| (Foto: Conserve) |
"Champagne" en "kotsen". Geen twee woorden komen vaker voor in Het Oliemannetje, de autobiografie waarin de Nederbelg Wytze Russchen zijn hart lucht over een leven als toplobbyist. Van Brussel tot Straatsburg: Russchen dronk bubbels met de groten van Europa. "Plots stond ik poedelnaakt in het kantoor van Willy De Clercq!"
Na een mooie carrière in Brussel moest Wytze Russchen (43) dit jaar een punt achter zijn bestaan als toplobbyist zetten. Sinds 2008 kampt de Fries met Parkinson, waardoor hij zijn 260 pagina's tellende biografie met één vinger op een iPad moest tikken. De opbrengst gaat zelfs volledig naar de Parkinsonfederatie - Russchen had dan ook andere motieven dan winstbejag om dit boek te schrijven.
"Lobbyisten hebben altijd een slechte reputatie gehad," weet Russchen. "Daarom wou ik het beroep een menselijk, ietwat humoristisch gezicht geven. Want het is heus niet zo spannend en vunzig en vuil als men denkt. Het is gewoon een hele leuke job."
Daarnaast leest het boek als een ode aan de internationale microkosmos die Brussel met zijn Europese instellingen vormt. Russchen rolde er binnen als medewerker van toenmalig Europees Commissaris Willy De Clercq, en raakte er nooit meer weg. "Het was een wereld van verschil met Friesland, waar de koeien mooier zijn dan de meisjes. Dat heeft weinig internationale allure. Brussel en de Europese Unie waren een uitdaging. De verschillende instellingen, talloze procedures, de 28 lidstaten… En de concurrentie. In Den Haag lopen een paar honderd lobbyisten, maar hier in Brussel heb ik 20.000 collega's. Iedereen die zichzelf een beetje respecteert in Europa heeft wel een mannetje rondlopen in Brussel."
Voor wie vervulde u die rol?
RUSSCHEN: "Ik was een zelfstandig lobbyist, dus ik werkte vooral voor NGO's, kleinere bedrijven of sectororganisaties. Alleszins niet voor de grote jongens, want die hebben natuurlijk hun eigen kantoor in Brussel. Maar tegenwoordig kunnen de kleintjes Europa niet meer negeren - het is simpelweg te belangrijk geworden."
"Ik had ook niet echt een specialisatie: ik hield me bezig met wat mijn klanten nodig hadden. De laatste jaren groeide mijn klantenbestand vooral in de energie- en digitale sector. Die mensen zien Europa als een fort waar ze contacten willen krijgen en subsidies willen losweken. Ik speel dan vaak het loodsbootje, en de klant is dan het grote schip dat graag wil aanmeren, maar niet meteen weet bij welke pier hij moet zijn."
Een beetje zoals de titel van uw boek zegt: een oliemannetje. Iemand die olie giet op het raderwerk, zodat alles gesmeerd loopt.
RUSSCHEN: "Precies. Ik ben eigenlijk een atypische lobbyist: geen dossiervreter, maar eerder een makelaar in contacten. Ik zorg dat mijn klanten aan de juiste deur aankloppen, en dat die deur open gaat. Daarna is het aan de klant om zijn dossier te verkopen. Want uiteindelijk is lobbyen niets meer dan een nuttige uitwisseling van standpunten en informatie waardoor een politicus of een ambtenaar een besluit kan nemen. Wij forceren niets, wij plaatsen geen pistool tegen je hoofd. Wij zijn enkel de megafoon die de informatie levert, en wij hebben daar verder geen enkel dwangmiddel bij."
Toch zei europarlementslid Kathleen Van Brempt (SP.A) onlangs in P-Magazine dat met name de tabakslobby al eens grove middelen durft inzetten. Zo jutten ze de eigenaars van krantenwinkels op om parlementsleden onder druk te zetten.
