Labels

(Foto: Vanmol)

Na twee woelige maanden vol stakingen en betogingen lijkt er nu een Kerstbestand aan te breken tussen vakbonden en regering. In deze fase is het tijd voor het sociaal overleg waarvan beide partijen al weken zeggen dat het geen zin heeft als de tegenpartij zich koppig begraaft in zijn eigen gelijk. Het is dan ook zeer de vraag of daar veel goeds gaat uitkomen, weet ook Geert Van Goethem, die zich als directeur van het Instituut voor Sociale Geschiedenis (AMSAB-ISG) verdiepte in de materie. "Er zal nog heel wat water naar de zee moeten vloeien." (17 december '14) 


Vakbonden, werkgevers en regering hebben mekaar de voorbije maanden bont en blauw gemept. Kunnen ze dan aan de onderhandelingstafel zomaar zeggen: zand erover?
VAN GOETHEM: "Ik vrees dat nog heel wat water naar de zee zal moeten vloeien voor iedereen terug aan tafel zit. Er zijn erg diepe wonden geslagen, en beide kanten staan nu met de rug tegen de muur. We hebben eigenlijk een half mirakel nodig om de boel terug in gang te trekken. Beide kampen hebben zich bijvoorbeeld al uitgesproken voor een vermogenswinstbelasting, maar ze lijken daar andere dingen onder te verstaan. Als daar een compromis gevonden wordt, kan dat zo'n oplossing zijn."

De grote stakingen van de voorbije decennia (1960, 1993, 2005) laten op dat vlak weinig goeds vermoeden: toen bleek het sociaal overleg niets te veranderen aan de regeringsplannen.
VAN GOETHEM: "De staking van 1960 tegen de Eenheidswet is een goed voorbeeld van een "mislukte staking" die toch succes had. De wet werd weliswaar ongewijzigd gestemd, maar later bleek dat tijdens die staking het politieke compromis tot stand kwam tussen christendemocraten en socialisten, dat leidde tot vrij stabiele regeringen in de rest van de jaren '60. Ik denk dat de regering ook nu op korte termijn symbolisch voet bij stuk zal houden, maar dat ze in de toekomst anders zal werken, omdat ze zelf in zien dat het zo niet verder kan."

Met andere woorden: een terugkeer naar het oude model, waarbij niet de regering, maar de sociale partners het voortouw nemen?
VAN GOETHEM: "Inderdaad. Vroeger gaf de regering de richting aan, en werkten werkgevers en vakbonden samen concrete maatregelen rond pakweg pensioenleeftijd of loonvorming uit. Nu speelt de regering cavalier seul. Dat daar een forse reactie tegen komt, was te verwachten."

Het lijkt nochtans logisch dat de regering het voortouw neemt: zij is tenslotte verkozen.
VAN GOETHEM: "Het is niet de eerste keer dat men via stakingen of sociaal overleg de uitkomst van een stembusgang achteraf probeert bij te sturen. Dat is ook logisch als je vaststelt dat in de regeerprogramma's een aantal punten staan waarvan voor de verkiezingen geen sprake was, zoals de verhoogde pensioenleeftijd, het inschrijvingsgeld voor het onderwijs of de duurdere kinderopvang. Er is een mandaat voor een rechts beleid, maar bij veel mensen lijkt nu de gedachte te leven dat dit niet de verandering is waar ze voor kozen."

Gaat de regering-Michel dan zo uitzonderlijk voortvarend te werk?
VAN GOETHEM: "Het is vrij uitzonderlijk, maar niet uniek. In de jaren '80 hebben de regeringen-Martens het sociaal overleg ook jarenlang opgeschort: tussen '76 en '86 waren er bijvoorbeeld geen interprofessionele akkoorden. Maar het grote verschil met de jaren '80 is de positie van CD&V. Vroeger had de christendemocratie een nauwe band met de vakbonden, en wist men tot hoe ver men kon gaan. Maar nu zit de CD&V niet meer aan het stuur, en de andere partijen hebben geen vakbondstraditie. Dat maakt overleg erg moeilijk."

En dus lijkt het klassieke sociaal overleg erg moeizaam te worden. Is het volledige model eigenlijk niet versleten?
VAN GOETHEM: "Niet volledig: op ondernemingsvlak en binnen sectoren worden meer CAO's afgesloten dan ooit. Maar de grote nationale akkoorden worden inderdaad moeilijker. Dat heeft echter meer te maken met de economische realiteit dan met het al dan niet oubollige model. Eigenlijk zou er een soort internationale verdieping bovenop ons nationale overlegmodel moeten komen, want door de globalisering van de economie hebben nationale staten niet meer dezelfde instrumenten om de economie te sturen als pakweg in de jaren '70. En dat zorgt natuurlijk voor frustraties."