Labels

(Foto: Filip Naudts)

Na een pauze van twee jaar is De Mens, de meest spitsvondige aller Nederlandstalige rockgroepen, terug van weggeweest. "We krijgen er nu eenmaal nooit genoeg van," zegt frontman Frank Vander linden (52) met een knipoog naar de titel van hun jongste worp. Zelfs al speelt de band al 23 jaar in dezelfde bezetting, is het kopstuk nog steeds even kaal, en veranderen de thema's in hun muziek zelden. "Plezier maken, pijn hebben, en eenzaam zijn. Meer is er eigenlijk niet." (30 januari '15) 


We treffen Frank Vander linden in een loge van de Gentse muziektempel Vooruit. Wanneer zijn oog valt op de appetijtelijke attributen die fotograaf Filip Naudts meetroonde - bikinimodellen Vienna en Tessa - gaat de frontman van De Mens aan het glunderen. "Dit moet wel het hoogtepunt van mijn muzikale carrière zijn. Onze bassist wordt razend jaloers." En met reden, want het hele interview lang kronkelen de dames zich verleidelijk rond Vander linden. Maar die ondergaat het als een sfinx: hij heeft het te druk met praten over waar hij echt van houdt: muziek.

Na een hiaat van twee jaar ligt met Nooit Genoeg een nieuwe plaat van De Mens in de winkelrekken, met de omineuze titel Nooit Genoeg. En dan ligt een openingsvraag natuurlijk behoorlijk voor de hand. "Waarvan ik nooit genoeg krijg? Van alles. We leven in een wereld vol cadeaus, en eigenlijk is het onze verplichting om daar ten volle van te genieten."

Ook als je daarvoor moet leven aan honderd per uur?
VANDER LINDEN: (stellig) "Ja. Een mens moet gulzig in het leven bijten. Het moeilijke is: dat leren doen zonder er last van te krijgen."

Wijsheid die hopelijk met de jaren komt.
VANDER LINDEN: "De jaren zorgen eerder voor een automatische rem. In mijn geval hebben die remmen twee namen: katers en kinderen. Ik overdrijf graag, maar die twee zorgen er toch voor dat het een beetje binnen de perken van het menselijke blijft."

De muziek op Nooit Genoeg klinkt behoorlijk opgewekt, maar de titels laten somberder toestanden vermoeden: Pijn-Dronkenschap-Verdriet, Als Je Niets hebt, Angst… Scheelt er iets, Frank?
VANDER LINDEN: (gespeeld filosofisch) "Ach, staan onze mooiste momenten niet altijd als kleine mijlpalen in het niets? Dat is een kwestie van yin en yang. In een wereld waarin mannen met machinegeweren ons onder vuur houden en we allemaal ineens kunnen doodvallen, wordt plezier maken almaar belangrijker. Daarom zit er ook een gevoel van dankbaarheid in de teksten: omdat ik weet dat het niet zo evident is om dit te mogen doen. Muziek maken met mensen die je al duizend jaar kent en ook echt graag ziet is een enorme bron van plezier. We lachen mekaar wel nog regelmatig keihard uit bij De Mens, maar anderzijds zijn we erg blij met elkaars gezelschap."
   "Ik heb de laatste tijd ook meer de neiging om dat luidop te willen zeggen. Als ik hier in Gent ben, moet ik bijvoorbeeld vaak aan Luc De Vos denken. Die mens zou ik echt graag nog eens vastpakken, en zeggen dat ik hem graag zie."

Jullie leerden mekaar kennen in 1990, op Humo's Rock Rally. Hij pakte er brons met Gorky, jij zat als toenmalig Humo-journalist in de jury. Van De Mens was toen nog geen sprake.
VANDER LINDEN: "Toen waren we nog jong en dom, hé. Ik herkende meteen veel in Luc. Wij waren jongens van het platteland die echt wel verlangens hadden. Grote dromen om het in de stad te gaan maken met onze muziek. Maar toen wij achttien waren, was daar gewoonweg geen pad voor. Als je een repetitiekot nodig had moest je dat ergens gaan zoeken in een duivenkot van een of andere grootvader, want er waren geen muziekcentra, geen opleidingen,… Van onze ouders moesten wij eerst en vooral zorgen voor een deftig diploma. Nu zeggen ze tegen hun kinderen: hier is een stratocaster, begin er maar aan."

