoorbeeld de Moslimexecutieve eindelijk doen wat ze hoort te doen: moslims vertegenwoordigen, voor structuur in de gemeenschap zorgen, op straat gaan praten met de jongeren. Dan pas kan je resultaten boeken."

De zoektocht naar centen wordt echter geen sinecure. Het antiterreurpakket zou putten uit het spaarpotje van 300 miljoen de regering aanlegde, maar of er dan nog wat over schiet valt nog zeer te bezien, zegt Van Raemdonck. "Bij de begrotingscontrole in maart kunnen we kijken hoe ver we kunnen springen met de beschikbare middelen. Maar we zoeken ook naar slimme manieren om te besparen: door bijvoorbeeld militairen in te schakelen bij een verhoogd dreigingsniveau maken we de handen van de politie vrij. Ook dat is efficiëntie."

 De tweede linie: politie op het terrein 

De leger- en politiemacht die de afgelopen week op de been werd gebracht was alleszins immens. Een peloton van 150 militairen voerde beveiligingsopdrachten uit en politieagenten waren in zichtbaar aanwezig in grote treinstations, gerechtsgebouwen en Europese instellingen. Maar experts als UGent-professor Rik Coolsaet twijfelden of het kaki-blauwe vertoon Vlaanderen echt veiliger maakte: hij noemde het "veiligheidstheater", want "een aanslag kan je zo toch niet vermijden."

Een gevoel waar Alde'emeh zich in kan vinden. "De inzet van het leger zorgt natuurlijk voor een nerveuzer klimaat, wat extra olie op het vuur gooit. Anderzijds is er geen andere keuze: er is nu eenmaal een dreiging. Maar iemand die martelaar wil worden laat zich niet afschrikken door een soldaat meer of minder. Het is een kwestie van één iemand te verrassen, de keel over te snijden en Allah Akhbar te roepen: het gaat bij terreur niet om het aantal doden, maar om het symbool."

Bij politievakbond Sypol leidde het mondens persverantwoordelijke Ruddy Callewaert tot een lichte paniek. Hij omschreef agenten als "lopende schietschijven", en pleitte dan ook voor een uitzondering op de wet die agenten verbiedt om hun dienstwapen mee naar huis te nemen.

Dat zou echter vooral een bestaande praktijk bestendigen, zegt Mark, een Brusselse agent die liever niet met zijn achternaam in de pers wil. "Ik neem nu al vijf jaar mijn wapen overal mee, en er zijn genoeg collega's die hetzelfde doen. Niet omdat we anders schietschijven zijn, omdat als 1 op 10 van de agenten zijn wapen mee naar huis neemt, dat voor 3.000 extra gewapende manschappen zorgt bovenop de 8.000 die op dat moment wel aan het werk zijn. Onzichtbaar blauw op straat dat ten allen tijde kan ingrijpen. Ik ben er zeker van: als er in de Parijse supermarkt waar Amedy Coulibaly een gijzeling organiseerde één flik in burger met een pistool liep, zou het snel gedaan geweest zijn."

Toch vindt Mark het geen goed idee om wapendracht te verplichten. "In ons korps zitten nogal veel dromers en onnozelaars die daar meteen misbruik van zouden maken. Het zou niet lang duren voor de eerste in de Carré staat te zwaaien met zijn Glock. Bovendien kunnen sommigen er gewoon niet mee onderweg: ik zag onlangs op een schietstand een meisje haar pistool tussen haar knieën klemmen om de slede met beide handen achteruit te kunnen trekken - ze had de kracht niet om het met één hand te doen. Dat soort wantoestanden is het gevolg van het streven naar een bovenmatig vriendelijk imago voor de politie, en dat gaat nog problemen opleveren."

Mark en zijn collega's juichen de steun van het leger dan ook toe. "De politievakbonden protesteren wel, maar dat is vooral omdat ze vrezen als het leger vaker ingeschakeld wordt, zij zelf minder geld zullen krijgen. Vanuit de basis hoor ik enkel positieve geluiden: eindelijk krijgen we steun van serieuze mensen, die opgeleid zijn en het materiaal hebben voor bewakingsopdrachten."

