Labels

Zelfs de vlaggen van DG en EU
zijn compatibel. (Foto NDL)
REPORTAGE // De Nieuwste Belgen // Welkom in Mini-Europa

Sinds 2007 herbergt Eupen de hoofdzetel van de Euregio Maas-Rijn. De Duitstalige Gemeenschap was met haar internationale geschiedenis en vooral veeltaligheid de uitgelezen plek voor het hoofdkwartier van een grensoverschrijdend samenwerkingsverband. Maar Europa leeft ook echt in dit ultieme grensgebied.


Deze reportage maakt deel uit van de artikelenreeks 'De nieuwste Belgen. De Duitstalige Gemeenschap, en hoe zij langzaam uit de schaduw treedt.'

Vlaanderen, Wallonië, Duitsland, Nederland, Frankrijk en Luxemburg liggen ontzettend nabij, en daar plukken de bewoners van de Duitstalige Gemeenschap (DG) gretig de vruchten van. “Wonen in een dergelijk grensgebied helpt vooral bij het sparen”, grapt Karl Rhode, een Duitstalige Belg met roots in Engeland en Duitsland – van een Europeaan gesproken. “Als we een stofzuiger nodig hebben die goedkoper is in Duitsland, springen we even de wagen in. En als een ijskast goedkoper is in Maastricht, zijn we daar even snel.” Maar Europa heeft ook een helende functie in de Gemeenschap. De EU heeft grote buur Duitsland opnieuw salonfähig gemaakt.

 Europa concreet 

Dat merkt ook historicus Selm Wenselaers, auteur van De Laatste Belgen: een Geschiedenis van de Oostkantons. “De komst van de Euregio genas de mensen van de Duitstalige Gemeenschap van een oud Duitslandcomplex. Tot de jaren ’70 was het verdacht als men inkopen ging doen in Aken, want het was alsof men daarmee een politiek statement maakte: wij voelen ons beter in Duitsland. Nu is dat taboe weggevallen: vandaag zijn ze dan gewoon ‘lekker Euregionaal’.” Europa als identiteit? Dat zullen ze in Brussel graag horen.

De Euregio werd opgericht in 1976, als een samenwerkingsverband tussen de regio Aken, de Nederlandse provincie Limburg en de Belgische provincies Luik en Limburg – de DG trad pas in 1992 toe. Het samenwerkingsverband kende een moeilijke start: alle grensregio’s waren nog steeds sterk gericht op hun nationale centra. Maar geleidelijk aan veroverde de Euregio een belangrijke plaats in het leven van haar 3,9 miljoen inwoners.

In tijden van scherp EU-scepticisme kan een tastbaar project als de Euregio dan ook veel doen voor het imago van de EU. Als er een ramp gebeurt in Kelmis, belt men nu naar de brandweer van Aken in plaats van die van Luik. Dat scheelt al gauw zo’n 35 kilometer, en een pak tijd. Het behoeft dan ook geen verbazing dat de slagzin van de Euregio ‘Europa Concreet’ is.

 Université of Universität? 

Dat ziet ook Oliver Paasch, voorzitter van de partij Pro deutschsprachigen Gemeinschaft (ProDG) en Minister van Onderwijs in de DG. “Natuurlijk voelen wij ons erg Europees. Als kleine regio, omringd door vijf landen, zou het maar erg zijn als dat niet het geval was. Ook omdat die grensoverschrijdende samenwerking zo cruciaal is voor ons – anders zou het moeilijk zijn onze bevoegdheden degelijk in te vullen. Voor het onderwijs is het bijvoorbeeld onmogelijk om Duitstalige handboeken voor studenten te vinden in België. Daarom werken wij samen met Duitsland en Oostenrijk.” ‘Vivre l’Europe, c’est vivre le quotidien’, het is een uitspraak die niet van de lucht is in Oost-België.
Selm Wenselaers: 'Dankzij de EU is Duitsland niet langer taboe'
Maar als het om een hogere opleiding in het Duits gaat, zijn de Duitstalige jongeren welhaast verplicht om naar Aken of Keulen te trekken. Dat vertaalt zich ook in cijfers: naar schatting trekt zo’n 18% van de Duitstalige Belgen naar Duitsland om te studeren. Het leeuwendeel van die studenten kiest daarbij voor Aken. Al was de keuze voor Josef Koch wel heel eenvoudig. Hij woont in Raeren, vlakbij de Duitse grens, en studeert al zijn hele leven bij de Oosterburen. “Ik ben gewend geraakt aan het Duitse systeem,” zegt de student biologie. “Bovendien heeft de universiteit van Aken een zeer goede reputatie wat natuurwetenschappen betreft. Dus zelfs al was er een Duitstalige universiteit in België, dan nog was ik naar Duitsland getrokken.”