Misschien daarom dat jullie er zo laat aan begonnen: jullie naderden allebei de 30 toen de eerste cd's van Gorky en De Mens uit kwamen.
VANDER LINDEN: "Waarschijnlijk. Maar ik wil niet zielig doen: ik vind het goed zoals het gegaan is. Luc en ik hadden gewoon veel tijd nodig om iets te vinden dat echt van ons was."

En dat werd Nederlandstalige rock.
VANDER LINDEN: "Luc is inderdaad een van de mensen die mij heeft doen inzien dat rock in het Nederlands kon, samen met The Scene en de Tröckener Keks. Ik was al sinds mijn achttiende aan het experimenteren met emotioneel onvolwassen, nietszeggende teksten in het Engels. Maar toen ik Luc leerde kennen, dacht ik plots: wat als ik het nu eens in het Nederlands probeer? Op tien dagen tijd heb ik zes nummers van de eerste cd van De Mens geschreven, alsof ze gewoon op mij lagen te wachten. Achteraf bekeken was het dom van mij dat ik pas zo laat door had dat als je met gevoel muziek wil maken, dat je misschien best de taal kan gebruiken waarin je die gevoelens beleeft."

Is dat het voornaamste wat Luc De Vos voor jou betekende: de man die zijn volk Nederlands leerde zingen?
VANDER LINDEN: "Als muzikant, ja. Als mens voelde ik met hem nog een veel grotere verbondenheid. We hadden een vergelijkbare jeugd, leeftijd, vergelijkbare obsessies met schrijvers als Reve, met mooie meisjes… We hebben nog samen achter de vrouwen gezeten. In Gent is dat verplicht. (stil) Ik geloof nog steeds niet dat hij weg is. Wat mij betreft kan Luc hier nu meteen binnenwandelen in de Vooruit, en luid mijn naam roepen, zoals hij dat altijd deed. Hij hoort hier gewoon te zijn, en het is een geweldig onrecht dat dat niet zo is."

 Verschrikkelijke U2 

Die Nederlandse teksten van De Mens staan bekend om hun ironie en spitsvondigheid. Wat vind je zelf een van de meest kenmerkende versregels op Nooit Genoeg?
VANDER LINDEN: (lacht) "Je bent echt gek als je denkt dat ik daar iets op ga antwoorden! In het beste geval moet jij dat nu allemaal eindeloos citeren."

Vooruit dan maar: ik vind de regel "ik wil jou omdat je beter bent dan ik" erg mooi.
VANDER LINDEN: "Lap, uit Angst. Het enige nummer dat ik niet zelf geschreven heb."

Dat nummer vloeide voort uit het Radio 1-project Schrijver zoekt Zanger. Herman Brusselmans tekende voor de tekst, jij leverde de muziek.
VANDER LINDEN: "Die samenwerking verliep erg goed, vooral omdat we mekaar moet rust lieten. Ik kende Herman een beetje, en was dan ook erg blij dat hij ons koos om zijn tekst te verklanken. Hij zei ook meteen dat we met zijn tekst mochten doen wat we wilden, en ik denk dat dat de meest verstandige aanpak is. Want schrijvers die denken dat ze snel even een liedje kunnen pennen, zitten er vaak glad naast. Maar Herman heeft mij een hele mooie lap tekst gegeven die al een beetje een songvorm had, maar waar niet de pretentie van afstraalde van: ik fiks dat hier wel even."

Angst is meteen ook het eerste nummer van De Mens dat niet geschreven is door Frank Vander linden.
VANDER LINDEN: "Dat klopt. In zekere zin is dat wel vervelend: ik heb zelden zoveel goeie reacties op een nummer gekregen als op Angst. Natuurlijk is het fijn als mensen je aanspreken op straat of berichtjes sturen… Maar na het zevenenveertigste compliment heb ik wel zin om iemand op zijn muil te slaan en heel hard in zijn oor te roepen: dit is wel het enige nummer waar ik de tekst niet van geschreven heb, hé! (lacht) Eigenlijk ben ik blij dat ik met mijn muziek toch nog een extra kleur kon geven aan Hermans tekst, maar toch geef ik dat tekstschrijven liever niet zo snel uit handen."

