Labels

(Foto: Kieka.me)

Na drie jaar totale radiostilte plots met twee singles de top vijf van de hitlijsten binnenduiken: het is niet iedereen gegeven. Met het succes van Papaoutai en Formidable tekent Stromae voor de strafste comeback sinds die van een zekere J.C. uit Nazareth. Maar dat ging niet zonder slag of stoot. “De flikken hadden bijna alles verknald!”


In 2010 kreeg Stromae de halve wereld plat met 'Alors on danse' – de meest trieste zomerhit ooit, titelde de Britse krant The Guardian toen. De Brusselse maestro lijkt er een patent op te hebben, want terwijl De Romeo’s ons iets in het oor prevelen over Houden van Elkaar, rekent Paul Van Haver (28) op zijn nieuwe album Racine Carrée af met afgesprongen relaties, afwezige vaders en de angst voor kanker. Een bewuste keuze, zo blijkt.

STROMAE: “Vroeger kreeg ik kritiek omdat ik te veel over muziek praatte in mijn nummers. Maar ik had geen zin om zoals iedereen muziek te maken over liefde. Ik vond dat saai en cliché. Tot ik besefte dat het de manier waarop is die telt. Daarom heb ik voor deze plaat mijn angsten in het leven op papier gezet. Nummers als Papaoutai of Formidable zitten vol vragen. Eigenlijk zitten er zelfs nooit antwoorden in mijn muziek.” (lacht)
   “Maar tegelijk wou ik toch afstand bewaren. Het eerste couplet van Papaoutai (dat gaat over een afwezige vader – Stromae heeft de zijne nauwelijks gekend, red.) heb ik al snel geschrapt. Het was te persoonlijk, en mijn vader komt er niet door terug. Bovendien: ik heb hem geen lessen te geven. Want hoe weet ik dat ik een betere vader zou zijn?” 

Voor iemand die daar aan twijfelt, heb je de afgelopen weken wel flink lopen solliciteren. In zowat alle interviews liet je optekenen dat je een kind wou. Al aanbiedingen gekregen van gewillige vrouwen?
STROMAE: “Tonnen, mon ami!” (lacht) “Nee, ik zie gewoon in mijn omgeving dat iedereen een kind heeft. En dan denk ik dat het stilaan tijd wordt om aan iets anders te beginnen denken dan aan ma gueule. Want biologisch zijn we allemaal op de wereld gezet om iets te leren aan de volgende generatie. Dus ik begon me af te vragen: is het egoïstisch om geen kinderen te hebben? Of net om wel kinderen te maken? Of zou ik er beter één adopteren?”  

Dat zijn veel vragen. 
STROMAE: “Inderdaad. Ofwel maak je een kind, ofwel adopteer je. Maar stop met nadenken, en doe iets. Weet je, ik durf vaak geen keuzes maken. Dat moet veranderen. Want wie een domme keuze maakt is misschien een connard, maar wie niet kiest is een lafaard. En dat is even erg.” 

En vordert die evolutie een beetje?
STROMAE: “Ik vrees van niet.” (lacht) “Ik probeer beslissingen nog altijd tot op het laatste moment uit te stellen. Men zegt dat we vandaag te veel keuzes hebben, maar dat is zever. Want wat maakt het nu uit welk merk van gsm je koopt? Je krijgt wel minder tijd om die keuze te maken. Ik wil eens een week kunnen nadenken vooraleer ik een knoop doorhak. Misschien verandert mijn instinctieve keuze niet meer, maar mensen hebben niet het recht je meteen te doen beslissen."

Als je aan adoptie denkt, overweeg je dan een alleenstaande vader te worden?
STROMAE: “Nee, totaal niet. Ik wil proberen om een echte familie te vormen. Twee ouders en een kind, dat is een soort heilige Drievuldigheid voor mij.”

Denk je dat het feit dat je zelf zonder vader opgegroeid bent een rol zal spelen als je zelf papa bent?
STROMAE: “Geen idee. Het zal wel een invloed hebben, maar of dat een goede of een slechte wordt, weet ik niet. Wie gaat dat ook beoordelen? Ik ga alleszins proberen om mijn kind evenwichtig op te voeden. Niet te lief, niet te boos, niet te streng. Proberen om rechtvaardig te zijn, en het op tijd op zijn nummer weten te zetten.”

