![]() |
| Pokerbabe Magia Vandamme (Foto: Planetpokerlive) |
In Las Vegas werd vorige week de World Series of Poker betwist, maar ook in België komt een pokerfanaat aan zijn trekken. Zo hield de Partouche Poker Deepstack Tour eind juni halt in het casino van Chaudfontaine. Omdat al onze goeie pokerfaces hun winst van het vorige toernooi nog aan het natellen waren, stuurden we deze keer maar een bleu’ke.
Een prijzenpot van 200.000 euro, en al wat je ervoor moet doen is een potje kaarten – een mens zou voor minder drie dagen in een casino gaan zitten. Om bij de prijzen te raken, moet ik me wel eerst voorbij 450 andere deelnemers worstelen. Een minderheid daarvan kwalificeerde zich voor een peulschil via de internettoernooien die Partouche regelmatig organiseert, een ander deel – de professionals - is hier op kosten van zijn sponsor, maar het gros van de deelnemers telde gewoon 500 harde euro’s neer voor deze driedaagse.
Dat is nog steeds een pak goedkoper dan een plaats op het hoofdtoernooi van de Partouche Poker Tour, begin september in Cannes, die je al gauw 8.000 euro kost. Bovendien strijd je dan om de prijzenpot – zo’n 4 miljoen euro – tegen het kruim van de pokerwereld, terwijl in Chaudfontaine mensen opduiken van allerlei slag. Van bleke online-pokernerds, over hyperactieve Marokkanen met achterover gegelde haren, tot doodgewone huismoeders. De enigen die je hier niet vindt, wegens bij wet verboden, zijn notarissen, politiemensen en… bankiers. Want die laatsten spelen enkel met andermans geld.
Overleven
Bovendien is dit een deepstack toernooi. Hier is je buy-in 50.000 chips waard, tegenover amper 30.000 op het hoofdtoernooi. “Daardoor kan er een stuk agressiever gespeeld worden, want je hebt een grotere buffer tegen verlies,” weet Moïse Ferrero van Partouche. “Anderzijds leidt het tot conservatiever spel, want de echt grote potten komen pas later in het toernooi.” Want de minimuminzetten beginnen dan wel laag met 25 en 50 – uur na uur worden ze opgekrikt, tot er op dag drie wordt geschermd met blinds van 80.000 en 160.000.
Tactiek wordt dus cruciaal. Eén probleem: ik heb ongeveer evenveel ervaring met poker als Ingrid Lieten met e-mailetiquette. Uit Poker voor Dummies – je moet ergens beginnen – leer ik twee basisregels. Fold vaak, want je speelt niet langer om pindanootjes en tandenstokers, maar om een half maandloon. En baseer je spel op je positie aan tafel. Dat vereist discipline, want het houdt in dat je pakweg een paar drieën niet mag spelen als je eerst aan de beurt komt, maar wel als je als laatste mag inzetten. Aan die adviezen wordt ook een iets minder bemoedigende raad gekoppeld: “als dit je eerste toernooi is, bereid je dan voor op verlies.” Slik.
Ook Patrick De Witte is van de partij in Chaudfontaine, en hij drukt me meteen met de neus op de feiten. Onze chef is een verwoed pokeraar – wat wil je, met zo’n frons als pokerface – die het in het verleden niet onaardig deed op toernooien als dit. “Voor iemand zonder ervaring is het vooral een kwestie van overleven. Een belangrijke tip: kijk niet meteen naar je kaarten als ze gedeeld worden. Die blijven wel liggen. Op zo’n moment kan je veel meer leren van de lichaamstaal van je tegenstanders. Beginnen ze bijvoorbeeld meteen hun chips te tellen, dan kan je je aan een raise verwachten.”
Origami
Al zou dat wel eens een moeilijke opdracht kunnen worden: de meeste pokerfaces aan mijn tafel worden versterkt door zonnebrillen, petten of zware koptelefoons. De enige beweging is het zenuwachtig gegoochel met hun chips, waardoor de zaal klinkt als een zwerm met castagnetten uitgeruste Provencekrekels. Aangezien ik behept ben met de vingervlugheid van een seniele artritispatiënt, ben ik al blij dat mijn chips niet in een hoek van het casino belanden als ik inzet.
