Labels

(Foto: De Standaard)

Het dossier van de Wingense kasteelmoord heeft alle elementen van een moderne misdaadserie. Maar waar de moorden in Witse of CSI: New York in 50 minuten opgelost worden, sleept dit onderzoek al twee jaar aan. En dringt zich een harde vaststelling op: twee jaar na de feiten zitten er minder mensen in de cel dan één jaar geleden.


"Hier zijn je vele reizen en avonturen tot een einde gekomen
In je zoektocht naar echtheid en diepere waarden in de wereld,
Met onvoorwaardelijke liefde als wapenschild
En de absolute vrijheid als horizon.
Moge liefde en vergeving het halen op menselijke beperkingen."

Met die rouwboodschap in de kranten gaven de nabestaanden van Stijn Saelens op 25 februari 2012 de wereld kennis van zijn overlijden. Niet dat het op dat moment nog nodig was: het nieuws van de moord op de 34-jarige bewoner van kasteel Carpentier in Wingene domineerde al wekenlang de vaderlandse media.

Eén dag na het overlijden van Saelens, werd de zaak in de kranten al meteen tot "kasteelmoord" gedoopt. Vaak werd daar het woordje "mysterieuze" voor geplakt. Want wanneer Saelens' vrouw Elisabeth Gyselbrecht (34) op 31 januari 2012 kort na de middag op het kasteel arriveert, vindt ze in de inkomhal wel een kogelhuls en sporen van een bloedbad, maar geen echtgenoot, en geen lijk. Wanneer de hulpdiensten ter plaatse komen om het 90 hectare grote domein van kasteel Carpentier uit te kammen, baten speurhonden noch helikopter met warmtecamera. Van Staelens geen spoor.

De mogelijke verklaringen voor de verdwijning van de kasteelheer lijken legio. Was het een overval? Een afrekening? Een mislukte ontvoering? Had de butler het gedaan? En waarom lieten de moordenaars zo'n knoeiboeltje achter? Naast de kogelhuls werden immers ook sleepsporen van de hal naar de parking aangetroffen.

Bij onrustwekkende verdwijningen kijken speurders vaak naar familieleden als de eerste verdachten. Met resultaat, want de ervaren procureur Jean-Marie Berkvens, die het onderzoek leidde, moest toen vaststellen dat "het niet allemaal koek en ei was tussen het slachtoffer en zijn schoonvader, dokter André Gyselbrecht."

Dokter André (62) bleek al van bij het huwelijk van Saelens en zijn Elisabeth niet bepaald opgezet met de vreemde vogel. Die liet zich in met goeroes, liep naakt rond in zijn kasteel, en trok al eens op reis naar India om daar zijn "ware ik" te gaan zoeken. Terwijl de dokter zich zelf door noeste arbeid vanuit een bescheiden familie had opgewerkt tot een gerespecteerde huisarts in Ruislede, had Saelens van thuis uit een bom geld meegekregen, zonder er veel te moeten voor doen. Geld dat de kasteelheer vooral investeerde verlieslatende projecten. Niet bepaald Gyselbrechts droomschoonzoon, dus.

Toen de speurders bij dokter André en zijn zoon Peter (32) aanklopten, gaven ze dan ook zonder omwegen toe dat het er onlangs bovenarms op had gezeten met Saelens. De kasteelheer had het volgens de familie-Gyselbrecht "knotsgekke" plan opgevat om met zijn hele gezin naar een ecologische sekte in Australië te verhuizen, waar eenheid met de natuur en de familie centraal stonden. Toch beweren ze dat de ruzie kort voor Saelens' verdwijning was bijgelegd, en bij gebrek aan ernstige aanwijzingen werden vader en zoon na 48 uur vrijgelaten.

 Incest 

Drie dagen na de moord worden ze echter opnieuw opgepakt. Via telefoononderzoek - dat een geducht wapen wordt in het hele onderzoek - had de recherche namelijk ontdekt dat André en Peter kort voor de moord hadden gebeld met Pierre Serry (63). Een naam die een belletje doet rinkelen in Wingene en omstreken, want hij staat bekend als een notoir hormonen-, doping- en drugdealer. En bovendien: het zou niet de eerste keer geweest zijn dat Serry louche dingen met kasteel Carpentier van plan was.