 Halve rapper 

Ook muzikaal verschilt Racine Carrée van je vorige plaat, Cheese. De Eurodance van Alors on Danse heeft plaats moeten ruimen voor het Afrikaanse ritme van Papaoutai. 
STROMAE: “Er is inderdaad wat meer hiphop bij komen kijken. Maar er zit ook trap in, Kaapverdische coladeira, Congolese rumba… Dat is hyper-Afrikaanse muziek. In die zin is het een terugkeer naar de bron, naar mijn muzikale wortels. Maar dat is ook dance, en Jacques Brel…”

Van die laatste hoor je echo’s in je teksten. Wanneer heb je hem ontdekt?
STROMAE: “Toen ik nog rapte. Ik hield vooral van de manier waarop hij personages vertolkte in zijn teksten. Edith Piaf deed dat ook. En gelijk hebben ze: als de kerel waarover je zingt dronken is, waarom zou je hem dan normaal spelen? Bovendien was Brel in die tijd zowat de enige niet-rapper waarnaar je mocht luisteren als hiphopper. Hij was acceptabel, geloofwaardig – hij was eigenlijk zelf al een halve rapper.”

Ik zie hem nochtans niet meteen over geld, auto’s en bitches rappen.
STROMAE: “Niet alle hiphop is zo, natuurlijk. Er zijn trouwens rappers die dat goed doen. Iemand als Rick Ross (Amerikaanse rapper die onlangs in opspraak kwam met teksten over verkrachting, red.) moet mij niet komen vertellen dat familie belangrijk is in het leven. Ik wil hem onnozelheden horen rappen als ik in de club ben. Want dat werkt met zijn personage. Maar dat ben ik niet. Ik ben opgegroeid in België. Ik moet niet doen alsof ik in bendes zat en er op mij geschoten werd. Ik kom niet uit Amerika, ik ben van hier. En zelfs niet echt van hier: ik ben van Rwandese origine. Ik heb genoeg culturele rijkdom om van te profiteren zonder dat ik moet gaan stelen bij de Amerikanen. En bovendien: die typische baggy broeken en hoodies gaan mij toch niet af.” (lacht)

Artiesten als Brel en Piaf putten veel inspiratie uit miserie. Jouw teksten gaan ook niet bepaald over puppies en regenbogen: heb jij dat ook nodig om te schrijven?
STROMAE: “Misschien wel. Ik denk eigenlijk dat ik momenteel alle moeite van de wereld zou hebben om een vrolijk liedje te schrijven. Maar er zit meer oprechtheid in die tristesse. Dat is ook het echte leven, voor mij: het is niet allemaal rozengeur en maneschijn.”

De periode van Alors on danse moet anders wel gelukkig geweest zijn. Staan er eigenlijk nummers uit die periode op Racine Carrée?
STROMAE: “Neen. We hebben ons toen goed geamuseerd, maar ik heb wel twee jaar geen muziek gemaakt. Ik dacht er niet aan, en niemand stelde zich daar vragen bij. Ik zie nu in dat dat een fout was. Optreden, interviews doen, promotie maken, dat is allemaal een deel van mijn job. Maar mijn eerste werk is componeren. En als ik dat niet meer doe, ontbreekt er een stuk van de puzzel.”

 Formidabele Daan 

De clip van Formidable, waarin je schijnbaar dronken in Brussel ronddoolt, sloeg in als een bom. Heb je nooit geaarzeld om jezelf zo voor schut te zetten?
STROMAE: “Toch wel. Op de vooravond van de opname belde ik nog naar mijn grote broer om te vragen of het wel een goed idee was. Maar weet je, als artiest zit je in een comfortzone. Je brengt een album uit en vraagt beleefd aan de radiozenders of ze je single willen spelen. Het is goed om eens wat risico te nemen. En misschien zou het in mijn gezicht ontploffen, of geloofden de mensen nooit dat ik dronken was. Maar ja, en dan?”

