| (Foto: krantenkoppen.be) |
Erudieter dan Sophie De Schaepdrijver worden
Vlaamse academici niet gemaakt. De historica doceert al 14 jaar aan de
Amerikaanse Penn State University, en geldt als dé autoriteit op vlak van de
Eerste Wereldoorlog. Die kennis lanceert ze deze week met de laatste aflevering
van haar docureeks Brave Little Belgium nog één keer uw huiskamer in. Al blijkt
niet iedereen even luisterbereid. "Geert Bourgeois laat zich liever
adviseren door de toeristische sector dan door historici. Jammer." (23 augustus '14)
Samen met scenarist-regisseur Mark De Geest zet
Sophie De Schaepdrijver (52), auteur van WOI-standaardwerk De Groote Oorlog, in
Brave Little Belgium een snedige en haarscherpe impressie van De Groote Oorlog
neer. Van de moord op de Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand op 28 juni
1914, tot de ondertekening van de Vrede van Versailles op 28 juni 1919: de
reeks biedt een alomvattend overzicht dat niet zou misstaan in klaslokalen
overal te lande.
"Ik denk dat we een coherent verhaal gebracht
hebben," blikt De Schaepdrijver tevreden terug. "Voor mij was de rode
draad: wat deed mensen eigenlijk doorgaan? Want het is niet zo dat de ernst van
de oorlog pas in 1917 of 1918 duidelijk werd. Neen, vanaf de eerste week wist
iedereen: dit is verschrikkelijk."
Nochtans vertokken veel soldaten met het idee dat
ze terug zouden zijn voor Kerstmis.
DE
SCHAEPDRIJVER: "Dat deemstert al snel weg. In augustus
1914 blijkt duidelijk dat het de meest dodelijke oorlog ooit zal worden. Wat
dat betreft koesterde niemand nog illusies. Het ging niet om tientallen, maar
om tienduizenden doden per dag. (Nadrukkelijk) Het Franse leger verloor op één
dag 27.000 man. Mocht
zoiets nu gebeuren, zou iedereen meteen zeggen: dit kan niet, we houden er mee
op. Maar paradoxaal genoeg dienden
net die doden als hét argument om door te gaan. Daar kunnen we met ons verstand
nauwelijks nog bij, maar het is exact wat er gebeurde."
Van zodra de het Belgische verzet de IJzervlakte
onder water zette, werden de rechtstreekse confrontaties met het Duitse leger
veel minder frequent. Hoe blijft een mens dan bezig aan het front?
DE
SCHAEPDRIJVER: "Wees gerust: er was genoeg te
doen. Het Belgische leger investeerde in opleidingen, waardoor veel soldaten
een opleiding kregen die ze in het gewone leven nooit gehad zouden hebben. Maar
het meest van al waren de soldaten bezig met het onderhoud van de loopgraven.
Zandzakjes aandragen, water uit de loopgraaf scheppen… Het leek wel een oorlog
van bevers: de soldaten waren altijd maar dammen aan het bouwen. Dat houdt je
natuurlijk wel bezig, en het geeft je een zekere doelgerichtheid. Dat in
tegenstelling tot de oefeningen die hen te wachten stonden eens ze
teruggetrokken werden van de frontlinie. Dan moesten ze plots marcheren in
rechte lijn - terwijl er in de loopgraven geen enkele rechte lijn was. Dan
hadden ze die jongens beter met rust gelaten."
Raakt u, met al uw kennis over de Groote Oorlog,
nog onder de indruk van nieuwe informatie?
DE
SCHAEPDRIJVER: "Voortdurend. Bij het Luikse fort
van Loncin, bijvoorbeeld. Ik was al eerder naar soldatenkerkhoven geweest, dus
die aanblik ken ik. Maar Loncin was heel confronterend: ruim 100 jongens tussen 17 tot 20 jaar
zaten daar als ratten in de val. Dat waren kinderen die nog nooit een kanon
hadden gehoord, en op een week tijd tienduizenden inslagen moesten verwerken,
in donkere en vochtige krochten. Ze moeten gek geworden zijn van angst. Op dat
moment word je sterk geraakt door iets dat erg wezenlijk is in elke oorlog:
daar staat kwetsbaar mensenvlees tegenover industrieel geweld."
