![]() |
| (Foto: Koen Bauters) |
De coureurs, de voetballers, de feestjes - wie
Carl Huybrechts en Roger De Vlaeminck drie uur lang hoort filosoferen, raakt er
stilaan van overtuigd dat alles vroeger inderdaad beter was. Behalve de heren
zelf natuurlijk, want zij zijn nog steeds in topvorm. Toch? "Ik ben gewoon
te lui geworden voor seks." (27 december '14)
"Toch een knappe vrouw hé, Carl?" Roger
De Vlaeminck stoot guitig zijn blonde metgezel aan wanneer de vrouwelijke
maître d'hôtel de tafel verlaat. Huybrechts fronst. "Dat wel, maar de
manier waarop ze het menu afratelt neemt veel charme weg. Hoe iemand spreekt is
toch ook belangrijk?" De Vlaeminck wuift de woorden weg. "Mocht ze
mooi opgemaakt zijn, zou je er nogal van verschieten. Ik zeg het je, Carl: dat
is een echte klassevrouw."
Oude vrienden en eeuwig jong uitziende dandy's
Roger De Vlaeminck (67) en Carl Huybrechts (63) lijken er een erezaak van te
maken om ten volle te genieten van al wat hun pad kruist. Monsieur Paris
Roubaix en mister Sportweekend hebben zelfs gelijklopende smaken, lacht De
Vlaeminck smakelijk: "dat kan moeilijk anders, als je alles graag
lust." En dat hun zielen ook voor minder aardse genoegens
gelijk gestemd zijn, blijkt al snel wanneer ze mekaar boven een Campari in de
ogen kijken, en het vol enthousiasme over het modderige heden hebben: de
cyclocross.
CARL HUYBRECHTS: "Jonge leeuwen als Wout Van Aert en Mathieu Van der Poel zo
geweldig zien presteren, dat is een ongelooflijk plezier."
ROGER DE
VLAEMINCK: "Behalve Rik Van Looy heb ik eigenlijk
nooit idolen gehad in het peloton. Maar als ik die jonge Van Aert gadesla, heb
ik echt het gevoel dat die jongen het helemaal gaat maken. Als je Sven Nys kan
kloppen op de Koppenberg, dan ben je ne goeien."
De ster van Nys lijkt tanende. Dreigt het einde
van het verhaal voor de ex-wereldkampioen?
HUYBRECHTS: "Tja, wat wil je? Hoe oud is Nys intussen?"
DE
VLAEMINCK: "Dat is het niet, vent. Nys was vorig
jaar ook oud. Maar tegen wie moest hij het toen opnemen? Niels Albert reed geen
platte prijs, Kevin Pauwels kwam geen poot vooruit… Alleszins, de wissel van de
wacht is nu honderd procent zeker aangebroken. Ik las dat Wout Van Aert blijft
crossen. En ik mag hopen dat Van der Poel er ook nog een paar jaar bij
doet."
HUYBRECHTS: "Die Van der Poel wint ooit nog de Tour de France, Roger.
Schrijf maar op. Die rijdt bergop met de vingers in de neus, was wereldkampioen
op de weg en in het veld bij de beloften, en op de wielerbaan kan hij ook flink
uit de voeten. Een klasbak."
Eindelijk nog eens een echte allrounder die Roger
De Vlaeminck kan opvolgen?
DE
VLAEMINCK: "Van der Poel, mijn opvolger? Dat zou
misschien kunnen, ja. Ik hoop alleszins dat je gelijk hebt, Carl, want ik heb een
boon voor die jongen. Hij rijdt soms een beetje dom, maar hij doet het wel met
enthousiasme."
Zulke alleskunners zijn in het hedendaagse
wielerpeloton dun gezaaid.
DE
VLAEMINCK: (schamper) "Dun gezaaid? Er zijn er
géén meer. Of aan wie denk jij? Fabian Cancellara? Philippe Gilbert? Komaan
zeg. Waarom rijden Tom Boonen en Cancellara Luik-Bastenaken-Luik en de Ronde
van Lombardije niet, denk je? Omdat ze die niet kunnen winnen, tiens.