Doorgaans is het omgekeerd: jij schreef samen met Jan Leyers bijvoorbeeld veel nummers voor Clouseau.
VANDER LINDEN: "Wanneer je een nummer uit handen geeft aan de jongens van Clouseau, dan is dat zoals een assist geven voor de beste spits die je kan bedenken. Al zijn er grenzen: Jan had me gezegd dat Ik, Jij, Hij of Zij, een nummer dat we samen schreven, live in het Sportpaleis echt een heel belangrijk nummer is, waarmee ze de zaal nog verder op een kookpunt kunnen brengen. En hij vond dat ik eens moest gaan kijken, want het is toch speciaal om te zien dat mensen zo uit de bol gaan voor jouw nummer, zonder dat je zelf op een podium staat. Dus ik sta mij daar op mijn eentje te amuseren tussen 17.000 man, tot Ik, Jij, Hij of Zij begint, Koen Wauters de micro neemt en roept: 'En dan nu, een nummer van Jan Leyers!' (lacht) En ik kon moeilijk iedereen op de schouder gaan tikken om te zeggen: eigenlijk is het ook van mij. Maar goed, bij de volgende Sabamafrekening komt de troost dan wel."

Droogt die tekstuele inspiratiebron nooit op? Want je leven is nu veel stabieler dan vroeger, en door je jeugdanekdotes moet je ook al heen zitten.
VANDER LINDEN: "Nee, die inspiratie blijft altijd dezelfde. Toen ik jonger was schreef ik over dingen die ik zou gaan doen, en nu over dingen die ik gedaan heb. Maar eigenlijk gaat dat allemaal over hetzelfde: over plezier maken, pijn hebben, eenzaam zijn en samen zijn. Meer is er eigenlijk niet."
   "Mensen horen dat niet graag, maar veel muziek is eigenlijk emotioneel toegepaste techniek. Otis Redding is de beste gevoelszanger aller tijden, maar had hij andere gevoelens dan wij? Neen, hij had gewoon een stem waar je beter mee kan meevoelen. Idem voor Leonard Cohen: oké, hij is een diepzinnige oude man die zijn vrije tijd in zenkloosters slijt, die zich in een mooi zwart pak hijst en een donkere, rustgevende stem heeft. Maar uiteindelijk is hij niet wijzer dan andere wijze mannen: hij kan het gewoon beter uitleggen."

Schrijven op techniek lijkt me ook gevaarlijk: bij groepen als U2 heeft de automatische piloot jaren geleden al overgenomen.
VANDER LINDEN: (schudt het hoofd) "Da's verschrikkelijk, hé. Ik vind die nieuwe plaat (Songs of Innocense, red.) onbeluisterbaar. Hun laatste goeie nummer was Vertigo, uit 2004, nochtans een doodsimpel nummer. Waarom lukt dat dan wel, en maken ze voor de rest zulke monsterachtig slechte dingen?"

Ook voor De Mens is Nooit Genoeg inmiddels het 13e album. Heb je na 23 jaar nog steeds een creatief ei te leggen?
VANDER LINDEN: "Ja, want anders zouden we deze plaat niet maken. Ik vind dat als je 23 jaar bestaat, je niet zomaar een extra album moet maken - er zijn er al meer dan genoeg in de wereld. Bovendien kunnen wij een liveset van 15 radiohits van 5, 10 jaar geleden spelen, dus voor onze shows hebben we niets nieuws nódig. Als je dan iets nieuws maakt, moet er wel iets tegenover staan."
   "Nu ja, een debuutplaat kan je maar een keer maken. Diezelfde vonk komt nooit meer terug, ook niet bij De Mens. Als ik wist hoe ik nog eens zo'n nummer als Irene kon schrijven… Dat is eigenlijk erg naïef gemaakt, zonder na te denken over structuur of wat zo'n nummer teweeg kan brengen."

