| Kattrin Jadin: de enige Duits- talige in de Kamer. (Foto NDL) |
“De politieke onzichtbaarheid van de Duitstalige Gemeenschap van België op nationaal niveau zorgt voor heel wat frustratie bij de Duitstalige bevolking.” Dat is een van de belangrijkste conclusies die Anneleen Vanden Boer (Katholieke Universiteit Brussel) trekt in haar doctoraatsscriptie, waarin ze meningen omtrent de positie van Duitstalige Belgen in het Belgische federale systeem onderzocht. De Duitstaligen hebben dan ook maar één rechtstreekse vertegenwoordiger in het parlement zitten. En zelfs hij kan zijn zegje niet altijd in het Duits doen.
Deze reportage maakt deel uit van de artikelenreeks 'De nieuwste Belgen. De Duitstalige Gemeenschap, en hoe zij langzaam uit de schaduw treedt.'
Deze reportage maakt deel uit van de artikelenreeks 'De nieuwste Belgen. De Duitstalige Gemeenschap, en hoe zij langzaam uit de schaduw treedt.'
Elke zichzelf respecterende federale staat heeft een parlementaire kamer waarin de deelstaten vertegenwoordigd zijn. Om die reden werd de Belgische Senaat in 1994 uitgebreid met 21 gemeenschapssenatoren. De Vlaamse en de Franse Gemeenschap mogen elk tien senatoren afvaardigen, maar de Duitstalige Gemeenschap (DG) moet het, gezien zijn geringe omvang, stellen met één vertegenwoordiger – meteen de enige representatie van de Duitstaligen op het federale niveau.
Engagement
Het is in die hoedanigheid van gemeenschapssenator dat de intussen overleden liberaal Bernhard Collas (Partei für Freiheit und Fortschritt) in 2006 een primeur uitlokte: op een vraag van de Duitstalige senator antwoordde toenmalig staatssecretaris voor Overheidsbedrijven Bruno Tuybens (sp.a) in het Duits. Niet veel later volgde ook Vincent Van Quickenborne (Open VLD) het voorbeeld van zijn collega-staatssecretaris.
Toch is het niet altijd evident om het parlement te tonen dat je Duits spreekt, zegt huidig gemeenschapssenator Louis Siquet (Sozialistische Partei). “Als ik Duits praat, is dat niet om te provoceren, maar om aan te tonen dat er een Duitstalige Gemeenschap is die ik vertegenwoordig en verdedig,” zegt de senator. “Dat wordt echter niet altijd goed ontvangen door de andere parlementsleden – vooral de Franstaligen vinden het eerder storend. Daarom stel ik mijn vragen meestal in het Frans, anders luisteren ze toch niet.”
Gemeenschapssenator Louis Siquet (SP): ‘Ik stel mijn vragen in het Frans, anders luisteren ze toch niet.’
Maar Siquets taalkeuze heeft ook praktischere redenen. “De vertaaldienst van de Senaat vertaalt enkel van Nederlands naar Frans of omgekeerd. Daarom herhaal ik mijn vraag, als ik ze dan al eens in het Duits stel, ook altijd in het Nederlands of Frans. Senaatsvoorzitter Danny Pieters (N-VA) heeft me echter verteld dat hij overweegt de vertaaldienst te versterken. Dat is een mooie geste, maar het zal niet voor morgen zijn.”
Goodwill
Dat hun gemeenschapssenator af en toe Duits spreekt in het parlement, vinden de Duitstalige Belgen echter niet voldoende, zegt Anneleen Vanden Boer. “De gemeenschapssenator kan dan wel zijn best doen en voor zichtbaarheid zorgen, aan het eind van de rit wordt zijn stem toch bij die van de Franse taalgroep gevoegd. Een bredere vertegenwoordiging is dus wenselijk om de DG meer in the picture te plaatsen. Ze zouden dan ook heel blij zijn met een vorm van rechtstreekse representatie.”
Maar het is niet simpel om als Duitstalige rechtstreeks verkozen te worden. Sinds de kieshervorming van 2002 behoort het Duitse taalgebied immers tot de grotere, provinciale kieskring Luik. Daardoor slonken de kansen voor Duitstalige politici om verkozen te worden aanzienlijk, en werden ze afhankelijk van de goodwill van Franstalige partijen: als ze geen goede plaats op de lijst krijgen, kunnen ze het wel schudden.