Cancellara zou wel willen, maar hij kan het ook niet. De enige die tegenwoordig
een beetje kan doorgaan voor een allrounder, is Alejandro Valverde. Die kan
tijdrijden, bergop fietsen, heeft een goeie sprint…"
Is het tijdperk van de alleskunners niet gewoon
voorbij? Jouw Italiaanse generatiegenoot Francesco Moser zei onlangs dat het
vroeger volstond om de sterkste te zijn, maar dat er nu veel meer bij komt
kijken. Het wielrennen is zo gespecialiseerd geworden dat je je geen fouten
meer kan permitteren.
DE
VLAEMINCK: "Zei Moser dat echt? Is hij dement aan
het worden of zo? En wat vindt hij dan van Marianne Vos? Die wint alles, omdat
ze nu eenmaal de beste van de wereld is."
"In onze tijd dachten we dat als je goed was,
je dat ook moest laten zien. Daarom probeerden we alles te winnen. Ik en mijn
broer Eric zijn meer dan 1.000 keer in de top-2 van een wedstrijd geëindigd, en
we wonnen samen 800 wedstrijden. Een straffe prestatie voor twee broers,
eigenlijk. Maar tegenwoordig zijn de renners al content met een paar
ereplaatsen."
Het zijn dat soort verwijzingen naar een
geromantiseerd verleden die regelmatig een nieuwe stroom aan "in de tijd
van Roger De Vlaeminck"-grapjes ontkenen.
DE
VLAEMINCK: "Maar waarover moet ik dan wel
spreken? Over de tijd van nu? Awel: in de tijd van nu, hoef je niet meer te winnen
om een "goeie coureur" te zijn. Voilà."
HUYBRECHTS: "Als Roger eens een jaar had waarin hij 25 koersen won, zei men:
het begint achteruit te gaan. En daar zaten dan Milaan-San Remo en het Belgisch
Kampioenschap bij! Nu is Jurgen Van den Broeck al blij met één overwinning op
een carrière van 10 jaar - ocharme een rit in de Dauphiné."
DE
VLAEMINCK: (blaast) "Eén koers op 10 jaar, dat
kan je geen carrière noemen. Maar ondertussen strijkt hij wel jaarlijks een
miljoen euro op. Mijn pensioen bedraagt maar 1.200 euro, hoor." (lacht)
Van een schamele erelijst gesproken: Greg Van
Avermaet werd Flandrien van het jaar. Hij won drie koersen.
DE
VLAEMINCK: "Tja, Greg verdiende het nog het meest
van al. Weet je wat het Belgische wielrennen goed illustreert? De groep die dit
jaar naar het WK in Spanje trok had alles bijeen 15 of 16 koersen gewonnen. De
ploeg waar ik indertijd deel van uitmaakte, had er 200 op zak gestoken.
Quickstep-manager Patrick Lefèvre stond dit jaar fier te roepen dat zijn ploeg
62 koersen binnenhaalde. Ik won dat op één jaar!"
"Ach, echte superatleten zitten vandaag niet
meer in het peloton. Voor mij was Lance Armstrong de laatste van die soort. Dat
was de beste coureur van de laatste 20 jaar. Zelfs zonder doping had hij top
kunnen zijn."
De definitieve ontmaskering van Armstrong was wel
het punt waarop ik mijn interesse in koers verloor.
DE
VLAEMINCK: "En toch was hij een topatleet. Meer
zelfs: hij is dat nog altijd. Maar ja, je doperen is zo gemakkelijk, hé… Ik
denk wel dat er intussen geen enkele Belg meer is die het zich nog riskeert.
Het enige wat ik me afvraag is waarom Gilbert drie jaar geleden zo'n
fantastisch seizoen reed, en nu geen tiende van dat niveau meer haalt. In mijn
generatie bleven we gewoon tien jaar lang op hetzelfde peil. Maar ik wil niets
suggereren - misschien heeft Gilbert gewoon een problemen thuis, of soigneert
hij zich minder goed. Alleszins: in onze tijd was het toch zuiverder."
Jij hebt toch ook ooit bloeddoping aangeboden
gekregen?
DE
VLAEMINCK: "Dat klopt. Toen ik bij de GIS-ploeg
van Francesco Moser reed, wou dokter Conconi bloed aftappen om dat voor
Parijs-Roubaix terug in te spuiten. Ik had daar nog nooit van gehoord, dus
sloeg ik dat aanbod af. Maar nu kennen de meesten de producten die ze nemen
niet eens. Ze zouden ne stront opeten als ze denken dat ze er mee zouden
winnen."
