Labels

(Foto: krantenkoppen.be)

Erudieter dan Sophie De Schaepdrijver worden Vlaamse academici niet gemaakt. De historica doceert al 14 jaar aan de Amerikaanse Penn State University, en geldt als dé autoriteit op vlak van de Eerste Wereldoorlog. Die kennis lanceert ze deze week met de laatste aflevering van haar docureeks Brave Little Belgium nog één keer uw huiskamer in. Al blijkt niet iedereen even luisterbereid. "Geert Bourgeois laat zich liever adviseren door de toeristische sector dan door historici. Jammer." (23 augustus '14)


Samen met scenarist-regisseur Mark De Geest zet Sophie De Schaepdrijver (52), auteur van WOI-standaardwerk De Groote Oorlog, in Brave Little Belgium een snedige en haarscherpe impressie van De Groote Oorlog neer. Van de moord op de Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand op 28 juni 1914, tot de ondertekening van de Vrede van Versailles op 28 juni 1919: de reeks biedt een alomvattend overzicht dat niet zou misstaan in klaslokalen overal te lande.

"Ik denk dat we een coherent verhaal gebracht hebben," blikt De Schaepdrijver tevreden terug. "Voor mij was de rode draad: wat deed mensen eigenlijk doorgaan? Want het is niet zo dat de ernst van de oorlog pas in 1917 of 1918 duidelijk werd. Neen, vanaf de eerste week wist iedereen: dit is verschrikkelijk."

Nochtans vertokken veel soldaten met het idee dat ze terug zouden zijn voor Kerstmis.
DE SCHAEPDRIJVER: "Dat deemstert al snel weg. In augustus 1914 blijkt duidelijk dat het de meest dodelijke oorlog ooit zal worden. Wat dat betreft koesterde niemand nog illusies. Het ging niet om tientallen, maar om tienduizenden doden per dag. (Nadrukkelijk) Het Franse leger verloor op één dag 27.000 man. Mocht zoiets nu gebeuren, zou iedereen meteen zeggen: dit kan niet, we houden er mee op. Maar paradoxaal genoeg dienden net die doden als hét argument om door te gaan. Daar kunnen we met ons verstand nauwelijks nog bij, maar het is exact wat er gebeurde."

Van zodra de het Belgische verzet de IJzervlakte onder water zette, werden de rechtstreekse confrontaties met het Duitse leger veel minder frequent. Hoe blijft een mens dan bezig aan het front?
DE SCHAEPDRIJVER: "Wees gerust: er was genoeg te doen. Het Belgische leger investeerde in opleidingen, waardoor veel soldaten een opleiding kregen die ze in het gewone leven nooit gehad zouden hebben. Maar het meest van al waren de soldaten bezig met het onderhoud van de loopgraven. Zandzakjes aandragen, water uit de loopgraaf scheppen… Het leek wel een oorlog van bevers: de soldaten waren altijd maar dammen aan het bouwen. Dat houdt je natuurlijk wel bezig, en het geeft je een zekere doelgerichtheid. Dat in tegenstelling tot de oefeningen die hen te wachten stonden eens ze teruggetrokken werden van de frontlinie. Dan moesten ze plots marcheren in rechte lijn - terwijl er in de loopgraven geen enkele rechte lijn was. Dan hadden ze die jongens beter met rust gelaten."

Raakt u, met al uw kennis over de Groote Oorlog, nog onder de indruk van nieuwe informatie?
DE SCHAEPDRIJVER: "Voortdurend. Bij het Luikse fort van Loncin, bijvoorbeeld. Ik was al eerder naar soldatenkerkhoven geweest, dus die aanblik ken ik. Maar Loncin was heel confronterend: ruim 100 jongens tussen 17 tot 20 jaar zaten daar als ratten in de val. Dat waren kinderen die nog nooit een kanon hadden gehoord, en op een week tijd tienduizenden inslagen moesten verwerken, in donkere en vochtige krochten. Ze moeten gek geworden zijn van angst. Op dat moment word je sterk geraakt door iets dat erg wezenlijk is in elke oorlog: daar staat kwetsbaar mensenvlees tegenover industrieel geweld."
   "Weet je wat zo fascinerend is aan die oorlog van 100 jaar geleden? Het gaat om mensen die enerzijds heel dicht bij ons staan, en tegelijk om een cultuur die geheel en al verdwenen is, en waar we ons erg weinig kunnen bij voorstellen. Hun plichtsgevoel, bijvoorbeeld. Nu willen we ons leven leiden om onszelf te verwezenlijken, maar toen was de horizon beperkter: je gedroeg je, en deed je plicht."