RUSSCHEN: "Zo houd je het geen twintig jaar vol als lobbyist. Je moet een langetermijnrelatie opbouwen met je contacten, en dat is een spel van geven en nemen. Ik werkte lang voor een bedrijf dat zink produceerde in België en Nederland. Maar de energiereguleringen van de EU werden zo streng dat het bedrijf overwoog te verhuizen naar China. En dan is het klimaat nog verder van huis, want daar zijn de milieunormen minder streng. Om nog maar te zwijgen van het jobverlies in België en Nederland. Dan leggen wij de beleidsmakers gewoon uit dat we hun doelstelling begrijpen en steunen, maar dat er 500 banen op de tocht staan in Limburg of Brabant. En dan vragen we of ze daar rekening mee willen houden."
Dat is net die chantage, zegt Van Brempt: zo openlijk dreigen met banenverlies.
RUSSCHEN: "Da's toch geen chantage? Uiteindelijk maken parlementsleden zelf hun keuze. Maar als ze toch doorgaan met de wetgeving, moeten ze wel durven uitleggen aan die 500 werknemers in Limburg waarom ze plots voor een uitkering moeten aanschuiven schuiven."
Tomorrowland
In hoeverre helpen cadeautjes nog om contacten te masseren?
RUSSCHEN: (categoriek) "Niet. Dat mag niet. Dat werkt averechts."
Nochtans: onlangs getuigde een toplobbyist uit de jaren '80 nog in VTM-programma Telefacts hoe hij parlementsleden verleidde met privéreisjes en dure horloges.
RUSSCHEN: "Ja, in die tijd kon dat allemaal. Maar ik heb de versobering van de Europese Unie meegemaakt sinds ik er in '94 aan kwam. De regels zijn enorm veranderd: er is een transparantieregister gekomen waarin parlementsleden hun contacten met lobbyisten moeten aangeven, we moeten allemaal een badge dragen, ik moet mijn inkomsten op een publiek register zetten… Nee, vroeger kon je zo misschien een standpunt verkopen, maar nu zou dat averechts werken."
Toch moest de Maltese Europees Commissaris voor gezondheidszaken John Dalli twee jaar geleden nog opstappen omdat hij in opspraak kwam in een corruptieonderzoek. Het gezwel blijkt dus niet helemaal weg.
RUSSCHEN: "Ik heb ook niet gezegd dat het allemaal 100% zuiver is, maar het is meer uitzondering dan regel geworden. Dat is het groeiproces van Europa. Als je nu bedriegt en het wordt ontdekt, dan weet je dat er een harde sanctie op staat: dan ben je je job kwijt. Nogmaals: wij houden niemand een pistool tegen het hoofd. Lobbyen is vooral een contactsport."
En een vijfsterrenrestaurant, kan dat er nog af?
RUSSCHEN: "Samen wat gaan eten, dat is toch geen strafbaar feit? Dat is gewoon een manier om met elkaar in contact te komen. Als ik straks uw koffie betaal, voelt u zich dan verplicht om mij ten dienste te zijn voor 2,5 euro? Dat is iets anders dan dat ik namens mijn klant een parlementslid een zomervilla in Toscane zou aanbieden. Dan is het meteen gedaan met mijn avances. Wees dus gerust: de politici met zo'n villa hebben ze alleszins niet van mij gekregen." (lacht)
Voor een koffie krijgt u niet veel gedaan, maar voor felbegeerde festivaltickets kan er misschien gebabbeld worden. Deze zomer kregen Kristof Calvo (Groen) en Zuhal Demir (N-VA) nog veel kritiek omdat ze op kosten van tabaksfabrikant Japan Tobacco International (JTI) naar Tomorrowland gingen.
RUSSCHEN: "Tja. Maakt dat je dan zoveel ontvankelijker voor hun boodschap?"
JTI zal het toch niet voor de schone ogen van Calvo gedaan hebben?
RUSSCHEN: "Ik weet het niet. Misschien moest het de contacten wel masseren. Maar is dat zo uniek? Waar denkt u dat de skyboxen van voetbalclubs op draaien? Dat is niet alleen zo met politici, maar ook met andere zakenlui, of klanten… En ik denk niet dat ik mijn standpunt zou veranderen omdat ik uitgenodigd word voor een voetbalwedstrijd."