En vroeger niet?
DE
VLAEMINCK: "Je had er natuurlijk altijd die
risico's namen."
HUYBRECHTS: "Altijd als ze Roger vragen of hij ooit gepakt heeft, zegt hij:
ik ben nooit betrapt." (lacht)
DE
VLAEMINCK: (bloedserieus) "Daar ben ik redelijk
uniek in. Zelfs Merckx is ooit betrapt, hé. Op hoestsiroop. Maar dat is geen
doping zoals EPO. Ik ben er zeker van dat Eddy zichzelf nooit zwaar gedopeerd
heeft."
HUYBRECHTS: "Het allerstrafste vind ik wat in de ronde van Zwitserland van
1975 gebeurde. Roger wint alles wat er te winnen valt, maar in één rit wordt
hij tweede na Merckx. Ze gaan samen naar de dopingcontrole…"
DE
VLAEMINCK: "En ik pis een volledige pot vol,
terwijl het bij Merckx niet wil lukken. Dus hij vraagt of hij een beetje van
mij mag hebben, en ik giet de helft over. Ik vond het ongelooflijk dat hij me
zo vertrouwde."
HUYBRECHTS: "Weet je wel wat dat wil zeggen? Roger en Eddy waren
aartsvijanden, hé. Merckx had enorm veel te verliezen: als die urine van Roger
positief testte, zou heel Merckx' carrière naar de kloten geweest zijn. Maar
hij had er blijkbaar enorm veel vertrouwen in. (naar Roger) Is daar uw relatie
met Eddy niet minder vijandig beginnen worden?"
DE
VLAEMINCK: "Dat is een beetje veranderd, maar we
koersten nog altijd tegen mekaar, hoor."
HUYBRECHTS: "Pas op, ik herinner mij een Ronde van Lombardije waarbij jullie
met twee op kop waren en afgesproken hadden om samen naar de meet te gaan om
uit de greep te blijven van de achtervolgers. Zie je vandaag nog twee Belgen zo
de handen in elkaar slaan?"
Bij Sep Vanmarcke en Greg Van Avermaet lukte het
dit jaar alleszins niet in de Ronde van Vlaanderen - zij werden geklopt door
derde hond Cancellara.
HUYBRECHTS: "Sorry, maar Van Avermaet en Vanmarcke… Ik heb het wel over
Merckx en De Vlaeminck, hé."
DE
VLAEMINCK: "Je kan Real Madrid en Barcelona niet
vergelijken met Westerlo en Waasland-Beveren hé, Carl? (lacht) Weet je wat het
allemaal is, vent? Klasse hebben, u verzorgen, en keihard werken. Aan de
huidige lichting renners durf ik niet meer zeggen dat ik vier keer per dag
trainde, want ze lachen mij vierkant uit. Tegen Van Avermaet zei ik eens dat ik
soms 300, 400 kilometer per dag fietste. Die trok nogal ogen. (zucht) Over dat
soort dingen mag je niet meer spreken tegen die mannen - je zwijgt er beter
over."
Who the fuck
is Karl V.?
Het is tijd voor het voorgerecht, maar die fase in
hun vriendschap zijn De Vlaeminck en Huybrechts al lang voorbij. Huybrechts
tekende onder de titel "De koers is nooit gedaan" zelfs de memoires
van De Vlaeminck op. "Als ik me niet vergis, kennen we mekaar van in 1978,"
herinnert Huybrechts zich. "Ik begon toen naam te maken op de
BRT-sportredactie, en Roger was toen op zijn toppunt als coureur. Dan kom je mekaar
al eens tegen." Al was dat volgens Huybrechts beter vroeger gebeurd.
HUYBRECHTS: “Mocht ik Rogers persoonlijke begeleider geweest zijn toen hij 20
was, dan had hij vier keer de Ronde van Frankrijk gewonnen. Daar ben ik zeker
van. Ik ken Roger ondertussen zo goed dat ik precies weet wat hij nodig heeft,
waar je hem mee kan oppeppen, wat hem demotiveert… Hij is een koppigaard, maar
ik kan hem op een halfuur van gedacht doen veranderen."
Dat klinkt als een gemiste kans, Roger. Had Carl
je echt een Tour kunnen doen winnen?