Zijn er oude nummers waar je nu met enige gêne op terugblikt?
VANDER LINDEN: "Misschien zitten in sommige klassiekers wel zinnen waar ik spijt van heb, ja. Soms is het omdat iets moest afgewerkt worden tegen een deadline, soms gebruik je gewoon een gemakkelijk rijm. En de periode van "Sex Verandert Alles" was gewoon overdreven vettig, maar dat was louter omdat mijn leven op dat moment erg vettig was."
   "Een heel erge zin vind ik bijvoorbeeld "ik sluip nu door je mossen", uit "Kan Het Nu?" van onze debuutplaat. Ik had toen ineens veel seks, en blijkbaar kon ik daar niet over zwijgen. Of "Denk aan mij" - op zich een goed nummer uit de begindagen, maar met de vreselijke zinsneden: "hoe naïef we soms wel zijn/maar ik wil me best vermannen/bij de dokter, in de huiskring of op de trein." Dat betekent niets, hé, helemaal niets. Maar het liet zich wel mooi zingen." (lacht)

Is het nu uit met de vettigheid in je leven?
VANDER LINDEN: (kijkt naar de dames) "Met uitzondering van deze fotoshoot, bedoel je? Goh, ik ben natuurlijk al getrouwd sinds 2001, maar in het hoofd wordt het toch altijd vettiger. Volgens mij is dat een manier om mezelf voor te bereiden op de periode dat vettigheid echt alleen nog maar in mijn hoofd kan."

Nochtans begon je De Mens ooit als een gemakkelijk vehikel om meer vrouwelijke aandacht te krijgen.
VANDER LINDEN: "Dat is nog niet noodzakelijk veranderd. We blijven vogels die hun mooiste pluimen opzetten en een gek dansje doen. Ik kijk dan altijd naar Pete Townsend van The Who en Tom Barman van dEUS, twee idolen van mij, en besef: niemand met een normale neus heeft ooit goeie liedjes gemaakt. Maar vergis je niet: ook universiteitsprofessoren zijn zo goed in hun veld omdat ze zich willen koesteren in een gloed van bewondering."

 Coke in Rio 

In de twee jaar dat De Mens stil lag, werd je vader, en bracht je een solo-EP uit. Heb je wel tijd gehad om De Mens te missen?
VANDER LINDEN: "Jazeker. Dat was ook de reden om het twee jaar niet te doen: om het te kunnen missen."

De groep was aan herbronning toe?
VANDER LINDEN: "Onze tournee voor 20 jaar De Mens had anderhalf jaar geduurd, dus heb ik na het laatste optreden gezegd: '"21,5 jaar De Mens" gaat niet mooi staan op onze volgende affiche, jongens.' We hebben dan ook besloten om pas naar buiten te komen als we nieuw werk hadden. En eigenlijk zijn we nog sneller terug dan we dachten, maar onze bassist, Michel De Coster, zat echt te trappelen van ongeduld. Dat is ook logisch: ik heb mijn solo-optredens en drummer Dirk Jans speelt nog bij een aantal andere groepen, maar voor Michel is De Mens echt de enige uitlaatklep."
   "En ik geef toe: onze rustpauze had ook wat met marketing te maken. Het nadeel aan in het Nederlands zingen is dat je niet even naar Australië kan vliegen als de mensen in Vlaanderen je kop beu zijn. Dus kan het geen kwaad om er af en toe eens een jaartje tussenuit te knijpen. Dat is beter voor ons, voor ons publiek, en voor de concertorganisatoren - ik begrijp heus wel dat die niet elke zomer De Mens op hun affiche willen. (heft een vingertje) Maar wel om de drie zomers, hé!"

Ik kan nog een paar andere redenen bedenken waarom een internationale tournee interessant zou kunnen zijn.
VANDER LINDEN: (lacht) "Vooral in de eerste jaren van De Mens wou ik dat ook echt. Op een bepaald moment zaten we om vier uur 's nachts op de Oude Beestenmarkt in Gent een pint te drinken met de mannen van Soulwax, te wachten op hun knaloranje tourbus die om vijf uur vertrok, en ik was toen echt stikjaloers. Dat was uiteindelijk de jongensdroom, hé: een internationale popster worden. Maar dan komen die gasten altijd terug met zo'n treurig verhaal: het was echt keihard werken, we zijn doodmoe, en we hebben er geen cent aan verdiend. Maar toch hadden we dat graag gedaan."

