Labels

Karl-Heinz Lambertz: 'De
staatshervorming zal nooit
af zijn.' (Foto NDL)
INTERVIEW // Duitstalig Minister-President Karl-Heinz Lambertz vol vertrouwen // ‘Volledige autonomie is geen mission impossible’

Midden februari schoof ex-koninklijk bemiddelaar Johan Vande Lanotte (sp.a) voor het eerst een ‘Belgische Unie’ met vier deelstaten naar voor als mogelijk eindpunt voor de staatshervorming. Daarbij werden heel wat wenkbrauwen gefronst, weet ook minister-president van de Duitstalige Gemeenschap Karl-Heinz Lambertz. Behalve in Oost-België. ‘Een België met vier, dat is een terugkeer naar de realiteit.’

Deze reportage maakt deel uit van de artikelenreeks 'De nieuwste Belgen. De Duitstalige Gemeenschap, en hoe zij langzaam uit de schaduw treedt.'

Nog voor het intussen beruchte gastcollege van Vande Lanotte aan de universiteit van Gent, had toenmalig MR-voorzitter Didier Reynders al in een verslag aan de koning gemeld dat hij bij het uitvoeren van zijn informatieopdracht gemerkt had dat verschillende partijen “de mogelijkheid ter sprake hadden gebracht om naar een ‘Belgisch model met vier’ te gaan. Blijkbaar heeft de Duitstalige Gemeenschap (DG) in de hoofden van de Belgische toppolitici eindelijk een plaats verworven als gelijkwaardige partner naast Vlaanderen, Wallonië en Brussel.

Maar noch Vande Lanotte, noch Reynders waren de eersten die de Duitstalige Gemeenschap een eigen gewest toedichtten. Reeds in 1992, op een PS-congres in Ottignies, verkondigde Karl-Heinz Lambertz (Sozialistische Partei) – in het Duits, dat spreekt - dat de DG ooit een aparte regio zou worden, met de bevoegdheden van een gemeenschap, een provincie en een gewest.

 Mijnenveger 

Toen was Lambertz nog minister, met bevoegdheden als Media en Sociale Zaken in zijn portefeuille. Maar vandaag, 19 jaar later, is hij al meer dan een decennium lang minister-president van de DG – een zelden geziene continuïteit in het Belgische politieke landschap. Toch beschouwt hij de aandacht voor een België met vier niet als een miraculeuze opstoot van appreciatie voor de Duitstalige Gemeenschap: hij noemt het veeleer een terugkeer naar de werkelijkheid.

Karl-Heinz Lambertz: “Uiteraard betekent een ‘België met vier’ niet dat we met zijn vieren op gelijke voet gaan onderhandelen. De twee protagonisten zijn altijd Vlaanderen en Wallonië geweest. Maar een tweestrijd resulteert al snel in polarisatie, en in dat geval kan het ontmijnend werken om er nog twee partijen bij te betrekken.”

Maar waarom ontdekt men dat pas vandaag?

Lambertz: “De sleutel ligt in de oprichting van de gemeenschappen en gewesten. Die dualiteit was verre van praktisch, dus hebben de Vlamingen vrij snel hun instellingen gefusioneerd. In Wallonië lag dat moeilijker, omwille van Brussel. Toch smelten beide instellingen ook daar steeds meer samen, en wordt het voor de DG steeds moeilijker om daarbinnen te functioneren.”

 Geen Mirakel 

En een België met vier zou volgens u de zaken dus veel simpeler maken?

Lambertz: “Daarvan ben ik diep overtuigd. Je moet al meer dan blind zijn om niet te begrijpen dat België evolueert naar een situatie waar we op het eind met vier zijn. Immers, de Vlamingen mogen op hun kop staan: er kan nooit een akkoord zijn zonder het bestaan van Brussel. En in die context hebben wij geen keuze: ofwel verdwijnen we in een donker hoekje van het Waals gewest, ofwel zeggen we dat we dezelfde synergie nodig hebben.”

Maar lange tijd stonden de Duitstaligen te roepen in de woestijn. 

Lambertz: “Dat leek inderdaad een stokpaardje van de Duitstaligen - men vond dat charmant, maar het bleef een lokale kwestie. Sinds de demarche van Johan Vande Lanotte is dat radicaal veranderd. Nu ziet men in dat het kan helpen: een België met vier is geen mirakeloplossing, maar het maakt de zaken wel simpeler, helderder en makkelijker te begrijpen.”

De Duitstalige Ecolo-senator Claudia Niessen vergeleek de taak van de Duitstaligen in het federale parlement met die van een diplomatiek korps, en u herhaalt uw standpunt al jaren als een mantra. Hebben de Duitstaligen die plotse erkenning ook zelf afgedwongen?

Lambertz: “Dat zou natuurlijk goed zijn voor mijn zelfbeeld, maar ik denk dat het vooral het resultaat is van een logische evolutie: het stemt overeen met de realiteit van het land waarin wij leven. Wij zijn weliswaar de eersten die het zo openlijk gezegd hebben – niet omdat wij slimmer waren dan de anderen, maar omdat het nu eenmaal duidelijk in ons belang was – maar blijkbaar kan een dergelijke aanpak er toch voor zorgen dat het geheel in beweging komt.”

 Partizaan 

Bestaat er eigenlijk een platform van Belgische politici die aandachtig luisteren naar wat de Duitstalige Gemeenschap zegt?

Lambertz: “Nu meer dan vroeger, dat staat vast. Door onze aanwezigheid in het publieke debat en met onze persoonlijke relaties proberen we hen daar ook toe te verplichten – maar het is niet omdat ze luisteren, dat ze ook akkoord zijn.”