DE
VLAEMINCK: (blaast) "De Ronde van Italië, díe had
ik kunnen winnen. In 1975 was het bijna zo ver, maar ik had één slechte dag
waarop ik vier minuten verloor en naar de vierde plaats zakte."
HUYBRECHTS: "Je had de Giro twee of drie keer kunnen winnen, Roger. En de
Tour ook."
DE
VLAEMINCK: "Maar neen jong, ik was gene
Franse."
HUYBRECHTS: "Dat weet ik, maar ik had dat uit uw hoofd kunnen klappen. En
gene Franse, zegt hij: hij heeft wel vier keer Parijs-Roubaix gewonnen."
DE
VLAEMINCK: "Ik ben nooit fier geweest op wat ik
in Frankrijk gepresteerd heb, zelfs niet op die Parijs-Roubaixs. Ik hield
gewoon niet van Frankrijk. Ik zal er ook nooit op reis gaan: de Fransen zijn me
veel te chauvinistisch. En de Tour ging mij niet af - ik heb ook drie keer
opgegeven."
HUYBRECHTS: (stellig) "Als ik tegen u had gezegd: 'Roger, ik bekijk u nooit
meer als ge nu afstapt', dan was je gebleven. Nog een anekdote waaruit blijkt
dat Roger een begeleider nodig had: hij dacht dat cola niet goed was tijdens de
koers, omdat de maag daarvan opzwelt. Maar tijdens een bergrit neemt hij eens een
blikje aan, drinkt ervan, en peddelt rustig verder. Tot hij ineens beseft dat
hij net cola gedronken heeft. En wat doet hij? Roger stapt af. Mocht ik toen
ploegleider geweest zijn, ik schopte hem daar godverdomme terug die fiets op.
Dat zit allemaal in Rogers hoofd. Met seks was dat hetzelfde: dan stak hij
plots in zijn kop dat hij zijn toenmalige vrouw Marleen vier maand alleen moest
laten liggen. Nota bene de knapste vrouw van het wielerpeloton!"
DE
VLAEMINCK: "Ja maar, Merckx zat wel zes maanden
zonder seks, en Felice Gimondi acht!"
HUYBRECHTS: "Maar die sliepen niet bij Marleen, hé!"
Zou jij vier maanden zonder seks kunnen, Carl?
HUYBRECHTS: (bulderlach)
DE
VLAEMINCK: "Ik kan dat zelfs nu nog. Ik heb daar
geen problemen mee. Ik denk dat ik gewoon te lui geworden ben voor seks."
HUYBRECHTS: (valt bijna van zijn stoel) "Allez jong!"
DE
VLAEMINCK: "Ja, ik kan ook stoefen en zeggen dat
ik het twee keer per dag doe, hé!"
Björn Leukemans heeft die no sex-kuur ook eens
geprobeerd.
DE
VLAEMINCK: "Ah? Heeft het hem veel
opgeleverd?"
De Druivenkoers in Overijse.
DE
VLAEMINCK: "Hij heeft er nu vier gewonnen, hé.
Evenveel als mij. Michel Wuyts heeft het goed benadrukt op tv. Dat doet Wuyts
graag hé, zeggen dat een bepaalde coureur meer gewonnen heeft dan mij."
HUYBRECHTS: "Statistieken opdiepen, dat kunnen die commentatoren als de
beste. Maar een koers lezen, dat is nog iets anders hé, Roger."
Vorig jaar kwam het nog een ruzietje tussen Roger
en Wuyts. "Hij kan alles uitleggen over wijn en eten, maar van de koers
kent hij niets," zei Roger in De Standaard.
HUYBRECHTS: "Kijk, Roger heeft doorzicht in de koers. Hij ziet direct wie
talent heeft, of een ontsnapping ver gaat dragen… Veel commentatoren zien dat
niet. En Roger durft dat ook zeggen. Dat moet je niet doen bij die jongens die
voor TV werken. Of ze zijn meteen op hun pik getrapt en vinden het nodig om hun
mening te spuien op Twitter en Facebook."
Zoals Karl Vannieuwkerke, die jou van antwoord
diende op Twitter nadat je naar hem had uitgehaald in een column: "bijna
een maand lang elke avond Karl V. op de buis. Wat hebben wij in hemelsnaam
misdaan?"