"Echt: ik heb nooit extreme bedreigingen of corruptie meegemaakt om mensen tot een besluit te dwingen. In het normale spel geef je een A4'tje af met eisen, en vraag je vriendelijk om daar eens naar te kijken. Dat is de normale lobby."
Soms wordt er wel erg vriendelijk naar gekeken: een medewerker van MR-Europarlementslid Louis Michel diende bij de Europese privacyrichtlijn ruim 150 amendementen in die rechtstreeks van een lobby kwamen. Zonder dat Michel het wist.
RUSSCHEN: "Dat vind ik nog steeds een raar verhaal. Die medewerker is ontslagen en heeft alle blaam gekregen. Terwijl Michel gewoon lekker blijft zitten. Dat zorgt weer voor een beeld dat lobbyisten bepalen wat er gestemd wordt. Maar ik denk niet dat dat de dagelijkse praktijk is."
Toch kan ik me moeilijk voorstellen dat uw job enkel bestaat uit contacten verzorgen en A4'tjes overhandigen.
RUSSCHEN: "Natuurlijk niet. Het moet ook een beetje bovenaan de stapel komen. Maar dat leer je mettertijd. De eerste jaren bouw je een netwerk op, en daarbij gaat het vooral om betrouwbaarheid. Als je één keer iets aanlevert dat niet klopt, mag je opkrassen. Daarnaast moet je het leuk vinden om met mensen te praten. Je moet rondlopen, zowel in het formele als informele circuit."
Dus de recepties achteraf zijn minstens even belangrijk als voorafgaande vergaderingen?
RUSSCHEN: "Daar hoor je vaak de dingen die je in een vergadering niet hoort. Laat ons het zo zeggen: ik ben blij dat ik rook. Want in een meeting ben je allemaal gelijk voor de wet, en krijgt iedereen dezelfde informatie. Maar als je tijdens de pauze buiten staat, pik je die kleine extraatjes en weetjes mee die een informatievoorsprong opleveren. En dat is een belangrijke troef: voor een lobbyist begint alles met informatie."
Feestneus Elio
Van contacten - en kelen - smeren gesproken: welke EU-grootheden konden het meeste drank verzetten op zulke recepties?
RUSSCHEN: (denkt lang na) "Eigenlijk niemand. Ik weet het, dat is een saai antwoord, maar de meeste toppers houden het erg rustig."
In uw boek vertelt u hoe u een ganse avond met de voormalige Nederlandse minister-president Jan-Peter Balkenende op café zat. Hij gaf de ene tournee na de andere, maar ging wel nuchter naar huis. Terwijl de aanwezige journalisten en partijmilitanten in de touwen hingen.
RUSSCHEN: "Kijk, toppolitici zijn mensen die topsportprestaties kunnen leveren. Die hebben vaak aan vier uur slaap genoeg. Balkenende komt misschien minder charismatisch over - Karel De Gucht vergeleek hem ooit met Harry Potter - maar hij is wel ontzettend toegewijd. Echt, op dat niveau vind je geen slemppartijen, want de volgende dag moet je alweer presteren. Die toppers hebben een speciaal DNA dat hen toelaat weinig te slapen, hard te werken, en veel recepties af te schuimen. Dat heb ik niet, hoor."
Afgaande op uw boek heeft u het alleszins geprobeerd. De cafés rond het Luxemburgplein, waar de Europese instellingen staan, lijken geen geheimen te hebben voor u.
RUSSCHEN: "Misschien heb ik me in het begin een beetje laten meeslepen. Het heeft natuurlijk een mooie buitenkant van hoge salarissen, champagne drinken op recepties, en veel reizen - en dat heeft een aantrekkingskracht op jonge mensen."
Eind jaren '90 kwam u zelfs Elio Di Rupo regelmatig tegen in dat Brusselse nachtleven.