"Weet je wat zo fascinerend is aan die oorlog
van 100 jaar geleden? Het gaat om mensen die enerzijds heel dicht bij ons staan,
en tegelijk om een cultuur die geheel en al verdwenen is, en waar we ons erg
weinig kunnen bij voorstellen. Hun plichtsgevoel, bijvoorbeeld. Nu willen we
ons leven leiden om onszelf te verwezenlijken, maar toen was de horizon
beperkter: je gedroeg je, en deed je plicht."
Klaprozenindigestie
Opvallend: u gebruikt beelden uit de
VRT-fictiereeks In Vlaamse Velden in de documentaire. Zó'n fan van de reeks?
DE
SCHAEPDRIJVER: "Mark De Geest, de regisseur van de serie, heeft die keuze
gemaakt. Een terechte keuze als televisiemaker, want het zijn krachtige
beelden. Ikzelf heb In Vlaamse Velden jammer genoeg nog niet kunnen
bekijken, omdat die reeks uitgezonden werd toen ik nog in Amerika zat. Maar ik
moet dringend die DVD's eens aanschaffen." (lacht)
Is de Eerste Wereldoorlog zo'n passie voor u dat u
er alles over wil zien en lezen?
DE
SCHAEPDRIJVER: "Dat had ik vroeger wel. Nu
selecteer ik meer. Er zijn bepaalde auteurs waarvan ik weet dat als zij iets op
papier zetten, dat de moeite is om te lezen - en dat wil ik dan ook mee
hebben."
Staat de populaire Studio 100-musical over '14-'18
ook op die lijst?
DE
SCHAEPDRIJVER: (scherp) "Ik denk het niet. Net zomin als een
musical over eender welk ander tragisch onderwerp, trouwens. Misschien heb ik daar ongelijk
in, en is het wel een heel goeie musical, maar ik vind het idee zelf nogal
kitscherig. En ik zeg niet dat ik daar logisch in ben, want een historische
fictiereeks of een film zou ik wel willen bekijken."
"Ik vind niet dat dingen te toegankelijk
moeten zijn. Die oorlog is in zekere zin een mysterie. Dat mág een beetje vreemd en
complex blijven. Ik vind het cynisch om te mikken op het sentiment, gewoon
omdat je denkt dat het publiek er dan van gaat smullen. Zelfs de beste
entertainers doen gewoon dingen die ze zelf goed vinden, zonder al te veel
rekening te houden met toegankelijkheid. Neem iemand als Stromae: die doet
niets omdat hij denkt dat zijn publiek het leuk zou vinden. En net daarom is
hij een goeie artiest."
Intussen begint de WOI-gekte te wedijveren met die
rond het WK-voetbal. Maakt dat de herinnering ook een beetje kapot?
DE
SCHAEPDRIJVER: "Inderdaad. Ik vrees dat er op een
gegeven moment een soort klaprozenindigestie kan optreden. Historicus en
schrijver David Van Reybrouck zei onlangs nog dat hij vroeger vaak oorlogskerkhoven bezocht,
maar dat hij nu bijna vindt dat ze in de weg staan. Overal zijn er fietspaden,
wandelroutes, en dan komen dingen als die musical daar nog bovenop. Er mag
gerust weer wat stilte komen."
Dat zal tegenvallen: we hebben nog vier
herdenkingsjaren voor de boeg.
DE
SCHAEPDRIJVER: "Ik denk wel dat 2014 de grootste
hap zal zijn. Maar we moeten toch oppassen dat we ons niet verliezen in
slogans. Ja, het was allemaal heel erg, en het zou fijn zijn als er nooit meer
oorlog as. Maar waar we écht naartoe zouden moeten, is een dieper historisch
begrip van wat die generatie bezielde. Dat zal nooit vervelen."
Het meest frappante voorbeeld van die nakende
degout is de farce rond de Menenpoort. Daar staat de beroemde Last Post - die
elke avond wordt gespeeld - ter discussie, omdat hij te veel toeristen lokt.
DE
SCHAEPDRIJVER: "Dat vind ik eigenlijk wel een
heel mooi eerbetoon. Dat in België, waar overal met de auto door mogen zo
ongeveer geldt als een mensenrecht, het verkeer elke dag stil staat voor die
herdenking. Schitterend. Houden zo. (lacht) Die Last Post is op zich ook een
prachtig ritueel, omdat het niets voorschrijft. Je kan het zien als eerbetoon
aan de legers, als een rouwlied, als een pacifistisch symbool… Je doet ermee
wat je wil, maar het is er elke dag, en men moet ervoor stilstaan. Ik vind dat
wel mooi. Maar goed: die massale belangstelling zal toch iets zijn dat deze
jaren getekend heeft. En dat is dan ook een evenement."