HUYBRECHTS: (geërgerd) "Maar man, dat is anderhalf jaar geleden! En het ging
om één zinnetje! Een grappig bedoeld zinnetje dan nog."
"Wat ik tegen Karl heb, zal ik een volgende
keer wel uit de doeken doen," zei je toen. Bij dezen: grijp uw kans.
HUYBRECHTS: (wuift weg) "Ach, who the fuck is Karl Vannieuwkerke. En ook:
who the fuck am I. We zitten hier aan tafel met iemand waarvan ze niet alleen
in België, maar ook in Nederland, Duitsland, Engeland, Spanje, Italië en
Frankrijk wisten: godverdomme, da's nen dikke coureur. Mijn ster schijnt in
Vlaanderen, voor een stuk in Wallonië, en een beetje in Nederland, maar daar
houdt het op. En de eerste Vlaamse presentator of commentator die dat bereikt
mag eens iets komen zeggen. Maar voor de rest moeten wij vooral nederig zwijgen
en opkijken naar Roger."
DE VLAEMINCK: "Ik word er onnozel van als een José De Cauwer zit te liegen.
Als ik zie dat een coureur voorop gaat blijven, zeg ik dat ook. De Cauwer wil
er altijd de spanning in houden. Zelfs als er in de laatste kilometer eentje
een minuut voorop ligt, zegt hij nog dat het "misschien" zal lukken. Ik
begrijp dat wel, hij moet van de VRT. Maar mij ging dat niet af. (stilte) Blijkbaar
kan je uw gedacht en de waarheid niet meer zeggen. De mensen aanvaarden dat
niet meer. Maar ik trek me dat allemaal niet meer aan."
Ook de verslaggeving bij voetbalwedstrijden heeft
tegenwoordig meer weg van een afgeratelde encyclopedie dan van een scherpe
analyse.
DE
VLAEMINCK: "Om onnozel van te worden."
HUYBRECHTS: "Verschrikkelijk. Commentatoren denken dat ze constant moeten praten.
Maar er is geen enkele voetballiefhebber die het volhoudt om gedurende 45
minuten elke seconde volgeplakt te krijgen met commentaar. Vooral bij
wedstrijden van Barcelona is dat erg irritant: die ploeg heeft vaak 85%
balbezit, en dan hoor je constant een hele litanie dezelfde namen afdreunen.
Wat wil zo'n commentator bewijzen? Dat hij ze allemaal herkent? Als er niet al
te veel gebeurt, moet je je rustig houden, kijken,… Om dan nuchter vast te
stellen dat bijvoorbeeld een ploeg een man te kort komt op het middenveld. Dat
is een van de belangrijkste lessen die ik leerde van wijlen Rik De Saedeleer:
je moet rustig blijven en analyseren. Iemand als Frank Raes heeft dat
bijvoorbeeld wel in de vingers, maar verder?"
Zelfs als ex-voetballers als Tom Soetaers mee
aanschuiven word je niet veel wijzer.
HUYBRECHTS: (sarcastisch) "Soetaers heeft nochtans Wereldbekerfinales en
Europacupfinales bij de vleet! Luister, Arie Haan (ex-Anderlechtcoach, red.),
die had twee wereldbekerfinales en zeven europacupfinales. Waarvan hij er vijf
gewonnen heeft. Naar zó iemand moet je luisteren. Die heeft toch wat meer
inhoud dan Tom Soetaers."
Club Med Anderlecht
Tijdens het hoofdgerecht - een heerlijk hertenkalf
- bomen Huybrechts en De Vlaeminck door over voetbal. Maar ook daar is enkel
het beste goed genoeg. "Ik kijk liever voetbal dan koers, maar het moet
dan wel Champions League zijn," biecht De Vlaeminck op. "Het niveau
van de Belgische competitie is simpelweg te laag," vult Huybrechts aan.
"Zelfs de Europa League is niet meer dan het katholiek sportverbond van Europa."
De verklaring ligt volgens beide heren voor de hand: onvoldoende toewijding.
DE
VLAEMINCK: "Dat was vroeger ook al zo. Toen Arie
Haan coach was van Anderlecht, vroeg hij mij soms om zijn spelers eens op hun
kloten te komen geven in een bosloop. Ik was toen veertig, maar ik liep er
iedereen af." (lacht)
HUYBRECHTS: "Enkel Enzo Scifo en de Deense linksachter Henrik Andersen
konden een beetje volgen, maar zelfs zij kwamen 2 à 3 minuten na Roger binnen.