 Klaprozenindigestie 

Opvallend: u gebruikt beelden uit de VRT-fictiereeks In Vlaamse Velden in de documentaire. Zó'n fan van de reeks?
DE SCHAEPDRIJVER: "Mark De Geest, de regisseur van de serie, heeft die keuze gemaakt. Een terechte keuze als televisiemaker, want het zijn krachtige beelden. Ikzelf heb In Vlaamse Velden jammer genoeg nog niet kunnen bekijken, omdat die reeks uitgezonden werd toen ik nog in Amerika zat. Maar ik moet dringend die DVD's eens aanschaffen." (lacht)

Is de Eerste Wereldoorlog zo'n passie voor u dat u er alles over wil zien en lezen?
DE SCHAEPDRIJVER: "Dat had ik vroeger wel. Nu selecteer ik meer. Er zijn bepaalde auteurs waarvan ik weet dat als zij iets op papier zetten, dat de moeite is om te lezen - en dat wil ik dan ook mee hebben."

Staat de populaire Studio 100-musical over '14-'18 ook op die lijst?
DE SCHAEPDRIJVER: (scherp) "Ik denk het niet. Net zomin als een musical over eender welk ander tragisch onderwerp, trouwens. Misschien heb ik daar ongelijk in, en is het wel een heel goeie musical, maar ik vind het idee zelf nogal kitscherig. En ik zeg niet dat ik daar logisch in ben, want een historische fictiereeks of een film zou ik wel willen bekijken."
   "Ik vind niet dat dingen te toegankelijk moeten zijn. Die oorlog is in zekere zin een mysterie. Dat mág een beetje vreemd en complex blijven. Ik vind het cynisch om te mikken op het sentiment, gewoon omdat je denkt dat het publiek er dan van gaat smullen. Zelfs de beste entertainers doen gewoon dingen die ze zelf goed vinden, zonder al te veel rekening te houden met toegankelijkheid. Neem iemand als Stromae: die doet niets omdat hij denkt dat zijn publiek het leuk zou vinden. En net daarom is hij een goeie artiest."

Intussen begint de WOI-gekte te wedijveren met die rond het WK-voetbal. Maakt dat de herinnering ook een beetje kapot?
DE SCHAEPDRIJVER: "Inderdaad. Ik vrees dat er op een gegeven moment een soort klaprozenindigestie kan optreden. Historicus en schrijver David Van Reybrouck zei onlangs nog dat hij vroeger vaak oorlogskerkhoven bezocht, maar dat hij nu bijna vindt dat ze in de weg staan. Overal zijn er fietspaden, wandelroutes, en dan komen dingen als die musical daar nog bovenop. Er mag gerust weer wat stilte komen."

Dat zal tegenvallen: we hebben nog vier herdenkingsjaren voor de boeg.
DE SCHAEPDRIJVER: "Ik denk wel dat 2014 de grootste hap zal zijn. Maar we moeten toch oppassen dat we ons niet verliezen in slogans. Ja, het was allemaal heel erg, en het zou fijn zijn als er nooit meer oorlog as. Maar waar we écht naartoe zouden moeten, is een dieper historisch begrip van wat die generatie bezielde. Dat zal nooit vervelen."

Het meest frappante voorbeeld van die nakende degout is de farce rond de Menenpoort. Daar staat de beroemde Last Post - die elke avond wordt gespeeld - ter discussie, omdat hij te veel toeristen lokt.
DE SCHAEPDRIJVER: "Dat vind ik eigenlijk wel een heel mooi eerbetoon. Dat in België, waar overal met de auto door mogen zo ongeveer geldt als een mensenrecht, het verkeer elke dag stil staat voor die herdenking. Schitterend. Houden zo. (lacht) Die Last Post is op zich ook een prachtig ritueel, omdat het niets voorschrijft. Je kan het zien als eerbetoon aan de legers, als een rouwlied, als een pacifistisch symbool… Je doet ermee wat je wil, maar het is er elke dag, en men moet ervoor stilstaan. Ik vind dat wel mooi. Maar goed: die massale belangstelling zal toch iets zijn dat deze jaren getekend heeft. En dat is dan ook een evenement."

