Labels

(Foto: CuttingEdge)

Wat gebeurt er met onze gedetineerden wanneer ze na drie of twintig jaar cel plots weer op de stoep worden gezet aan de gevangenispoort? Hoe pikken ze de draad weer op? Luk Alloo zocht het uit in ‘Alloo uit de gevangenis’ en trok zijn conclusies. “Laten we niet langer investeren in beton en tralies.” 


Zijn zwarte leren jas houdt hij het hele interview aan. We zitten nochtans in zijn woonkamer. Niet dat Alloo zo verknocht is aan zijn handelsmerk – leermeester Jambers had er trouwens ook zo één – hij heeft gewoon de tijd nog niet gehad om hem uit te trekken. “Ik ben net thuis en moet zo meteen alweer weg voor opnames”, luidt het verontschuldigend.

De televisiemaker en criminoloog heeft het druk. De opnames voor Alloo uit de gevangenis, het toepasselijk getitelde vervolg op Alloo in de gevangenis, zijn nog niet helemaal achter de rug én hij werkt al aan een nieuwe reeks over gedetineerden die wellicht in 2014 zal uitgezonden worden. 

LUK ALLOO: “Geen haar op mijn hoofd dat er aan dacht om een vervolgreeks te maken. Maar toen kwam een achttal mensen van de twintig die we voor de In de gevangenis interviewden op korte tijd vrij uit Leuven Centraal. En dat kon ik niet laten liggen. Want hoe gaat dat, wanneer je acht, twaalf of twintig jaar in de gevangenis hebt gezeten en plots weer vrij komt? Sommigen hebben zelfs nooit de euro gekend, of hebben de opkomst van de computer gemist. Hoe raken die jongens het leven buiten de gevangenismuren weer gewend?"

Wisten de gedetineerden lang op voorhand dat ze vrij zouden komen?
ALLOO: “Neen. Dat is een van de pijnpunten die we aanraken in de reeks. Heel veel gedetineerden in ons land weten niet exact wanneer ze zullen vrijkomen. Nochtans: als je een datum krijgt, kan je daar naartoe leven en aftellen.”
   “Momenteel film ik in de vrouwengevangenis in Hasselt voor een nieuwe reeks die in 2014 zal uitgezonden worden. Een meisje daar vertelde me dat ze de dag voor ze normaal gezien vrij zou komen de gevangenisdirecteur op bezoek kreeg. ‘Het zal niet voor morgen zijn’, zei hij. Dat is gewoon onthutsend.”
   “Wanneer een gedetineerde precies vrijkomt, hangt af van zijn gedrag, zijn dossier, van de uitvoeringsrechtbank en van de psychosociale dienst. Die laatste maakt een evaluatie waarbij ze nagaan of die persoon al dan niet uit het goede hout gesneden is om vrijgelaten te worden. Maar meestal hebben die psychologen en sociaal werkers zoveel dossiers dat ze geen natuurlijke band kunnen opbouwen met de gedetineerden. In een ideale wereld is er veel meer personeel. Maar nu wordt er geïnvesteerd in beton en tralies. In plaats van ons af te vragen wat we moeten doen met die mensen zodra ze vrijkomen. Uit wetenschappelijke studies blijkt dat heel wat ex-gedetineerden geen positieve aansluiting meer vinden met de samenleving. Lang niet iedereen slaat de deur van de gevangenis dicht met een positief gevoel en denkt; wauw, nu begint mijn leven.”

Omdat ze bang zijn voor de samenleving waarin ze terecht komen?
ALLOO: “Niet alleen bang, maar ook boos. Ze kunnen misschien wel leven met hun straf, maar wat wordt er tijdens de detentie met hen gedaan? Niet veel. Akkoord, ze kunnen cursussen volgen, maar die zijn niet bepaald hip en sexy en zullen hen niet meteen aan een job helpen. Het is niet evident om je met het etiket van ex-gevangene op de arbeidsmarkt te storten.”

Dat zorgt voor frustratie, blijkt uit de eerste aflevering van Uit de gevangenis. Rachid getuigt dat hij in elk interimkantoor is ingeschreven, maar helaas geen werk vindt. 
ALLOO: “Verbaast je dat? Mensen bekijken je al scheef als je dronken thuiskomt. Wat moet dat dan niet geven als je een strafblad hebt? Dan worden de banden met buren, familieleden en vrienden vaak volledig gehypothekeerd.”