RUSSCHEN: "Gaat u alle stoute dingen uit mijn boek vissen, ja? (lacht) Toen ik pas in Brussel kwam, was er voor homo's nog niet zo veel uitgaansgelegenheid. Dan had ik maar één of twee bars waar ik terecht kon. En daar kwam hij ook wel eens, ja."
Was onze premier een feestneus?
RUSSCHEN: (haalt de schouders op) "Niet meer dan anderen. Hij kwam gewoon iets drinken, en plaatste wel een dansje. Wat opviel was dat hij elke week een nieuwe chauffeur bij zich had, want zo stelde hij de jongeheren voor die hem vergezelden. Maar als u per se wil weten of hij een feestneus is: ga zelf kijken? Op zondagen zit hij vaak in een Brusselse homodiscotheek." (lacht)
Is het gemakkelijk uzelf te verliezen in die Europese decadentie?
RUSSCHEN: "Ik heb mensen gezien die daar niet zo goed mee omgingen. Zeker als je jong bent heeft dat een erg sexy uitstraling. Maar dat rock & roll-gehalte moet je met een korrel zout nemen: aan de andere kant heb je ook eenzaamheid en heimwee. Het is ook heel hard werken. Mensen die om 16u naar huis gaan, begrijpen vaak niet wat wij doen. Wij werkten 's avonds, 's nachts en in de weekends gewoon door. En dat heeft natuurlijk ook zijn prijs."
In veel sectoren waar de werkdruk zo hoog ligt, wordt er gauw naar drugs gegrepen.
RUSSCHEN: "Onlangs was er een onderzoek van de BBC die op de toiletten van de Europese Parlementsgebouwen zoveel cocaïne vonden dat 70% van de parlementsleden wel moest gebruiken. (blaast) Ik weet het niet. Ik heb het alleszins nooit gezien. En ik heb zelf ook geen drugs nodig, ik ben vanzelf al redelijk stoned. En het werk op zich is al verslavend genoeg." (lacht)
"Maar ik moet wel toegeven dat ik mensen gezien heb die te veel dronken. In Straatsburg had je een bar bij het parlement, en daar trof je vaak hetzelfde Ierse parlementslid aan dat om 10u 's ochtends al aan de whisky zat. Dat is natuurlijk geen symbool voor de hele beroepsgroep - Ieren kunnen vaak wat beter tegen alcohol dan wij." (lacht)
Zoals u het omschrijft heeft Straatsburg, waar het Europees Parlement elke maand vergaderen blaast, veel weg van een vakantiebestemming.
RUSSCHEN: "Club Med voor eurocraten, zo zou je het kunnen omschrijven."
Gaan de remmen daar meer los dan in Brussel?
RUSSCHEN: "Volgens mij heeft het vooral te maken met het feit dat je van huis bent. Dan ben je vanzelf een beetje onrustiger. Als je 's avonds naar je gezin kunt gaan om tv te kijken met je vrouw, heb je waarschijnlijk een heel ander leven. Maar als die op 800 kilometer afstand wonen, durft de verveling al eens toeslaan. En dan moet de riem er al eens af, ja. Dat is toch niet zo gek? Ik denk trouwens dat 90% van de mensen er wel mee kan om gaan."
Ook u heeft er flink van geprofiteerd. U hield geregeld feestjes in het Straatsburgse kantoor van Willy De Clercq.
RUSSCHEN: (mijmert) "Tja, dat was toen. Als medewerker werd voor mij toen geen hotel geboekt, dus moest ik overnachten in het kantoor van Willy De Clercq in het Europees parlement in Straatsburg. 's Avonds nodigde ik dan andere Nederlanders uit om samen naar het voetbal kijken op de tv in dat kantoor, en daar hoorden pintjes bij. Dat was deel van de romantiek van vroeger, hé. Nu zou dat waarschijnlijk niet meer kunnen."
Het liep ook niet altijd even goed af, getuigt u in uw boek.
