Labels

(Foto: P-Magazine)

Het kanonnenvuur in de Gazastrook droogt stilaan op, maar de kern van het conflict blijft onopgelost. Dat stamt immers uit een vraagstuk waar intellectuelen, diplomaten en burgers zich al meer dan een eeuw het hoofd over breken: waar kunnen joden een veilige thuishaven vinden? In 1948 viel de keuze op het historische beloofde land. Maar dat was lang niet het enige plan dat op tafel lag.


Vanuit een hedendaags perspectief lijkt het logisch dat Israël ligt waar het vandaag ligt: in de Vruchtbare Sikkel, een gebied aan de Middellandse Zee dat volgens de Bijbel aan Abraham en zijn nazaten, de Israëlieten, werd beloofd. Toch is de Israëlische kat lang van huis geweest. Sinds de Romeinen de joden in de tweede eeuw na Christus buiten kegelden uit Jeruzalem, werd het gebied vooral bevolkt door Arabische en Ottomaanse volkeren, terwijl veel joden over de hele wereld uitzwermden.

Maar in de 19e eeuw vielen joden vooral in Oost-Europa steeds vaker ten prooi aan pogroms, antisemitische razzia's. En in de nationalistische tijdsgeest die Europa toen kenmerkte, deed dat veel joden nostalgisch denken aan een eigen staat.

In 1896 wierp auteur Theodor Herzl zich op als grondlegger van dat joodse nationalisme met zijn boek Der Judenstaat. Daarin schoof hij een simpele remedie naar voor tegen het toenemende antisemitisme in Europa: een veilige, joodse thuishaven. De Hongaar zag twee paden: een nieuw leven in een klimatologisch en agricultureel interessant "leeg" land - Herzl noemde langs zijn neus weg Argentinië als voorbeeld - of een terugkeer naar hun culturele, religieuze en historische thuisbasis.

Een jaar later maakte de World Zionist Organisation (WZO) van dat laatste zijn doelstelling - een keuze die niet bepaald op veel gejuich kon rekenen bij de Palestijnen. En dus ging de wereld, om het conflict bij voorbaat te ontmijnen, langzaam maar zeker op zoek naar een andere oplossing.

 1. Het Oegandavoorstel 

De eerste creatievelingen van dienst waren de Britten. Als wereldmacht met meer kolonies dan parels aan de Britse kroon hadden ze flink wat land te geef. En dus bood minister van Koloniën Joseph Chamberlain in 1903 de WZO een 13.000 vierkante kilometer groot gedeelte van Brits Oost-Afrika aan.

De streek rond het Mau-plateau in wat vandaag Kenia was, maar toen nog deel uitmaakte van Brits Oeganda, moest een plek worden waar joden de pogroms in Rusland konden ontvluchten. Herzl en de rest van de WZO waren initieel niet bepaald opgezet met het "voorportaal naar het Beloofde Land", omdat ze vreesden dat eens joden zich in Kenia zouden vestigen, de eis om een joodse staat te stichten in Palestina aan gewicht zou verliezen. Maar omdat de Russen er geen gras over lieten groeien, besliste de WZO het aanbod toch in overweging te nemen.

In 1904 trok een driekoppige delegatie van de WZO op prospectie naar het Mau-plateau. Ze troffen er een gematigd klimaat dat zich uitstekend leende tot landbouw, maar stootten ook op leeuwen, hyena's en een groot aantal inheemse Masai die niet zo happig waren op een nieuwe Europese invasie. Een jaar later besloot het Zionistische Congres dan ook het Britse aanbod beleefd af te slaan.

Die controversiële beslissing, verdeelde de zionisten. Sommige joden raakten afgeschrikt door de schijnbaar onoverkomelijke politieke obstakels - lees: er zaten al andere mensen - voor een Israëlische oplossing in Palestina. De pragmatici wilden zich vestigen in een minder gecontesteerd deel van de wereld, en scheidden zich af in de Jewish Territorialist Organisation.