Dat is nu niet beter geworden: er wordt gewoon niet genoeg getraind in het
voetbal. Topploegen trainen 14 uur per week. Maximum! Je moet je eens inbeelden
dat je gelijk welk beroep maar 14 uur per week doet. Dan ben je een amateur,
hé."
"Bij de Night of the Proms (die Huybrechts al
ruim dertig jaar presenteert, red.)
hadden we vorig jaar een razendsnelle Japanse pianiste te gast. Die
oefende zes uur per dag: op twee dagen tijd deed die evenveel als een Belgische
beroepsvoetballer in een week. En dan zeggen ze altijd: bij ploegen als
Juventus Turijn trainen ze ook niet meer dan 14 uur. Dat klopt, maar die hebben
wel een selectie lopen met mensen die van nature uit sneller, sterker en
technisch beter zijn."
DE
VLAEMINCK: "Daarom noem ik Anderlecht de Club
Med: die mannen kunnen zich niet meer oppeppen om nog een gewone Belgische
match te spelen. De Jupiler-league is een triestige bedoening. Als je naar Barcelona
kijkt, dan heb je spijt als de match gedaan is. Ik supporter zelf een beetje
voor Cercle Brugge, maar zeg nu zelf: voor Cercle - Waasland-Beveren blijft
toch niemand wakker? Er zit nauwelijks actie in: ze spelen een uur zonder naar
de goal te schieten, en als ze shotten, is het een huis over."
HUYBRECHTS: "En zeggen dat ik de periode meegemaakt heb dat de Spanjaarden,
Engelsen en Italianen bij de loting voor de kwartfinale van de Europacup
zenuwachtig over en weer schoven bij het vooruitzicht om in de volgende ronde
Anderlecht, Brugge, Standard of Beveren te treffen. Nu is dat weg."
Nogal logisch: tegen het grote oliegeld dat nu de
topclubs runt kunnen onze ploegen het niet opnemen.
HUYBRECHTS: "Dat is onwaarschijnlijke flauwekul. Vroeger was dat verschil
verhoudingsgewijs even groot. (met nadruk) De enige reden voor ons verval is
dat de basis gewoon niet breed genoeg meer is omdat de natuurlijke omgeving
waarin kinderen leren voetballen ontbreekt - de straatjes en de pleintjes.
Kinderen zijn nu aangesloten bij clubs en spelen nog drie keer anderhalf uur in
de week. Daar leer je niet mee voetballen. Kijk naar het Beveren van vroeger:
die hadden een drietal profs zoals Jean-Marie Pfaff, en voor de rest waren dat
gewone mannen die heel goed konden shotten omdat ze in hun jeugd niets anders
gedaan hadden dan twaalf uur per dag voetballen op slechte velden, met slechte
ballen."
Zo slecht kan het toch niet zijn? Anderlecht werd
derde in zijn CL-poule met een gemiddelde leeftijd van 21,5 jaar.
DE
VLAEMINCK: "En daar zijn erg goeie spelers bij.
Maar hoeveel gaan er vertrekken tijdens de winterstop?"
HUYBRECHTS: "Als je wil overleven dat de topclubs je talenten komen
wegplukken, moet je zorgen dat het draagvlak breed genoeg is. En dat kan je
alleen door de natuurlijke biotoop van het goeie voetbal herstellen, en het
straat-, pleintjes- en weidevoetbal te institutionaliseren. Dat kan alleen via
het onderwijs. Stuur alle kinderen die graag willen shotten naar zo'n school in
de buurt, en laat ze daar minstens vier uur per dag shotten. En doen ze maar
zeven in plaats van zes jaar over het lager onderwijs. Maar dan zullen ze wel
elke dag staan springen om naar school te gaan."
En toch: als je naar de prestaties kijkt moet je
vaststellen dat de huidige lichting Belgische voetballers de meest
getalenteerde van de afgelopen decennia is.
HUYBRECHTS: (wuift weg) "Dat weet ik niet. Wat hebben de Rode Duivels al
gepresteerd tegen echte toplanden? Maar goed, veel heeft te maken met de coach.
