Labels

Foto: Care Australia


Niet enkel klimaatopwarming veroorzaakt de hongersnood in Oost-Afrika. Volgens onderzoekers van de UGent zit ook La Niña er voor iets tussen. Dat weerfenomeen beïnvloedt al millennialang het klimaat, en zal dat in de toekomst steeds meer doen. (10 oktober '11)


Het was nog maar van 2009 geleden, maar de voorbije zomer domineerden beelden van uitgehongerde Afrikaanse kinderen, opgezwollen buiken en vliegen rond de mond incluis, weer het nieuws. In Somalië, Ethiopië, Kenia en Djibouti — de Hoorn van Afrika voor de vrienden — droogden rivieren op, mislukten oogsten en stierf het vee bij bosjes. De grootste droogte in 60 jaar drukte ons met de neus op de onaangename feiten: alle ontwikkelingshulp ten spijt is het ergste leed in Oost-Afrika nog niet geleden.

Want ondanks internationaal opgezette weermonitoringprogramma’s, die dergelijke droogtes moeten voorspellen en boeren ondersteuning bieden, zijn landen in de Hoorn van Afrika nog steeds bijzonder kwetsbaar. Voor regen — en dus watervoorziening, en enigszins volle magen — is Oost-Afrika namelijk afhankelijk van de Intertropische Convergentiezone (ITCZ), een regenstormrijk weerfront dat twee keer per jaar de evenaar oversteekt. Tussen maart en mei zorgt de ITCZ voor het zogenaamde lange regenseizoen in de Hoorn, om in oktober en november de gewassen met een tweede, broodnodige douche te besprenkelen. Buiten die periodes is het al sterke, droge wind wat de klok slaat.

 Kerstekind (m/v) 

Dat klimatologische evenwicht is echter zo fragiel dat zelfs een verschijnsel aan de andere kant van de wereldbol een significante verandering teweeg kan brengen. Het El Niño/Southern Oscillation-effect (ENSO), bijvoorbeeld, dat nu aangewezen wordt als medeplichtige aan de droogte.

“Dat weerfenomeen speelt zich af in de Stille Oceaan, waar passaatwinden gewoonlijk het warme water van voor de kusten van Chili en Peru langs de evenaar richting Indonesië stuwen,” legt paleoklimatoloog en UGent-professor Dirk Verschuren uit. “Maar eenmaal om de vier tot zeven jaar, rond Kerstmis — El Niño betekent ‘kerstekind’ — zwakken die winden af, en vloeit het warme water terug naar de westkust van Zuid-Amerika. Daar verdampt het ook, waardoor dat gebied zware regenval en overstromingen oogst, terwijl Indonesië en Australië, aan de andere kant van de oceaan, net te kampen krijgen met uitzonderlijke droogte. Tijdens sterke El Niño-jaren wordt zo zelfs een ongewoon hoge neerslag over Oost-Afrika gevoerd.”

Maar El Niño is geen enig kind. Zijn kleine zusje, La Niña, zorgt voor het tegenovergestelde: het oceaanwater in Zuidoost-Azië is dan maximaal opgewarmd, wat voor meer neerslag zorgt in dat werelddeel. Zo ligt La Niña mee aan de basis van de verwoestende overstromingen van 2010 in Pakistan en van begin dit jaar in Australië. “Dat zorgt er voor dat alle water bij wijze van spreken al uit de lucht is gevallen tegen dat de luchtstromen Oost-Afrika bereiken,” voegt Verschuren eraan toe, “met extreme droogte tot gevolg.”

 Een warmere wereld 

Het sterke effect van ENSO op het Afrikaanse klimaat wordt geïllustreerd door recent onderzoek dat Verschuren, samen met Nederlandse, Duitse, Zwitserse en Amerikaanse collega’s, in augustus publiceerde in het wetenschapsblad Science. Op basis van een bodemstaal van 22 meter uit het Chalameer, aan de voet van de Kilimanjaro, konden de onderzoekers een klimaatreconstructie van de laatste 25 000 jaar opzetten.

“Daaruit blijkt dat ENSO het Afrikaanse klimaat al beïnvloedt sinds de vorige ijstijd, maar ook dat in de laatste 3000 jaar de neerslageffecten van beide fases krachtiger geworden zijn,” vertelt Verschuren. “We kunnen dan ook voorspellen dat de Hoorn van Afrika in een toekomstige warmere wereld steeds vaker felle regenstormen zal zien, afgewisseld met meer jaren van extreme droogte.”

Daarenboven is de hoeveelheid jaarlijkse neerslag onderhevig aan andere factoren. Verschuren wijst op de variatie in intensiteit van de zonnestraling, maar ook op het aantal zware vulkaanuitbarstingen. “Maar die verschuivingen spelen zich af in de loop van eeuwen en millennia,” merkt Verschuren op, “waardoor het moeilijker wordt het effect van de opwarming van de aarde op die neerslagpatronen te herkennen, want dat is een verhaal van de laatste vijftig jaar.”

Toch vindt Verschuren dat de mensheid er mee voor gezorgd heeft dat ENSO nu meer van zijn oren maakt dan enkele decennia geleden. “Dat die droogte in Afrika nu zo’n schrijnende gevolgen heeft, ligt niet aan die versterking van ENSO op de lange termijn. Dat het korte regenseizoen dit keer uitbleef, was dan wel te wijten aan La Niña, maar eerder op het jaar was ook al het lange regenseizoen uitgebleven. En dat had dan weer wel te maken met de invloed van antropogene klimaatopwarming op de atmosferische circulatie boven de Indische Oceaan.”

 Zwakke overheid 

Al maakt Verschuren nog graag een kanttekening: “We mogen ook andere factoren zoals de gestegen voedselprijzen, de grootschalige volksmigratie en de explosieve politieke situatie in de regio niet onderschatten. Die factoren maakten van deze droogte in de Hoorn van Afrika een wild om zich heen slaande hongersnood.”

Dat Oost-Afrika nu schreeuwt om water, betekent echter niet dat er reikhalzend uitgekeken wordt naar de regenstormen die de volgende El Niño met zich mee zal brengen, verzekert Verschuren. “Normaal gezien vullen die regens de grondwaterreserves weer aan, maar op veel plaatsen is de natuurlijke vegetatie gekapt en vervangen door landbouwgrond over overbegraasd weiland. Daardoor ligt de bodem niet meer vast en brengt de extra neerslag van El Niño vooral overstromingen met zich mee. Zo loopt al dat water meteen terug naar de oceaan. En nu die extreem natte en bijzonder droge periodes elkaar steeds sneller en intensiever zullen gaan opvolgen, dreigt dat enkel problematischer te worden.”

Is de Hoorn van Afrika dan niet meer leefbaar? “Zo’n vaart zal het wel niet lopen,” meent Verschuren. “Het nieuwe korte regenseizoen staat intussen voor de deur, en dat zal de eerste nood wel lenigen, maar de grond zal nog enkele jaren nodig hebben om hiervan te recupereren. Het is vooral cruciaal dat de overheden in de getroffen landen inzien dat de manier van aan landbouw doen omgegooid moet worden. Nu moeten de plannen van de overheid voor het beheer van droge graslanden het nog te vaak afleggen tegen de belangen van projectontwikkelaars, die graslanden graag omturnen tot landbouwgebied voor droogteresistente gewassen. Een inefficiënte oplossing nochtans, want ook die gewassen moeten geïrrigeerd worden. En dat terwijl die graslanden net bijzonder geschikt zijn voor de veeteelt. Gezien de sterke verstedelijking in de regio — wat de vraag naar vlees doet toenemen — zit daarin immers ook economische toekomst.”