Labels

(Foto: Nick Hannes)

Na jaren palaveren is de kogel door de kerk: in 2015 zal Vlaanderen geen tijdelijke slachtvloeren meer kennen tijdens het Offerfeest. Een beslissing die Michel Vandenbosch doet juichen, maar zijn strijd tegen onverdoofd slachten is verre van gestreden. Wij trokken afgelopen weekend met het GAIA-boegbeeld naar een van de 72 laatste tijdelijke slachtvloeren van Vlaanderen. En dat op Werelddierendag. (11 oktober '14) 


Op de tijdelijke slachtvloer in de Antwerpse Lange Lobroekstraat - de grootste van Vlaanderen - heerst een gemoedelijke sfeer. Of toch zo gemoedelijk als kan op een plaats waar die dag 2.000 schapen zullen sneuvelen. Met keuvelende moslims, gelaten afwachtende schapen en halal-kippenhotdogs in de hoek van de inkomhal lijkt het zelfs business as usual tijdens het islamitische Offerfeest: niets dat erop wijst dat dit de laatste keer is dat de loods zal dienstdoen als tijdelijke slachtinrichting voor onverdoofd rituele slachtingen.

Nochtans kondigde kersvers Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) onlangs het einde van de tijdelijke slachtvloeren aan. Moslims die hun schapen onverdoofd ritueel willen laten slachten, kunnen daarvoor vanaf 2015 enkel nog terecht bij erkende slachthuizen. Daarmee zet Weyts vijf jaar na datum een Europese richtlijn om in wetgeving. Zijn partijgenote Nabilla Ait Daoud, moslima en schepen voor Dierenwelzijn in Antwerpen, deed er nog een schepje bovenop door in een opiniestuk te stellen dat onverdoofd slachten, zoals dat bij het gebruikelijke Offerfeest gebeurt, 'niet meer van deze tijd is,' en door moslims aan te raden voor alternatieven te kiezen, zoals een schenking aan het goede doel.

Het nieuws verleidde GAIA-boegbeeld Michel Vandenbosch tot een kleine vreugdedans. "Het is goed om te zien dat N-VA het meent met het dierenwelzijn - voorzitter Bart De Wever had me dat beloofd voor de verkiezingen, en hij blijkt een man van zijn woord. De tijdelijke slachtvloeren werden opgericht om het aantal mensen die het Offerfeest vierden door thuis illegaal een schaap te slachten terug te dringen. Dat is gelukt, en nu is het tijd voor de volgende stap: paal en perk stellen aan onverdoofd slachten om te voorkomen dat de dieren onnodig lijden."

 Schokeffect 

De geïmproviseerde parketvloer in de loods, speciaal aangelegd voor het ochtendgebed, wordt langzaamaan ingenomen door een aantal kinderen met een bal. De oudere mannen - moslima's vind je niet in de slachtinrichting - turen door de Herashekken naar de oornummers van de bijeengedreven schapen, op zoek naar het beest dat binnenkort hun avondmaal wordt. Ze wachten geduldig tot het hun beurt is om met hun schaap naar de slachtruimte te trekken.

Dat was ooit anders, getuigt opzichter Johan. "Vroeger was er al eens wat geduw en getrek van mensen die sneller thuis wilden zijn, omdat ze al dat schapenvlees nog moesten klaarmaken. Maar sindsdien hebben we iedereen een tijdstip toegewezen, en dat gaat veel vlotter. Al zijn er nog uitzonderingen: vorig jaar kwam er een man zes uur te vroeg opdagen. Hij had een enkelband om, dus mocht hij enkel om dat uur buiten. Die man hebben we er dan maar tussen gelaten."

Het getuigt hoe belangrijk het Offerfeest is voor islamieten. 70 dagen na het eind van de ramadan vieren ze namelijk de dag waarop de profeet Ibrahim ei zo na zijn zoon offerde, tot God hem liet vervangen door een ram. Dat doen ze door een halal of rein geslacht schaap te eten - eentje dat leeggebloed is nadat zijn halsslagader en luchtpijp in één vlotte beweging doorgesneden werden. Onverdoofd, want het bewustzijn van het dier symboliseert de waarde van het offer.