Toch hebt u nog andere bedenkingen bij de
herdenking: u vindt dat de focus te veel op de Westhoek ligt.
DE
SCHAEPDRIJVER: "Het voornaamste pijnpunt voor mij
is dat er heel veel in handen is gelegd van de toeristische sector. De manier
waarop de overheid de herdenking coördineert, is blijkbaar geen zaak van
cultuur, onderwijs of onderzoek, maar van toerisme. Ik kan alleen maar
vaststellen dat men verzuimd heeft er een aantal mensen uit het historische
vakgebied bij te halen. En dat is jammer."
Waaraan merkt u die toeristische hand?
DE
SCHAEPDRIJVER: "Als je kijkt naar het project
rond de martelaarssteden (de steden die het hardst geleden hebben onder de
inval, red.) dan ligt de link met toerisme er vingerdik op. 'Ga kijken naar dit
oorlogsmonument, en maak er tegelijk een gezellige stadsuitstap van!' Ik begrijp
wel dat men daar ook iets aan wil verdienen, maar soms vind ik het een klein
beetje té."
Voormalig minister van Toerisme en huidig Vlaams
minister-president Geert Bourgeois (N-VA) vond uw kritiek 'zuur' en 'weinig
wetenschappelijk'. Volgens hem geeft de overheid enkel subsidies, en beoordeelt
een onafhankelijke jury de projecten.
DE
SCHAEPDRIJVER: "Maar wie zit dan in die jury?
Alleszins geen historici. Dat is zeer jammer, want Vlaanderen heeft heel goeie
geschiedenisopleidingen. Dat zou een prachtige gelegenheid geweest zijn om die
expertise voor het voetlicht te brengen. Maar de overheid verzuimt dat. Alsof
je een reusachtig tuinbouwevenement op touw zou zetten met alleen maar
bloemisten en geen enkele tuinbouwkundige."
Waarom worden historici volgens u buiten het
herdenkingsproces gehouden?
DE
SCHAEPDRIJVER: "Bourgeois
doet daarvoor een beroep op de Franse president François Hollande, die zei dat
we 'geen staatsgeschiedenis moeten schrijven'. Dat was ook de eerste en enige
keer dat Bourgeois het ooit eens is met Hollande, maar hij trekt er ook nog
eens de verkeerde conclusie uit: de Fransen hebben wel degelijk een commissie
ingericht met historici. Die mensen onderzoeken elk project, en beoordelen dan
of het respectvol is, dan wel zinloze kitsch. Academici erbij halen is net de
manier om te vermijden dat de herdenking van de Eerste Wereldoorlog één grote
branding-operatie wordt, rond Passchendaele-bier en klaprozenkoekjes en
fietspaden in de Westhoek. Bourgeois maakt dus een kromme redenering. Bewust, wellicht."
UGent-historicus Bruno De Wever vermoedt
hetzelfde. Hij denkt dat de Vlaamse Regering de Eerste Wereldoorlog wil
gebruiken om de Vlaamse Beweging extra in de verf te zetten.
DE
SCHAEPDRIJVER: "En daar heeft Bruno absoluut
gelijk in. Doordat je die historici niet aan het woord laat, blijven die
legendes in leven. Ja, er was een ongelooflijk taalonrecht in het Belgische
leger. Maar het was zeker geen genocideleger dat Vlamingen slachtofferde. Elke
historicus van het IJzerleger zal u dat kunnen zeggen. Dat die Vlaamse Beweging
in het bloed van de loopgraven is ontstaan, is zo'n oermythe die je van veel
mensen niet mag aanraken. Historici als Bruno De Wever stellen dat in vraag. En
dus staan wij blijkbaar in de weg, en houdt men ons er liever buiten."
Besluiteloosheid
Wat zou u zelf omschrijven als het dieptepunt in
de Eerste Wereldoorlog?
DE
SCHAEPDRIJVER: "Het jaar 1917. Toen zat iedereen
echt op zijn tandvlees. Het moreel aan de kant van de geallieerden zat onder
nul, er was die verschrikkelijke poging tot doorbraak bij Passchendaele (met
zo'n 800.000 doden en gewonden tot gevolg, red.), het Italiaanse front werd
ingedeukt, de Russen gaven op… Dan leek het echt alsof de Duitsers gewonnen
hadden."
