Nu de Belgische
festivalzomer op volle toeren draait, weet zelfs het kleinste boerengat een
sliert rockbands bij elkaar te sprokkelen. Maar terwijl wij braafjes meezingen
met Triggerfinger en consorten, houdt men er in het buitenland een heel ander
soort festivals op na. Van het soort waar niet op gitaren gespeeld wordt, maar
met uw leven.
1. Smakelijk!
Lopburi Buffet, Thailand
Elk jaar in november ontvangt de Thaise stad Lopburi zo'n
10.000 eerbiedwaardige genodigden die zich tegoed doen aan een groots festijn, bereid
door niemand minder dan de 20 beste chefs van Bangkok. Nadat de gasten hun
buiken rond gegeten hebben, gaan ze traditiegetrouw over tot gezellige
groepsactiviteiten zoals in bomen klimmen, mekaar bestijgen in het gras, en
fecaliën naar elkaar gooien. O ja, hadden we al gezegd dat de genodigden apen
zijn? En dan bedoelen we niet van het soort dat elke week naar den Antwerp gaat kijken.
Lopburi is namelijk vergeven van de java-makaken die van het
ene verkeerslicht naar de andere lantaarnpaal slingeren, en in tussentijd
broodjes uit de handen van nietsvermoedende toeristen grissen. Toch schotelen
de inwoners van Lopburi de pikkende primaten jaarlijks een gastronomisch banket
van zo'n 2 ton aan tropisch fruit, smakelijke rijstschotels en zelfs coca cola
voor, ter waarde van 10.000 euro. Terwijl de apen zich een indigestie vreten,
kijken de dorpelingen juichend toe.
U vindt het vreemd dat zoveel kwaliteitsvoedsel vergooid
wordt aan een bende beesten die even gelukkig zijn met de vlooien uit het
rughaar van hun zus als met een feilloze coq au vin? Dat is omdat u geen hindoe
bent: volgens hen zijn de apen afstammelingen van Hanuman, een god die succes en
voorspoed zal brengen. Wat alvast geldt voor de poetsdienst die jaarlijks
gouden zaken om alle apenstront op te kuisen.
Gloucester Cheese Rolling Festival, Engeland
Van mammoeten over everzwijnen tot konijnen: als het smaakt
en het beweegt, heeft de mens erop leren jagen. In het Britse Gloucester gaat
het er iets diervriendelijker aan toe - maar daarom is de jacht niet minder
gevaarlijk.
Daar wordt elk jaar in mei een 4 kilo zwaar kaaswiel van de
steile Cooper Hill gerold, waarna honderden waaghalzen van over de hele wereld
achter het zuivelproduct aan tuimelen. Hun doel: de kaas als eerste te pakken
krijgen. Geen sinecure, aangezien het kaaswiel snelheden tot 110 kilometer per
uur bereikt. In de praktijk is het dus de eerste die de voet van de heuvel
bereikt die met de hoofdprijs gaat lopen: het kaaswiel zelf. Of wat daar van
overblijft.
De kaas rolt al van de heuvel sinds de 15e eeuw,
en gaat terug op een oud heidens geloof dat dingen van heuvels keilen zorgt
voor een goeie oogst. Het zorgt ook voor talrijke gebroken botten,
hersenschuddingen en zoveel blauwe plekken dat Gargamel achter u aan komt, maar
dat mag de pret niet drukken: na een rampzalige editie in 1997 werd het
festival één jaar verboden, maar het protest was zo immens dat de lokale politie
een jaar later alweer moest inbinden. Sindsdien kunnen de Schotten zich weer
naar hartelust een nekbreuk rennen.
2. Beestige feesten
Bous a la Mar, Spanje
In Spanje zijn er tal van manieren om levenslang verminkt of
zelfs gedood te worden door een stier. Maar voor wie zich met enig stijlgevoel
aan een paar hoorns wil laten rijgen, is Bous a la Mar (Stieren naar de Zee) een
regelrechte aanrader.
De inwoners van het Spaanse Denia, in de provincie Alicante,
sluiten hun jaarlijkse kermis niet af met een simpele stierenren zoals de
mietjes van de San Fermin-feesten in Pamplona, maar met een waar tactisch
steekspel. Na een wilde ren door de hoofdstraat komen de stieren terecht in een
halfopen arena aan de kust. Daar proberen waaghalzen de gehoornde mastodonten
op te naaien tot ze hen uit blinde woede achterna gaan zitten. Waarna ze als
dollemannen de benen nemen richting Middellandse Zee. Niet om de stier te
ontwijken - dat zou te gemakkelijk zijn - maar in de hoop dat de stier hen
achterna springt. Dan hebben ze de stier écht naar de zee geleid, en valt hen
eeuwige roem te beurt. Al moeten ze dus eerst sneller rennen én zwemmen dan een
800 kilo zware raket van vlees en hoorns, als ze die honneurs willen waarnemen.
Een duatlon waar zelfs Luc Van Lierde flink voor uit zijn pijp zou moeten
komen.
