De manier waarop het eerste elftal van Waasland-Beveren
doorgaans over het veld hobbelt, doet misschien wat anders vermoeden, maar
voetbal draait nog altijd vaak om vaardigheden, talent en techniek. Maar elke
topploeg heeft ook een smeerlapje nodig om de motor aan te jagen. En soms gaan
die smeerlapjes over de schreef. Zoals bij deze horrortackles.
1. Roy Keane
Eind jaren '90 ontpopte Roy Keane zich op het middenveld van
Manchester United tot de ideale stofzuiger die zich op elke tegenaanval stootte
als een uitgehongerde pitbull op een malse chateaubriand. Maar de ultieme lap
vlees voor Keane had een naam: Alf Inge Haaland.
Het begon in 1997, toen Keane in een duel met Leeds-speler
Haaland een kruisband scheurde, en de Noor de van pijn kronkelende Keane
beschuldigde van een schwalbe. Toen de kemphanen vier jaar later mekaar opnieuw
in de ogen moesten kijken, zag Keane zijn kans schoon: na een geslaagde dribbel
trapte hij uit het niets de rechterknie van Haaland aan gort.
Het leverde de Ier een rode kaart en een schorsing van acht
speeldagen op. Haaland speelde nooit meer op hoog niveau, en moest een punt
zetten achter zijn carrière. In zijn autobiografie gaf de Ier toe dat hij het
met opzet gedaan had. De schorsing kon hem niet schelen: hij had zijn zoete
wraak gehad.
2. Richard Wright
Sommige tackles zien er een stuk indrukwekkender uit dan ze
eigenlijk zijn, met dank aan kleinzerige aanvallers die bij de minste aanraking
al buitelingen maken waarvan ze zelfs bij Cirque De Soleil zouden duizelen. Dan
was de manier waarop Luc Nilis in 2000 roerloos bleef liggen na een tackle van
Ipswich-doelman Richard Wright een pak aangrijpender.
Na een prachtcarrière bij Anderlecht en PSV had Rode Duivel
Luc Nilis op 33-jarige leeftijd een laatste droomtransfer naar Aston Villa
versierd. Zijn start in de Premier League was al even wonderbaarlijk: in zijn
debuut tegen Chelsea scoorde hij een absolute wereldgoal. Maar al in de derde
wedstrijd sloeg het noodlot toe, toen Wright keihard tegen Nilis' scheenbeen
aan knalde. Het verdict: een dubbele beenbreuk. Er werd zelfs gevreesd voor een
amputatie, maar zo ver kwam het niet. Het betekende wel het einde van Nilis'
carrière. Bij Aston Villa treuren ze er nog steeds om.
3. Harald Schumacher
Het WK voetbal moet normaalgezien een schouwtoneel zijn voor
het beste voetbal op de aardbol - maar die memo dringt niet altijd door tot de
Duitsers. De halve finale van het WK van 1982 in Spanje werd een triest
hoogtepunt van die traditie. Toen de Fransman Michel Battiston op het doel van
Harald Schumacher afstormde om een cruciaal doelpunt te scoren, sloegen alle
stoppen door bij de Mannschaft-keeper.
Hij gooide zijn volle gewicht - knieën hoog geheven - tegen
de frêle Battiston aan. Diens voortanden zoeken ze nog altijd in Sevilla, en de
knal beschadigde meerdere ruggenwervels. De Fransman werd in coma afgevoerd,
maar naar een penalty konden de verbouwereerde Fransen fluiten. Meer zelfs: de
match ging gewoon door, en de Duitsers wonnen de wedstrijd. Het leverde
Schumacher zelfs een unieke prijs op: toen een Frans tijdschrift na het WK een
poll organiseerde, bleek hij met voorsprong de meest gehate Duitser - Adolf
Hitler moest nipt de duimen leggen.
4. Nigel De Jong
Voor de finale van het WK van 2010 in Zuid-Afrika waren
Spanje en Nederland dan wel opgedaagd in voetbaltenues, maar het leek toch
alsof ze eerder een boksmatch in gedachten hadden. Scheidsrechter Howard Webb
moest maar liefst 14 gele kaarten uitdelen, en daar had eigenlijk ook één
donkerrode moeten tussen zitten.
De Nederlandse vechtjas Nigel De Jong besloot in de 25e
minuut namelijk zijn sprongkracht te etaleren door met een regelrechte kung
fu-trap zijn noppen in de ribbenkast van Xabi Alonso te planten. Eigenlijk was
de aanvaring zo potsierlijk dat het nauwelijks nog een tackle te noemen viel,
maar 'Grasmaaier' De Jong bouwde er wel zijn verdere carrière bij Manchester
City en AC Milan op. Al kon hij de WK-finale op zijn buik schrijven: de
Hollanders verloren met 1-0. Gerechtigheid bestaat. (NDL)