En in dat laatste moet dringend verandering komen, vindt Michel Vandenbosch. Twee jaar na zijn hersenbloeding staat hij voor het eerst terug op de slachtvloer. Tegen Majid, een bebaarde Antwerpenaar in een lang wit gewaad steekt hij een gloedvol betoog af over elektronarcose, een techniek waarbij een schaap vlak voor het de keel wordt overgesneden een schok krijgt van een elektrische tang. "Dat is genen brol, die apparatuur. Zo'n schaap is meteen buiten westen, maar het hart blijft wel kloppen."

Majid trekt grote ogen, want Vandenbosch raakt een gevoelige snaar. "In de Koran staat nergens vermeld dat een schaap of rund onverdoofd geslacht moet worden. Logisch, want in de zevende eeuw bestond er geen verdovingsapparatuur. Ik weet dat het belangrijk is bij rituele offers dat het dier blijft leven tot het gekeeld wordt. Veel moslims staan sceptisch tegenover verdoving omdat ze dan moeten denken aan spuitjes, pillen of elektrocutie, waardoor het schaap al dood is voor het geslacht wordt. Maar bij electronarcose is het dier gewoon twee minuten buiten westen - daarna kan het in principe weer opstaan."

Vandenbosch boomt door over een Nieuw-Zeelandse constructeur van verdovingsmachines. "Daar worden onder verdoving al 40 jaar lang 45 miljoen schapen geslacht per jaar, en die worden tot in België geïmporteerd als halalvlees. Bovendien aanvaarden moslimlanden als Maleisië, Jordanië en de Verenigde Arabische Emiraten vlees van schapen die op die manier verdoofd werden. Een gelijkaardig systeem."

Majid kroelt door zijn baard. Vandenbosch heeft dit gesprek sinds hij op de slachtvloer aankwam al met talloze moslims, journalisten en stadsambtenaren gevoerd, maar hij raakt het nooit moe. Zeker als hij merkt dat Majid open staat voor zijn verhaal. "Tot dit gesprek had ik eigenlijk nog nooit stilgestaan bij verdoofd slachten. Maar als dat echt zo werkt, moet er een test uitgevoerd worden met erkende dierenartsen. En als de resultaten hetzelfde zijn, is er voor mij geen bezwaar tegen onverdoofd slachten. Een moslimhart klopt ook voor dieren."

Vandenbosch beaamt. De mannen wisselen verhalen uit over hoe de islam eigenlijk een fauna-vriendelijke godsdienst is - volgens de overlevering redde de profeet Mohammed al eens een kat uit een waterput of een kameel uit de handen van een dierenmishandelaar. Maar het gezellig onderonsje komt tot een bruusk einde als een man in een witte overall op Majid afbeent. "Ik snap niet waarom je die man aandacht geeft," snauwt de man, die Abou Karim blijkt te heten. "Hij is uw tijd niet waard."

Majid pruttelt nog tegen: "Michel is een goeie mens. Hij is niet tegen u, hij is gewoon voor de dieren." Maar Abou Karim wil van geen wijken weten. "Mediageil, dat is hij. Hij zwijgt een heel jaar door, maar vlak voor ons Offerfeest begint hij van zijn oren te maken. Dat is hypocriet!" Abou Karim keert zich naar Vandenbosch. "Jij komt hier gewoon voor je plezier provoceren." Dat kan de GAIA-man niet over zijn kant laten gaan. "Ik ben hier vanavond ziek van, meneer. Ik ga hier vanavond niet van kunnen slapen." Vandenbosch steekt een hand uit om die op de schouder van Abou Karim te leggen, maar die trekt zich terug. "Gij moet mij niet aanraken. Ik ben vies van u. Gij zijt een marginale mens, en ik zeg u dat recht in uw gezicht."