Ik dacht eerder aan het gebruik van gifgas als symbolisch
dieptepunt: chemische wapens worden nog steeds gezien als een belangrijke
drempel in de oorlogsvoering.
DE
SCHAEPDRIJVER: "Nu ja, op lichamen schieten met
hoogexplosieve granaten is ook heel erg, hé. Ik vind het moeilijk om veel meer
verontwaardigd te zijn over gas dan over obussen of kogels."
De internationale verontwaardiging tegenover de
Syrische president Bashar Al-Assad kwam wel pas op gang toen hij gifgas
inzette.
DE
SCHAEPDRIJVER: "Ook omdat dat tegen burgers was,
natuurlijk. Maar die verontwaardiging heeft niet geleid tot veel actie. We
vinden het allemaal heel erg, maar wat doen we ertegen?"
Ook dat is de 'nooit meer oorlog'-gedachte:
niemand wil nog ingrijpen.
DE
SCHAEPDRIJVER: "Dat klopt. Maar ook: wat zouden
we daar moeten gaan doen? Bij wie moeten we ons aansluiten? Want bij de andere
zijde zitten misschien ook mensen waar we het niet eens mee zijn."
U begrijpt de internationale besluiteloosheid in
de brandhaarden?
DE
SCHAEPDRIJVER: "Ik begrijp die volkomen. Het is
heel tragisch, en het is niet iets waar we trots op moeten zijn, maar ik moet
eerlijk zeggen: ik zou mijn zoon ook niet sturen."
Als de Europese Unie zijn Nobelprijs voor de vrede
wil rechtvaardigen, zou iets meer dan een bevlogen speech van Francois Hollande
toch op zijn plaats zijn?
DE
SCHAEPDRIJVER: "Die Nobelprijs moet je anders
bekijken. We kunnen achterom kijken en besluiten dat we in Europa op korte tijd
elkaar twee keer naar het leven stonden, en dat we dat nu niet meer doen. Dat
is een schone zaak, en dat maakt ons een voorbeeld voor de rest van de wereld.
Zeker aangezien we ook nog eens welvarend zijn: het zou fijn zijn als de hele
wereld daar kon van genieten."
"Volgens mij hebben we dat vooral te danken
aan de sociaaldemocratie. Dat vind ik het Europese erfgoed bij uitstek. Als ik
in de VS ben en men vraagt mij wat 'Europeaan zijn' betekent, denk ik niet aan
Goethe of Beethoven, maar aan de sociale rechten die we hier verworven hebben.
Want het is de afwezigheid daarvan die voor de groei van extreme ideologieën zorgde
in de jaren '30. En dat heeft men goed beseft in 1945: als we nooit meer oorlog
willen, moeten we ook zorgen dat er geen uitzichtloze armoede meer is."
Dan kijkt u vast bezorgd naar de economische
situatie in Zuid-Europa.
DE
SCHAEPDRIJVER: "Ja. Als je 'nooit meer oorlog'
zegt, moet daar op politiek vlak ook iets tegenover staan. Hoe ga je zorgen dat
de welvaart in Europa een beetje verspreid is? Dat niet een hele generatie ten
onder gaat aan werkloosheid? Hoe ga je de wapenhandel afbouwen? (stilte) Hoeveel
Syrische vluchtelingen gaat de Westhoek bijvoorbeeld opnemen? Als ze dat niet
doen, blijft 'nooit meer oorlog' weinig meer dan een kreet of straffe Vlaamse
marketing. Want als we nooit meer oorlog willen, moeten we echt wel verder gaan
dan een flesje Passchendaelebier
open trekken en een wandelroute inleggen."
Ook Amerikaans president Barack Obama heeft nog
maar weinig gedaan om zijn Nobelprijs voor de Vrede te verdienen.
DE
SCHAEPDRIJVER: "Daarmee hebben ze Obama een
beetje te kijk gezet, en ik denk niet dat hij daar zelf zo tevreden mee was.
Dat was een frivoliteit, een onnozele
keuze. Maar ik sta wel achter zijn buitenlandse politiek: hij pakt de dingen
rustig aan."
Intussen zijn het enkel de VS die zich nog mengen
in internationale conflicten. Worden we niet stilaan te afhankelijk van de
Amerikanen als politieagent van de wereld?