Dokter André ontkent eerst nog zijn vriendschap met Serry - "hij is een patiënt, meer niet" - maar die leugen werd al snel doorprikt. André en Serry kenden mekaar al jaren, van toen de arts voorzitter was van provinciale voetbalclub Groene Leeuwen Ruiselede en Serry voor het nodige sponsorgeld zorgde. Maar ze werden pas echt vrienden toen de vader van Serry in juli 2011 zwaar ziek raakte. Gyselbrecht stond vader Serry bij aan zijn sterfbed, en dat is iets wat een man als Serry nooit vergeet.

Op een kans om wat terug te doen, hoeft Serry niet eens lang te wachten. Het gezin-Saelens maakt in 2011 namelijk een moeilijke zomer door. Een kinderoppas zou de heer des huizes betrapt hebben op seksuele handelingen met één van zijn vier kinderen - die op dat moment 2, 3, 6 en 7 jaar oud zijn. Dokter André, die de nanny betaald had om zijn schoonzoon in de gaten te houden, kan Elisabeth in augustus overtuigen om Saelens en de kinderen therapie te laten volgen.

Saelens beschuldigde zijn vader echter van ziekelijke bemoeizucht, en wuifde elke beschuldiging achteloos weg. Intussen schreven de therapeuten Gyselbrecht dat "de kinderen in gevaar waren" bij Saelens, omdat die "geen ziektebesef" had. De arts slaagt erin zijn dochter te overtuigen naar advocaat Jef Vermassen te stappen, die prompt een klacht wegens incest indient.

Binnen het gerecht tekent men voorbehoud aan. Ja, Saelens liep samen met de kinderen naakt rond in zijn kasteel. En hij zou zijn kinderen inderdaad betast hebben, maar toch oordeelt men dat Saelens' gedrag zich "op de grens van het aanvaardbare" bevindt. Saelens wordt nooit aangehouden of vervolgd - hij wordt zelfs niet ondervraagd.

Maar de zaak hangt als een schaduw boven het gezin, en in oktober 2011 verlaat Elisabeth het kasteel met de kinderen. Saelens weet meteen wie haar daartoe aanzette. In een woedende reactie stormt hij de dokterspraktijk van zijn schoonvader binnen, gewapend met een mes en een karrenvracht aan bedreigingen. "Ik zorg dat ge bij uw vader in het graf komt te liggen," bijt hij hem toe.

 Tsjetsjeens commando 

André is danig onder de indruk, en lucht zijn hart bij goede vriend Pierre Serry. Over de bedreigingen van Saelens, die rare snuiter van een schoonzoon. En over zijn frustratie om de lakse houding van het gerecht. En dat iemand Saelens eens zou moeten duidelijk maken dat het zo niet meer verder kon.

Waarop Serry Gyselbrecht duidelijk maakt dat hij er misschien wel raad mee weet. De hormonenboer heeft namelijk goeie contacten in het portiersmilieu, en liet wel vaker mensen met harde hand in de pas lopen. Zo kwam hij in 2008 nog in botsing met justitie toen hij enkele potige vrienden een achterstallige betaling liet incasseren. Al snel komt hij via een kennis op de veemarkt van Ciney terecht in een louche vechtsportclub in La Louvière, waar enkele goedgetrainde Tsjetsjenen graag bereid zijn om wat bij te verdienen.

Maar het plan draait volledig in de soep wanneer het commando bij een routinecontrole in Aalter wordt tegengehouden door twee lokale agenten. Als ze in de GPS van het duo het adres van een kasteeltje in Wingene aantreffen, gaat een belletje rinkelen. Het wordt helemaal verdacht als de agenten in de auto het telefoonnummer van notoir onderwereldfiguur Serry aantreffen. Toch blijft het bij een informatierapport, omdat er op dat moment geen bewijzen waren van kwaad opzet. En zo ontsnapt Saelens op het nippertje aan een fikse rammeling.