De agenten die je tegenhielden tijdens de opname van de clip leken het alleszins te geloven.
STROMAE: “En of. Toen ze kwamen dacht ik ‘verdomme, ze gaan alles verknallen!’” (lacht) “En ik was zó beschaamd. Want op dat moment was ik het echt aan het beleven. De blikken die ik kreeg van mensen waren ook zo oprecht, en dat was hard.”.
   “Ook in de studio had ik het moeilijk met 'Formidable': ik heb geweend tijdens de opnames. Ik zag veel mensen terug in dat nummer – vrienden, vage kennissen, zelfs onbekenden. Op een manier was ik hen aan het imiteren. En dat deed pijn, want vooraleer je dronken bent, vervelend, of onbeleefd, ben je diep ongelukkig. Maar dat interesseert ons niet, hé: wij willen enkel zien hoe zat die mec is.”

Heb je gezien wat de Vlaamse muzikant Daan overkwam? Die beleefde begin augustus zijn eigen Formidable-moment toen hij dronken op een podium stond. Het heeft dagenlang het nieuws beheerst. Dan ben jij er nog goed van af gekomen.
STROMAE: “Echt? Dat wist ik niet. Straf. Weet je wat het ook is? Iedereen heeft tegenwoordig een smartphone, en alles wordt gefilmd. Je mag je geen moment van zwakte meer permitteren, niet uitgeput zijn, niet feesten… Je mag geen fouten meer maken, quoi. Ik vind dat vreselijk. Kijk maar naar wat de r&b-zanger Usher recent meemaakte in Duitsland. Die man heeft een ongelooflijke carrière, heeft geen stap verkeerd gezet in tien jaar, draait al mee sinds de jaren ’90, zingt als een god, danst als een god… Eén keer zet hij een concert halfweg stop omdat hij doodmoe is, en het web ontploft. Komaan zeg.“

Heb je de indruk dat mensen soms zitten te wachten op een val?
STROMAE: “Ja, want zo zijn we. Pas op, ik wil niet met de vinger wijzen: dat zit in ieder van ons. En artiesten verdienen het ook wel een beetje. Als je zo de aandacht vraagt, moet je er bewust van zijn dat de weg naar beneden even heftig wordt. Met mijn Formidable-stunt wou ik ook gewoon de aandacht op mij – en op mijn werk – vestigen. En akkoord, zo loop je een risico. Maar als ik zie met welke haat mensen commentaar schrijven op het internet… Kom zeg. We kennen mekaar niet eens! Een beetje menselijkheid mag toch ook?”

Formidable gaat eigenlijk over een kerel die net gedumpt is door zijn lief. Ook in Tous Les Mêmes geef je een erg accurate beschrijving van veel echtelijke ruzies. Daar spreekt een man met tonnen ervaring?
STROMAE: “Ha, bedankt! (lacht) Maar daar put ik niet zozeer uit ervaring. Ik ben net erg geduldig in relaties – tot op een bepaald punt, natuurlijk. (knipoogt) Ik wil ook niemand met de vinger wijzen, noch naar de jongen, noch naar het meisje. Want als je dat nummer beluistert, zijn het allebei idioten. Maar het is ook daarom dat we van elkaar houden. Dat leed is wat de liefde mooi maakt, niet het sprookje van de charmante prins en de mooie prinses. Dat is iets wat jongeren vandaag moeten begrijpen, want velen hebben een beeld van de liefde dat lijkt te zeggen ‘je bevalt me niet meer, bol het dus maar af.’”

In Papaoutai zing je “tout le monde sait comment on fait des bébés, mais personne sait comment on fait des papas”. Gaan we ooit uitvogelen “comment on fait des maris”, echtgenoten?
STROMAE: “Ik vrees van niet. Enkel het wetenschappelijk valt te verifiëren. En dat enerveert me hoor. Als de liefde iets wetenschappelijks was, zou het zo veel gemakkelijker zijn. Maar jammer genoeg is het niet zo. En weet je, da’s ook cool.”

Na het interview in het poepchique Brusselse hotel Métropole wandel ik de Place de Brouckère op, net wanneer een allochtone man van middelbare leeftijd de hele wereld een spervuur van verwensingen toeslingert. Een tiental toeristen staat schoorvoetend en gegeneerd in zijn buurt. Iedereen doet zijn best om de duidelijk verwarde man zo hard mogelijk te negeren. Misschien is hij dakloos, verslaafd, of schizofreen. Of misschien was hij gisteren gewoon nog formidable.