Hoop je dat een reeks als deze daar verandering in brengt?
ALLOO: “Wij proberen die gevangenen een gezicht te geven. We polsen naar hun jeugdjaren en zoeken uit hoe ze in de gevangenis terecht zijn gekomen. Meestal krijgen gedetineerden niet de kans om zo’n exposé te geven. Dankzij deze reeks wel. Zo krijgt ook de kijker een beter beeld van die mensen.”
   “Het is zeker nooit mijn ambitie geweest om alle gevangenen in België af te schilderen als fijne mensen. Er zitten fijne kerels tussen die pech hebben gehad in hun leven en een bankoverval pleegden omdat ze geen centen meer hadden. Maar er zitten ook niet zo fijne drugsdealers in de cel, en psychopathische moordenaars. De nuance vind ik belangrijk. Scheer toch niet iedereen over dezelfde kam.”
   “Ons gevangenissysteem is erop gericht de samenleving te beschermen tegen wie de wet zwaar overtreedt. We doen dat door criminelen op te sluiten. Maar dan moet je wel wat met hen doen, want ooit komen ze weer vrij. Je moet die mensen kansen geven om zich opnieuw te kunnen integreren, want anders hervallen ze misschien. Geef die mensen een job. Dan hebben ze wat zekerheid, en ontwikkelen ze een beter zelfbeeld. Zonder job verzeilen mensen nu eenmaal sneller in een vicieuze cirkel." 

Moet Justitie daar een meer prominente rol in spelen?
ALLOO: “Uiteraard. Justitie weet dat zelf ook, maar er zijn onvoldoende middelen. Niet iedereen neemt deel aan de cursussen in de gevangenis. Sommige willen niet, anderen kunnen niet, bijvoorbeeld omdat ze in een zware depressie zitten. Maar als ze zo geen cursus volgen, kunnen ze hun diploma niet updaten, en wordt het nog moeilijker om later een job te vinden.” 

 Naar de zon 

Je sprak met mensen die 2,5 tot 24 jaar in de gevangenis zaten. Hoe langer de straf, hoe moeilijker de re-integratie? 
ALLOO: “Dat hangt vooral af van de persoonlijkheid van de gedetineerde. Een heleboel factoren bepaalt of iemand voortaan het rechte pad zal bewandelen of niet. Hebben ze familie? Een lief? Iemand die buiten op hen wacht? Zijn ze geestelijk gezond? Zoeken ze oude vrienden op waarmee ze opnieuw een slag zullen slaan?”
   “Patrick, een van de getuigen, heeft een moord gepleegd. Hij is intussen – tussen aanhalingstekens – goed uit de gevangenis gekomen. Maar het kan goed zijn dat iemand die een veel kleiner delict heeft gepleegd, zoals een overval of diefstal, na drie jaar gevangenis geestelijk veel minder gezond is. Alles hangt er vanaf hoe sterk je mentaal bent.”

Hoe belangrijk is berouw in dat proces?
ALLOO: “Ik ben geen misdienaar, maar volgens mij vinden mensen die berouw hebben van hun daden sneller aansluiting met zichzelf en met de samenleving. Iemand die geen berouw heeft, zal sneller hervallen, denk ik.”

In de eerste reeks interviewde je Koen. “Ik heb mijn les geleerd”, zei hij, maar onlangs stond hij in de krant omdat hij nieuwe feiten had gepleegd. Voelde jij je toen verraden?
ALLOO: “Neen. Ieder doet wat hij wil. Je weet ook nooit wat er in het hoofd speelt van iemand die een delict heeft gepleegd. Weet je, de gevangenis is ook een soort van club. Hoe gedetineerden zich verhouden tegenover hun medegevangenen kan ook bepalen wat ze doen eens ze vrij komen.” 

Welke rol speelt familie voor gedetineerden?
ALLOO: “Ik heb mensen ontmoet die totaal geen bezoek krijgen. Anderen krijgen dagelijks familie of een lief over de vloer. Cois, bijvoorbeeld (een gedetineerde uit de reeks die acht jaar kreeg voor heling en daar 6,5 jaar van heeft uitgezeten, red.) kreeg een vrij zware straf voor de feiten die hij pleegde. Maar zijn vrouw kwam wel elke dag op bezoek. Zo'n mensen worden uiteraard meer geprikkeld om positief in het leven te staan. Het is altijd beter als iemand je staat op te wachten aan de gevangenispoort.”