Het is net dat informatierapport dat de bal drie maanden, na de mysterieuze dood van Stijn Saelens, aan het rollen brengt. Zowel Serry als de Tsjetsjenen worden in Wallonië bij de kraag gegrepen. De puzzelstukken leken in elkaar te vallen, maar het onderzoek draait uit op een sisser wanneer uit telefoongegevens blijkt dat de Tsjetsjenen op het moment van de moord niet in Wingene waren. Serry hield intussen de lippen stijf op elkaar. En er was nog steeds geen lijk.

 Laks gerecht 

Die zoektocht was ook allesbehalve evident. Begin februari maakt het beenharde vriesweer speurwerk in sloten, vijvers en bosjes nagenoeg onmogelijk. Maar net als het begint te dooien, loopt een gouden tip binnen bij de cel Vermiste Personen. Een paniekerige neef van Pierre Serry meldt dat hij twee weken eerder "nietsvermoedend" een put had gegraven in een Aalters bos, vlakbij een jachtchalet van de hormonenboer.

Het werk van graafkranen in het Blekkerbos levert resultaat op: op 17 februari stapt substituut-procureur Fien Maddens van het Brugse parket naar de pers. "De politie heeft een lichaam gevonden," verklaart ze, "en dat is inmiddels geïdentificeerd als dat van de vermiste kasteelheer. En ja, Stijn Saelens is opzettelijk om het leven gebracht."

Uit de autopsie blijkt namelijk dat Saelens één kogen in de rechterlong gekregen heeft, waardoor hij volgens de wetsdokter na een lange doodsstrijd stikte in zijn eigen bloed. Maar de arts ontdekt ook dat Saelens' gezicht bont en blauw is geslagen. Het leidt tot een van de meest cruciale vragen in deze hele zaak: met welke opdracht stapten Saelens' moordenaars het kasteel binnen? Moest Saelens gewoon een pak rammel krijgen? Of was het plan van in het begin om hem te vermoorden?

André Gyselbrecht beweert alvast het eerste. Hij geeft aan de speurders toe dat hij toenadering zocht tot Pierre Serry, nadat hij te weten kwam dat Saelens Elisabeth had kunnen overtuigen om samen naar Australië te reizen om daar een nieuw leven in een ecologische sekte op te bouwen. De kinderen moesten achteraf maar overkomen. Het bleek de druppel voor Serry en Gyselbrecht: samen besloten ze om, na het fiasco met de Tsjetsjenen, Saelens deze keer écht een lesje te leren.

"Wat wil je," zegt zijn advocaat Johan Platteau nu. "Als je merkt dat het gerecht niets doet tegen de incestueuze praktijken van je schoonzoon, en je de tickets naar Australië zelfs al geboekt zijn. Als je dan op iemand als Serry botst, die zegt dat hij mensen kent die zelfs aan de meest koppigen duidelijk kunnen maken waar de grenzen liggen, dan laat je dat gebeuren. Maar Gyselbrecht wou Saelens enkel op andere gedachten brengen. Hij moest zeker niet sterven."

Vooral dat het gerecht zo laks was, zit Gyselbrecht dwars, getuigt Platteau. "Saelens kan zich helaas niet meer verdedigen, maar op basis van die therapieverslagen acht ik dat misbruik toch bewezen. En ik zeg u zelfs meer: had justitie in Brugge zijn werk gedaan in dat incestdossier, dan was die aanslag op Saelens nooit gebeurd." Die argumentatie - de beschuldigende vinger naar het lakse gerecht - wordt wellicht een cruciaal deel van Platteaus strategie als er ooit een assisenproces komt. Alleszins, de recherche heeft zijn kwalificatie voor Gyselbrecht vanaf dan klaar. Hij wordt gezien als de opdrachtgever voor de aanslag.