Maar het tournéeleven in Vlaanderen moet alleszins anders zijn dan in achterafkamertjes in Polen of megaclubs in Japan spelen.
VANDER LINDEN: "Goh. Het lijkt misschien minder groots en meeslepend, maar een podiumplank blijft een podiumplank, de gitaar waarop je speelt verandert nooit, en een gram coke weegt hetzelfde in Gent als in Rio de Janeiro. Hij gaat zelfs langs hetzelfde neusgat binnen. Zelfs in Riemst en Peutie is alles aanwezig om plezier te hebben."
   "En eigenlijk zou het tourleven ook niet écht aan ons besteed zijn. In die 23 jaar hebben we één keer een busje gehuurd om samen naar een optreden te rijden, omdat we in dat weekend vijf optredens hadden. Wel, na dat ene weekend hebben we gezworen dat nooit meer te doen. Iedereen was zijn stem kwijt, iedereen was moe, en we deden de hele tijd onnozel tegen elkaar. Dus laat ons nu maar rustig van thuis naar een optreden rijden, daar ons ding te doen, om dan op ons gemak terug te rijden."

De Mens is duidelijk een vriendengroep: jullie zijn een van de weinige Vlaamse rockbands die nooit gesplit is. Is er een geheim?
VANDER LINDEN: "Op een bepaald moment overschrijd je gewoon een kaap, denk ik. Een gepensioneerd koppel dat gaat scheiden, dat heeft ook iets belachelijks, hé. Als je al zo lang elkaars grillen verdraagt, kan je evengoed verder doen. Op voorwaarde dat je mekaar daar ook de ruimte voor gunt, en dat hebben wij altijd gedaan. Daarnaast zijn we erg direct met elkaar: als er problemen waren, zijn die altijd direct uitgesproken."

Ik kan me nochtans moeilijk voorstellen dat jullie ooit echt neus aan neus stonden in de backstage.
VANDER LINDEN: "Neen, maar wel in de studio. Zelfs nog bij deze plaat. De single, Nooit genoeg, is ontstaan uit een jamsessie. Eerst duurde dat acht minuten, en dat was echt Tof, met een hoofdletter. Er zaten allerlei muzikale vondsten in, intermezzo's waarin we echt konden laten zien wat we allemaal konden. Maar ik vond dat er ook een zuivere popsong in zat, dus ben ik eraan beginnen sleutelen. Dat duurde zo lang dat Dirk Jans er gek van werd. "Denk je dat de Stones zo lang aan Satisfaction gewerkt hebben," riep hij dan. Maar ja, Satisfaction duurt 3 minuten en 44 seconden: dat was al tot de essentie herleid. Met wat drank erbij in de studio is Dirk dan gewoon weggelopen. Maar vijf minuten later was er al een sorry-sms'je."

Die no nonsense-aanpak lijkt me een van de sterke punten van De Mens. Het klinkt ook door in een nummer als Vlinderhart: "kan het wat minder hard/kan het nog buitengewoon/maar zonder vertoon". De Mens is een band zonder al te veel onnodige franje.
VANDER LINDEN: (grijnst) "Zonder haar op, wil je zeggen? Dat is inderdaad behoorlijk eigen aan ons. Ik ben bijvoorbeeld ook de manager en road manager van De Mens: we hebben dus veel zelf gedaan, en hebben daardoor ook alles in de muziek kunnen steken, zonder er een al te groot circus van te maken."
   "Aan al te grote drama's heb je ook weinig. De meeste van mijn vrienden die een groepssplit meemaakten, zoals Jan Leyers en Guy Swinnen (respectievelijk Soulsister en The Scabs, red.) zeggen allemaal dat ze daar veel pijn van hebben gehad. Stijn Meuris heeft dat op een bepaald moment ook ondervonden, na de split van Noordkaap: je raakt gewend aan een bepaald niveau van medemuzikanten, maar als je solo gaat moet je mensen inhuren. En een kenmerk van goeie muzikanten is vaak dat die al bij zes andere groepen spelen. Dus je zal nooit meer hetzelfde gevoel hebben als met dat eerste groepje: dat is gedoemd om te mislukken. Anderzijds: eigenlijk zouden we moeten splitten, want dan kunnen we daarna een lucratieve reünietour doen. Dat is momenteel helaas niet voor ons weggelegd." (lacht)