U heeft nochtans een pak autoriteit: u bent gespecialiseerd in federale structuren en maakte op het kabinet van minister van Institutionele Hervormingen Moureaux staatshervormingen van dichtbij mee. Zou u, met uw ervaring, ook een rol kunnen spelen zoals Johan Vande Lanotte dat deed?

Lambertz: “Ik heb die rol natuurlijk al een klein beetje gespeeld in 2008 (Lambertz vormde toen samen met Raymond Langendries (cdH) en François-Xavier De Donnea (MR) een koninklijk bemiddelaarstrio – ook zij konden de impasse niet doorbreken, red.). Het is dus zeker niet onmogelijk, maar of het nuttig zou zijn, durf ik te betwijfelen. Fundamenteel blijf ik ervan overtuigd dat het conflict enkel geregeld kan worden tussen de twee partners zelf, zeker aangezien de DG zelf ook een beetje partizaan is. Neen, in het Belgische orkest zijn wij hoogstens een triangelspeler. Als die correct speelt, merk je daar niets van, maar als hij een valse noot slaat, is het concert mislukt.”

 Big Bang 

Kunnen de Duitstaligen wel zo’n valse noot slaan? Hoe kan de Gemeenschap het concert verstoren als ze vergeten wordt bij de staatshervorming?

Lambertz: “We hebben natuurlijk ook geen leger om onze visie door te drukken – we zijn een kleine minderheid. En ik ben er zeker van dat Bart De Wever (N-VA) en Elio Di Rupo (PS) niet opstaan met de Duitstalige Gemeenschap in gedachten. Maar hoe sterker de logica, hoe krachtiger de eisen. Bovendien is het ook een kwestie van anticiperen: we moeten ervoor zorgen dat de architecten hun plannen niet helemaal moeten omgooien om aan onze eisen tegemoet te komen. Je mag onze kracht ook niet onderschatten: zelfs het oneindig kleine kan een verbazende kracht hebben: kijk maar naar de atoombom…”
"We hebben geen keuze. Ofwel verdwijnen we in een hoekje van het Waalse Gewest, ofwel eisen we onze autonomie op."
Is een grote staatshervorming een unieke kans voor de DG om een big bang aan bevoegdheidsuitbreidingen te realiseren?

Lambertz: “Ik geloof niet in de big bang. Ik denk dat een grote staatshervorming een echte kans zou kunnen zijn voor iedereen.”

Maar is een package deal niet praktischer dan de stapvoetse onderhandelingen met Wallonië?

Lambertz: “Niet noodzakelijk: zelfs datgene wat we op federaal niveau onderhandelen, moeten we ook met Wallonië apart bespreken. En we moeten niet verwachten dat de Vlamingen ook maar een millimeter toegevingen zouden doen aan de Walen om ons een plezier te doen.”

In de strijd om de staatshervorming is het ieder voor zich?

Lambertz: “Inderdaad. Daarom zijn bilaterale contacten zo extreem belangrijk. Zelfs al was er op dit moment volslagen vrede op communautair vlak, dan nog zouden wij aan het onderhandelen zijn met Wallonië. Maar nu beweegt alles, en dat maakt het gemakkelijker voor een klein deeltje als ons om mee te bewegen – in dat opzicht is het inderdaad wel een unieke kans.”

 Keizersnede 

En dat is natuurlijk mooi voor u: u vraagt al jaren meer autonomie voor de Duitstalige Gemeenschap. De Duitstalige Belgen lijken er zelf echter niet helemaal van overtuigd dat het wel zo’n goed idee is…

Lambertz: (snel) “Ik denk dat er in België veel mensen zijn die zich afvragen of het wel een goed idee is. Maar of ze dat denken of niet, dat is eigenlijk niet van belang, en mijn eigen mening doet er overigens ook niet toe, want het is nu eenmaal een onvermijdelijke evolutie. Onze specifieke situatie – het feit dat we heel klein zijn – noopt ons ertoe op een andere manier over die autonomie na te denken, en daarvoor hebben we een eigen aanpak ontwikkeld. Zo zullen wij ons regelmatig de vraag moeten stellen of we überhaupt wel moeten tussenkomen als regering, en moeten wij profiteren van onze positie als grensregio om samenwerkingsverbanden op te zetten met de omringende regio’s.”

Dus als er morgen een staatshervorming komt, kan de Duitstalige Gemeenschap haar eigen regio beheren?

Lambertz: “We zijn alleszins voorbereid op bevoegdheden die we nu al eisen. Als we plots een gewest werden, zouden wij onze bevoegdheden natuurlijk verdrievoudigen. Dat is een grote uitdaging, maar geen mission impossible. Op basis van wat we al gerealiseerd hebben ben ik ervan overtuigd dat we het aankunnen. En nogmaals: het is het heft zelf in handen nemen, of verdwijnen.”

Daarvoor moet de staatshervorming er wel eerst nog komen, natuurlijk. U vergeleek de crisis al eerder met een Schwergeburt, een moeilijke bevalling. Hebben we geen keizersnede nodig om eruit te raken?

Lambertz: “De natuurlijke weg levert soms heel wat pijn op, en kan erg lang duren. Daar moeten we overigens geen complex over ontwikkelen: in alle federale landen neemt dat veel tijd in beslag. De boel forceren is natuurlijk ook niet goed, maar een goeie keizersnede zou inderdaad wel kunnen helpen – hoewel dat ook via onderhandelde weg zal moeten gebeuren. Maar zelfs dan zal de staatshervorming nooit af zijn. In geen enkele federale staat, trouwens.”



Dit interview maakt deel uit van de artikelenreeks 'De nieuwste Belgen. De Duitstalige Gemeenschap, en hoe zij langzaam uit de schaduw treedt.' en verscheen ook op de nieuwswebsite Apache.be »