"Allez meneer," probeert Vandenbosch nog. "Uw vriend Majid zei me net nog dat ik naar het paradijs zou gaan omdat ik me inzet voor de dieren." Abou Karim snuift naar Majid. "Naar het paradijs? Joenge, zie je dan niet dat hij het gewoon voor de subsidies doet? Want waarom zet hij zich niet in voor alle dieren? De koeien en de varkens die geslacht worden, wordt hij daar dan niet ziek van?" Vandenbosch legt hem nog uit dat GAIA geen subsidies krijgt en wel degelijk het hele jaar door acties voert, maar Abou Karim wil het niet geweten hebben. De mannen gaan dan ook uit elkaar zonder vergelijk.

 Kerstmis 

Intussen stromen steeds meer mannen door de hekkens, tot bij hun schapen, en naar de slachtvloer. Sommigen komen alleen, anderen met familie. De ene draagt een beschermende overall, de andere verkiest een trainingpak van Beerschot. Maar allen klemmen ze een blatende vriend tussen de benen en begeleiden ze hun offerlam zacht maar kordaat richting de ijzeren doorgang naar de slachtruimte. Enkelingen pauzeren voor een selfie met hun toekomstig avondeten - u moet er de hashtag #offerfeest maar eens op naslaan op Instagram.

Een paar forse mannen van de organiserende firma tillen de schapen vervolgens één voor één uit de rij, en doen ze hen met een achterwaartse salto waarvan zelfs Aagje Vanwalleghem bewonderend tussen de tanden zou fluiten op hun rug op een wagentje belanden. De eigenaars van het schaap moeten de poten dan bijeen houden en het karretje naar de slachters rollen. De schapen trillen als espenbladeren, en nu pas daagt het me dat ik geen geblaat hoor, maar enkel het ritmische getik van slachtmeesters die hun messen wetten. "Schapen zijn prooidieren," legt Vandenbosch uit. "Als ze zich bedreigd voelen, houden ze zich stil. En nu zijn ze omringd door roofdieren." The Silence of the Lambs is er niets tegen.

Wanneer de wollige beesten bij de slachter aankomen, maakt die een diepe snede door hun keel, en schuift hij ze door naar een collega, die ze aan hun achterste poten ophangt om uit te bloeden. Vandenbosch moeit zich meermaals om de arbeiders op het hart te drukken dat ze die laatste stap pas mogen zetten als het schaap helemaal dood is. Daarvoor leert hij hen de truc van de oogreflex: duw met een vinger op de oogbal van het schaap. Pas als het daarop niet meer reageert, is het echt de pijp uit.

Een samenloop van omstandigheden - het ene schaap is dikker dan het andere, heeft meer wol of ligt minder stil, het mes bot af of de slachter raakt vermoeid - zorgt er echter voor dat niet alle kelingen een succes worden. Dan levert het onfortuinlijke schaap een helse, spartelende doodsstrijd terwijl het bloed uit zijn hals gutst. "Hier zijn geen sadistische barbaren aan het werk," sust Vandenbosch. "Ze herkennen gewoon de tekenen van pijn niet. En door vermoeidheid en onhandigheid loopt er naar het eind van de dag toe wel eens wat mis. De dieren betalen daar de prijs voor."

Alweer benadrukt het GAIA-boegbeeld dat verdoving het antwoord kan zijn. De dierenrechtenorganisatie wil rituele slachtingen niet verbieden, maar wil dat ze minstens humaan gebeuren, zonder dierenleed.  Maar dat idee op de slachtvloer verkopen blijkt moeilijk. Ferhat staat zichtbaar gegeneerd te kijken naar een schaap dat zich stuiptrekkend een weg naar gene zijde baant. "Het is een beetje raar dat dit op Werelddierendag gebeurt, maar ik zie een schaap als een kuddedier. Het is gemaakt om opgegeten te worden. Ik ben een dierenvriend, maar laten we wel wezen: in de jungle is het niet anders. Als een leeuw een zebra vastgrijpt is dat ook niet mooi. En vroeger gebeurde bij de boeren ook alles zonder verdoving."

