Labels

(Foto: Bucknell.edu)

De natiestaat heeft afgedaan, propageert de gerenommeerde politicoloog Benjamin Barber in een nieuw boek. De toekomst van internationale samenwerking ligt niet meer bij de Verenigde Naties, maar bij een Wereldparlement van Burgemeesters. Maar zijn de Vlaamse steden wel klaar voor de Eeuw van de Stad? "Momenteel zijn we fout bezig!"

Het is krabben voor de Vlaamse steden. Zowel burgemeester van Antwerpen Bart De Wever (N-VA) als Mechels burgervader Bart Somers (Open VLD) deden vorige week hun beklag over de financiële uitdaging die op de lokale besturen afkomt. Om het budget van de stad binnen de perken te houden, wil De Wever tegen 2019 ruim 1.400 ambtenarenjobs schrappen. Met Antwerpen meegerekend zijn bij de Vlaamse steden en gemeenten de afgelopen maanden nu al bijna 3.000 arbeidsplaatsen verdwenen, en dan moet het merendeel van de 308 lokale besturen zijn meerjarenplanning nog afronden.

"Geen enkele gemeente ontsnapt eraan" zegt Bart Somers. "Mechelen heeft zijn besparingsoperatie al achter de rug, maar ook bij andere lokale besturen wordt het zoeken naar centen. We worden in essentie allemaal dubbel met de crisis geconfronteerd. Onze belastingontvangsten dalen, onze energiefactuur stijgt, en we moeten meer uitgeven aan armoedebestrijding. Maar daarbovenop schuiven het Vlaamse en federale niveau steeds meer facturen door naar de lokale besturen. Zij bezuinigen op de kap van hun ondergeschikte besturen."

Als steden en gemeenten moeten besparen, zijn de mogelijkheden beperkt, weet Somers. "Als lokaal bestuur kan je maar drie dingen doen: je investeringen terugschroeven, de belastingen verhogen, of personeel schrappen. Dat levert een slankere overheid op, maar zo zet je het beleidsniveau dat het dichtste bij de burger staat wel zwaar onder druk."

En dat zou eigenlijk anders moeten, vindt de liberale burgervader. Voor hem zijn lokale besturen net de laboratoria van de toekomst. "Je moet die lokale besturen zuurstof geven. Er is vandaag een internationale trend waarbij het beleid op zijn kop wordt gedraaid, met een kanteling naar de steden toe. En dat is eigenlijk een heel democratische evolutie."

Het is een betoog waarmee de gerenommeerde Amerikaanse politicoloog Benjamin Barber al jaren loopt te leuren. "De 19e eeuw was aan de grote rijken, de 20e was van de natiestaten. De 21e eeuw moest maar eens aan de steden zijn," klinkt het in If Mayors Ruled the World, Barbers langverwachte boek over de toekomst van steden. Dat komt eind oktober uit en wordt komende zondag reeds voorgesteld in het Brusselse Kaaitheater.

De voormalige adviseur van Bill Clinton werd in 1996 wereldberoemd met zijn boek Jihad vs McWorld, en lijkt ook nu op veel bijval te kunnen rekenen met zijn visie. "Machtige natiestaten kunnen niet meer omgaan met moderne uitdagingen als immigratie, terrorisme of klimaatverandering. Vroeger konden ze burgers in relatief geïsoleerde gebieden verenigen.  Maar nu we geconfronteerd worden met uitdagingen die wereldwijd met elkaar verbonden zijn, blijkt jaar na jaar hoe zeer staten falen. "

Het behoeft geen verwondering dat de ondertitel van Barbers boek Dysfunctional Nations, Rising Cities is. Voor Barber zijn natiestaten als logge tankers die lastig van koers wijzigen. "In hun pogingen om hun nationale belangen en hun soevereiniteit te verdedigen, raken ze in grenzenloze kwesties als de klimaatproblematiek of de financiële crisis vaak niet verder dan het status quo. Kijk maar naar hoe de Duitsers en de Grieken vandaag met getrokken messen tegenover elkaar staan. Of neem de Verenigde Staten: dat is de meest machtige soevereine natiestaat die de wereld ooit gekend heeft. Maar net die onafhankelijkheid is het excuus geweest om niet in te tekenen op een waslijst aan belangrijke internationale verdragen. Het Kyotoprotocol, het Internationaal Strafhof, of zelfs de Conventie over de Rechten van het Kind."