Toch hebt u nog andere bedenkingen bij de herdenking: u vindt dat de focus te veel op de Westhoek ligt.
DE SCHAEPDRIJVER: "Het voornaamste pijnpunt voor mij is dat er heel veel in handen is gelegd van de toeristische sector. De manier waarop de overheid de herdenking coördineert, is blijkbaar geen zaak van cultuur, onderwijs of onderzoek, maar van toerisme. Ik kan alleen maar vaststellen dat men verzuimd heeft er een aantal mensen uit het historische vakgebied bij te halen. En dat is jammer."

Waaraan merkt u die toeristische hand?
DE SCHAEPDRIJVER: "Als je kijkt naar het project rond de martelaarssteden (de steden die het hardst geleden hebben onder de inval, red.) dan ligt de link met toerisme er vingerdik op. 'Ga kijken naar dit oorlogsmonument, en maak er tegelijk een gezellige stadsuitstap van!' Ik begrijp wel dat men daar ook iets aan wil verdienen, maar soms vind ik het een klein beetje té."

Voormalig minister van Toerisme en huidig Vlaams minister-president Geert Bourgeois (N-VA) vond uw kritiek 'zuur' en 'weinig wetenschappelijk'. Volgens hem geeft de overheid enkel subsidies, en beoordeelt een onafhankelijke jury de projecten.
DE SCHAEPDRIJVER: "Maar wie zit dan in die jury? Alleszins geen historici. Dat is zeer jammer, want Vlaanderen heeft heel goeie geschiedenisopleidingen. Dat zou een prachtige gelegenheid geweest zijn om die expertise voor het voetlicht te brengen. Maar de overheid verzuimt dat. Alsof je een reusachtig tuinbouwevenement op touw zou zetten met alleen maar bloemisten en geen enkele tuinbouwkundige."

Waarom worden historici volgens u buiten het herdenkingsproces gehouden?
DE SCHAEPDRIJVER: "Bourgeois doet daarvoor een beroep op de Franse president François Hollande, die zei dat we 'geen staatsgeschiedenis moeten schrijven'. Dat was ook de eerste en enige keer dat Bourgeois het ooit eens is met Hollande, maar hij trekt er ook nog eens de verkeerde conclusie uit: de Fransen hebben wel degelijk een commissie ingericht met historici. Die mensen onderzoeken elk project, en beoordelen dan of het respectvol is, dan wel zinloze kitsch. Academici erbij halen is net de manier om te vermijden dat de herdenking van de Eerste Wereldoorlog één grote branding-operatie wordt, rond Passchendaele-bier en klaprozenkoekjes en fietspaden in de Westhoek. Bourgeois maakt dus een kromme redenering. Bewust, wellicht."

UGent-historicus Bruno De Wever vermoedt hetzelfde. Hij denkt dat de Vlaamse Regering de Eerste Wereldoorlog wil gebruiken om de Vlaamse Beweging extra in de verf te zetten.
DE SCHAEPDRIJVER: "En daar heeft Bruno absoluut gelijk in. Doordat je die historici niet aan het woord laat, blijven die legendes in leven. Ja, er was een ongelooflijk taalonrecht in het Belgische leger. Maar het was zeker geen genocideleger dat Vlamingen slachtofferde. Elke historicus van het IJzerleger zal u dat kunnen zeggen. Dat die Vlaamse Beweging in het bloed van de loopgraven is ontstaan, is zo'n oermythe die je van veel mensen niet mag aanraken. Historici als Bruno De Wever stellen dat in vraag. En dus staan wij blijkbaar in de weg, en houdt men ons er liever buiten."

 Besluiteloosheid 

Wat zou u zelf omschrijven als het dieptepunt in de Eerste Wereldoorlog?
DE SCHAEPDRIJVER: "Het jaar 1917. Toen zat iedereen echt op zijn tandvlees. Het moreel aan de kant van de geallieerden zat onder nul, er was die verschrikkelijke poging tot doorbraak bij Passchendaele (met zo'n 800.000 doden en gewonden tot gevolg, red.), het Italiaanse front werd ingedeukt, de Russen gaven op… Dan leek het echt alsof de Duitsers gewonnen hadden."

