Labels

(Foto: Kris Van Exel)

Als het een beetje tegenzit, hebt u het deze winter vlaggen: het licht gaat uit. Stroomtekorten ten gevolge van falende kerncentrales dreigen delen van het land te confronteren met urenlange blackouts. Om te zien hoe u die het best kan overleven, zetten wij onze man 72 uur lang in het donker. "Het is kiezen tussen mijn welzijn en dat van de sanseveria." (7 november '14) 


Wanneer ik wakker word, is het ijzig koud in mijn slaapkamer. Blijkbaar neemt mijn centrale verwarming een snipperdag. De wekkerradio die mij normaalgezien elke ochtend plichtsbewust uit de armen van Morpheus jengelt, blijkt evenzeer met verstomming geslagen. En wanneer ik tevergeefs het licht in de wc aanknip, daagt het me: de elektriciteit ligt uit.

Is dit een voorloper van de beruchte stroomonderbrekingen die ons deze winter te wachten staan door de problemen met de kerncentrales? Is een of andere stadsarbeider met twee linkerhanden een elektriciteitsleiding te lijf gegaan met een drilboor? Is de zombie-apocalyps aangebroken en mag ik weldra een horde ondoden verwachten die aankloppen omdat de bel het niet doet? Of is de blackout in mijn appartement louter een logisch gevolg van het feit dat ik om middernacht de hoofdschakelaar van de zekeringenkast uitzette op bevel van mijn hoofdredacteur, omdat die wou zien of ik 72 uur zonder elektriciteit kon overleven? Wie zal het zeggen - al wat ik weet is dat de talloze survivalboeken en -webpagina's die ik de voorbije week verzamelde, nu van pas zullen komen. En dat dit wonderen gaat doen voor mijn elektriciteitsrekening.

 00-24h: Vluchten naar de slaapkamer 

Na de figuurlijke koude douche van een stroomloos leven, volgt de letterlijke. De waterboiler in mijn appartement werkt op gas, maar wordt wel elektrisch aangestuurd. Warm water kan ik de komende dagen dus op mijn buik schrijven, besef ik terwijl ik mijn hoofd onder de kraan steek. Al een geluk dat de Noordpooldouches die ik in mijn kortstondige carrière als jeugdvoetbalspeler moest trotseren in de aftandse kleedkamers van tegenstanders als Racing Aaigem of VC De Toekomst Borsbeke me gehard hebben voor ervaringen als deze. En elke wolk heeft een zilveren rand: bij ontstentenis van een kop dampende koffie, schudt dit me evenzeer klaarwakker.

Mijn zelfbeklag slaat al snel om in bezorgdheid als ik denk aan mijn koelkast. Een volle diepvries houdt uw voedsel ook zonder stroom vlotjes 48 uur fris, maar in het frigogedeelte duurt het niet veel langer dan vier uur vooraleer bacteriën de lambada dansen op uw kippenfilets. De National Geographic Survivalgids - en zowat elke survivalwebsite die naam waardig - raden dan ook aan de koelkastdeuren zoveel mogelijk gesloten te houden en uw voedingswaren dichter op elkaar te pakken dan een lading bootvluchtelingen uit Lampedusa. Zo beperkt u namelijk de luchtcirculatie in uw ijskast, wat het opwarmingsproces gevoelig vertraagt.

Hetzelfde principe geldt voor uw huis. Kleine, volgestouwde en goed geïsoleerde kamers - bij voorkeur met slechts één buitenmuur - zijn gemakkelijker te verhitten met uw eigen lichaamswarmte en een aantal kaarsen dan een ruime woonkamer. Wanneer ik rond de middag aan mijn tweede pullover en mijn derde paar sokken zit, besluit ik dan ook met mijn hebben en houden te verkassen van de living naar de slaapkamer. Het blijkt een gouden zet: na enkele uren stijgt de temperatuur er tot een comfortabele 13 graden - drie graden warmer dan in de leefruimte. Ik kan zelfs mijn muts afzetten.