Of Wilmots, ik, jij of Roger nu bondscoach waren op het WK: die kwartfinale
zouden we sowieso gehaald hebben. Maar ik ben er van overtuigd dat mochten wij
een tactisch brein hebben à la Raymond Goethals of Louis Van Gaal, dat wij
minstens de finale spelen. Allez: met al onze topverdedigers stranden wij in de
kwartfinale, terwijl Nederland zilver pakt met een achterlinie op boerenklompen.
Waarom? Omdat Van Gaal die puzzel ineen kon doen passen. Mocht hij dat kunnen
doen met jongens als Kompany, Vermaelen en Vertonghen, dan mag Messi aan zo
veel solo's beginnen als hij wil: voor hij aan de 16 komt is hij zijn broek en
zijn tanden kwijt."
Jullie zoons voetballen ook. Zijn dat nieuwe
Messi's?
HUYBRECHTS:
"Kiet is 8 en voetbalt heel graag, maar is geen
wereldtalent. Het wordt er zo eentje als ik: voetballen door te redeneren. Zijn
techniek heeft hij niet van nature, maar hij beseft wel: "als ik die bal
zó raak, gaat hij die baan afleggen." Maar Eddy De Vlaeminck, dat is een
goeie."
DE
VLAEMINCK: "Eddy is nu veertien, en speelt bij
Maldegem. Vorig jaar zijn ze tweede geëindigd in een nationale reeks, maar nu
moet de ploeg provinciale spelen. Ik heb een ander team gezocht waar hij bij de
nationale kon blijven, maar het dichtstbijzijnde is Deinze - en dat is toch al
43 kilometer rijden."
HUYBRECHTS: "Daar doe je kinderen geen plezier mee, Roger. Je moet de straat
kunnen uitrijden en ze daar laten shotten. En als het echt goeie zijn, worden
ze rond hun zestiende wel opgepikt."
DE
VLAEMINCK: "Maar je kan ze toch moeilijk in een
ploeg steken die elke keer laatste eindigt? Nu ja, volgens mij is hij net niet
goed genoeg om bij de absolute elite te spelen. Hij speelt op de nummer zes,
heeft een heel goeie fysiek en een goeie pass, maar zijn techniek is wat traag
van uitvoering."
Heeft hij wat talent meegekregen van zijn vader?
Want jij was ook geen onbegenadigd voetballer.
DE
VLAEMINCK: "Ik heb inderdaad nog in derde
nationale gespeeld, op mijn zestiende. Maar ik had niet eens geld om
voetbalschoenen te kopen, dus heb ik voor de fiets gekozen. Geen idee of daar
een carrière voor mij was weggelegd."
HUYBRECHTS: (snel) "Had Roger gepingpongd of gebiljart, was hij ook een
wereldtopper geworden. Roger kon alles."
DE
VLAEMINCK: (lacht)
HUYBRECHTS: "Is het niet waar, misschien?"
DE
VLAEMINCK: (schaapachtig) "Awel ja, eigenlijk
wel. Maar het is moeilijk om dat van jezelf te zeggen, hé."
HUYBRECHTS: "Alleszins: ik weet wel waarom je voor de koers koos. Omdat daar
meer geld mee te verdienen viel."
DE
VLAEMINCK: "Klopt. Ik de fabriek verdiende ik
1.000 frank in de maand, met voetbal kreeg ik 20 Belgische frank per wedstrijd,
maar in de koers verdiende ik massa's geld. Voor iedere minuut die je voor was,
kreeg je honderd frank. En ik eindigde vaak met zes minuten voorsprong. Zo gaat
het vooruit, hé." (lacht)
HUYBRECHTS: "Ik denk trouwens dat je de juiste carrièrekeuze gemaakt hebt,
want toen wij later samen voetbalden, kon ik jou dribbelen." (lacht)
Vijftig frituren
"Kan je dat interview eens doorsturen voor je
het publiceert," vraagt Roger tijdens het dessert. Niet omdat Le Gitan
verdraaide woorden vreest - hij heeft een andere agenda. "Ik heb wat last
van mijn stembanden, dus volg ik logopedie. En tijdens die sessies moet ik
altijd voorlezen." Hij draait zich naar Huybrechts. "'t Is een knap
ding hoor, mijn logopediste. Kijk, ik heb een foto op mijn smartphone."