DE
SCHAEPDRIJVER: "Een groot deel van de vrede die
West-Europa gekend heeft is natuurlijk te danken aan de Koude Oorlog tussen de
VS en de Sovjet-Unie. Die twee grootmachten waren eigenlijk niet van plan om
rechtstreeks in de clinch te gaan, waardoor wij nauwelijks nog moesten
bewapenen. Dat was een vrij comfortabele situatie - ik denk dat we nog heel
nostalgisch gaan worden naar de Koude Oorlog."
"Veel heeft te maken met de sterkte van het
Amerikaanse leger. Dat bestaat voor een groot deel uit beroepsvrijwilligers. En
waarom hebben ze er zo veel? Omdat in de VS barre armoede heerst. Als ze daar
een deftige ziekteverzekering zouden hebben, hadden ze geen leger. Studeren alleen
al kost daar een arm en een been, en het leger biedt studiebeurzen aan. Men
moet nog eens heel goed nadenken voor men opleidingen hier vreselijk duur gaat
maken, want je krijgt er een andere samenleving door."
Nochtans ligt dat plan nu op tafel: door de
besparingen van de Vlaamse regering, wordt een universitaire opleiding
binnenkort fors duurder.
DE
SCHAEPDRIJVER: "Ik geef les aan een Amerikaanse
staatsuniversiteit, waar wij de rol hebben om een betaalbare opleiding aan te
bieden. Concreet gaat dat om 12.000 euro per jaar. En dat is peanuts naar
Amerikaanse normen. Als je het daarmee vergelijkt, zitten we in Vlaanderen toch
echt wel in een riante situatie. Zelfs als het inschrijvingsgeld naar 1.000
euro zou stijgen. Want eerlijk: hoger onderwijs is nu eenmaal duur. Maar je
krijgt er ook iets voor terug. En het moet ook niet te laagdrempelig worden.
Daarmee bedoel ik niet dat niet iedereen de kans zou moeten krijgen om te
studeren, integendeel. Maar
als iets te
goedkoop wordt aangeboden, wordt het vaak niet echt meer op prijs
gesteld."
De universiteiten worden gevraagd om ook intern te
bezuinigen.
DE
SCHAEPDRIJVER: "Dat is gevaarlijker, want dat kan
de waarde van een diploma verminderen. Intern bezuinigen is niet moeilijk: je
stelt minder docenten aan, werkt met grotere klassen, en organiseert vooral
meerkeuze-examens. Zo kan je enorm bezuinigen, maar dan bied je eigenlijk niets
aan. Neen, dan liever 1.000 euro inschrijvingsgeld. Te meer omdat ik mij
moeilijk kan voorstellen dat er mensen zijn die hun kinderen dan maar naar een
job in de plaatselijke supermarkt sturen in plaats van naar de universiteit.
Sorry, maar daar geloof ik niets van. De verontwaardiging lijkt me dus wat
overdreven. Trouwens, wat iedereen weet: de echte kostenpost, zijn de koten, hé.
En voor wie het echt niet kan betalen, zijn er de beurzen."
Neergemaaid
De belangrijkste erfenis van 14-18 is misschien
wel de 'nooit meer oorlog'-gedachte. Die lijkt in tijden van Gaza, Oekraïne,
Syrië en Libië holler te klinken dan oit.
DE
SCHAEPDRIJVER: "Die kreet was altijd een beetje
hol. Natuurlijk zijn we allemaal tegen oorlog en voor vrede, maar wat hadden we
dan moeten zeggen in 1940, toen de nazi's aan de deur stonden? 'Nooit meer
oorlog', dus lopen we maar in ganzenpas?"
Het idee van 'nooit meer oorlog' is toch niet dat
de vijand zomaar binnen mag? Eens iemand dat project opgeeft, neem je de wapens
op.
DE
SCHAEPDRIJVER: "De vraag is hoe radicaal je dat
pacifisme wil hebben. En je moet ook vaststellen dat 'nooit meer oorlog' niet
noodzakelijk het idee was van die jongens die daar in de West-Vlaamse grond
liggen: die zijn wel gestorven voor de verdediging van hun land. Die slogan
blijft te veel aan de oppervlakte. Het zegt niets over de grote keuzes van deze
tijd. Je kan dus niet zeggen dat de oorlog absurd was. Natuurlijk ging dat
ergens om: landsverdediging."
Het is toch absurd dat soldaten om de haverklap
uit hun loopgraaf gejaagd werden om dan massaal neergemaaid te worden door de
vijand?