Verder is het cruciaal om het schaarse daglicht dat elektriciteitsloze winterdagen bieden optimaal te gebruiken. De meeste survivalisten - preppers, zoals ze zichzelf noemen, omdat ze voorbereid of prepared zijn op het ergste - raden aan een bug out bag of paniekrugzak samen te stellen met een voorraad voor 72 uur overleven. Als je die niet klaarliggen hebt, is dit het aangewezen moment om hem bij elkaar te scharrelen. Ik verzamel alle kaarsen, lucifers en zaklampen die ik kan vinden, en stoot tot mijn eigen grote opluchting tussen mijn kampeerspullen op een oud campingvuurtje.

Ik heb geen flauw idee hoeveel butaan het nog bevat, maar dat mag de pret niet drukken. Wanneer het rond vijf uur begint te schemeren, begin ik aan het eten. Om de temperatuur in mijn koelkast te vrijwaren, besluit ik het conservenblik met groenten in tomatensaus dat al een aantal weken in mijn voorraadkast stof staat te vergaren soldaat te maken. Na een spontane kampvuursessie van twintig minuten op mijn balkon - butaanvuurtjes zijn fantastisch, maar koolstofmonoxidevergiftiging is dat niet - ben ik dan ook voldaan, en klaar voor wat de nacht brengt.

Dat blijkt bitter weinig te zijn. Mijn laptop- en gsm-gebruik heb ik moeten rantsoeneren om te besparen op de batterijen, en internetten is ook niet aan de orde met een wifirouter die op apegapen ligt. Ik gebruik de tijd om mijn boekenkast te plunderen, tot mijn ogen moe worden van het weliswaar gezellige maar al bij al schaarse kaarslicht, en besluit om negen uur al een punt achter de dag te zetten. Ik blaas de kaarsen uit, en kruip onder de wol.

 24-48h: De thermos is uw vriend 

Ik word uitgerust wakker, maar deins ervoor terug om de warme omhelzing van mijn lakens te verlaten. Om mezelf alsnog te motiveren, beloof ik mezelf een wasbeurt met warm water. In no time produceert mijn gasvuurtje een kokende ketel. Met één vierde doe ik de afwas van gisteren, een ander kwart gebruik ik om een kop thee te zetten, en de overschot bewaar ik intussen in een thermos.

Wanneer ik die in mijn lavabo giet, uitkijkend naar de weldaden van het warme water, waait me meteen een distinctieve en bekende geur tegemoet. Koffie. Ik had de thermos wel uitgespoeld, maar blijkbaar maakt kokend water meer los dan de koude variant. Ach wat, denk ik terwijl mijn douchegel het water doet schuimen. Dan ruik ik de komende dagen maar naar een combinatie van oceaanfris en Douwe Egberts.

Ik probeer het meeste te maken van de uren voor de nacht valt. Zonder afleiding van televisie, Facebook en de honderdduizenden kattenfilmpjes op YouTube is dit een excellente gelegenheid om te doen waar ik anders niet toe kom: dweilen, lezen, mijn boekhouding. Maar het begint al snel ferm tegen te steken. De digital native in mij snakt naar Instagrams van maaltijden, Twitterhashtags en alle vormen van nieuws - zelfs mijn krantenabonnement is tegenwoordig digitaal, dus ik ben de komende dagen volledig afgesloten van de wereld. Een cruciale fout, melden preppergidsen bij de vleet: minstens een radio op batterijen is onontbeerlijk bij langdurige stroomstoringen. Zo kan je op de hoogte blijven van hoe de strijd tegen de blackout vordert.

Al blijk ik niet helemaal afgesloten van de buitenwereld: plots rinkelt mijn gsm, en wil een zekere Marie van BasicFit mij een proefabonnement aansmeren. Ik snauw haar toe dat Marouane Fellaini mij desnoods zelf moet bellen, maar dat ik mijn gsmbatterij moet sparen, en haak in. Mijn mobiel is namelijk momenteel niet enkel mijn enige lijn naar buiten, het is ook de enige werkende klok in mijn appartement - want wie heeft daar nog nood aan als elke kamer volgepropt staat met wekkerradio's, computers, microgolfovens en andere digiboxen die u 24/7 vertellen hoe laat het is.

