![]() |
| (Foto: Topnews.in) |
Tegenwoordig kan u zelfs geen smartphone meer stelen zonder dat uw privéleven online wordt gegooid – op stoutedief.tumblr.com, bijvoorbeeld. Tenminste, als u domweg vergeet de telefoon te herstellen naar fabrieksinstellingen. Maar troost u: niet enkel kleine garnalen worden op een lullige manier gevat. Om uit de bajes te blijven, leren aspirant-kruimeldieven maar beter uit de fouten van de massamoordende meesterbreinen van deze wereld.
Moord is eigenlijk kinderspel. Met een minimum aan inventiviteit en voldoende vuurkracht op zak kan zelfs Jelle Cleymans koning Philippe omleggen. Het moeilijke is zorgen dat de lange arm der wet nooit te weten komt dat u het was.
Dennis Rader slaagde daar nochtans jarenlang in. Tussen 1974 en 1991 pleegde hij 10 moorden in Wichita, Kansas. Bovendien liet hij na elke slachtpartij een brief achter voor de politie, waarin hij zijn gruweldaden in geuren en kleuren beschreef. Daarin eiste hij ook media-aandacht, en koos hij zelfs een naam voor zichzelf – een privilege dat doorgaans enkel voor Prince, Braziliaanse voetballers of Felice weggelegd is. Hij noemde zichzelf BTK, naar zijn favoriete manier van werken: “bind, torture, kill”.
Babbelzieke seriemoordenaars praten zichzelf doorgaans gauw aan de galg, maar de ordediensten konden de brieven van Rader niet traceren. Ze bleken meermaals gefotokopieerd, waardoor ze zo goed als geen sporen meer bevatten. Vaak bleef het jarenlang stil rond BTK. In 1985 en 1991 kwam hij weer boven water met nieuwe moorden en nieuwe brieven, maar de politie bleef in het duister tasten.
Maar toen liep het fout.
In 2004 begon Rader opnieuw te communiceren. Omdat hij zich verveelde, zou hij later zeggen: zijn kinderen waren het huis uit, en hij had nu meer tijd om handen. Maar de 60-jarige Rader was het eeuwige gefotokopieer beu, en wou zien wat hij met zo’n nieuwbakken computerding kon aanvangen. Om zeker onvindbaar te blijven, vroeg hij de flikken op de man af: “wees eerlijk met me. Als ik jullie een diskette stuur, kunnen jullie die dan traceren?” En zo werd hij het levende bewijs dat bejaarden uit de buurt van computers moeten worden gehouden.
Raders floppy-experiment, euh, flopte echter. De politie loog – de smeerlappen - en ontdekte op de diskette die in BTK’s volgende pakketje zat verborgen data met verwijzingen naar de naam “Dennis” en een kerk waar hij vrijwilligerswerk deed. Een simpele google-opdracht naar “Lutheran Church Wichita Dennis” leidde recht naar Rader. Die bleek gechoqueerd door de leugenachtige tsjevenstreken van de smerissen, maar werd toch veroordeeld tot 10 keer levenslang, waardoor hij ten vroegste vrij komt in 2180. En wet-Lejeune of niet: iets zegt ons dat de nu 68-jarige psychopaat dat niet gaat halen.
Noteren, jongens!
Contact opnemen met diegene die u bij de kraag wil grijpen, is altijd een slecht idee. Geniet ervan als ze u het spoor bijster zijn: één vogel in de hand is tenslotte beter dan tien in de lucht. En als u dan toch een onweerstaanbare drang heeft om de flikken in hun gezicht uit te lachen, kies dan tenminste voor een medium dat u beheerst. Of dat dan postduiven of twittervogels zijn, moet u zelf uitmaken.
2. Doe geen onnodige moeite!
In tijden van DNA-analyses en andere CSI: Miami-trucjes lijkt het een beetje achterhaald, maar in de jaren ‘40 hadden rechercheurs ongeveer evenveel verstand van forensisch onderzoek als Ingrid Lieten van e-mailetiquette. Om rechtszaken hard te maken moesten ze dus vooral rekenen op vingerafdrukken: die zijn namelijk uniek, en ook behoorlijk moeilijk om van af te raken.
Criminelen overal te lande waren dan ook op zoek naar de heilige graal van misdaadland: een leven zonder vingerafdrukken. De beruchte gangster John Dillinger had in de jaren ’30 nog geprobeerd om zijn vingers Andreas Pandy-gewijs in een bijtend zuur te dompelen, maar tevergeefs: naarmate vingers herstellen, komt het vingerafdrukpatroon gewoon terug.