Ferhat komt al jaren naar de tijdelijke slachtvloer (voorheen in een loods in Park Spoor Noord, red.), en weet nog niet wat hij zal doen als de slachtinrichting volgend jaar verdwijnt. Hij pleit voor duidelijkheid. "Het offerfeest is voor ons zoals Kerstmis voor de Belgen: erg belangrijk. Maar hoe meer je de regels aanpast, hoe minder mensen de regels gaan volgen. Ik heb liever dat de mensen allemaal naar hier komen dan dat ze thuis het heft in handen nemen. Want hier staan een ganse dag mensen klaar om hen te helpen."

Ook de 13-jarige Zakaria zou het jammer vinden als zijn familie volgend jaar geen plaats meer vindt om het offerfeest. Samen met zijn broertje Khalil bewaakt hij de oogst van de dag: een vers gestroopt schaap. "Voel maar," zegt Zakaria trots. "Het is nog warm." Straks gaan ze met hun vader naar huis. "Dan gaan we het schaap in stukken snijden en de diepvries volproppen," jubelt de jongen. "Maar zeg eens, mag dit volgend jaar nog in België? Neen? Dat is jammer, want het is een traditie. Is het omdat het schaap de pijn niet zou voelen? Dat is onterecht, want van ons geloof mag het niet verdoofd worden. En daarbij: dat schaap gaat toch meteen dood. Dan maakt het toch niet uit dat het pijn heeft?"

 Draaiboek 

Stadsambtenaar Geert begeleidt de verzamelde pers en Michel Vandenbosch met zachte drang naar de uitgang. "Voor onze eigen veiligheid," klinkt het: we zouden maar eens een stamp van een schaap moeten krijgen. Dat schiet in het verkeerde keelgat bij Vandenbosch. "Dit zijn praktijken uit Aziatische dictaturen," fulmineert de dierenvriend. "Eigenlijk willen ze gewoon niet dat we meer zien: dat die tafel niet aangepast zijn aan het gewicht van die schapen, dat ze worden opgehangen terwijl ze nog leven."

"Ach, Michel voelt zich nu eenmaal snel geviseerd," vergoelijkt Geert. "We stonden daar met redelijk veel mensen, en stonden eigenlijk ook een beetje in de weg." Dat er weinig meer aan de hand was, blijkt ook wanneer Vandenbosch weer de slachtvloer op mag nadat de pers verdwenen is.

Af en toe spreekt de GAIA-man mensen aan, maar hij blijft er al bij al verbazend rustig onder. "Men vraagt me soms hoe ik deze praktijken kan aanzien. Of ik dan zo hardvochtig ben. Maar wees gerust: ik sta er ook niet voor te springen dat die dieren afgeslacht worden. Ik wil gewoon voorkomen dat ze al te veel afzien. Radicale dierenrechtenactivisten zouden me afschilderen als een verrader. Maar we moeten realistisch blijven: als je alle slachten meteen wil afschaffen, ben je nog 100 jaar bezig. Je moet nu het verschil proberen maken, met kleine en grote stappen vooruit. Want leg de lijst met GAIA-verwezenlijkingen eens naast die van de onbuigzame radicalen, en vergelijk wat we bereikt hebben? Voilà, I rest my case."

Voor die stapsgewijze aanpak vindt Vandenbosch een onverwachte bondgenoot in Luc Vandevelde, de man achter de firma die de slachtvloer organiseert. "Wij willen ook niet dat die beesten afzien. Meer zelfs: we doen inspanningen om het leed te verminderen. Mijn slachters stellen al tien jaar voor om de hals van die schapen te laten scheren voor we ze kelen. Dat maakt het een stuk gemakkelijker, en dat kost al bij al niet zoveel moeite. Maar daar is vanuit het stadsbestuur nooit aandacht voor gekomen."