Rond vier uur besluit ik aan het eten te beginnen, en dit keer wil ik het efficiënt aanpakken. Ik kook een pot water, en giet het kokende goedje samen met een handvol losse rijstkorrels in mijn trouwe thermos. Volgens de preppergidsen zou dat een uur later perfect gekookte rijst moeten opleveren, met slechts de helft van het energieverbruik. Dat houdt mijn gasvuurtje vrij voor de kalkoenlap die inmiddels ontdooid is, en die ik bij mijn rijst plan te serveren. Maar net wanneer ik wat boter in de pan wil smelten, blaast de butaancontainer zijn laatste adem uit. Daar gaat mijn enige toegang tot warm water.

Na een uur nagelbijtend afwachten schroef ik de dop van de thermos los. Weer ontsnapt een wolkje koffiegeur, maar wanneer ik de inhoud in een vergiet leeg, merk ik tot mijn aangename verbazing dat de rijst perfect gekookt is. Met een tomaat, wat kruiden en een stuk salami improviseer ik een semi-volwaardige maaltijd. Piet Huysentruyt, it ain't, maar het vult wel.

Intussen is er slecht nieuws van het diepvriesfront: het is het warmste Allerheiligenweekend ooit, en dat eist zijn tol. In mijn koelkast is het nu 9 graden, en het vriesvak flirt vervaarlijk met het nulpunt. Dat betekent dat alle bederfelijk voedsel helemaal foutu is, zeker nu ik geen manier meer heb om het nog snel af te bakken. Met pijn in het hart vul ik een vuilzak waar ze bij Poverello een gat in de lucht om zouden springen.

Maar het is niet al kommer en kwel wat de batterijloze klok slaat: het late herfstzonnetje zorgt voor een comfortabele temperatuur in mijn appartement. Dat zal deze winter, als het blackoutscenario effectief op tafel ligt, wel anders zijn. Er is immers een welhaast apocalyptische samenloop van omstandigheden nodig om ervoor te zorgen dat het licht écht uitgaat. Niet alleen moeten onze defecte kerncentrales in de lappenmand blijven, het moet ook nog eens een windstille dag zijn zonder al te veel zon (zodat er geen wind- of zonne-energie kan opgewekt worden), en eentje die zo barkoud is dat zelfs Nederland en Frankrijk hun stroomcapaciteit maximaal moeten aanwenden - waardoor wij niets extra kunnen importeren. Voor dat doemscenario heeft de overheid een afschakelplan klaar dat afgelegen gebieden een aantal uur zonder stroom kan zetten.

Het is met dat grimmige vooruitzicht in gedachten dat ik me aan een controversieel prepperconcept besluit te wagen: de bloempotkachel. Die is omstreden omdat ze volgens de helft van de preppers simpelweg niet werkt, terwijl de anderen het zien als hét middel om een kleine kamer spotgoedkoop warm te stoken. U hebt er wel een terracotta bloempot voor nodig - het is kiezen tussen uw eigen welbevinden en dat van de sanseveria.

Die bloempot plaatst u ondersteboven op een met theelichtjes gevulde ovenschaal, en u dekt het gat in de bodem af met een prop zilverpapier. In plaats van dat de warmte van de theelichtjes zonder meer naar het plafond stijgt, zullen ze nu de bloempot opwarmen, en zal de steen zijn warmte verspreiden doorheen de kamer. Daarbij is het wel cruciaal dat de pot niet de volledige ovenschaal afdekt - theelichtjes hebben namelijk zuurstof nodig om te branden. En zowaar: het werkt. Zij het erg plaatselijk. De steen zelf wordt gloeiend heet, maar in graden Celsius draagt de kachel nog minder bij dan Jacky Lafon aan een kwantumfysicaconferentie.