 Zeven centimeter whisky 

Met de lucrativiteit van de nieuwe concertreeks zal het ook wel snor zitten. Maar verveelt het nooit dat het publiek vooral zit te wachten op oude nummers, terwijl jullie net nieuw materiaal uit hebben?
VANDER LINDEN: "Tja, dat mensen die oude nummers blijven vragen, is niet toevallig. Wij hebben ook niet de pretentie om ons vingertje op te steken en te zeggen: pas op, er zijn nog pareltjes. Het zijn nummers die ons overstijgen. Is dat de mensen geven wat ze willen? (haalt de schouders op) Vast wel. Maar zeker niet met tegenzin. Er is geen optreden van De Mens geweest waar Irene niet gespeeld is, en ik vind dat helemaal niet erg. Er zijn veel artiesten met maar één hele goeie cd, hoor. Als je verder wil bouwen, moet je op een gegeven moment je oude foto's durven bovenhalen."

Of ze opsparen voor bisnummers.
VANDER LINDEN: "Bijvoorbeeld, ja. Al is dat ook niet altijd evident. Bij een solo-optreden in Wijnegem raakte ik vijf jaar geleden hopeloos verloren. Na de show ga ik onder luid applaus en met lichte euforie het podium af. Ik sprint door de zijdeur, een veiligheidsdeur, met zo'n hendel die je moet indrukken… En hoor ze achter mij in het slot vallen. Dan kan je niet om hulp roepen natuurlijk, want je bent de held van de avond. Dus heb ik de lange weg van de backstage naar het podium omgekeerd moeten afleggen, om dan uiteindelijk achteraan in de zaal terug te verschijnen op een moment dat het applaus al aan het uitdoven was met een ondertoon van: wat denkt die Vander linden wel. Maar, ik heb het dan aan de mensen uitgelegd, en ik hoop dat Wijnegem mij ondertussen vergeven heeft."

Over genante optredens gesproken: klopt het dat je bij je eerste optreden op Werchter in nogal verregaande staat van dronkenschap verkeerde?
VANDER LINDEN: "Ik schrijf dat volledig toe aan de zenuwen. (lacht) We waren toen veel te vroeg in de backstage gearriveerd - om halfnegen 's ochtends, terwijl de roadies hun roes nog lagen uit te slapen. En een uur voor het optreden overvielen de zenuwen mij plots, omdat we voor de grote wei moesten spelen. Ik schonk mij dan een groot glas whisky in, maar op het moment dat ik begin te drinken komt een man van de platenfirma zeggen dat we naar het podium moeten. Ik drink dat glas dan maar in één teug uit - zeker zeven centimeter whisky - en haast mij naar het podium, waar Luc Janssens ons al aan het aankondigen was. Ik verzeker je: ik heb de eerste vier nummers véél drank moeten uitzweten."

Misschien is het dit jaar dan wel tijd voor een goedmakertje op de Werchterwei.
VANDER LINDEN: "Dat zou geen slecht idee zijn, Herman Schuermans! De Mens naast de Foo Fighters, om de hoge ticketprijs te verzachten?"

De prijsstijging zette veel kwaad bloed bij muziekliefhebbers. Ook dat is "nooit genoeg."
VANDER LINDEN:  "Het gekke is dat mensen dat blijkbaar toch niet altijd zo erg vinden. Miet Smet zei op een bepaald moment dat het inschrijvingsgeld voor universitaire studies bijna lager ligt dan een zomertje festivals doen. Ze heeft daar veel kritiek voor gekregen, maar eigenlijk heeft ze gelijk. Blijkbaar kan er tegenwoordig op alles bespaard worden, maar niet op plezier. Nu ja, als muzikant kan ik daar natuurlijk alleen maar blij om zijn."

Het zorgt ervoor dat De Mens nog een tijdje door kan.
VANDER LINDEN: "Dat ook. Ik ben ook totaal nog niet van plan om er mee te stoppen. Dat zou sowieso moeilijk zijn: als mijn plan was om op mijn 52e binnen te zijn, is mijn beroepskeuze totaal fout geweest. Bovendien heb ik kinderen van vier en nul jaar die ik nog naar de universiteit moet sturen. Ik moet dus zeker nog tot mijn 85e door werken."

Goed zo. Dan kunnen wij  tot onze 85e met plezier blijven luisteren.