Cois heeft nu halve vrijheid. Hij vertrekt om 9 uur naar zijn werk, eet ’s avonds met zijn vrouw, maar moet om 21 uur al terug naar de gevangenis. Is dat geen pad naar de verbittering? 
ALLOO: “Nee, dat is net de eerste stap naar de zon. Maar goed, er zijn ook jongens met een enkelband die me zeiden dat ze toch liever in de cel zaten. 'Dan zie ik tenminste nog mensen tijdens het luchten', klonk het. Want tijdens het elektronisch toezicht mogen ze enkel hun woonst verlaten op bepaalde uren. Voorts zitten ze alleen thuis."

 Prostituees verboden 

Gedetineerden die onder elektronisch toezicht staan, komen terecht in een zeer gestructureerd leven. Hebben ze het daar moeilijk mee?
ALLOO: “Onze gevangenen zijn, denk ik, meer gestructureerd dan Elio Di Rupo. Dan is de stap naar het elektronisch toezicht, waarbij ze op bepaalde uren het huis mogen verlaten, relatief klein.”

Maar mensen met een straf onder de zes maanden belanden zelden in de gevangenis: zij kennen dat regime niet.
ALLOO: “Nee, maar als ze kunnen kiezen tussen de gevangenis of de enkelband, zullen ze het wel weten. Al was het maar omwille van de mentale vrijheid.” 
   “Alhoewel. François, uit de eerste reeks, zit al bijna dertig jaar in de gevangenis. Die wil niet meer buiten. Toen ik hem zei dat hij de wereld nog kon bereizen, genieten van de zon, een vrouw beminnen, antwoordde hij: ‘Dat heeft geen zin. Ik heb de financiële middelen niet, mijn ouders zijn dood, mijn broers willen me niet meer zien. Hier, in Leuven Centraal, heb ik tenminste nog interactie met mijn medegedetineerden’. Dat is totale prisonisation; ze worden één met het systeem en kunnen niet meer weg. Die mensen imploderen volledig qua dromen, qua vooruitgang.”

Wat doe je daarmee?
ALLOO: (stilte) “Goeie vraag. Moet je die in de gevangenis laten? Mag je die uitzondering voor hem maken? Of moet je hem na dertig jaar aan de deur zetten en zeggen: salut, François?”

Of hij trouwens de kans krijgt om 'een vrouw te beminnen' is dan nog zeer de vraag. Patrick getuigt in de eerste aflevering dat hij niet eens een prostituee mag bezoeken.
ALLOO: “Inderdaad. Dat is één van zijn voorwaarden. Als iemand opgepakt is in een nachtclub en daar een delict heeft gepleegd, komt dat in zijn dossier te staan en mag hij niet meer in een nachtclub komen, geen alcohol meer drinken, enzovoort. Dan mag hij enkel nog cafés frequenteren met een goede reputatie. Maar waarom hecht het gerecht zo weinig geloof aan de kans dat iemand in twintig jaar tijd echt wel veranderd kan zijn? Dat is toch een andere mens na zoveel jaar? Sommige gedetineerden blijven helaas vereenzelvigd met hun delict.”

Je hebt die man goed leren kennen. Vind je zoiets dan onrechtvaardig?
ALLOO: “Ik mag me daar niet over uitspreken. Die mannen hebben fouten gemaakt. Op één iemand na, heeft niemand me gezegd dat hij onschuldig in de gevangenis zit. Iedereen die een delict pleegt, moet op de blaren zitten. Dat is niet onrechtvaardig.”
   “Ik heb wel een paar jonge gasten gezien die tien jaar vastzitten voor een aaneenschakeling van "kleine delicten"; joyriding, overvalletjes om hun eigen drugsgebruik te financieren... Dan vraag ik me soms af of we die jongens niet op een alternatieve manier hun straf kunnen doen uitzitten. Maar anderzijds mag je de impact van die delictjes niet onderschatten. Een oud vrouwtje wiens handtas gestolen wordt, kan een heup breken en nadien mensenschuw worden. Terwijl een taxichauffeur die beroofd wordt met een blaffer tegen zijn kop de dag nadien misschien gewoon weer in zijn taxi kruipt. Toch krijgen beide daders vaak dezelfde straf. Dat moeten we meer nuanceren, vind ik. Maar ik heb nog nooit meegemaakt dat iemand een onrechtvaardige straf kreeg."