Het verhaal van Gyselbrecht wordt enkele dagen later bevestigd uit onverwachte hoek. In de cel van Pierre Serry, de anders zo zorgvuldige crimineel die sinds zijn arrestatie nog geen woord had gelost tegen zijn ondervragers, werd een brief gevonden die aan Serry's familie gericht was. Toevallig achtergebleven bij zijn verhuis van de gevangenis van Brugge naar die van Ieper. De inhoud liet weinig aan de verbeelding over: Serry was "al maanden" bezig met "de zaak", stond "onder zware druk" van André en had "de mannen" opgezocht. Maar: Saelens "moest niet dood."

Toch blijken de speurders er nog steeds van overtuigd dat moord al van bij het begin het doel was, weet VTM-journalist Faroek Özgünes, die werkt aan een boek over de zaak. "Het is duidelijk dat Gyselbrecht vond dat er 'iets' moest gebeuren om te beletten dat Saelens en Elisabeth naar Australië trokken. Maar of hij Saelens per se dood wilde, weten enkel de dokter en Pierre Serry. Misschien gaf hij inderdaad enkel de opdracht voor een afranseling, en liep dat uit de hand."

Toch vermoedt Özgünes dat er meer in het spel is dan een ongelukkig schot bij een schermutseling. "Je kan niet om het feit heen dat Pierre Serry twee weken voor de feiten aan zijn neef vroeg een put te graven naast zijn chalet. Hij kan dan nog beweren dat het was om afval in te verbranden, maar als dan blijkt dat er nadien een lijk in die put ligt, voorspelt dat weinig goeds."

Ook Het Laatste Nieuws-journalist José Masschelin werkt aan een boek over de zaak, en denkt er het zijne van. "Ik kan het natuurlijk niet bewijzen, maar ik denk wel André Gyselbrecht gevraagd heeft om Saelens te laten verdwijnen. Dat is ook de piste die het gerecht vandaag nog steeds volgt. Een van de sterkste aanwijzingen is dat het graf twee weken op voorhand was gegraven. Dat die je niet als je niet de bedoeling hebt om iemand te doden."

Toch maakt Masschelin een kanttekening. "Het lijkt me niet de bedoeling om Saelens dood te schieten in het kasteel. Er is een schermutseling geweest, en daarbij is iets fout gelopen. Als ze hem hadden doodgeschoten bij zijn graf, zoals vermoedelijk het doel was, hadden we misschien nooit over deze hele zaak gesproken."

 Beroepscrimineel 

Met de vondst van Stijn Saelens' lichaam begint een nieuwe fase in het onderzoek. Zijn weduwe Elisabeth stelt zich op 24 februari 2012 burgerlijke partij met een klacht tegen onbekenden, en onderzoeksrechter Paul Gevaert ontfermt zich over het onderzoek. Oké, er is nog geen moordwapen, en de speurders krabben zich nog in de haren over het voertuig waarmee het lichaam van Saelens van kasteel Carpentier naar het bos is verhuisd. Maar ze hebben tenminste al een lijk en een aantal verdachten, en daarmee kunnen ze aan de slag.

Het betekent meteen het einde van alle wilde theorieën over de dood van Saelens. "In de dagen na zijn verdwijning werd geopperd dat Saelens zijn eigen verdwijning in scene had gezet, om te kunnen vluchten voor zijn financiële problemen," weet Faroek Özgünes. Uit Saelens meest recente jaarrekeningen bleek namelijk zijn firma's alles samen ongeveer 2,5 miljoen euro verlies maakten.

Op de P-redactie loopt zelfs een tip binnen van een informant die beweert dat André Gyselbrecht helemaal niets te maken heeft met de moord, en dat het louter gaat om een afrekening binnen het drugsmilieu. Maar daar hechten zowel Özgünes als José Masschelin weinig belang aan: "ik kan mij niet voorstellen dat Stijn Saelens bezig was met drugs. Nee, zodra de link met Serry en dokter André werd gevonden, heeft men niet veel tijd meer gestoken in andere sporen"

De speurders zetten dan ook alle zeilen bij om de uitvoerders van de moord te vinden. Want pas als die gevonden zouden worden, zou de ware toedracht aan het licht komen. Zij zijn immers de enigen die weten wie hen wat gevraagd had.