Zij geloofden dat het redden van joodse levens belangrijker was dan de culturele banden met historisch Israël, en zochten verder naar oplossingen in Afrika, Zuid-Amerika en Oceanië. Of in de woorden van toenmalig topman Israel Zangwill: "in Oost-Afrika zitten misschien wilde beesten, maar in Jeruzalem zitten gevaarlijker wezens: religieuze  fanatici en vijandige moslims."

 2. De Joodse Autonome Oblast 

De volgende barmhartige Samaritanen in de rij was, enigszins opvallend, de Sovjet-Unie zelf. Waar de Russen in het begin van de 20e eeuw nog massaal pogroms organiseerden tegen hun joodse bevolking, doopte Jozef Stalin in 1934 de streek rond Birobidzjan in het Verre Oosten van Rusland om tot de Joodse Autonome Oblast.

Stalin had er een erezaak van gemaakt om elk van de nationale groepen binnen de Sovjet-Unie een territorium toe te kennen waarin ze culturele autonomie mochten nastreven in een communistisch kader - zolang ze met hun nationalistisch gedoe maar ver genoeg van het Russische administratieve centrum bleven.

De joden hadden de eer en het genoegen om uitgenodigd te worden naar de onherbergzame streek aan de grens met China, waar de besnorde dictator een win-winsituatie zag voor beide kampen: de joden kregen hun Sovjet-Zion, en de kwetsbare grensstreek zou eindelijk bewoners - en dus bewakers - mogen verwelkomen.

De Sovjets lanceerden een overweldigende propagandamachine om joodse pioniers aan te porren: ze verspreidden posters, penden romans in het jiddisch die een socialistische utopie in de oblast verheerlijkten, dropten promotionele flyers uit een vliegtuig boven joodse nederzettingen in Oekraïne en Wit-Rusland en produceerden met Seekers of Happiness een film over een joodse familie die de Grote Depressie in de VS ontvluchte om een nieuw leven op te bouwen in Birobidzjan.

En dat leek te werken: tegen 1948 telde de autonome oblast liefst 30.000 joden - een derde van de inwoners. Helaas was de wispelturige Stalin tegen dan van gedacht veranderd: hij organiseerde nieuwe pogroms, waarbij prominente joden gearresteerd en geëxecuteerd werden. En aangezien de Israëlische staat in datzelfde jaar opgericht werd, stroomde Birobodzjan al gauw leeg, waardoor nu nog amper 1% van de bevolking van de Joodse Autonome Oblast een affiniteit met stamvader Abraham koestert.

 3. Het Alaska-rapport 

De Russen waren niet de enigen die met het vergiftigde geschenk van een barkoud thuisland voor de pinnen kwamen bij de radeloze joden. In november 1938, twee weken nadat de Nazi's op Kristallnacht een massale pogrom in heel Duitsland organiseerden, publiceerde Harold Ickes, de minister van Binnenlandse Zaken van president Franklin Roosevelt, het Slattery Report, waarin hij Alaska als nieuwe thuishaven naar voor schoof.

Roosevelt liep al langer rond met het plan om jaarlijks 10.000 pioniers naar Alaska te verhuizen om het enorme economische potentieel van de grondstofrijke regio uit te buiten - en tegelijk als slot op de deur tegen het onbetrouwbaar geachte Japanse Keizerrijk te fungeren. Helaas waren zaten weinig Amerikanen op hete kolen om hun kont te laten bevriezen tussen de elanden, dus keek Ickes naar de Europese joden, die op dat moment  al opgejaagd werden door de Nazi's.

Maar het plan werd afgeschoten door niet-joodse Amerikanen, die niet alleen bevreesd waren voor een joodse invasie, maar Europese joden ook associeerden met socialisme - zowat de baarlijke duivel in the home of the brave. Bovendien stond Roosevelt erop dat joden maar 10% van de 10.000 pioniers mochten uitmaken - het plan zou dus uitdraaien op een druppel op een hete plaat.

 4. De Australische oplossing 

Intussen hield de in 1935 opgerichte Freeland League alle opties open. Die liga vloeide voort uit de Jewish Territorialist Organisation, die vooral een land wou voor vluchtende joden, en zich daarbij niet noodzakelijk beperkte tot het historische Israël.