En net bij die welwillendheid liep het in het verleden wel eens mis. Maar dat je als Duitstalige toch Franstalige kiezers kan aanspreken, bewijzen Kamerlid Kattrin Jadin (PFF) en senator Claudia Niessen (Ecolo). Voor die laatste bleek haar Duitstaligheid zelfs een troef. “Het is gemakkelijker om mensen aan te spreken: je kan hen verrassen door hen duidelijk te maken dat ze ook voor een Duitstalige kunnen stemmen.” Maar de senator is wel trouw aan haar kiespubliek. “Ik ben niet louter een vertegenwoordigster van de Duitstalige Gemeenschap: als tweede op de Senaatslijst van Ecolo ben ik verkozen in het hele Waalse Gewest, en dus vertegenwoordig ik alle Walen. Daarom stel ik mijn parlementaire vragen vooral in het Frans.”
Senatrice Claudia Niessen (Ecolo): ‘Mijn Duitstaligheid is een troef bij verkiezingscampagnes.’
PFF-voorzitster Kattrin Jadin kreeg in 2007 en 2010 dan weer de tweede plaats op de Luikse Kamerlijst van de MR – vlak achter voorzitter Didier Reynders. Toen de federale regering viel in april 2010, hield ze in het parlement een opmerkelijke tussenkomst die netjes verdeeld was in het Duits, Frans en Nederlands. “Dat was toch even schrikken voor de andere Kamerleden. Gelukkig mag ik van de MR mijn eigen koers varen op communautair vlak. Bij thema’s die enkel Vlamingen en Walen aanbelangen probeer ik mij dan ook te onthouden.”
Een belangrijk conflict
Of toch. Eén keer mengden de Duitstaligen zich in het communautaire strijdgewoel. In oktober 2009 lanceerden zij het vierde belangenconflict rond de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde. Een kwestie waar zij op het eerste zicht helemaal niets mee te maken hadden. “Wij hebben inderdaad geen belang in B-H-V,” geeft Jadin toe, “maar wel in een goedfunctionerende federale staat waarin men tot onderhandelde oplossingen komt. We wilden ook niet dat de regering zou vallen in volle economische crisis.”
“Eigenlijk begrijpen we de Vlamingen zelfs beter in die kwestie,” voegt Claudia Niessen eraan toe. “Volgens de logica van de Franstaligen zou de DG dan evengoed het Waalse Membach kunnen annexeren, want daar spreken ze ook vooral Duits. We voelden er ons niet goed bij, maar we deden het om de regering meer tijd te gunnen.” “We waren immers dicht bij een oplossing op dat moment,” meent Louis Siquet. “Het is ons dan ook gevraagd – niet enkel door Walen, maar ook door Vlamingen en Brusselaars. Anders hadden we het conflict nooit gelanceerd.”
Ook Jadin bevestigt dat de Duitstaligen het belangenconflict met tegenzin inriepen. “Dat heb ik ook tegen Didier Reynders gezegd: dit doen we geen tweede keer. Er was een betoging voor het Gemeenschapsparlement en ik had de mensen van Voorpost (een extreemrechtse Vlaams-nationalistische actiegroep, red.) in mijn tuin - dat is ook niet aangenaam.” Wie denkt dat de Duitstaligen zich vanaf nu wel koest zullen houden, heeft het echter mis, zegt Jadin.
Kamerlid Kattrin Jadin (PFF): ‘Ik zei Didier Reynders: zo’n belangenconflict, dat doen we geen tweede keer.’“Door die passage weten we welke middelen we kunnen inzetten indien men ons zou vergeten bij de staatshervorming. Er was bijvoorbeeld sprake van dat het gerechtelijk arrondissement Eupen bij Verviers en Hoei zou gevoegd worden. Welnu, dan zouden wij niet aarzelen om een belangenconflict in te roepen. Dat heb ik ook aan minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V) gezegd.”