Van Serry zullen ze alvast niets wijzer worden: hij houdt tot op vandaag nog steeds de lippen op elkaar. Dat hoeft ook geen verbazing te wekken. Serry wordt gezien als een beroepscrimineel. Zo wordt hij tijdens zijn voorarrest in de Kasteelmoordzaak zelfs veroordeeld tot zes jaar cel voor zijn aandeel in de smokkel van 380 kilo cocaïne, zowat de grootste drugsvangst ooit in België, met een geschatte straatwaarde van 35 tot 57 miljoen euro. Er is tussen Brugge en Gent amper een politieman te vinden die hem nog niet heeft opgepakt of ondervraagd. Maar geen enkele flik kon hem ooit bewegen tot het verlinken van zijn medewerkers.

"Die mens is intussen al zo bedreven in de omgang met justitie dat hij niet snel meer onder de indruk is," weet Faroek Özgünes. "Hij weet goed genoeg dat alles wat hij zegt tegen hem kan worden gebruikt. Het is ook niet dat bekennen hem veel strafvermindering zou opleveren." Maar over zijn rol als organisator bestaat weinig twijfel, meent de journalist. "Serry staat in contact met de halve onderwereld, en heeft daar vermoedelijk mensen gezocht die voor hem de klus konden klaren."

 Eindelijk DNA 

De recherche zoekt koortsachtig verder in de telefoongeschiedenis van Serry, en komt er achter dat de hormonenboer in de weken voor de moord nogal driftig telefoneerde met Tinus Van Wesenbeeck (49), een telg uit een beruchte misdaadfamilie in Eindhoven. Hij wordt gezien als de laatste tussenpersoon, die de uitvoerders ingehuurd heeft.

In juni vliegt Van Wesenbeeck achter de tralies, maar ook hij praat niet met de politie. Hij geeft toe dat hij regelmatig telefoneerde met Serry, en dat hij hem drie dagen voor de moord op de kasteelheer nog had ontmoet op een verlaten snelwegparking langs de E313, maar hij maakt zich sterk dat ze het enkel over smokkelhandeltjes in epo en sigaretten hadden. "Het tijdstip is verdacht en ongemakkelijk voor de betrokkenen," klonk het toen bij hun advocaten, "maar dat is het dan ook. Die ontmoeting had niets met de kasteelmoord te maken."

Het is niet de eerste en ook niet de laatste keer dat het Brugse parket bot vangt bij gebrek aan rechtstreekse bewijzen. Ook de Limburgse autohandelaar Johnny Van Lingen (38) wordt bij de lurven gevat omdat hij regelmatig met Serry en Van Wesenbeeck aan de lijn hing. Het gerecht vermoedt dat hij het moordwapen leverde en dat hij de auto liet verdwijnen waarmee Saelens vervoerd werd.

Van Wesenbeeck zit uiteindelijk een jaar in de cel, Van Lingen zeven maanden. "Op basis van niets meer dan een buikgevoel van de speurders," liet Van Lingens advocaat Sven Mary toen optekenen. Geen van beiden helpen de zaak verder, maar ze blijven wel allebei in verdenking staan.

Intussen zoekt het gerecht nog steeds vergeefs naar de auto waarmee Saelens vervoerd werd. Een Mercedes-terreinwagen, een donkere Range Rover, een Nederlandse Volvo en zelfs een Citroën uit Balen worden onderzocht, telkens zonder resultaat. Ook het moordwapen - een 9 millimeter-pistool - blijft onvindbaar. Het gerecht verzoent zich met de gedachte dat de auto al lang ontmanteld is en versast naar het vroegere Oostblok. Zo wordt in juni 2013, zestien maanden na de feiten, nog een grootscheepse zoekactie opgezet in een vijver nabij het Blekkerbos. Meer dan wat oud ijzer levert het niet op.