 Klimaatcrisis 

Daar kunnen steden in een machtsvacuüm springen, vindt Barber. Zij worden niet tegengehouden door soevereiniteitsproblemen of grenzen. "Burgemeesters zijn de hele dag bezig met het oplossen van concrete problemen," weet Barber. "De problematiek is er tastbaarder: in steden als Rome of Tokyo zie je de luchtvervuiling. Burgemeesters hebben geen tijd voor de abstracte ideologische discussies van hogere, nationale niveaus. Zij moeten omgaan met misdaad, drugs, migratie, armoede, verontreiniging… Dat lost zichzelf niet op."

Nationale besluiteloosheid dwingt steden soms om voor de vlucht vooruit te kiezen, zegt Barber, die graag het voorbeeld van Michael Bloomberg, burgemeester van New York aanhaalt. "Die zegt altijd dat hij zich niet zo veel van Washington aantrekt. Hij trok op eigen houtje ten strijde tegen de wapenhandel in New York en introduceerde als een van de eerste grootsteden een rookverbod. Zo vinden steden wereldwijd oplossingen voor problemen waar nationale overheden falen. Als die oplossingen zich verspreiden via een netwerk van steden, kunnen ze een cruciale rol spelen in de uitbouw van een mondiaal verhaal van duurzaamheid."

Barber ziet een bredere context voor het toegenomen belang van steden. "Aan het begin van deze eeuw wonen voor het eerst meer mensen in de stad dan op het platteland. In 1950 woonde nog slechts 30% van de wereldbevolking in steden, tegen 2050 zal dat 80% zijn." 

Volgens de professor zoeken mensen steden op omdat ze daar betere oplossingen vinden voor hun problemen. "Het vertrouwen in nationale regeringen is nooit eerder zo laag geweest, maar de grote meerderheid van de bevolking in de meeste landen heeft wel vertrouwen in de lokale besturen." Ook in België blijkt die claim overeind te blijven: uit een enquête van onderzoeksbureau Brandhome bleek dat amper 19% van de Belgen vertrouwen heeft in de federale overheid, terwijl dat op gemeentelijk vlak ruim 42% bedraagt.

Een van de belangrijkste thema's waar steden een rol kunnen spelen is het klimaat, vindt Barber. Nogal wiedes: steden verbruiken vandaag 70% van alle energie ter wereld, en stoten 80% van alle CO² uit. "Sinds Kopenhagen in 2009 komen elk jaar 193 landen samen om vast te stellen dat de klimaatcrisis de dringendste uitdaging is die ons wacht, om vervolgens niets te doen. Ze vrezen allemaal dat dergelijke regels zullen conflicteren met hun soevereiniteit. 'Bemoei u niet met onze staatszaken' is een veelgehoorde kritiek als buitenstaanders een land oproepen zijn CO²-uitstoot te verminderen."

Als burgemeesters van wereldsteden verzamelen, gaat het er volgens Barber anders aan toe. "In 2010 tekenden 207 steden het Mexico City Pact in de marge van de klimaatbesprekingen daar. Als daar iemand bikesharing voorstelt, blijken alle burgemeesters ervoor te vinden, en dan voeren ze dat gewoon in." Fietsdelen is een stokpaardje van Barber. In een Belgische context haalt hij graag het voorbeeld van de Antwerpse 'Velokes' aan, als illustratie voor zijn visie. "Het idee voor fietsdelen is ontstaan in Latijns-Amerika, en heeft intussen via Spanje, Chicago, Londen en Antwerpen de wereld veroverd. Het is een schitterende trend, die alleen maar van onderuit kon ontstaan. Geen enkele hogere overheid zou de steden verplicht hebben zo'n systeem in te voeren."

 Bomen snoeien 

Ook in Belgische steden lijkt het milieuprobleem te leven. Onlangs stelde Antwerpen voor om vanaf 2016 als eerste stad in Vlaanderen oude en zwaar vervuilende auto's uit de binnenstad te bannen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Steden als Brugge, Aalst en Roeselare reageerden positief op het voorstel, en gaven aan de denkpiste te onderzoeken.

"Een progressieve maatregel van een conservatief stadsbestuur," merkte een krantencommentator op. Bart De Wever staat inderdaad bekend als een gangmaker van de auto, maar ook in Gent, de stad van Daniel Termont (sp.a), kon zijn idee op bijval rekenen: er werd voorgesteld om samen naar Vlaams Verkeersminister Hilde Crevits (CD&V) te stappen.