Ik dacht eerder aan het gebruik van gifgas als symbolisch dieptepunt: chemische wapens worden nog steeds gezien als een belangrijke drempel in de oorlogsvoering.
DE SCHAEPDRIJVER: "Nu ja, op lichamen schieten met hoogexplosieve granaten is ook heel erg, hé. Ik vind het moeilijk om veel meer verontwaardigd te zijn over gas dan over obussen of kogels."

De internationale verontwaardiging tegenover de Syrische president Bashar Al-Assad kwam wel pas op gang toen hij gifgas inzette.
DE SCHAEPDRIJVER: "Ook omdat dat tegen burgers was, natuurlijk. Maar die verontwaardiging heeft niet geleid tot veel actie. We vinden het allemaal heel erg, maar wat doen we ertegen?"

Ook dat is de 'nooit meer oorlog'-gedachte: niemand wil nog ingrijpen.
DE SCHAEPDRIJVER: "Dat klopt. Maar ook: wat zouden we daar moeten gaan doen? Bij wie moeten we ons aansluiten? Want bij de andere zijde zitten misschien ook mensen waar we het niet eens mee zijn."

U begrijpt de internationale besluiteloosheid in de brandhaarden?
DE SCHAEPDRIJVER: "Ik begrijp die volkomen. Het is heel tragisch, en het is niet iets waar we trots op moeten zijn, maar ik moet eerlijk zeggen: ik zou mijn zoon ook niet sturen."

Als de Europese Unie zijn Nobelprijs voor de vrede wil rechtvaardigen, zou iets meer dan een bevlogen speech van Francois Hollande toch op zijn plaats zijn?
DE SCHAEPDRIJVER: "Die Nobelprijs moet je anders bekijken. We kunnen achterom kijken en besluiten dat we in Europa op korte tijd elkaar twee keer naar het leven stonden, en dat we dat nu niet meer doen. Dat is een schone zaak, en dat maakt ons een voorbeeld voor de rest van de wereld. Zeker aangezien we ook nog eens welvarend zijn: het zou fijn zijn als de hele wereld daar kon van genieten."
   "Volgens mij hebben we dat vooral te danken aan de sociaaldemocratie. Dat vind ik het Europese erfgoed bij uitstek. Als ik in de VS ben en men vraagt mij wat 'Europeaan zijn' betekent, denk ik niet aan Goethe of Beethoven, maar aan de sociale rechten die we hier verworven hebben. Want het is de afwezigheid daarvan die voor de groei van extreme ideologieën zorgde in de jaren '30. En dat heeft men goed beseft in 1945: als we nooit meer oorlog willen, moeten we ook zorgen dat er geen uitzichtloze armoede meer is."

Dan kijkt u vast bezorgd naar de economische situatie in Zuid-Europa.
DE SCHAEPDRIJVER: "Ja. Als je 'nooit meer oorlog' zegt, moet daar op politiek vlak ook iets tegenover staan. Hoe ga je zorgen dat de welvaart in Europa een beetje verspreid is? Dat niet een hele generatie ten onder gaat aan werkloosheid? Hoe ga je de wapenhandel afbouwen? (stilte) Hoeveel Syrische vluchtelingen gaat de Westhoek bijvoorbeeld opnemen? Als ze dat niet doen, blijft 'nooit meer oorlog' weinig meer dan een kreet of straffe Vlaamse marketing. Want als we nooit meer oorlog willen, moeten we echt wel verder gaan dan een flesje Passchendaelebier open trekken en een wandelroute inleggen."

Ook Amerikaans president Barack Obama heeft nog maar weinig gedaan om zijn Nobelprijs voor de Vrede te verdienen.
DE SCHAEPDRIJVER: "Daarmee hebben ze Obama een beetje te kijk gezet, en ik denk niet dat hij daar zelf zo tevreden mee was. Dat was een frivoliteit, een onnozele keuze. Maar ik sta wel achter zijn buitenlandse politiek: hij pakt de dingen rustig aan."