Toch is het afwachten hoe lang de ordediensten deze indrukwekkende strijdmacht kunnen ontplooien. Justitieminister Koen Geens (CD&V) merkte eerder al op dat het leger hoogstens een maand lang kon ingezet worden. Een beetje terrorist houdt zich nu dus gewoon een paar weken koest, toch? Olivier Van Raemdonck pareert: "Die verhoogde aanwezigheid op straat is natuurlijk maar de vitrine. Daar zit een indrukwekkende bollenwinkel achter: de staatsveiligheid. Wil dat zeggen dat er nul risico is? Neen. Maar ik denk dat de acties in Verviers aangetoond hebben dat onze diensten goed draaien. De terroristen zijn misschien slim, maar wij ook."

 De derde linie: de inlichtingendiensten 

De tragiek van de Staatsveiligheid is doorgaans dat ze enkel in het nieuws komen als ze iets verneukt hebben – het laten lopen van de Koerdische militante Fehriye Erdal in 2006, bijvoorbeeld. De geslaagde anti-terreuractie in Verviers vorige week biedt onze inlichtingendiensten eindelijk de kans om te kunnen uitpakken met een geslaagde operatie. Dat ziet ook Kristof Clerix, onderzoeksjournalist bij MO* en auteur van twee boeken over inlichtingendiensten. “De Staatsveiligheid heeft de afgelopen decennia heel wat shit over zich heen gehad, maar ditmaal komt de dienst op een positieve manier in de belangstelling – in deze niet onterecht.”

Even situeren: België beschikt over twee aparte inlichtingendiensten: de Staatsveiligheid en de militaire inlichtingendienst ADIV. “Er zijn twee cruciale verschillen”, aldus Clerix. “De ADIV is de enige die mag opereren in het buitenland en mag ook als enige communicatie uitgezonden vanuit het buitenland onderscheppen: beiden niet onbelangrijk in het dossier-Syriëstrijders.” De Staatsveiligheid opereert dus uitsluitend op het eigen grondgebied. Daar maakt ze analysenota’s op van mogelijke dreiging, gaande van terreurdreigingen over cybercriminaliteit tot spionage. Sinds in 2010 de BIM-wet van kracht is, de wet op Bijzondere Inlichtingenmethodes, hebben onze geheime diensten een arsenaal aan middelen ter beschikking, zoals afluisterapparatuur, telefoontaps en het onderscheppen van sms’jes. Volgens Justitieminister Koen Geens moeten ze ook in online berichtendiensten als Whatsapp kunnen inbreken, maar dat blijkt technisch voorlopig onmogelijk.

De inlichtingendiensten vormen een belangrijke schakel binnen OCAD, voluit het Orgaan voor de Coördinatie en Analyse van de Dreiging. Dat orgaan speelt een cruciale rol in het voorkomen van terreuraanslagen in België, zegt Clerix. “In het OCAD zetelen naast politie- en inlichtingendiensten ook vertegenwoordigers van de FOD’s Financiën, Mobiliteit, Binnenlandse en Buitenlandse Zaken. Zij spelen alle relevante informatie door aan het OCAD, dat vervolgens een analyse maakt van de dreiging. Het OCAD speelt eerste viool in het dossier rond de Syriëstrijders.” Veiligheidsexpert Brice De Ruyver stond in 2004, na de aanslagen in Madrid, mee aan de wieg van OCAD. “OCAD, voorheen de AGG of Antiterroristische Gemengde Groep, is specifiek opgericht om de kans dat er een brokje informatie ons ontglipt zo klein mogelijk te maken”, zegt De Ruyver.

De verijdelde aanslagen door de cel van Verviers zijn “een voorbeeld van efficiëntie”, aldus Clerix. Die efficiëntie is er wel niet zonder slag of stoot gekomen. “In het verleden kon je in België echt wel spreken over een guerre des flics”, zegt Clerix, “concurrentie tussen gerechtelijke politie, Staatsveiligheid en de ADIV.” Ook het OCAD moest haar plekje in die wereld veroveren, maar dat lijkt dankzij de wetgever goed gelukt. “Alle betrokken diensten zijn wettelijk verplicht om uit eigen beweging informatie door te spelen aan het OCAD. Wie weigert of opzettelijk informatie achterhoudt, kan strafrechtelijk vervolgd worden en riskeert zelfs een gevangenisstraf”, aldus Clerix.