Een opvallende samenwerking, want ook dat zegt Barber: het is gemakkelijker voor burgemeesters om ideologische grenzen achterwege te laten. "In nationale politiek moet alles gevat worden in grote lijnen. Maar burgemeesters zijn gericht op consensus. Dan maakt het niet uit of de kat zwart of wit is: als ze maar muizen vangt."

Barber bespeurt ook een verschil tussen burgemeesters en nationale politici. "Die laatste verkondigen pontificaal principes, maar burgemeesters zijn pragmatischer: zij halen gewoon het vuilnis op. Het is gewoon a different breed. Doorgaans schuiven burgemeesters ook niet door naar hogere ambten. Geen enkele burgemeester van New York schopte het ooit tot president, en geen enkele president bestuurde ooit een grote stad." Ook in België kan die vaststelling gemaakt worden: met uitzondering van Bergens burgervader Elio Di Rupo nam geen enkele federale premier in de laatste 25 jaar ooit zijn intrek in een gemeentehuis.

Volgens Barber laten typische burgemeesters zich niet alleen kenmerken door hun pragmatische aanpak, maar ook door hun persoonlijk engagement en sterke, vaak humoristische persoonlijkheid. Zoals Boris Johnson, de burgemeester van Londen, die regelmatig grapt dat hij ongeveer evenveel kans heeft om premier David Cameron te vervangen als een olijf. Dat is overigens een laatste kenmerk van de moderne burgemeester: hij ziet de stad vaak als een eindstation voor zijn eigen carrière.

Zowel Bart De Wever als Daniel Termont, de twee meest bekende burgemeesters van Vlaanderen, lijken te voldoen aan dat profiel. "Ik heb duidelijk gekozen voor het burgemeesterschap," zegt Termont. "Vraag het aan gelijk wie die zowel in een nationaal parlement als een lokaal bestuur gezeten heeft, en men zal altijd zeggen dat de stad zoveel interessanter is. Er zijn zelfs ministers die hun ontslag geven om burgemeester te worden. Dat doen ze niet zomaar, hé. Je kan vooral veel gemakkelijker iets realiseren op lokaal vlak. Je hebt meer armslag als burgemeester."

"In parlementen denken politici lang na over waar ze van mening verschillen," valt Bart Somers hem bij. "In lokale besturen zoeken we naar wat ons verbindt. Onze zaken moeten opgelost geraken hé: de straten moeten opgekuist worden, de riolering moet functioneren, de bomen van het park moeten gesnoeid worden. We kunnen ons niet permitteren om daar enkel theoretisch over te bakkeleien." De Open VLD'er kent beide niveaus goed: in 2003 was hij nog één jaar lang Vlaams Minister-President. "Ik heb beide zeer graag gedaan, maar ook ik moet zeggen dat je op lokaal vlak gemakkelijker dingen in beweging krijgt. Je kan korter op de bal spelen."

 Burgemeesterparlement 

De internationale ideeënuitwisseling tussen steden die Benjamin Barber zo roemt, is vandaag al volop aan de gang. "Steden hebben wereldwijde netwerken opgezet zoals de World Mayor Summit of United Cities and Local Governments (UCLG). Daar borrelen oplossingen voor mondiale problemen op, die meteen kunnen toegepast worden op stedelijk niveau, niet gehinderd door het status quo van de natiestaten." 

Zowat alle organisaties die Barber noemt in zijn boek, moeten het echter zonder Belgische vertegenwoordigers stellen. Zo telt de UCLG meer dan duizend leden, maar zijn naast de Vlaamse vereniging voor steden en gemeenten (VVSG) enkel Genk en Lennik vertegenwoordigd. Volgens Daniel Termont hoeft dat niet eens een probleem te zijn. "Ik ken die organisaties niet eens. Maar Antwerpen en Gent zijn wel bij Eurocities aangesloten, de grootste belangenorganisatie voor steden op Europees gebied. En als ik kijk wat we daar allemaal teweeg kunnen brengen, moet ik Barber gelijk geven. Steden kunnen inderdaad gemakkelijker overeenkomsten maken dan natiestaten, die vaak erg nationalistisch denken."

Maar Barber wil nog een stap verder gaan. In zijn boek lanceert hij een spectaculair idee om de toekomst van steden in realiteit om te zetten: een wereldparlement van 300 telkens wisselende steden. Dat moet drie keer per jaar samenkomen om concrete oplossingen voor universele problemen met elkaar te delen. Er worden stoeltjes gereserveerd voor megasteden van meer dan 10 miljoen inwoners, middelgrote steden, en kleine steden tot 500.000 inwoners.