Maar intussen lekt wel informatie uit over ander bewijsmateriaal: in de kasteelhal was naast een kogelhuls ook een postpakket gevonden. Bovendien hadden de speurders in de jachtchalet van Serry een postbode-uniform aangetroffen, samen met dezelfde tape waarmee het pakje ingepakt was. Zo kwam aan het licht dat Saelens' moordenaars zich op 31 januari in de chalet vermomd hadden als koeriers, en vervolgens naar het kasteel waren afgezakt, waarna een schermutseling en een pistoolschot volgde. Bovendien was er eindelijk goed nieuws voor de speurders: op het pakje in de kasteelhal en op de tape in de chalet werd DNA gevonden. Eindelijk was er een concreet spoor naar de daders.

Dat naast de kogelhuls en het bloedspoor ook het pakje achterbleef in de kasteelhal, sterkte de speurders in hun vermoeden dat de moordenaars niet gepland hadden om Saelens in het kasteel neer te schieten. Toen dat na een schermutseling toch gebeurde, maakten ze zich dan ook zo snel mogelijk uit de voeten. "Het is alleszins geen klassieke huurmoord," oordeelt José Masschelin. "Daarbij wordt iemand gewoon neergeknald, en vertrekken de huurdoders zonder hun slachtoffer aan te raken. Dat hier men hier het slachtoffer heeft meegenomen, is zeer atypisch."

 Dode moordenaar 

Één jaar na de dood van Stijn Saelens lijken de vooruitzichten somber. "Er zal een mirakel nodig zijn om de zaak op te helderen," kopt Het Laatste Nieuws op 26 januari 2013. "Het is nog steeds niet duidelijk wie de trekker overhaalde, waarom Saelens zo haastig moest verdwijnen, en wie welke opdracht gaf aan de onbekende uitvoerders."

Maar enkele dagen later was dat mirakel er plots. Bij de Nederlandse politie liep een tip binnen over een zekere Ronny Van Bommel, een doorwinterde crimineel uit Eindhoven die eind jaren '90 nog vijf jaar in de cel doorbracht omwille van zijn betrokkenheid bij een huurmoord op een drugdealer. Een zware jongen, waarvan bovendien werd vermoed dat hij deel uitmaakte van de bende van Janus Van Wesenbeeck - de broer van Tinus. Alweer leken de puzzelstukjes in elkaar te vallen.

Alleen is er één probleem: Van Bommel overleed op 49-jarige leeftijd in mei 2012, vier maanden na de dood van Saelens, aan de gevolgen van pancreaskanker. Die was vastgesteld in oktober 2011, en was intussen uitgezaaid naar zijn hele lichaam, waardoor Van Bommel in januari 2012 al in een terminaal stadium was.

Tot overmaat van ramp was Van Bommel - tegen zijn wensen in - door zijn zussen gecremeerd, waardoor het gerecht ei zo na naast een DNA-staal greep. Gelukkig had het ziekenhuis in Eindhoven waar hij zijn laatste maanden werd verzorgd nog een punctie van de man liggen en kon zijn DNA toch gematcht worden aan dat op het pakje in de kasteelhal.

Genoeg voor de speurders om er zeker van te zijn dat hij aanwezig was bij de moord. Bovendien werd nabij de plaats delict een signaal van een mobiele telefoon opgepikt die gelinkt werd aan Van Bommel. Dat nummer werd vanaf november 2011 - een maand nadat Gyselbrecht vroeg om Saelens een lesje te leren - geregeld gebruikt om naar Pierre Serry te bellen. Telefoonverkeer dat stopte op 31 januari 2012 - de dag van de moord.

Maar omdat Van Bommel op het moment van de moord al terminaal was, en er nog een tweede DNA-staal op het doosje en in de chalet werd aangetroffen, was het gerecht er nu van overtuigd dat Saelens onmogelijk door één persoon kon versleept zijn. Dus moesten ze via DNA-onderzoek in de entourage van Van Bommel op zoek naar een tweede verdachte. Zonder extra hulp, want hun enige spoor liep letterlijk dood.