Niet dat dat vaak gebeurt. Enkel bij erg gunstige kaarten ziet de pot mijn geld. En ik ben niet de enige: aan deze tafel wordt meer gefold dan in een origami-club. Toch blijkt het een lonende strategie, want twee uur later vergroot ik mijn stack naar 57.000. Zou er dan toch wat in zitten, vandaag?
Mijn pokerface laat echter te wensen over. Denk: Jacky Lafon die een kwadratische vergelijking voorgeschoteld krijgt. Vooral de Luxemburger rechts van me heeft door dat ik tighter speel dan de skinny jeans van Maggie De Block, en raist me geregeld genadeloos uit de pot. Toch schommelt mijn stack na acht uur poker nog steeds rond de 40.000, terwijl enkele professionals, zoals pokerbabe en voormalig P-covermodel Charlotte Van Brabander, er reeds uitgekegeld zijn.
Wel nog in de running: Magia Vandamme, nog een voormalige P-babe – we hebben altijd al een neus gehad voor talent. De voormalige croupier is sinds kort het Belgische boegbeeld van Partouche.be, en verdubbelde haar chipstack vlot naar 100.000. “Veel mensen denken dat je als ex-croupier een gouden sleutel in handen hebt omdat je constant geconfronteerd wordt met poker, maar je bent op dat moment met zoveel tegelijk bezig dat je de tijd niet hebt om het spel echt te volgen. Als mijn croupierschap mij enig voordeel zou opleveren, is het dat ik iets sneller de stacksizes van andere spelers kan inschatten, om te zien wat hun inzet waard is.”
Toch speelt ze meer op gevoel dan op kansberekening. “Daarom speel ik ook liever live toernooien zoals dit, omdat je tegenstander meer vrijgeeft via zijn lichaamstaal. En misschien heb ik wel een bijkomend voordeel als vrouw: het stereotype dat dames nooit bluffen bestaat nog steeds. Daar maak ik natuurlijk graag gebruik van.” Het blijven sluwe wezens.
Cashen maar
Ik probeer mijn winst op te drijven bij de volgende spelletjes, maar ik word al snel teruggefloten. Ik sneuvel te vaak op de laatste kaart, en mijn chipstack bloedt nu harder dan een halal geslacht rund. Ik besluit meer risico in mijn spel te leggen, en ga all in met de eerstvolgende goeie hand. Iedereen foldt. Bingo. Maar wanneer ik het nog eens waag, callt de andere Vlaming aan de tafel mijn bluf. Nu is het zijn boer-acht tegen mijn boer-koning. Dat ziet er niet slecht uit. Dan komen de andere kaarten. Zeven. Vier. Acht. Verdorie. Boer – weer niets. Ik word er op slag monarchist van: alles opdat er nu maar een koning zou komen.
Maar het wordt een miezerige twee, en ik lig uit het toernooi. Om twaalf uur, aan het einde van ronde acht, werd dat maar eens tijd ook. Wanneer ik PokerLive-reporter Wesley Nobels enigszins opgetogen meld dat er toch al 100 spelers voor mij uitgingen, zet die me echter met de voeten op de grond: “Eigenlijk wil dat niets zeggen over je prestatie. Professionals leggen doorgaans meer risico in hun spel, en wisselen forse winst af met bad beats.”
Dat blijkt ook bij (pdw). Had ik enkele uren geleden nog meer chips dan de chef, staat hij om halféén alweer te blinken met 90.000, en sluit hij dag één af – om vijf uur ’s ochtends, alsjeblief – af met 35.000. Dag 2 overleven wordt nagenoeg onmogelijk. Ook Magia Vandamme moet op de tweede dag de duimen leggen. “Ik ging eruit met een cooler – twee sterke handen tegen elkaar. Dan kan je jezelf weinig kwalijk nemen. In een toernooi blijf je die geluksfactor nodig hebben. Aan een andere tafel haalde een vrouw vier keer een four of a kind op één dag – dan is makkelijker om te cashen.”
En net omdat geluk zo belangrijk is, kiezen de laatste vier spelers op dag drie eieren voor hun, euh, chips. Ze sluiten een deal en verdelen liefst 93.000 euro volgens hun stackgrootte op dat moment. Bij hen Jimmy De Barros, de dekselse Luxemburger die me twee dagen eerder ettelijke chips afhandig maakte. Een halfuur later is het toernooi gedaan, en gaat de Belg Matthieu Jamar met zo’n 31.000 euro naar huis. We zien het ons moeder met bridgen niet naar huis brengen.