Manasa Devi Festival, India
Volgens een eeuwenoude Indische legende werd een zekere
Lakhinder ooit gebeten door een giftige slang. Zoals mensen gewoonlijk plegen
te doen, legde hij kort nadien het loodje, maar dat was buiten zijn weduwe,
Behula, gerekend. Zij bad dagelijks tot de hindoegod Manasa Devi, die hem uiteindelijk
terug tot leven bracht.
Vandaag vieren de Manasa Devi-aanhangers in het Indische
Jharkhand de gebeurtenis nog steeds, met een traditioneel festival in juni
waarbij mensen baden in kruiden- en plantenmengsels. Om zich vervolgens in de
smoel te laten bijten door cobra's.
Waarom dit feest dan niet bekend staat als het jaarlijkse
massale-dood-door-slangengif-festival? Door de goedheid van Manasa Devi,
natuurlijk. Of omdat het kruidenmengsel echt werkt: ze smeren hun hele lichaam
in en eten een heleboel van het kruidenmengsel eklavi, dat de effecten van het
cobragif neutraliseert. Vervolgens nemen ze plaats op een draagberrie en laten
ze zich bedekken met 8 tot 10 slangen, die hun tanden haast meteen in het vlees
van de mantra's prevelende hindoes zinken, en vervolgens van hun lichamen
bengelen als de meest stijlvolle piercings ooit.
3. Uitsmijters
La Tomatina, Spanje
Had u een onbezorgde, risicovrije jeugd op een school zonder
crapuul dat om de haverklap een voedselgevecht begon? Geen zorgen: u kan uw
schade nog inhalen. U moet op de laatste woensdag van augustus gewoon naar het
Spaanse Buñol afzakken voor La Tomatina, een van de grootste voedselgevechten
ter wereld waarbij tienduizenden mensen een uur lang met tomaten gooien. Naar
elkaar, en voor de verandering eens niet naar Ozark Henry.
De traditie ontstond in 1945, toen verveelde jongeren keet
schopten op de plaatselijke kermis en zo een onverwacht voedselgevecht
ontketenden. Dat viel blijkbaar zo goed mee dat ze de daaropvolgende jaren hun
eigen tomaten meebrachten. Daar waren de ordediensten in het Spanje van Franco
niet van gediend en ze probeerden het festival de eerste jaren de kop in te
drukken, maar vanaf 1957 draaiden ze bij.
Nu voeren vrachtwagens jaarlijks 40 ton rijpe tomaten aan -
die speciaal gekweekt worden voor het festival, en van inferieure smaak zijn.
Een uur later is het volledige stadscentrum bedekt in rivieren van tomatensap, waarna
de brandweer de boel schoon spuit. Met het fijne gevolg dat de kasseien in het
centrum achteraf kraaknet zijn, met dank aan de aciditeit van de tomaten.
En voor het geval u zich bij de 30.000 toeristen zou willen
voegen die het festival jaarlijks bezoeken: de dresscode vereist ontblote bast
voor mannen, en een wit hemd voor vrouwen. Wat van de inwoners van Buñol
ongetwijfeld de beste afnemers van Dash ter wereld maakt.
Holi, India
Begin maart vieren hindoes in India en Nepal Holi, het
festival van de kleuren en van de liefde. Op de tweede dag van het festival
schudden de hindoes symbolisch de treurnis van de winter af om te genieten van
de wonderen van de lente. En dat doen ze door felgekleurd poeder en water over
de hele stad te gooien, met een regenboog van kleuren tot gevolg.
Dat is allemaal erg fijn, zolang het op de traditionele
wijze gebeurt, met natuurlijke kleurstoffen zoals bloemenextracten, sandelhout
of kurkuma. Maar de laatste jaren doen minder ecologisch ingestelde
feestvierders steeds vaker een beroep op synthetische verfstoffen, die soms
besmet zijn met loodoxide, kopersulfaat en een heleboel andere kleurrijke
toxines die niet alleen huidproblemen en braakneigingen kunnen veroorzaken,
maar zelfs tot blindheid kunnen leiden - zelfs als ze vol liefde over u heen
gestrooid worden.
Misschien is dat dan ook de hedendaagse les van het
festival: geniet van de vele tinten en kleuren in de natuur zolang je nog kan.
Je weet maar noot wanneer je een handvol aluminiumbromide in je gezicht krijgt.
4. Voor mensen met stalen ballen
Kanamara Matsuri, Japan
Iedereen die ooit jong is geweest, weet hoe hilarisch het is
om een penis op pakweg iemands voorhoofd te tekenen. Maar zelfs dat wordt na
een decennium afgezaagd - de mop, niet de penis.
Niet zo volgens de inwoners van het Japanse Kawasaki. Daar
vieren ze in april het Kanamara Matsuri - het festival van de Stalen Fallus.