 48-72h: Paprika's onder de motorkap 

De volgende ochtend besluit ik de bloempotkachel dan ook op te offeren voor een beproefder concept: de zeer pot, een primitief koelsysteem dat al meegaat van bij de Oude Egyptenaren. De diepgevroren vol-au-vent in mijn ijskast kan ik er niet meer mee redden, maar dat wil niet zeggen dat een koude pint niet zou smaken. Ik plaats een kleinere bloempot in de sanserveriapot, vul de ruimte ertussen op met nat zand, en dek het geheel af met een natte doek. In theorie zou het water uit het zand via de buitenste pot moeten verdampen, waardoor de binnenste pot afkoelt. Maar in mijn experiment blijft de temperatuur vanbinnen ook na tien uur even lauw als de ontvangst van de meest recente dEUS-plaat.

Nu mijn campingvuurtje het begeven heeft, moet ik alle registers opentrekken op experimenteel vlak als ik vanavond een warme hap wil binnenspelen. Preppers met een carburator in de maag wijzen veelvuldig op de geneugten van zogenaamd carbecueën, barbecueën in een auto. Daarvoor verpakt u een aantal ingrediënten naar keuze zorgvuldig en overvloedig in zilverpapier, en zoekt u een lekker warm plekje onder de motorkap van uw wagen. Carbecue-experts raden het spruitstuk aan, maar dat kan ondergetekende autoleek zelfs met de beste wil van de wereld niet vinden, dus bevestig  ik mijn pakket met paprika, ajuin en wat maïs aan de warmste pijp die mijn Renault Clio rijk is.

Dat gebeurt zo zorgvuldig mogelijk, want carbecuen kan uw auto ernstige schade toebrengen. Onvoldoende ingepakte gerechten waar het vet van afdruipt kunnen de boel de hens gooien, een te grote bundel kan een luchttoevoer blokkeren, en als zo'n pakje tussen een bewegend onderdeel van de motor verzeilt, bent u helemaal de klos. Ik toer dan ook een uur lang - de aangewezen gaartijd voor groenten onder de motorkap, getuige de carbecuebijbel Manifold Destiny - met dichtgeknepen billen over de snelweg, doodsbenauwd dat ik vroeg of laat aan vriendelijke takelmensen moet gaan uitleggen dat mijn rokende auto het verkeer op de E40 blokkeert omdat mijn paprika's nog niet gaar waren. Maar ik overleef het. En ja, het is een gruwelijk inefficiënte en dure manier van koken, maar in een tortillawrap smaakt het verdorie niet slecht.

Enige overmoed - en de nodige verveling - leiden ertoe dat ik de smaak van het experimenteren te pakken krijg. Door een wiek van opgerold toiletpapier met een tandenstoker in een klomp boter te proppen knutsel ik al snel een kaars die de hele kamer naar barbecue laat ruiken. Wanneer ik echter een door citroenen aangedreven lamp wil bouwen, loopt het na een klein uur vergeefs klungelen met koperdraad, nagels en een lampje van zes volt spaak, en gooi ik de handdoek in de slecht verlichte ring.

Het vooruitzicht op een warme douche doet me besluiten te wachten tot het middernacht is, en de elektriciteit terug aan gaat. Na 72 uur zonder stroom en 89 theelichtjes stel ik vast dat een tijdelijke blackout niet zozeer een ontbering, maar eerder een ongemak is. De tijd lijkt trager weg te tikken in het donker, zonder alle snufjes die de 21e eeuw met zich meebracht: de kop boven dit artikel had net zo goed 'onze man verveelt zich stierlijk' kunnen zijn. Maar met de nodige voorbereiding - en een karrenvracht aan gasvuurtjes en kaarsen - is overleven zelfs voor de grootste survivalschlemiel allesbehalve een utopie. En als het licht echt dagenlang uitblijft en het stenen uit de grond vriest, zijn er andere manieren om warm te blijven in de winter. Wie weet volgt er negen maanden na de eerste blackout wel een babyboom. Als licht in de duisternis kan dat tellen.