 The Far West  

Justitieminister Annemie Turtelboom wil straffen van zes maand tot drie jaar ook effectief laten uitzitten. ‘Dat wordt tijd’, horen we mensen al denken. Wat vindt u?
ALLOO: “Er komen nu te veel mensen weg met delicten omdat er geen plaats is in de gevangenis. Ze worden opgepakt en staan twee uur later al op straat. Dat zorgt voor verderf en voor een stijgend onveiligheidsgevoel. Wat moeten slachtoffers niet denken wanneer hun inbreker gewoon weer op vrije voeten is? Als je de lichtere delicten niet aanpakt, beland je op den duur in The Far West.”

Intussen wordt niet alleen in ons land, maar ook elders in Europa gepleit voor strengere straffen. Sommigen noemen dat de verrechtsing van de samenleving.
ALLOO: “Maar wat zijn strengere straffen? Als iemand mijn fiets pakt, twee taarten pikt bij de bakker en die in iemands gezicht gooit, is dat voor mij allemaal goed, zolang ik mijn fiets maar terugkrijg. Ik noem dat de folklore van het escapisme uit de stress. Maar als mijn buurvrouw tijdens een avondwandeling met haar hond in mekaar getimmerd wordt door gasten die dat macho vinden na het ledigen van een fles wodka, dan wil ik dat die kerels worden berecht. En dat heeft niks te maken met de verrechtsing.”
   “Ik ben geen rechtse zak hé. Integendeel. Justice heeft niks met rechts te maken. Helaas hebben we blauw nodig op straat. Ik ben de eerste om te zeggen; schaf dat af. Laat negentig procent van de flikken leukere jobs doen en laten het geld dat we daarmee uitsparen investeren in gezondheidszorg en onderwijs. Maar een paar hufters verkloten en gijzelen onze samenleving. En dat moet stoppen.”

Men pleit voor langere straffen omdat de gevangenis een afschrikwekkend effect zou hebben. Geloof je daarin?
ALLOO: “Als die straffen effectief worden uitgevoerd wel. Als een leuke supporter van AA Gent in mekaar wordt getimmerd door drie jonge gasten, dan wil ik niet dat die kerels na twee maanden weer op straat staan. Dat soort zinloos geweld moet eruit.”
   “Maar er zijn ook onnozele straffen, hé. De negentienjarige dochter van een collega was op café in Antwerpen. Ze stapte buiten om te bellen, met een pint in de hand en kreeg prompt vijftig euro boete. Vijftig euro! Dààr heb ik een probleem mee.”

Een GAS-boete?
ALLOO: “Inderdaad. En als je niet meteen betaalt, wordt dat bedrag alsmaar opgetrokken. Maar goed, we moeten nu die GAS-boetes nu niet vergelijken met andere delicten. Al heb ik er wel een probleem mee dat men nu ook al mensen die sneeuwballen gooien gaat beboeten.”

Justitie heeft een ongelooflijke achterstand, waardoor straffen niet meteen kunnen worden uitgevoerd. Meteen de reden waarom er naast GAS-boetes ook steeds meer gewerkt wordt met minnelijke schikkingen. 
ALLOO: “Verwerpelijk vind ik dat. Onrechtvaardig. Zo creëer je klassenjustitie. Mensen die geld hebben voor dure advocaten komen het snelst vrij en kunnen hun hachje redden. Dat zo'n voorstel zelfs maar de vergadertafel haalt, is onthutsend. Ik had iedereen rond die tafel meteen ontslagen. Je kan dat toch niet maken, dat iemand zijn straf kan afkopen door de staatskas te spijzen.”
   “Stel: een jongen die pas zijn ma heeft verloren, rijdt naar Nederland en koopt daar vijftig gram weed om zijn verdriet weg te roken op de muziek van Bob Dylan. Iemand die het doet om minder emotionele redenen, maar meer geld heeft, betaalt gewoon een uitkoopsom. Terwijl die gast die dat overlijden wil verwerken, in de cel vliegt. Dat kan toch gewoon niet. Dàt is de verrechtsing van de maatschappij.” 