DE
SCHAEPDRIJVER: "Zo simplistisch was het niet. Men
hoopte aan beide kanten op een doorbraak die het bloedvergieten in één klap zou
beëindigen, en de legerleiding besefte pas zeer laat dat zo'n massale doorbraak
gewoon niet kón in
de context van die oorlog, omdat
het defensieve wapengeweld veel sterker stond dan het offensief. Maar toen ging
het beëindigen van de oorlog vóór, desnoods via de gruwel. Moeilijk te
bevatten. Maar vergeet het cliché dat de legerleiding met plezier speelde met de levens
van de frontsoldaten. Ook zij hadden zonen die in het leger zaten. Een Franse
generaal verloor er zelfs vier. Ook de troepen waren weliswaar doodsbang, maar velen stonden achter die
doorbraken. Behalve als het echt duidelijk werd dat ze te moordend waren -
daarom zijn de Fransen in 1917 ook aan het muiten geslagen. Alleszins: ze
bleven het idee van landsverdediging onderschrijven. En uiteindelijk is
het bevrijdingsoffensief ook begonnen met zo'n massale doorbraak."
"Als de oorlog al voor iemand absurd was, dan
was het voor de Duitsers. Intern werd het verkocht als een verdedigingsoorlog,
maar veel Duitsers beseften dat ze intussen wel andermans grondgebied bezetten.
Daarom is Duitsland ook veel sterker uit elkaar gevallen rond het vraagstuk of
die oorlog gerechtvaardigd was. Maar dissidenten moesten zwijgen."
De parallel met de situatie in Gaza ligt voor de
hand: ook daar beroepen beide partijen zich op zelfverdediging.
DE
SCHAEPDRIJVER: "Maar ook daar gaat het om een
bezetting: de Israeli's bezetten een gedeelte van Palestina. En eens je als
staat aan het bezetten slaat, verziekt dat je politieke cultuur. Want dan moet
je constant rond dat feit heen draaien. En dat neemt niet weg dat het
bestaat."
Als nog ergens een oorlog losbreekt, zou u dan
zelf strijden voor het vaderland?
DE
SCHAEPDRIJVER: "Stel dat ons land morgen wordt
binnengevallen door de mannen van IS, die vinden dat ook Vlaanderen moet horen
tot het kalifaat… Dan zie ik wel de noodzaak om te verdedigen wat we met z'n
allen hebben opgebouwd. Maar anderzijds: als mijn zoon dan 18 is, zal ik
misschien anders piepen. In
die keuze ligt de tragiek van de oorlog besloten. Maar dat is iets
anders dan zeggen dat het absurd zou zijn om je land te verdedigen."
Met het huidige politieke klimaat dringt die keuze
zich misschien sneller dan verwacht. Kan het neerhalen van het MH17-vliegtuig
boven Donetsk een soort nieuwe aanslag op Franz Ferdinand zijn?
DE
SCHAEPDRIJVER: (gedecideerd) "Neen. Omdat het
niet meer gaat om staten met legers die met elkaar in de clinch gaan. Vladimir
Poetin zal daarvoor geen oorlog riskeren. En als de Russen niet als natie ten
strijde trekken, zit je niet in hetzelfde mechanisme als in 1914."
We kunnen er dus gerust op zijn: er komt geen
Derde Wereldoorlog?
DE
SCHAEPDRIJVER: "Dat weet je nooit, maar ik denk
dat je een andere vorm van geweld krijgt. Veel meer niet-staats geweld, van
ongeregelde troepen, zoals de rebellen in Donetsk. Een eeuw van burgeroorlogen,
zo je wil, met gewapende bendes die de burgerbevolking terroriseren. En als er
nog nationale legers worden ingezet, zal het voor politieacties zijn, zoals de
Fransen deden tegen de rebellen in Mali. Maar dat gaat leiden tot de implosies
van staten, met miljoenen vluchtelingen en uitzichtloze levens tot gevolg. Het
is dus niet dat we dan beter af zijn."
Dan rest enkel nog de vraag van 1 miljoen: is
oorlog eigen aan de mens?
DE
SCHAEPDRIJVER: "Tja, dieren voeren geen oorlog,
hé. (denkt na) Oorlog is iets cultureels. In elke samenleving zal je een
element vinden van gewapende macht. Soms vooral gericht op landsverdediging,
soms agressiever. En het is zaak voor samenlevingen, voor de politiek en voor
de cultuur, omdat aan banden te leggen. Zo goed mogelijk."