Meesterdief Robert Phillips was er tot 1941 in geslaagd om uit de handen van de politie te blijven, maar wou toch nog iets meer zekerheid inbouwen. Daarom stapte hij naar de plaatselijke Jeff Hoeybergs om een stuk huid van zijn buik op zijn vingertoppen te laten naaien. Want buikafdrukken laten geen sporen na – behalve dan bij de uitgerekte hemden in de kleerkast van Jean-Luc Dehaene.
Maar toen liep het fout.
Phillips zag nu geen noodzaak meer om nog met handschoenen te werken, en greep op misdaadscènes meer vast dan Peter Sagan op een missverkiezing. Maar zijn vingers waren dan wel anoniem, zijn handpalmen niet. Toen de politie alweer een inbraak moest onderzoeken, troffen ze dan ook verschillende duidelijke handpalmafdrukken aan, met ontbrekende delen waar de vingerafdrukken zouden moeten zitten. Ofwel hadden ze te maken met een vingertoploze dief, ofwel met een crimineel met een fascinatie voor vingerpopjes.
Toen Phillips een aantal weken later gearresteerd werd als verdachte voor een inbraak, werd dan ook snel duidelijk hoe de vork in de steel zat. Zo veel vingerafdrukloze mensen liepen op dat moment namelijk niet rond in New York. Maar zijn foto’s zullen tenminste nooit beduimeld geweest zijn!
Noteren, jongens!
Never change a winning team, ook al is het nog zo simpel en achterhaald. Als de gemakkelijkste manier om uw werk te doen handschoenen dragen is, dan steekt u best geen moeite in hypermoderne vervangsystemen. Tenzij u Stijn Stijnen heet, dan kan u net zo goed met een vlindernetje aan de slag.
3. Pleeg geen onnodige misdrijven!
Hoe minder misdaden u pleegt, hoe minder u achteraf kan aangewreven worden in een rechtbank. Maar soms heeft u natuurlijk geen andere keuze. David ‘The Son of Sam’ Berkowitz, zat in die situatie: hij vermoordde in 1976 zes mensen, allemaal omdat hem dat bevolen werd door de ‘demonische’ zwarte Labrador van zijn buurman Sam.
Berkowitz had het vooral gemunt op jonge, aantrekkelijke vrouwen met lang bruin haar. Honderden jonge vrouwen lieten hun haar toen ook kort knippen en blond verven, waardoor New York tijdelijk veranderde in La Rocca op zaterdagavond. Ook de politie zat met de handen in het haar: er waren nauwelijks getuigen van de moorden, en wie toch wat gezien had kwam niet verder dan “een jonge man, gemiddeld gebouwd, met donker haar” – een beschrijving waaraan zowat een derde van New York op dat moment voldeed.
Iedereen leek de moordenaar dan ook te kennen: hij was de ongure buur die altijd laat thuis kwam, de vreemde schoonbroer die pistolen verzamelde, de gekke kerel in de bar die mooie meisjes niet kon uitstaan. Of, in het geval van Sam Carr: de buurman die hem stalkte met brieven en zijn zwarte Labrador had neergeschoten. De politie kreeg echter zoveel meldingen, dat ze na verloop van tijd gewoon verticaal geklasseerd werden.
Maar toen liep het fout.
Toen Cecilia Davis naar de politie stapte om melding te maken van een man die ze een parkeerboete had zien verscheuren vlakbij de plaats van de laatste moord, rinkelde er eindelijk een belletje bij New Yorks finest. Een van de boetes die avond werd namelijk uitgedeeld aan een auto die op naam stond van David Berkowitz. Ze koppelden dat aan het dossier van Carr, en het kwartje viel. Toen ze hem eindelijk arresteerden, begroette hij hen met: “Eindelijk, je hebt me. What took you so long?”
Noteren, jongens!
We weten het, het is moeilijk eieren bakken zonder schalen te breken. En een extra parkeerboete jaagt uw strafmaat niet om hoog. Maar hoe meer mensen u op stang jaagt, hoe meer mensen achter u aan gaan. Focus dus op één misdaad tegelijk.
O, en luister niet naar honden. Dat is nooit een goed idee: kijk maar naar wat er van Danny ‘Samson’ Verbiest geworden is.