Onwetendheid
De Duitstaligen doen er alleszins alles aan om te vermijden dat ze naar zulke mechanismen moeten grijpen, maar daarin zijn hun middelen beperkt, zegt Claudia Niessen. “Berni Collas heeft bijvoorbeeld veel gedaan om politici te sensibiliseren rond die justitiehervorming, maar als we op een dag een nieuwe minister van Justitie hebben… Dan is alles te herdoen. Wij zijn te klein om de dingen structureel te veranderen, dus moeten we met persoonlijke relaties werken. We voelen ons soms een beetje als een corps diplomatique. Het is vooral vechten tegen de onwetendheid.”
“Daarom hebben wij ons als Duitstalige parlementariërs geëngageerd om ons zo veel mogelijk te laten opmerken,” gaat Niessen door. “Door regelmatige tussenkomsten in het parlement, in persoonlijke discussies, in werkgroepen, op partijbureaus. En als je met drie bent, komt dat beter over. Anders zeggen de anderen: ‘daar is die ene Duitse zagevent weer.’ En het werkt: op ons partijbureau zijn er nu zelfs enkele Walen die het voor ons opnemen: ‘we moeten onthouden dat de Duitstaligen er ook nog zijn!’ Dan kijken wij ook wel raar op hoor.”
![]() |
| Senator Claudia Niessen: 'Soms worden wij bekritiseerd voor zaken in de Duitse politiek.' (Foto Björn Marx) |
GARANTIES
“Het is niet gemakkelijk om de bevolking van de Duitstalige Gemeenschap te enthousiasmeren voor de federale verkiezingen,” zegt Kamerlid Kattrin Jadin (PFF). Dat blijkt telkens weer bij de verkiezingen, waar de Duitstaligen steevast het hoogste percentage blanco en ongeldige stemmen laten optekenen. “Voor veel mensen is Brussel dan ook een ver-van-mijn-bed-show,” voegt Ecolo-senator Claudia Niessen daaraan toe. “Je ziet dat ook in Grenz-Echo, de enige Duitstalige krant in België: daar krijgt Belgische politiek amper één pagina. Bovendien gebruiken de Duitstaligen sowieso meer Duitse media: ze kennen de Duitse ministers dan ook beter dan de Belgische. Soms worden wij zelfs bekritiseerd voor zaken die fout lopen in de Duitse politiek!” (lacht)
Anneleen Vanden Boer (KU Brussel) duidt er in haar doctoraat ook op dat een gegarandeerde vertegenwoordiging van Duitstaligen in het parlement mogelijk de enige oplossing is om de politieke zichtbaarheid van de Gemeenschap te verhogen. Daarom wekt het ook geen verbazing dat de DG al sinds 1998 een eigen kieskring voor de Kamer eist. “De Duitstaligen zouden ook meer interesse tonen in het federale niveau indien ze zelf een vertegenwoordiger konden kiezen,” meent Oliver Paasch, voorzitter van de Pro deutschsprachigen Gemeinschaft (ProDG) en minister van Onderwijs in de Duitstalige Gemeenschapsregering. “De lijsten van MR en PS, dat zijn Waalse lijsten. Dat zegt de Duitstaligen niets – ze kennen die namen niet eens.”
Spreekbuis
Een aparte kieskring heeft natuurlijk ook voordelen voor Paasch’ eigen partij. “Als onafhankelijke, regionale partij met een hinterland van maximaal 50 000 kiezers is het inderdaad onmogelijk voor ons om in het huidige systeem een federale verkozene te leveren,” geeft Paasch toe. “Maar met een eigen kieskring hebben we een kans.”
Helemaal ondemocratisch zou dat overigens niet zijn, vindt de ProDG-minister. “Dan is de Gemeenschap ook écht vertegenwoordigd: Louis Siquet (Sozialistische Partei) is niet rechtstreeks verkozen, en Kattrin Jadin en Claudia Niessen vertegenwoordigen eigenlijk een groter, Franstalig kiespubliek. En zelfs als je het bekijkt in verhouding tot de populatie heeft de Duitstalige Gemeenschap recht op één vertegenwoordiger. Die zal natuurlijk nooit de scheidsrechter zijn in grote discussies, maar hij kan de Duitstaligen wel een stem geven.”