"Ik had het kunnen denken," antwoordt Huybrechts. "Mocht het
geen schone geweest zijn, je zou het al lang opgegeven hebben." De
oer-Flandrien grijnst. "Maar neen, Carl. Ik ben gelukkig getrouwd, en heb
een zoon. Bovendien: als je 67 jaar bent heb je niets te zoeken bij een mokske
van 30 jaar."
Er bestaat ook zoiets als een te groot
leeftijdsverschil?
HUYBRECHTS: (lacht) "Voor Roger? Ik weet nog goed dat ik ooit tegen Roger
zei dat ik een lief van 18 jaar had, en dat hij antwoordde: 'ha, ge begint in
oude wijven te doen!'"
DE
VLAEMINCK: (lacht) "Carl is geen haar beter. Toen
ik veertig was, belde hij mij eens op om aan het strand te gaan joggen. Dus wij
naar Oostende, en ineens duiken daar twee meisjes op van het soort dat om vier
uur vrijgelaten werd uit het middelbaar: Carls lief en Phaedra Hoste, toen 17
en 16 jaar. (naar Carl) Eigenlijk heb ik door jou vijf jaar miserie gehad hé,
maat. Pas op, dat waren verstandige vrouwen voor hun leeftijd. Phaedra was een economisch
wonder. Da’s een zware investering geweest voor mij." (lacht)
HUYBRECHTS: "Ach, op dat moment waren we in de fleur van ons leven. We
kwamen veel op tv, en bij veel vrouwen heeft een man die wat succesvol is en al
wat meer van het leven heeft gezien wel een streepje voor. Dat is
aantrekkelijk, hé. Maar zeg eens, Roger: hoe lang ben je nu al bij Kathy?"
DE
VLAEMINCK: "22 jaar."
HUYBRECHTS: "Ik ben al 18 jaar samen met Anouk."
DE
VLAEMINCK: "En is dat uw laatste, Carl?"
HUYBRECHTS: (kijkt op) "Hebt gij Anouk al eens goed bekeken? Dat is de
mooiste van de wereld. Beter kan ik niet vinden, hoor."
Jullie vrouwen zijn respectievelijk 22 en 25 jaar
jonger dan jullie, maar hebben wel een bloeiende carrière uitgebouwd. Zitten de
wilde mustangs van vroeger nu getemd aan de haard?
HUYBRECHTS: "Dat nu ook weer niet. Maar er is wel iets veranderd. Vroeger
dacht ik dat ik alle dagen moest uitgaan, of dat het leven aan mij voorbij zou
gaan. Na een tijdje besef je dat het allemaal niet zo interessant is, maar je moet
wel vijftig frituren gedaan hebben voor je beseft waar ze de beste frieten
hebben. Wij hebben allebei in een wereld gezeten waar je meer dan de gemiddelde
burger mondaine toestanden meemaakt, maar op den duur word je daar ook
selectiever in. Nu zijn er weinig dingen die mij gelukkiger kunnen maken dan
thuis zitten met mijn vrouw en mijn kinderen. We gaan af en toe nog wel eens
naar feestjes, maar veel minder dan vroeger. Omdat die in de meeste gevallen
gewoon kak zijn. Het loopt er vol met de Joy Anna Thielemansen en Sean Dhonten
van deze wereld, mensen zonder opvallende talenten, maar in Vlaanderen volstaat
dat blijkbaar om televisieprogramma's te vullen. Maar wat is hun toegevoegde
waarde? Kan iemand mij dat vertellen?"
Terwijl de koffie op tafel komt, merkt Roger een
oude man op die moeizaam hobbelend Bistro Margaux verlaat. "Kijk, Carl:
dat zijn wij binnen een paar jaar." "Ach Roger, die mens is maar zo
oud als jij, hoor! Je hebt nog wel even."
Toch schudt De Vlaeminck het hoofd. "Het gaat
snel in het leven, Carl. Ik ben de voorbije veertien dagen een beetje ziek
geweest, en ik ben maar een halve mens meer. Vanochtend deed ik 27 minuten over
4 kilometer lopen. Dat is traag hoor!" Huybrechts lacht. "Wetenschappelijk
gezien begint een man fysiek af te takelen vanaf zijn 20 jaar, Roger." Hij
legt bijna vaderlijk een hand op de arm van De Vlaeminck. "Als je het zo
bekijkt, hebben wij eigenlijk 45 jaar extra gehad. Wat gaan we dan
klagen?"