Voor die gelegenheid wordt Kawasaki omgetoverd tot een regelrecht penisland,
vol muurschilderingen, penismaskers - voor wie écht voor lul wil staan - en
zelfs onbetamelijk geschapen ijslolly's voor de kinderen. Het festival bereikt
zijn, euh, piek wanneer een swingende parade met dansbeats, fluitjes en,
uiteraard, gigantische penissen op praalwagens door de stad trekt.
Ook dit festival staat in het teken van de vruchtbaarheid.
Met Kanamara Matsuri herdenken de Japanners de legende van een vrouw wiens
vagina bezeten werd door een demon met scherpe tanden - en die zo haar man
castreerde. Liever dan naar een duiveluitdrijver te trekken, toog het
onfortuinlijke koppel naar een smid, die een grote ijzeren penis smeedde waarmee
ze de tanden van de demon konden breken. Zo geschiedde, en ze leefden nog lang
en gelukkig. En de vrouw hield er een van de eerste dildo's ter wereld aan
over. Ook mooi meegenomen.
The Ba, Schotland
Voetbal mag dan misschien oorlog zijn, vergeleken met de
jaarlijkse hoogmis in het Schotse Kirkwall is het niet meer dan een
sjakossengevecht. Daar speelt men elk jaar Ba, een traditioneel balspel dat
dateert van de 17e eeuw, en doorgaat op Nieuwjaarsdag.
Het wordt gespeeld in twee teams - de Uppies uit het
noorden, en de Doonies uit het zuiden van de stad. Om klokslag één uur wordt
een handbal opgegooid, waarna tot 350 volwassen vleesbergen erom worstelen.
Vervolgens doen beide teams er alles aan om de bal naar het doel van de
tegenpartij te brengen, in een strijd die het midden houdt tussen rugby en
Grieks-Romeins worstelen, die de hele stad bestrijkt, soms vijf uur duurt, en
waarbij alles mag.
Wie uiteindelijk de bal in het doel van de tegenstrever
krijgt, treedt toe tot de Hall of Fame van Ba-spelers, en wordt door zijn
teamgenoten op de gekneusde schouders gehesen en door de hele stad geparadeerd.
Helaas zal u zich, indien u zelf uw kans wil wagen, definitief moeten vestigen
in het treurige Kirkwall, want het deelnemersveld blijft beperkt tot de forse
dorpelingen. Sorry, Mike Verstraeten!
5. In de fik
Up Helly Aa, Shetland
Op de Shetland-eilanden, ten noordoosten van Schotland, is
het in februari barkoud. En wat is het beste recept tegen de koude? Vuur!
In februari staat gans Shetland op stelten voor Up Helly Aa,
een resem vuurfestivals die sinds 1881 het einde van de kerstperiode
symboliseren. In elke stad en dorp in de regio komen grote troepen zweterige en
stomdronken Schotten bij elkaar om Viking te spelen voor een dag, compleet met
harnassen en wapens.
Vervolgens begeleiden ze een replica-Vikingboot symbolisch
door de straten met in benzine gedrenkte toortsen, terwijl ze Oudnoorse
liederen zingen over Thor, de Slang van Midgard en Ikea-meubelen. Afsluiten
gebeurt op toepasselijke wijze: door de boel in de hens te gooien.
Vreemd genoeg heeft Up Helly Aa nog minder te maken met
Vikings dan Dennis Black Magic met het Tweede Vaticaans Concilie. De feestdag
ontstond als een excuus voor verveelde soldaten om keet te schoppen nadat ze
thuiskwamen van de Napoleontische oorlogen. Dus onthoud: het volgende wilde
kostuumfeestje dat u organiseert, zou wel eens een eeuwenoude traditie kunnen
lanceren. Zorg dat het geslaagd is.
Bolas de fuego, El Salvador
Toen het El Salvadoriaanse dorpje Nejapa in 1922 moest
geëvacueerd worden omdat een nabijgelegen vulkaan besloot hen te bekogelen met
wat Jerry Lee Lewis gemeenzaam Great Balls of Fire zou noemen, trokken de
dorpelingen de enige logische conclusie: de verwoestende vulkaanuitbarsting was
het werk van hun patroonheilige, San Jeronimo… Die hen probeerde te beschermen
van de duivel.
Sindsdien herdenken de Nejapanen op 31 augustus de dag dat
het lava regende met het Bolas de Fuego-festival. Dan verdelen ze zich in twee
teams van mannen onder de dertig - vermoedelijk omdat die minder brandbaar zijn
- die zich uitdossen in drijfnatte kleren, handschoenen en maskers. Om
vervolgens doodleuk mekaar te bekogelen met van kerosine doordrenkte, brandende
vodden. Kwestie van de vulkaan een koekje van eigen deeg te geven.
De strijd duurt zo'n 90 minuten, en wordt bijgewoond door
honderden toeschouwers, maar eist verbazend weinig slachtoffers. Meer zelfs: in
een land als El Salvador, waar bendevorming en geweld hoogtij vieren, is
geraakt worden door een vlammende vuurbal misschien nog het minst gevaarlijke
dat u kan overkomen. Allen daarheen!