RUSSCHEN: "Tja, ik zette altijd twee of drie wekkers na zo'n nachtje stappen in Straatsburg. Het zou mij niet gebeuren dat ik nog in mijn boxershort lag te snurken toen de grote baas 's ochtends terugkwam. Dat ging lange tijd erg goed - zelfs als ik door mijn wekker heen sliep, wekten de kuisvrouwen mij nog op tijd. Maar één keer staakten de poetsdiensten, en had ik me overslapen. Ik stond nog onder de douche mijn kater weg te spoelen, toen Willy De Clercq binnenkwam. Daar stond ik dan, poedelnaakt, zeven meter gescheiden van mijn kleren. Maar De Clercq vond het geen probleem. Mijn bewondering voor hem werd er alleen maar groter door."
Woestijn
De Clercq was een groot voorvechter van de Europese idealen. Dat project lijkt nu verloren te gaan: anti-Europese partijen als de PVV van Geert Wilders steken in steeds meer landen de kop op.
RUSSCHEN: "Verschrikkelijk. In Nederland kan je tegenwoordig beter zeggen dat je net uit de gevangenis komt dan dat je voor Brussel werkt. En ik was dan nog eens lobbyist ook - dan ben je twee keer een crimineel. (lacht) Het debat is erg extreem geworden. Enerzijds heb je eurofielen als Guy Verhofstadt, en anderzijds heb je anti's als Wilders die 'eurofiel' een scheldwoord vinden. Bovendien staren politiek en media zich blind op Den Haag. Daar zitten 300 journalisten, maar Brussel moet het met 25 correspondenten stellen. Terwijl 70% van alle besluiten hier genomen wordt!"
Wat wil je, als het om de decibelniveaus van grasmaaiers gaat.
RUSSCHEN: "Maar de EU doet ook zo veel concrete dingen! We zijn te snel gewend geraakt aan de luxe van de EU. Vorige zomer was ik op vakantie in de Balkan, en daar moet je bij elke grensovergang nog twee uur stilstaan en douanepapieren invullen. Maar in de EU nemen we dat voor genoegen. Begin april heeft het parlement nog het roamingtarief afgeschaft, zodat je straks op vakantie kan bellen met je gsm zonder extra kosten te betalen. Het kan toch niet concreter?"
"Het grote probleem is dat Europa niet kan communiceren. De voordelen zijn vaak te abstract om uit te leggen. Een eengemaakt handelsbeleid, een interne markt… Dat kan je niet op je brood smeren."
De EU heeft het anti-Europese klimaat dus deels aan zichzelf te danken?
RUSSCHEN: "Voor een groot deel wel, ja. Vaak was men te arrogant om iets uit te leggen, want de zaak was toch al lang beklonken. Als Duitsland en Frankrijk het eens waren, werd de euro plots ingevoerd, of gingen we uitbreiden, zonder dat ons iets gevraagd werd."
Guy Verhofstadt krijgt het nochtans wel allemaal vlot uitgelegd. Maar ook hij wordt niet overal op handen gedragen.
RUSSCHEN: "Verhofstadt is een rasechte idealist, en dat vind ik erg mooi. Dat getuigt van visie, een duidelijk doel. Maar anderzijds moet idealisme ook gedragen worden. En dat draagvlak is misschien groter in België dan in andere landen. Nogal logisch, want als de Europese Unie weggaat in jullie hoofdstad, blijft er niet zo verschrikkelijk veel meer over van Brussel. Dan wordt het meer een rustig dorp in plaats van de multiculturele stad die het nu is."
Overschat Verhofstadt het draagvlak in de rest van de EU?
RUSSCHEN: "Hij zal het wel merken in zijn eigen kandidatuur als Commissievoorzitter, zeker? Je mag nog zo'n sterke zender zijn, maar als de ontvanger niet wil luisteren, sta je te roepen in de woestijn."
Misschien moet Verhofstadt zelf maar eens een goeie lobbyist inhuren.
RUSSCHEN: "Hij heeft mijn nummer - hij mag altijd bellen." (lacht)
Wytze Russchen, Het Oliemannetje, uitgeverij Conserve, 263 blz.