Intussen zijn het enkel de VS die zich nog mengen in internationale conflicten. Worden we niet stilaan te afhankelijk van de Amerikanen als politieagent van de wereld?
DE SCHAEPDRIJVER: "Een groot deel van de vrede die West-Europa gekend heeft is natuurlijk te danken aan de Koude Oorlog tussen de VS en de Sovjet-Unie. Die twee grootmachten waren eigenlijk niet van plan om rechtstreeks in de clinch te gaan, waardoor wij nauwelijks nog moesten bewapenen. Dat was een vrij comfortabele situatie - ik denk dat we nog heel nostalgisch gaan worden naar de Koude Oorlog."
   "Veel heeft te maken met de sterkte van het Amerikaanse leger. Dat bestaat voor een groot deel uit beroepsvrijwilligers. En waarom hebben ze er zo veel? Omdat in de VS barre armoede heerst. Als ze daar een deftige ziekteverzekering zouden hebben, hadden ze geen leger. Studeren alleen al kost daar een arm en een been, en het leger biedt studiebeurzen aan. Men moet nog eens heel goed nadenken voor men opleidingen hier vreselijk duur gaat maken, want je krijgt er een andere samenleving door."

Nochtans ligt dat plan nu op tafel: door de besparingen van de Vlaamse regering, wordt een universitaire opleiding binnenkort fors duurder.
DE SCHAEPDRIJVER: "Ik geef les aan een Amerikaanse staatsuniversiteit, waar wij de rol hebben om een betaalbare opleiding aan te bieden. Concreet gaat dat om 12.000 euro per jaar. En dat is peanuts naar Amerikaanse normen. Als je het daarmee vergelijkt, zitten we in Vlaanderen toch echt wel in een riante situatie. Zelfs als het inschrijvingsgeld naar 1.000 euro zou stijgen. Want eerlijk: hoger onderwijs is nu eenmaal duur. Maar je krijgt er ook iets voor terug. En het moet ook niet te laagdrempelig worden. Daarmee bedoel ik niet dat niet iedereen de kans zou moeten krijgen om te studeren, integendeel. Maar als iets te goedkoop wordt aangeboden, wordt het vaak niet echt meer op prijs gesteld."

De universiteiten worden gevraagd om ook intern te bezuinigen.
DE SCHAEPDRIJVER: "Dat is gevaarlijker, want dat kan de waarde van een diploma verminderen. Intern bezuinigen is niet moeilijk: je stelt minder docenten aan, werkt met grotere klassen, en organiseert vooral meerkeuze-examens. Zo kan je enorm bezuinigen, maar dan bied je eigenlijk niets aan. Neen, dan liever 1.000 euro inschrijvingsgeld. Te meer omdat ik mij moeilijk kan voorstellen dat er mensen zijn die hun kinderen dan maar naar een job in de plaatselijke supermarkt sturen in plaats van naar de universiteit. Sorry, maar daar geloof ik niets van. De verontwaardiging lijkt me dus wat overdreven. Trouwens, wat iedereen weet: de echte kostenpost, zijn de koten, hé. En voor wie het echt niet kan betalen, zijn er de beurzen."

 Neergemaaid 

De belangrijkste erfenis van 14-18 is misschien wel de 'nooit meer oorlog'-gedachte. Die lijkt in tijden van Gaza, Oekraïne, Syrië en Libië holler te klinken dan oit.
DE SCHAEPDRIJVER: "Die kreet was altijd een beetje hol. Natuurlijk zijn we allemaal tegen oorlog en voor vrede, maar wat hadden we dan moeten zeggen in 1940, toen de nazi's aan de deur stonden? 'Nooit meer oorlog', dus lopen we maar in ganzenpas?"

Het idee van 'nooit meer oorlog' is toch niet dat de vijand zomaar binnen mag? Eens iemand dat project opgeeft, neem je de wapens op.
DE SCHAEPDRIJVER: "De vraag is hoe radicaal je dat pacifisme wil hebben. En je moet ook vaststellen dat 'nooit meer oorlog' niet noodzakelijk het idee was van die jongens die daar in de West-Vlaamse grond liggen: die zijn wel gestorven voor de verdediging van hun land. Die slogan blijft te veel aan de oppervlakte. Het zegt niets over de grote keuzes van deze tijd. Je kan dus niet zeggen dat de oorlog absurd was. Natuurlijk ging dat ergens om: landsverdediging." 