 Douchen in de cel 

Iemand uit de reeks zegt vastberaden: ‘Ik ga nooit nog naar de gevangenis’. Heeft de vrijheidsberoving zijn effect? Of hebben die mensen vooral schrik om terug te keren naar die verouderde en overbevolkte gevangenis? 
ALLOO: “Beide. Ik twijfel niet aan de impact van afgesloten in de cel zitten. ‘Ze hebben verdorie wel een televisie en een kookplaat’, zeggen mensen dan. Maar het is er kil en koud. En word maar eens ziek in de gevangenis! Ook de voeding is er heel eenzijdig. Ja, je kan er wel eens een stukje biefstuk kopen, maar niet iedereen heeft daar het geld voor. En de geestelijke voeding is haast onbestaande. Bovendien heeft geen enkele gedetineerde me gezegd; ik maak hier vrienden. Ze tellen de uren af tot hun vrijlating en vinden die detentie vooral verloren tijd. Pak dus vooral die televisie niet af. Want dat is de enige vlucht die ze hebben.”

Wij bezochten ooit Bastøy, een eiland in Noorwegen waar gevangenen gedurende de laatste jaren van hun detentie in huizen wonen waar ze zelf de sleutel van hebben. De Noren zijn van mening dat iedereen ooit weer vrijkomt, dus dat we er maar beter weer betere mensen van kunnen maken. 
ALLOO: “Ja, da’s top. In de 19e eeuw was België visionair qua strafinrichtingen. Intussen zijn we volledig voorbijgestoken door andere landen. Bij ons zijn cipiers penitentiaire beambten, in Noorwegen zijn dat sociologen en psychologen. Coaches ook. Ze eten en leven samen met de gedetineerden. Natuurlijk zijn gedetineerden geënthousiasmeerd, gemotiveerd en staan ze minder verbitterd in het leven als ze zo worden omringd. Al geldt dat natuurlijk niet voor iedereen.”

In Beveren wordt een nieuwe gevangenis gebouwd, weliswaar niet naar Noors model. Een gemiste kans?
ALLOO: “Ik weet niet wat er in de hoofden speelt van de beleidsmakers en de architecten, maar het staat mijlenver van wat ze in Noorwegen doen.”

In een dubbelinterview met Annemie Turtelboom zei u: ‘Laat baggeraar Jan De Nul gewoon een eiland bouwen voor de kust van Blankenberge. Dan doen we het daar’.
ALLOO: “Inderdaad. Waarom niet? Het heeft allicht met centen te maken, maar ook vooral met angst voor de publieke opinie. Ik hou nu al mijn hart vast voor de reacties wanneer mensen te horen zullen krijgen dat er in elk van die cellen een douche staat. Als je dat morgen ongenuanceerd schrijft in eender welke gazet, staat half Vlaanderen ongetwijfeld op zijn achterste poten. Zo gaan we helaas om met de biotoop van de gedetineerden.”

De cijfers spreken nochtans voor zich. De recidive in Bastøy bedraagt 16 procent. In onze gevangenissen is dat meer dan vijftig procent. Het Noors model werkt.
ALLOO: “In Noorwegen lopen de gevangenissen als het ware leeg. Als morgen een minister opstaat die dat model verdedigt en uitgebreid uitlegt, ga je misschien bij de burger een onvoorziene openheid creëren. Maar dan moet je die kans ook krijgen. Onze media zoeken nu eenmaal liever het conflict op, want dat verkoopt beter. “
   “Weet je, Ik mis de regeringsmededelingen van vroeger. Dan zou minister Turtelboom kunnen zeggen; 'Dames en heren, we hebben 11.000 gedetineerden in een dertigtal gevangenissen. Wat wilt u dat we doen: miljarden blijven investeren in tralies en beton? Dan blijft de gevangenispopulatie op peil, en zal die op termijn zelfs stijgen. Of willen we dat het aantal gedetineerden zakt? Dan moeten we naar een humaner systeem, zoals dat van Noorwegen. En dan kunnen we driehonderd kilometer snelweg beter aanleggen." Want daar komt het à la limite op neer hé. Maar dat vraagt lef en visie. Electoraal valt er met justitie niks te winnen.”

 Betere mensen 

Het elektronisch toezicht zit in de lift. 1.500 mensen lopen intussen rond met een enkelband. Maar ook daar zitten vreemde situaties bij: zo getuigt Rachid dat hij in Turnhout moet blijven wonen, terwijl zijn vrouw in Antwerpen woont. Moet er dan niet aan dat systeem gesleuteld worden?
ALLOO: “Ik ga ervan uit dat de rechters die daarover beslissen allemaal een hart hebben. De grote ellende is dat magistraten elk dossier apart moeten bekijken, maar ze daar amper de tijd voor hebben. Wat Rachid betreft: hij zat omwille van drugsdelicten in Antwerpen. Dus zegt Justitie dat hij niet meer in Antwerpen mag komen, want dan zou hij oude vrienden kunnen opzoeken of hervallen. Daar zit dus een visie achter, dat is niet om die man te plagen. Maar uiteindelijk is dat wel pijnlijk voor Rachid.”