 Bijna prijs 

Even denken de speurders beet te hebben, als ze in juni Paul K., een boezemvriend van Van Bommel oppakken. Maar hij wordt al snel vrijgepleit omdat zijn DNA niet matcht met dat op het pakketje.  Een maand later komt er al een nieuwe doorbraak, als de Nederlandse topgangster Evert De Clercq in beeld komt. Het Brugse gerecht vroeg dat aan de Nederlandse politie omdat het uit - alweer - telefonie-onderzoek afleidde dat de IJzendijkenaar erg nauwe contacten onderhield met Pierre Serry en wijlen Ronny Van Bommel.

Die laatste was hem zelfs de dag na de moord komen opzoeken in zijn growshop in Zeeuws-Vlaanderen, waar De Clercq materialen verkoopt om wiet mee te kweken. Dat spreekt De Clercq nooit tegen: "er komen zo veel mensen in mijn zaak."

De speurders hoopten vurig dat zijn DNA zou matchen met de genetische sporen die in het kasteel en de chalet gevonden werden, maar daarvoor moesten ze eerst wachten tot De Clercq uitgeleverd wordt. De Clercq geeft zelf aan dat hij graag zijn DNA wil afstaan, maar dat hij enkel onder voorwaarden wil uitgeleverd worden: hij mag enkel betrokken worden bij het onderzoek naar de kasteelmoord, niet bij andere onderzoeken. "Zijn DNA zal trouwens niet matchen," maakte zijn advocaat Sidney Smeets zich sterk. "Want met de Kasteelmoord heeft hij niets te maken. Als hij naar België komt, is dat enkel om goedkoop te tanken."

En Smeets krijgt gelijk. In september wordt De Clercq uitgeleverd, en 24 uur na de uitlevering wordt de hoop van de speurders aan diggelen geslaan. Zijn DNA blijkt niet overeen te komen met de sporen die gevonden zijn na de moord. Toch wordt De Clercq in verdenking gesteld: het gerecht houdt er rekening mee dat niet Tinus Van Wesenbeeck, maar De Clercq de tussenpersoon was tussen Serry en de moordenaars.

Zo mocht het gerecht van vooraf aan op zoek naar een mysterieuze tweede schutter. "Daarvoor blijven ze graven in de Nederlandse onderwereld," weet José Masschelin. "Daar zijn ook voldoende aanwijzingen toe, zoals de telefoongegevens van Pierre Serry en betrokkenheid van Ronny Van Bommel. Maar daar zit ook meteen het grote probleem: je zit daar in een milieu te vissen waar mensen de gewoonte hebben om met politie en gerecht te worden geconfronteerd. Bij die mensen stoot je dus op een muur, hé."

Bijkomende moeilijkheid: de Nederlanders zitten in Nederland. "Dat maakt het niet gemakkelijk om aan DNA-stalen van verdachten te komen," verduidelijkt Masschelin. "Er zijn misschien nog wel twintig namen van mogelijke daders waar de speurders momenteel mee bezig zijn. Zowel in de kennissenkring van De Clercq, Van Bommel als Van Wesenbeeck zitten kandidaten. Maar het enige wat het gerecht heeft, zijn aanwijzingen uit telefonieonderzoek. Dat bewijst eigenlijk helemaal niets over de moord zelf, en dat is geen voldoende aanleiding om aan de Nederlandse overheid te vragen van al die mensen een DNA-staal af te nemen."

 Waanzin 

De keiharde realiteit is dus dat men twee jaar na de moord op Stijn Saelens niet zo gek veel verder staat als één jaar geleden. Toen kregen de speurders met Ronny Van Bommel immers een ware doorbraak als verjaardagscadeau in de schoot geworpen. Vandaag moeten ze niet alleen vaststellen dat ze ondanks twee maanden anticipatie en hooggespannen verwachtingen naast gedroomde tweede schutter Evert De Clercq grepen, maar dat ook Peter Gyselbrecht (die inmiddels helemaal buiten schot lijkt), Tinus Van Wesenbeeck, Johnny Van Lingen en - sinds 3 januari van dit jaar - dokter André Gyselbrecht zijn vrijgekomen, waardoor enkel Pierre Serry nog in de cel zit.