 Mentaliteit 

Mathieu Grosch zetelt al sinds 1994
in het Europarlement. (Foto C. Petruc)
Het valt op dat de Duitstalige Belgen enthousiaster reageren dan Vlamingen of Walen wanneer het over Europa gaat. Selm Wenselaers ziet daarvoor een verklaring in de figuur van Mathieu Grosch (Christlich Soziale Partei), de burgemeester van Kelmis en lid van het Europees Parlement. Sinds 1995 hebben de Duitstaligen een gegarandeerde vertegenwoordiging in het Europees parlement – Europa zorgt voor zijn minderheden – en die zetel wordt al sinds den beginne bezet door Grosch. 

“Mathieu Grosch is een Europarlementariër met heel veel uitstraling”, getuigt Wenselaers. “Die geeft Europa echt een gezicht. Hij is ook de enige Duitstalige die op het hoogste niveau echt met de grote jongens mag meespelen. Hij positioneert zich als een brug tussen de Belgische delegatie en de Duitsers.” Net omwille van die Duitse connecties wordt Grosch – die zich vooral bezighoudt met transport, bij uitstek een grensoverschrijdende kwestie – soms zelfs schertsend ‘de machtigste Belg van het Europese halfrond’ genoemd. Maar wat vindt hij daar eigenlijk zelf van?

“Ik heb natuurlijk het onmiskenbare voordeel van de taal”, relativeert Grosch. “Het is altijd gemakkelijker om in de taal van je gesprekspartner te zeggen dat je niet akkoord gaat met hem. Het is niet alleen een kwestie van respect, maar ook van het begrijpen van de mentaliteit van de andere.” Of hoe de Duitstalige Gemeenschap een brug kan vormen naar Duitsland, zoals Wallonië dat kan naar Frankrijk.

 Mr. Transport 

Die taalkennis levert Grosch meer op dan een lage tolkenrekening. Hij is de enige van de Belgische delegatie die de vergaderingen van de Duitse delegatie bijwoont, en hij wordt ook uitgenodigd op de vergaderingen van de Franse. “Inderdaad, en daarom zegt men al eens: ‘zoek je een oplossing? Ga eens langs bij Grosch, dan heb je niet enkel België, maar ook Frankrijk en Duitsland mee’”, lacht de CSP-politicus, die wegens zijn dossierkennis in de wandelgangen Mr. Transport genoemd wordt.

En toch zaagt men soms aan de poten van zijn geliefkoosde parlementszetel. In 2009 moest België twee zitjes afstaan, en het zag er even naar uit dat de DG het kind van de rekening zou worden van het gekibbel tussen Vlamingen en Walen. “Ik heb soms inderdaad de indruk dat men in Europa meer aanvaardt dat ik van een kleine regio kom dan in België. Maar België is een federale structuur, gebaseerd op culturele en linguïstieke gemeenschappen: dan moet er plaats zijn voor een eigen kiesomschrijving. Het gaat tenslotte niet om de kwantiteit van de zetels, maar om het doel waarvoor ze aangewend worden.”

 Hoge verwachtingen 

Zijn zetel staat echter niet constant ter discussie, verzekert Grosch. “De kwestie komt enkel ter sprake als de Europese verkiezingen voor de deur staan.” In het Europees parlement heerst er een goede samenwerking binnen de Belgische delegatie. “Ik heb altijd de indruk dat België beter werkt op niveau van het Europees Parlement. Ik heb contacten met zowel Dirk Sterckx (Open VLD) als met Anne Delvaux (cdH). Er zijn ook geen taalproblemen: we beginnen onze vragen in het Frans en eindigen in het Nederlands. Duits wordt er minder gesproken, maar dat beschouw ik dan als mijn persoonlijke voordeel tegenover mijn collega’s”, grijnst Grosch.
Mathieu Grosch: 'De Duitstalige Belgen begrijpen dat de EU niet het probleem, maar de oplossing is.'
Ook met zijn kiezers zit het wel snor, weet de burgemeester van Kelmis. Campagne voeren voor Europa blijkt er zelfs gemakkelijker dan campagne voeren voor België. “Dat is vooral omdat Europa iets voorstaat dat kan evolueren in de goede richting”, legt Grosch uit. “België blijft daarentegen een groot vraagteken voor veel Duitstaligen: ze begrijpen niet dat er geen eensgezindheid is.”

De Duitstalige Belgen denken zelf ook meer in een Europese context. “Als het over welzijn gaat, kijkt men niet enkel naar het ziekenhuis van Eupen, maar ook naar dat van Aken. Die stad herbergt ook de tweede grootste technische universiteit van Duitsland – op minder dan tien kilometer van de DG! En zelfs cultureel is de link erg sterk: het Akense carnaval is sterk vergelijkbaar met het onze. De Duitstaligen begrijpen dat Europa niet het probleem is, maar de oplossing. Ze verwachten zelfs meer van Europa dan dat wij hen momenteel kunnen geven.” En net dat beseffen de mensen in Brussel, Berlijn of Parijs te weinig, volgens Grosch: “voor grensgebieden als de Duitstalige Gemeenschap is Europa dagelijkse kost.” En die smaakt naar meer.

De Laatste Belgen: Een geschiedenis van de Oostkantons van Selm Wenselaers telt 197 p., kost €19.95 en verscheen bij Meulenhoff | Manteau.