Onze veiligheidsdiensten leveren globaal gezien dus goed werk, al betekent dat niet dat er geen pijnpunten zijn. Zo zou Staatsveiligheid erg achterop hollen wat het screenen van sociale media betreft. Dat hoort Clerix in de wandelhangen ook. “Het is een pijnpunt. En dat terwijl volgens EU-antiterreurtsaar Gilles de Kerchove het bewaken van het internet en de sociale media net een kernpunt moet zijn in de aanpak van gewelddadige radicalisering.” Waaraan ligt dat? Te weinig volk en te weinig middelen, klinkt het bij Staatsveiligheid. Clerix: “Bij zijn vertrek als hoofd van de Staatsveiligheid vorig jaar stelde Alain Winants dat de dienst een tekort heeft van zowat 100 personeelsleden. Bij andere diensten is te horen dat ze het werk nauwelijks nog gedaan krijgen. En uit de begrotingscijfers die De Tijd onlangs publiceerde, blijkt dat álle veiligheidsdiensten zullen moeten inleveren.” Daartegenover staat dat de regering dit jaar nog 300 miljoen euro extra vrijmaakt voor de strijd tegen het terrorisme, terwijl de VIP-bescherming – traditioneel een taak van Staatsveiligheid – verhuist naar de politie. Zo zouden onze inlichtingendiensten meer personeel ter beschikking hebben voor andere taken.

Of de diensten ook wettelijk meer mogelijkheden moeten krijgen, is voer voor debat. De regering wil er alleszins werk van maken, tegenstanders vrezen een Belgische Patriot Act, naar de Amerikaanse wet die na 9/11 is ingevoerd en volgens critici de privacy van de doorsnee Amerikaan met de voeten treedt. Veiligheidsexpert Brice De Ruyver predikt dan ook voorzichtigheid. “We mogen in ons antwoord op terreurdreigingen niet even totalitair zijn als de dreiging zelf”, aldus De Ruyver. “Dat is precies wat de terroristen willen. Maar het blijft de moeilijkste vraag: hoe ver kunnen we de grenzen van onze rechtstaat aftasten om onze veiligheid te waarborgen? Te ver gaan of niet ver genoeg: beiden houden risico’s in. Mijn aanvoelen is dat er nog wel wat rek zit op de huidige wetgeving, dat we die nog kunnen uitbreiden zonder meteen onze volledige privacy op straat te gooien. Vergeet niet dat onze politie- en inlichtingendiensten onder gerechtelijke controle staan.” Gerechtelijke én parlementaire, via het Comité I dat het parlement toelaat de inlichtingendiensten onder de loep te houden.

Ook voor Clerix mag er gerust gedebatteerd worden over meer middelen voor Belgische inlichtingendiensten. “Maar dan moeten we ook nagaan of er bijkomende controle noodzakelijk is. Moet ook het Comité I geen bijkomende middelen krijgen? En moeten onze inlichtingendiensten dan niet transparanter gaan communiceren over wat zij doen – en in het verleden hebben gedaan? Het wordt hoog tijd dat onze politici werk van een declassificatie-wetgeving, zodat de archieven van de Staatsveiligheid geopend kunnen worden. Kortom: meer bevoegdheden voor de inlichtingendiensten moeten in evenwicht zijn met meer controle en meer transparantie.”

 De vierde linie: Europa 

De Belgen kunnen dan nog zo goed en zo kwaad als het kan strijden met de middelen die ze hebben, in het eengemaakte Europa is internationale samenwerking een must. Een mooi voorbeeld daarvan is – andermaal – de operatie in Verviers, die een gevolg kreeg tot in Griekenland, waar de politie op vraag van de Belgische veiligheidsdiensten twee arrestaties uitvoerde. Een van die twee verdachten zou banden hebben met de cel in België en wordt uitgeleverd. “In het kader van terrorismebestrijding werken EU-lidstaten vrij goed samen”, zegt Brice De Ruyver. “Het gaat hier ook over aanslagen die de vitale belangen van een land raken: dan helpen staten elkaar al gemakkelijker.”