In de reeks vraag je iemand of de gevangenis van hem een beter mens gemaakt heeft. Gelooft u dat het kan?
ALLOO: “Ja. Uit degelijke, wetenschappelijke studies blijkt dat een gevangenisstraf een goeie impact kan hebben. Op voorwaarde dat die straf maximum zeven of acht jaar bedraagt, want dat is de incubatietijd van het berouw. Maar na zeven jaar begint de rancune, de boosheid, het sluimerend ongenoegen. Daarmee moet je rekening houden, want met twintig jaar gevangenschap kweek je een ongeleid projectiel. Al moet je ook dat uiteraard nuanceren. Sommige mensen blijven na één jaar gevangenis ook slecht, zwartgallig en agressief. Ik heb het over doorsnee daders die nog normbesef hebben, een hartslag en berouw.”

Heeft deelnemen aan jouw programma wat veranderd aan de re-integratie van de gedetineerden die je portretteerde? 
ALLOO: “Ik denk van niet. Maar ze hebben er wel positieve ervaringen mee. Anders zouden ze niet deelnemen aan de tweede reeks. Ze stellen het goed en hebben werk. Maar heeft dat vooral te maken met hun sociale vaardigheden, en niet met ons programma.”

Het komt wel goed met de meesten?
ALLOO: “Ja en nee. In de nieuwe reeks zitten twee mensen die ziek zijn geworden en nooit meer de oude zullen zijn. In een gevangenis moet je voortdurend alert zijn, als een gebalde biceps. Nu ze buiten zijn, imploderen sommigen fysiek. Vergelijk het met zes maanden keihard werken: dan word je ook niet ziek, maar zodra je vakantie neemt, zit je te snotteren. Die mensen werden door het gevangenissysteem in stand gehouden. Daar konden ze zich handhaven, want ze moesten opstaan, onder de mensen komen. Nu zijn ze een beetje ontwricht."

Als mensen het nu moeilijk hebben om terug te integreren, komt dat dan vooral door een gebrek aan begeleiding in de gevangenis of door een gebrek aan begeleiding achteraf?
ALLOO: “Er zijn mensen die acht of tien jaar in den bak hebben gezeten en die geen begeleiding nodig hebben, die mentaal sterk genoeg zijn om het goed te doen. Maar dat is eerder de uitzondering. Er zijn zoveel mensen die met een beetje begeleiding en coaching duizend keer verder zouden staan dan nu. Ze hebben gewoon een goeie coach nodig. Die dreigende sfeer van repressie pakt niet. Er zouden een paar mensen moeten opstaan die in het hart kijken van de gedetineerden.”
   "Als je tijdens hun detentie uitzoekt wat er in hen omgaat, wat ze denken, voelen, wat hun pijnpunten en dromen zijn, kan je daarop inspelen. Dat gebeurt nu niet, omdat er onvoldoende personeel is. Toch zou je op die manier veel kommer en kwel de wereld kunnen uithelpen."
   “Waarom bijvoorbeeld geen ervaringsdeskundigen aanwerven om die gasten te begeleiden? mannen die zelf in den bak hebben gezeten, maar die berouw hebben. Neem nu Ronny, uit onze reeks. Hij heeft overvallen gepleegd en heeft in de cel gezeten, maar hij heeft een hart van goud. Ik zou daar meteen een coach van maken en hem betalen. Hij zou die jonge gasten kunnen inspireren, hen weer op het rechte pad kunnen zetten. Ik ben er zeker van dat zo’n gast honderden jongeren uit de criminaliteit houdt. In plaats van, met alle respect, iemand van justitie met een nine to five job die zelf nog nooit een joint heeft gerookt en schrik heeft van een ex-gedetineerde alleen maar omdat die een strafblad heeft. Zo’n vijfhonderd Ronny’s, meer heb je niet nodig. En die zijn te vinden hé. Daar geloof ik in. Maar probeer dat maar eens uit te leggen aan die mannen in de Wetstraat.”

Interview i.s.m. Peggy Huygelen