![]() |
| Erwin Wurm en Walter Van Beirendonck sloegen de handen in mekaar. (Foto: Knack) |
Nog tot 25 september kan u zich in het Antwerpse Middelheimmuseum laten verrassen door de speelse sculpturen van de Oostenrijkse kunstenaar Erwin Wurm. Zijn gevatte en absurdistische tentoonstelling ‘Wear Me Out’ stelt de beeldhouwkunst in vraag en verkoopt het kapitalisme tegelijk een stevige schop in de kloten. Maar dan wel met gebreide pantoffels aan.
Voor de tentoonstelling in het openluchtmuseum sloeg Wurm de handen in mekaar met de Antwerpse modekoning Walter Van Beirendonck, die op basis van schetsen van Wurm ook enkele beelden ontworp. Zoals ‘The Cloud’, dat de excentrieke designer als volgt toelicht: “Onderaan is die sculptuur een verwijzing naar mijn wintercollectie, bovenaan geven felgekleurde bollen tule het beeld een absurdistisch tintje.”
Maar dan roept Wurm plots: “En begin nu maar te wandelen!” Verwarring onder de toeschouwers – wil hij ons nu weg? – tot De Wolk ineens een rondje rond de vijver begint te lopen. Het beeld is kenmerkend voor de kunst van Erwin Wurm: onverwacht, maar goed gevonden.
De samenwerking met Van Beirendonck geeft Wurms beelden iets extra, vindt de Oostenrijker. “Ik werk wel vaker met kleren, maar ik presenteer ze nooit als mode. Een tentoonstelling in Antwerpen, met zijn ongelofelijke modescene, leek me dan ook een uitgelezen kans om te experimenteren. En dus heb ik Walter gevraagd of hij wou meewerken, want van de Antwerpse ontwerpers is hij veruit de wildste.”
Erwin Wurm: "Pas nu ik mijn eerste openluchttentoonstelling doe, snap ik het nut van brons"
Ook in het Braempaviljoen blijkt dat Wurm iets heeft met kleren. Een tiental modellen staat verspreid in het paviljoen, met één ding gemeenschappelijk: ze zijn allemaal verstrikt geraakt in hun kleren. “De mens denkt vaak dat hij meester van het universum is,” legt Wurm uit, “maar dat is een kwestie van perspectief: de commerciële samenleving reduceert hem tot wat hij bezit.”
En als de beperkte bewegingsruimte die zijn modellen genieten ervoor zorgt dat er eentje omvalt, dan is dat maar zo, vindt Wurm. “Dat is net een deel van het stuk. Het is een verhaal van verlangen en falen, schaamte en pijn. Daarom werk ik ook nooit met ingehuurde modellen, maar met vrijwilligers, die foutjes maken.” Voorlopig vielen er gelukkig nog geen gewonden – al kwam ‘The Cloud’ wel gevaarlijk dicht bij die vijver.
Wollige bedoening
![]() |
| Wurms 'fat car'. Met de 'fat'-reeks wil de beeldhouwer het kapitalisme aanklagen. (Foto Briefepigram) |
Het plafond van het paviljoen is bedekt met meters roze breiwol, en iets verderop kunnen bezoekers zich neervleien een gebreide trui waar gemakkelijk tien Bart De Wevers in zouden kunnen. Zou de kunstenaar ooit breilessen gevolgd hebben, of heeft hij gewoon een hekel aan traditionele beeldhouwmaterialen? “Ik heb nog nooit gebreid,” lacht Wurm, “maar ik vind breiwol leuk omdat het zo’n kleurrijk, rekbaar en organisch materiaal is. Dat ik minder met brons of marmer werk is misschien omdat ik eigenlijk toevallig in een beeldhouwklas verzeilde – ik was veel liever schilder geworden. Ik was bijna bang voor die traditionele materialen, omdat ze zo bol staan van betekenis. Maar nu ik mijn eerste openluchttentoonstelling doe, snap ik wel waarom brons zo belangrijk is: het is het enige materiaal dat buiten kan overleven."
In het uitgestrekte park van het Middelheimmuseum is het soms zoeken naar Wurms beelden, maar dat vindt de kunstenaar wel leuk: “het kan mensen de ogen openen, en ze met een andere blik naar de wereld laten kijken.”
Het heeft haast iets van paaseieren zoeken, al is dat in het geval van ‘Fat House’, een van Wurms bekendste werken, eerder een uit de kluiten gewassen struisvogelei: het ziet eruit als de woning van het Michelinmannetje. “Net als kleding is een huis een statussymbool. Door het dik te maken, heb ik het een biologische toets gegeven, en wordt het menselijker.”
Wurm wil zo meteen ook de spilzucht van de maatschappij aan de kaak stellen. “Iedereen zegt dat onze economie constant moet groeien. Maar iets dat blijft groeien, is niet altijd goed: kijk maar naar kanker. Dat is ziekelijk.” Al blijkt een beeld van de ‘fat economy’ nog niet voor morgen. “Ik weet nu nog niet hoe ik dat in beeld zou moeten brengen,” zucht de kunstenaar. “Maar misschien, op een dag…”