Volgens Kristof Clerix werken onze inlichtingendiensten zelfs meer voor buitenlandse collega’s dan voor de eigen staat. “In 2011 stelde de Staatsveiligheid 1.388 analysenota’s op voor Belgische overheden en 2.588 voor buitenlandse inlichtingendiensten, dubbel zoveel dus. Die samenwerking verloopt volgens het aloude principe ‘voor wat, hoort wat’.” Maar wat levert het op? Vorige week luidde Guy Verhofstadt aan de alarmbel in Terzake. “Alle daders van de terreur in Parijs waren gekend bij Europese inlichtingendiensten”, aldus Verhofstadt, die meteen pleitte voor een Europese CIA om alle informatie te bundelen – het principe van OCAD in Europese context, quoi. Verre toekomstmuziek, vrezen Clerix en De Ruyver. “Een Europese CIA? Daarvoor ontbreekt het nog aan onderling vertrouwen binnen de EU”, aldus Clerix. Landen die vlotjes gevoelige informatie met elkaar beginnen delen, het is wishful thinking. “We zien dat ook bij Europol”, vult De Ruyver aan. Europol is een soort overkoepelende Europese politiedienst die gevoed wordt door de politiediensten van de 28 lidstaten en zo de Europese misdaadbestrijding moet faciliteren. 

Dat loopt niet altijd even vlot”, weet De Ruyver, “omdat op dit niveau spelen al gauw economische en financiële belangen meespelen. Zeker op het niveau van de inlichtingendiensten is die informatie nóg gevoeliger en zal er dus nog minder bereidwilligheid zijn om informatie te delen.” Volgens De Ruyver zijn er dan ook meer inspanningen nodig om de Europese samenwerking op te krikken. “Gilles de Kerckhove zegt dat ik het glas halfleeg zie, terwijl het volgens hem halfvol is. Maar het komt op hetzelfde neer: op dit moment wordt Europol nog niet voldoende gevoed door de verschillende landen.”

Ook de inlichtingendiensten hebben al een Europees platform: INTCEN, kort voor EU Intelligence Analysis Centre. Dat heeft zo’n 70 werknemers en doet aan strategisch inlichtingenwerk, onder meer over de Syriëstrijders, op basis van informatie afkomstig van de inlichtingendiensten van de lidstaten. “Maar”, weet Clerix, “als het écht om gevoelige, operationele informatie gaat, zullen landen liever bilateraal samenwerken dan langs het INTCEN te passeren.”

 De kern van de zaak: zijn we veilig? 

De huidige situatie is hoe dan ook uitzonderlijk, maar we gaan op een of andere manier wel moeten leren leven met een soort constante terreurdreiging. Over enkele weken wordt de legerbewaking weer teruggedraaid. Wat dan? Agent Mark: “Ik vraag mij af wie het lef gaat hebben om te zeggen: vanaf nu is er geen dreiging meer. Je kan die namelijk nooit uitschakelen. Nu is het wel 2-0 voor de politie in Verviers, maar het is geen oplossing.” AlDe'emeh ziet het ook niet erg optimistisch in. “Zolang we ons blijven moeien in Syrië, gaat de dreiging blijven. Als je je gaat moeien met een echtelijke ruzie, kan het toch ook zijn dat je een mep op mijn smoel krijgt? We hebben niets geleerd uit Vietnam, Afghanistan of Irak.”
Samengevat? Het kan mislopen. Maar u kan morgen ook door de bliksem getroffen worden, onder een auto lopen of een hartaanval krijgen tijdens de seks. Onze veiligheidsdiensten leveren goed werk, ook al is het einde nog niet in zicht. Het slotwoord geven we graag aan Kristof Clerix: Keep calm and carry on. Ga alstublieft uw levensstijl niet aanpassen in het licht van de recente actualiteit. Dat is écht nergens voor nodig.”