Volgens Barber zou zo'n parlement geen wetten afkondigen, maar vooral dienen om bepaalde projecten te promoten waarop deelnemende steden dan vrijwillig kunnen intekenen. "Als zo'n parlement bikesharing zou promoten, zou het veel sneller wereldwijd ingang vinden. Dat parlement zou meer dan de helft van de wereldbevolking vertegenwoordigen, en nog een groter deel van de rijkdom. Dat zal een enorme invloed hebben op de publieke opinie."

Bart Somers tekent echter voorbehoud aan. "Het klopt dat burgemeesters moeten netwerken. Dat is nodig voor de complementariteit: het heeft geen zin dat we in Antwerpen, Gent, Leuven én Mechelen een nieuw museum voor beeldende kunst bouwen. Maar in zo'n parlement kruipt veel tijd en energie. En burgemeesters worden zo al genoeg opgeslorpt door hun eigen stad. Voor een burgemeester zijn er ook maar 24 uren in één dag, hé."

 Fout bezig 

Maar dat verhaal van revolutionaire stedelijke vernieuwing dreigt een lege doos te worden in België, klinkt het bij de burgemeesters. "Zo'n parlement heeft weinig zin zolang men in een aantal landen, zoals het onze, niet meer bevoegdheden aan de burgemeesters wil delegeren, zegt Termont. "Dan wordt het een praatbarak."

Bart Somers hield onlangs dan ook een pleidooi om meer bevoegdheden voor de steden. "Vandaag gedraagt de Vlaamse regering zich als een keizer-koster die wel met veel woorden zegt dat ze het lokaal bestuur wil versterken, maar zich in de praktijk vastklampt aan al haar bevoegdheden. Het straffe is dat de bevoegdheden waar Vlaanderen faalt - mobiliteit, kinderopvang, scholenbouw, ruimtelijke ordening - net de dingen zijn die in Europa veel meer bij het lokale bestuur zijn gelegd. Allez, De Lijn heeft zijn hoofdkwartier in Mechelen, maar ik kan als burgemeester niet beslissen waar en hoeveel bussen moeten rijden. Alsof ze het in Brussel beter weten dan in de Mechelse gemeenteraad of het schepencollege? Ook het arbeidsmarktbeleid moet beter aansluiten op de lokale behoeften die je als burgemeester toch altijd beter kent: dat is de essentie van wat Barber vertelt."

Ook Termont sluit zich aan bij dat pleidooi om meer bevoegdheden. "Maar dan is het wel belangrijk dat we ook de middelen krijgen om die bevoegdheden uit te voeren." En daar knelt net het schoentje, getuige de recente besparingen bij lokale besturen. "Het economisch gewicht van de lokale besturen in Europa bedraagt gemiddeld 14% van het bruto nationaal product," weet Somers. "Terwijl dat in ons land slechts 7% is… In Denemarken loopt het zelfs op tot 38%!"

Daar zijn de gemeenten natuurlijk wel een pak groter dan in Vlaanderen. "We moeten daar niet flauw over doen: een schaalvergroting is inderdaad onvermijdelijk. Ik denk dat je uiteindelijk zelfs naar nieuwe fusieoperaties moet gaan. In Nederland moet een lokaal bestuur bijvoorbeeld minstens 100.000 mensen tellen (in Vlaanderen zitten enkel Antwerpen, Gent en Brugge boven die grens, red.). Wij zijn daar nog te veel versnipperd. We zijn op een foute manier bezig: als we zo verder doen, zullen files langer worden, zal Vlaanderen volgebouwd raken, en zullen we onvoldoende ruimte vinden voor natuurbehoud."

Ook Daniel Termont pleit al jaren voor schaalvergroting. "Maar van fusies ben ik geen voorstander: dan word je te groot, en verlies je contact met de burgers. Maar ik ben wel te vinden voor een Frans model waarin een bestuur de stad en de randgemeenten verzamelt om dingen als mobiliteit, economie en onderwijs te bespreken. Nu komen mensen uit de randgemeenten in Gent naar school, komen ze zwemmen of naar de film, terwijl ze wel hun belastingen in hun eigen gemeenten betalen. Maar de randgemeenten staan daar weigerachtig tegenover, omdat ze vrezen verpulverd te worden door de stad. Daarom moet dat wettelijk geregeld worden, anders komt het niet van de grond."