"Eigenlijk is het belachelijk dat er na al die jaren nog steeds geen draaiboek bestaat voor de werkwijze van tijdelijke slachtvloeren," zucht Luc. "Michel moest daarnet nog die oogreflex uitleggen aan de slachters, terwijl we dat eigenlijk zouden moeten kunnen meegeven tijdens een voorafgaande briefing."

 Bricolage 

Toch hebben Vandenbosch en Vandevelde goeie hoop op een toekomst voor verdoofd slachten. "We hebben nog een jaar tot het volgende offerfeest," weet Vandevelde. "Ik stel voor dat we nu een jaar lang inzetten op sensibilisering rond elektronarcose. Een aantal jaar geleden kocht de stad al zo'n toestel aan, maar dat staat nu in een of andere muffe kelder verscholen. Dat moet je anders aanpakken. Stel die systemen tentoon, ga ermee naar moskeeën, verschaf moslims uitleg over die machine. Ik begrijp hun angst, want hun feest ligt hun natuurlijk nauw aan het hart. Daarom moeten we communiceren."

En daar schort het volgens Vandevelde momenteel bij het beleid. "Ben Weyts kan wel aankondigen dat de tijdelijke slachtvloeren volgend jaar afgeschaft worden, maar hij moet dan ook zeggen wat het alternatief wordt. Want als er niets op tafel komt, vrees ik dat we terug naar af gaan. Dan gooien mensen een schaap in hun koffer en dumpen ze hun slachtafval 's nachts langs de weg. Net zoals vroeger: dat was pas echt dierenleed. Vaak zijn dat beesten zonder oornummers die in het zwarte circuit terecht komen, en dan zijn we nog verder van huis."

Alles naar de erkende slachthuizen is ook geen optie voor Vandevelde. "Dan zou het naburige Salembier de 2.000 schapen die hier geslacht worden erbij moeten nemen? Hoe gaan ze dat in godsnaam bricoleren? De overheid zou beter het principe van een 'tijdelijke slachtvloer' herdefiniëren. Leg duidelijke voorwaarden vast waaraan zo'n locatie moet voldoen, want momenteel is de vloer slecht, de elektriciteit slecht, en de watervoorziening is een ramp. En zet in op sensibilisatie rond verdoving. Want als je dat goed uitlegt, staan de meeste moslims daar wel voor open."

"Het probleem is dat veel politici bang zijn om stemmen te verliezen bij de gemeenteraadsverkiezingen," analyseert Vandenbosch. "Dat vertraagt de zaken merkelijk. Maar toch denk ik dat het draagvlak groeit voor verdoofd slachten, zelfs vanuit de moslimgemeenschap. Op een recente GAIA-manifestatie liep trouwens een groep moslims mee, en die mensen konden op het applaus van 10.000 mensen rekenen. Dat zegt toch iets?"

Abdel, die we tegen het lijf lopen wanneer we de deur van het slachthuis achter ons dichttrekken, heeft echter andere zaken aan zijn hoofd. Met een schaap op zijn schouder en bloed op zijn schoenen stapt hij naar zijn auto. "Ik weet nog niet hoe het zal uitdraaien, en betwijfel eerlijk gezegd dat er volgend jaar geen tijdelijke slachtvloeren meer zullen zijn. Maar als het toch zover komt, is dat niet alleen het probleem van de moslims. De boeren zouden bijvoorbeeld een pak minder schapen verkopen. En dat is niet goed voor de Belgische economie, of wel soms? En ook de joden doen heel het jaar door aan onverdoofd slachten."

Voor Abdel is het simpel. "Als de overheid optreedt tegen onverdoofd slachten tijdens ons offerfeest, moet iedereen gelijk voor de wet. Zowel moslims als joden. Voor Allah is dat niet anders."