Vooral Isaac Steinberg, een voormalig Russisch Justitieminister onder Vladimir Lenin, ontpopte zich tot de grote voortrekker. Onder zijn leiderschap lanceerde de Freeland League voorstellen voor een joodse staat in dunbevolkte gebieden in Argentinië, Ecuador en Suriname. Maar het verst vorderden ze met hun voorstel om Holocaustvluchtelingen massaal naar Australië te verschepen.

Daar had Steinberg zijn oog laten valleen op een gebied van 28.000 vierkante kilometer in de Kimberleyregio in het westen van Australië. Een onontgonnen, tropische en rotsachtige streek waar het kwik in de zomer gezwind 37 graden haalt en reusachtige zoutwaterkrokodillen zich thuis voelen.

Dat was voor Steinberg geen bezwaar: hij wou een delegatie van zo'n 600 pioniers eerst huizen, een energiecentrale en een irrigatiesysteem laten bouwen, vooraleer de rest van de kolonisten - zo'n 50.000 à 75.000 Holocaustvluchtelingen zou komen opdagen.

Maar dan moest de charismatische Steinberg dat plan wel eerst verkocht krijgen aan de Australische overheid. Dat lukte wonderwel: al gauw wist hij niet alleen Australische kerken en kranten achter zich te scharen, hij slaagde er zelfs in de toenamige West-Australische premier JC Wilcock te overtuigen met het argument dat de joodse kolonie de gedroomde injectie zou geven aan de kwakkelende Australische economie.

Maar toen barstte de Tweede Wereldoorlog los, en had de Australische regering in Canberra plots dringender zaken aan het hoofd. Bovendien werden internationale vaarroutes geblokkeerd, zodat een massale immigratie-operatie uitgesloten was. Het duurde nog tot 1944 voor de Australische premier John Curtin de knoop doorhakte. Gesterkt door een opiniepeiling waarin 47% van de Australiërs tegen het plan bleek, en de vrees dat de kolonisten vroeg of laat de hitte en de krokodillen zouden ontvluchten richting de dichtstbijzijnde steden, schoot Curtin het voorstel in 1944 formeel af. De joden mochten hun eigen boontjes blijven doppen.

 5. Het Madagaskarplan 

Zelfs de Nazi's deden hun duit in het zakje om een nieuwe plek voor de Europese joden te vinden. In 1940 drukte oppernazi Heinrich Himmler in een traktaat de hoop uit dat "het joodse probleem opgelost kon worden door een massale emigratie naar Afrika."

Daarvoor keek Himmler expliciet naar het Oost-Afrikaanse eiland Madagaskar, een idee dat hij gejat had van de Poolse regering in het interbellum, en dat nieuw leven ingeblazen werd door Holocaust-organisator Adolf Eichmann. Volgens Eichmann was het in 1940 een kwestie van tijd voor de Fransen definitief door de knieën zouden gaan en al hun kolonies, waaronder Madagaskar, in Duitse handen zouden belanden.

Het ideale moment om maar liefst vier miljoen joden uit Duitsland en Oostenrijk weg te voeren naar een tropisch paradijs vol malariamuggen, vond Eichmann, al moest daarvoor nog één cruciale dominosteen vallen: Groot-Brittannië. Eichmann rekende immers op de Britse Koninklijke vloot om de gedupeerde joden massaal te kunnen deporteren. Maar het waren de Britten zelf die daar een stokje voor staken, door op 5 mei 1942 het eiland doodleuk te veroveren. De nazi's zochten de eindoplossing voor het "joodse probleem" dan maar dichter bij huis: in de concentratiekampen van Auschwitz en Birkenau.

Het Madagaskarplan had dus mogelijks joodse levens kunnen redden, maar ook daar bestaat twijfel over. Historici veronderstellen dat de Duitsers in Madagascar gewoon een plek zagen om de horror van de concentratiekampen op een meer afgelegen plek uit te voeren. Maar dat weerhield Eichmann er niet van om op zijn proces in Jeruzalem het Madagascarplan aan te halen als bewijs dat hij eigenlijk een sympathisant van de Zionisten was. De Israëli's geloofden er geen woord van, en Eichmann eindigde met een strop om de nek.