Toch blijven de onderzoekers overtuigd van de schuld van André Gyselbrecht en Pierre Serry. Daarom vindt het Brugse parket ook niet dat er moet gewacht worden op de tweede uitvoerder en een mogelijke tussenpersoon om opdrachtgever André en organisator Serry al voor assisen te brengen. Daarvoor mikt het parket op het najaar van 2014.

"Voor Pierre Serry heeft het gerecht zeker voldoende aanwijzingen van schuld," zegt José Masschelin. "Als ze een lijk vinden in je Aalterse rovershol, heb je toch wel een probleem. En wat André Gyselbrecht betreft is er minstens de aanwijzing dat hij vroeg om iets te ondernemen tegen Saelens. Hoe je het ook draait of keert: zonder die vraag was er geen misdaad geweest."

Toch is het niet duidelijk of ze een celstraf riskeren als het zo ver komt, stelt Masschelin. "Bij assisenprocessen is het vaak alles of niets. Als de jury geen bewijs vindt dat er opdracht is gegeven tot moord, blijf je achter met 'opdracht tot toedienen van slagen en verwondingen met de dood tot gevolg, maar zonder het oogmerk te doden.' Daar staat maximum vijf jaar op, en puur juridisch gezien lijkt dat momenteel het enige haalbare."

Toch steigert Johan Platteau, de advocaat van Gyselbrecht, bij de gedachte aan een afgesplitst assisenproces. "Dat is waanzin. Vanuit juridisch oogpunt een regelrechte schande. Het is de onderzoeksrechter die beslist wanneer het onderzoek is afgerond, en niet het parket. Er lopen nog tal van onderzoeken die de waarheid van mijn cliënt kunnen bewijzen!"

En die onderzoeken zijn broodnodig, briest Platteau. "Anders weet je in geen duizend jaar wat er gebeurd is! Hadden de uitvoerders bijvoorbeeld zelf dat wapen meegebracht? Of was het een wapen van Stijn Saelens? Ik vind trouwens dat ze te snel spreken van de kasteelmoord. Als ik iemand met voorbedachten rade wil doodschieten, ga ik niet eerst een rondje boksen, maar schiet ik hem gewoon neer. Daarom is het ook zo cruciaal dat de uitvoerder gevonden wordt: omdat die kan bevestigen of mijn cliënt de waarheid spreekt. Namelijk: dat het niet de bedoeling was om Saelens te doden."

Dat is ook wat José Masschelin nodig acht om tot een definitieve doorbraak te komen. "Iemand als Pierre Serry kent natuurlijk de ware toedracht, maar van de mensen die nu in het vizier zijn, hoeven de speurders niet te verwachten dat ze hun houding zullen aanpassen. Daar hebben ze geen belang bij." Als het tot een afgesplitst proces komt, ziet Masschelin verdachten als Van Wesenbeeck en Van Lingen dan ook niet opdraven. "Het enige bewijs dat er tegen hen ligt, zijn telefoongegevens. Daar heeft de jury ook niet veel aan."

De gerechtsjournalist heeft het overigens niet zo voor een afgesplitst proces. "Dat is altijd een raar gegeven. We hebben dat nog meer één keer meegemaakt in een bekend proces, en dat was in de zaak-Dutroux." Dat liep niet zo goed af: het onderzoek naar een uitgebreider pedofielennetwerk rond Dutroux stierf een stille dood. "Iedereen weet dat onderzoeken-bis vaak op niets uitdraaien. Het is ook niet simpel om in zo'n geval je politiemensen gemotiveerd te houden om te blijven zoeken naar de andere betrokkenen."

Om op een redelijke termijn toch tot een proces met alle betrokkenen te komen, hebben de speurders een stevige portie geluk nodig, besluit Masschelin. "Ze hebben een babbelaar nodig, een zwakke schakel in het criminele milieu. Misschien iemand in de kringen van de uitvoerders, die zich op een of andere manier onheus behandeld voelt. Maar zoals de zaken nu liggen, zie ik dat niet meteen gebeuren."