Het is toch absurd dat soldaten om de haverklap uit hun loopgraaf gejaagd werden om dan massaal neergemaaid te worden door de vijand?
DE SCHAEPDRIJVER: "Zo simplistisch was het niet. Men hoopte aan beide kanten op een doorbraak die het bloedvergieten in één klap zou beëindigen, en de legerleiding besefte pas zeer laat dat zo'n massale doorbraak gewoon niet kón in de context van die oorlog, omdat het defensieve wapengeweld veel sterker stond dan het offensief. Maar toen ging het beëindigen van de oorlog vóór, desnoods via de gruwel. Moeilijk te bevatten. Maar vergeet het cliché dat de legerleiding met plezier speelde met de levens van de frontsoldaten. Ook zij hadden zonen die in het leger zaten. Een Franse generaal verloor er zelfs vier. Ook de troepen waren weliswaar doodsbang, maar velen stonden achter die doorbraken. Behalve als het echt duidelijk werd dat ze te moordend waren - daarom zijn de Fransen in 1917 ook aan het muiten geslagen. Alleszins: ze bleven het idee van landsverdediging onderschrijven. En uiteindelijk is het bevrijdingsoffensief ook begonnen met zo'n massale doorbraak."
   "Als de oorlog al voor iemand absurd was, dan was het voor de Duitsers. Intern werd het verkocht als een verdedigingsoorlog, maar veel Duitsers beseften dat ze intussen wel andermans grondgebied bezetten. Daarom is Duitsland ook veel sterker uit elkaar gevallen rond het vraagstuk of die oorlog gerechtvaardigd was. Maar dissidenten moesten zwijgen."

De parallel met de situatie in Gaza ligt voor de hand: ook daar beroepen beide partijen zich op zelfverdediging.
DE SCHAEPDRIJVER: "Maar ook daar gaat het om een bezetting: de Israeli's bezetten een gedeelte van Palestina. En eens je als staat aan het bezetten slaat, verziekt dat je politieke cultuur. Want dan moet je constant rond dat feit heen draaien. En dat neemt niet weg dat het bestaat."

Als nog ergens een oorlog losbreekt, zou u dan zelf strijden voor het vaderland?
DE SCHAEPDRIJVER: "Stel dat ons land morgen wordt binnengevallen door de mannen van IS, die vinden dat ook Vlaanderen moet horen tot het kalifaat… Dan zie ik wel de noodzaak om te verdedigen wat we met z'n allen hebben opgebouwd. Maar anderzijds: als mijn zoon dan 18 is, zal ik misschien anders piepen. In die keuze ligt de tragiek van de oorlog besloten. Maar dat is iets anders dan zeggen dat het absurd zou zijn om je land te verdedigen."

Met het huidige politieke klimaat dringt die keuze zich misschien sneller dan verwacht. Kan het neerhalen van het MH17-vliegtuig boven Donetsk een soort nieuwe aanslag op Franz Ferdinand zijn?
DE SCHAEPDRIJVER: (gedecideerd) "Neen. Omdat het niet meer gaat om staten met legers die met elkaar in de clinch gaan. Vladimir Poetin zal daarvoor geen oorlog riskeren. En als de Russen niet als natie ten strijde trekken, zit je niet in hetzelfde mechanisme als in 1914."

We kunnen er dus gerust op zijn: er komt geen Derde Wereldoorlog?
DE SCHAEPDRIJVER: "Dat weet je nooit, maar ik denk dat je een andere vorm van geweld krijgt. Veel meer niet-staats geweld, van ongeregelde troepen, zoals de rebellen in Donetsk. Een eeuw van burgeroorlogen, zo je wil, met gewapende bendes die de burgerbevolking terroriseren. En als er nog nationale legers worden ingezet, zal het voor politieacties zijn, zoals de Fransen deden tegen de rebellen in Mali. Maar dat gaat leiden tot de implosies van staten, met miljoenen vluchtelingen en uitzichtloze levens tot gevolg. Het is dus niet dat we dan beter af zijn."

Dan rest enkel nog de vraag van 1 miljoen: is oorlog eigen aan de mens?
DE SCHAEPDRIJVER: "Tja, dieren voeren geen oorlog, hé. (denkt na) Oorlog is iets cultureels. In elke samenleving zal je een element vinden van gewapende macht. Soms vooral gericht op landsverdediging, soms agressiever. En het is zaak voor samenlevingen, voor de politiek en voor de cultuur, omdat aan banden te leggen. Zo goed mogelijk."