 6. Afwezig Europa 

Een opvallende afwezige in de lijst voorgestelde plannen voor een nieuwe joodse staat: een plek in Europa. Het blijft een doorn in het oog van een groot deel van de Arabische wereld dat de Europese mogendheden wanneer het stof van de Tweede Wereldoorlog was gaan liggen de hand niet in eigen boezem durfden steken, en de joden geen plaats gaven in Duitsland of Polen.

"De creatie van de staat Israël is een oplossing voor een Europees probleem," liet de Palestijnse activist Azzam Tamimi in 2006 nog optekenen. "De Palestijnen hebben geen enkele verplichting om als zondebok op te draaien voor de criminelen die verantwoordelijk zijn voor de Holocaust. Als de joden écht gerechtigheid willen, moeten ze maar terug naar Duitsland."

Een gedachte waarop Zionisten steeds scherp reageren, omdat ze niet alleen de culturele geschiedenis van de joden reduceert tot diegenen die zich in Centraal-Europa gevestigd hadden, maar ook geen rekening houdt met het geweld tegen joden die na de Tweede Wereldoorlog terugkeerden van de concentratiekampen - voor hen zou het een terugkeer naar het inferno betekenen.

 7. En toch werd het Israël 

Dat ook de andere pistes nooit succes oogstten, schrijft Karin Hofmeester, professor Joodse Cultuur en Geschiedenis aan de Universiteit Antwerpen, nu toe aan een soort historische nostalgie. "Het idee dat de joden terug moesten naar waar ze vandaan kwamen, speelde altijd een belangrijke motiverende rol in het zionisme. Als je mensen ergens voor wil warm maken, heb je nu eenmaal een verhaal nodig. Dat merk je als je de geschiedenis van Israël bekijkt: de grote toestroom van joden komt pas wanneer belangrijke historische plekken zoals Jeruzalem of Hebron heroverd worden. Al het andere waren gewoon landbouwkolonies in het ijle."

"En ja, waarschijnlijk had het veel miserie kunnen besparen als de Europese joden effectief hun intrek hadden mogen nemen in een of ander onbewoond gebied," maakt Hofmeester zich sterk. "Maar toch denk ik dat het ook in Palestina had kunnen lukken. Als de Britten, die lange tijd mandaathouders waren over het Palestijnse grondgebied, meteen open kaart hadden gespeeld in plaats van maar wat aan te rommelen door zowel de zionisten als de Palestijnen autonomie te beloven, had de situatie er helemaal anders kunnen uit zien."

Maar de realiteit bleef dat er tijdens de woelige Holocaustjaren voor de Europese joden maar één toevluchtsoord was: Palestina. Mandaathouder Groot-Brittannië had zich in 1917 met de Balfourverklaring immers volmondig geschaard achter een "nationaal tehuis voor joden" in Palestina. Steeds meer joden zakten af naar het hen ooit beloofde land: tussen 1929 en 1939 stroomden liefst 250.000 joden Palestina binnen.

Vanaf het begin van de Tweede Wereldoorlog werd dat voor de Europese joden een pak moeilijker. Uiteindelijk kwamen ruim 6 miljoen joden om tijdens de Holocaust. De overlevers zagen maar een oplossing: verhuizen naar Palestina. De illegale migratie explodeerde, en Groot-Brittannië droeg de verantwoordelijkheid over aan de pas opgerichte Verenigde Naties.

Die koos voor een oplossing in twee staten, wat aan joodse zijde op gejuich onthaald werd, maar waarvan de Palestijnen gingen morren. Het leidde tot rellen, escaleerde tot moorden, en bereikte in 1948 een hoogtepunt met de Arabisch-Israëlische oorlog., waarbij onder andere Saudi-Arabië, Jemen en Pakistan de Palestijnen ter hulp schoten, maar die toch uitdraaide op een overwinning voor de joden. De staat Israël was geboren.

"En eens die staat bestond, was de race gelopen," zegt Hofmeester. "Meteen werden alle alternatieven voor een joodse staat die ooit geopperd waren van tafel geveegd. Best begrijpelijk, want intussen waren al allerlei groepen mensen daarheen geëmigreerd, werd er land aangekocht en ontgonnen. En dan was er geen weg meer terug."