Labels

(Foto: Mpora.com)

Eind september kroonde Rui Costa zich in Firenze tot een wel erg onverwachte wereldkampioen wielrennen. Hoewel de Portugees dit jaar twee ritzeges in de Tour behaalde en dus zeker geen pannenkoek is, blijft hij toch vooral de derde hond in de verbeten eindstrijd tussen Spanjaarden Joaquin Rodriguez en Alejandro Valverde. De nummers 1 en 3 van de UCI WorldTour hadden misschien mooiere wereldkampioenen geweest, maar het is niet de eerste keer dat de gedoodverfde favorieten de duimen moeten leggen voor one hit wonders.

 Oscar Camenzind, 1998 

(Foto: camenzind.com)
Wereldkampioen worden in Valkenburg lijkt een vloek met zich mee te dragen. Het speelde Philippe Gilbert dit ganse jaar parten, maar ook Oscar Camenzind kon nooit genieten van de trui die hij daar veroverde. In tegenstelling tot tweevoudig Wereldbekerwinnaar Michele Bartoli, die brons pakte, had de Zwitserse ex-postbode had voor zijn WK-winst nooit een grote koers gewonnen, en zou hij nadien nog tot 2001 moeten wachten op een eerste klassieke zege met Luik-Bastenaken-Luik. Al bleek in 2004 dat dopinggebruik daar voor een groot deel tussen zat.

Het kon dus beter, want: terwijl Camenzind het jaar erop zelfs door Belgische facteurs voorbij gestoken werd, stond Bartoli te pronken op het hoogste schavot in de Waalse Pijl.

 Romans Vainsteins, 2000 

(Foto: pezcyclingnews)
Toen het ernaar uit zag dat het WK in Plouay op een massasprint zou gaan eindigen, waren alle ogen gericht op regerend wereldkampioen Oscar Freire. Maar het was Romans Vainsteins die aan het langste eind trok. De Let was tot dan toe niet verder gekomen dan ereplaatsen in een aantal klassiekers, en daar bleef het ook na zijn wereldtitel bij. Al mogen we nog van geluk spreken dat de nobele onbekende Pool Zbigniew Spruch niet verder kwam dan een tweede plaats.

Het kon dus beter, want: Terwijl Vainsteins het jaar erop vooral zalf moest smeren aan een hardnekkige balzakblessure, werd Freire in Lissabon opnieuw wereldkampioen.

 Igor Astarloa, 2003 

(Foto: cyclinghalloffame)
2003 was een absoluut topjaar voor Igor Astarloa. De Spanjaard schoot dat jaar vanuit het niets naar de absolute wielertop en behaalde met de Waalse Pijl en het WK de enige twee grote zeges van zijn carrière. Nadien modderde hij vooral aan in kleinere rittenkoersen, tot hij in 2008 geschorst werd voor dopinggebruik. De piepjonge Alejandro Valverde, die later nog vier keer op het podium zou eindigen, pakte toen zilver. Nog erger was het voor bronzen pechvogel Peter Van Petegem: de Zwarte van Brakel was in topvorm nadat hij eerder dat jaar de dubbelslag Parijs-Roubaix/Ronde Van Vlaanderen binnenhaalde.


Het kon dus beter, want: terwijl Astarloa het jaar erop vooral dopingcontroles ontweek, schitterde de Peet weer in Parijs-Roubaix. Rui Costa: u bent gewaarschuwd. (NDL)