![]() |
| De Caledonian Brewery in Edinburgh. |
In Schotland staat het jaar 2011 te boek als the Year of Food and Drink. Een jaar lang whisky en haggis dan maar? Niet noodzakelijk. Schotland kan bogen op een rijke traditie die ons, Belgen, waarschijnlijk meer aanspreekt dan schapenmagen: bier!
Met the Year of Food and Drink wil de Schotse regering het imago van Schotland als thuishaven van kwalitatieve culinaria opschroeven. Schotland wordt doorgaans in een adem genoemd met haggis en whisky, maar qua kwaliteit kan het Schotse bier kan zeker doorgaan voor een waardig whisky-alternatief.
Op de meest recente Brewing Industry International Awards werden namelijk zeven medailles binnengerijfd door Schotse bieren – ter vergelijking: België behaalde zes lintjes. Vooral in de typisch Schotse categorie cask ale deden ze het goed.
Cask ale is de typisch Britse term voor bier dat wordt bewaard in speciale vaten die bezinksel toelaten. Daardoor krijgt het bier een tweede gisting in het vat. De methode dateert van voor men bier begon te pasteuriseren in de 19e eeuw. Dat heeft tot gevolg dat cask ales doorgaans minder lang houdbaar zijn dan hun tegenhangers, de keg ales. Die bevatten meer koolzuur, waardoor bezinksel uitgesloten wordt. Anders uitgedrukt: keg ale zit ‘dood’ in het vat, terwijl cask ale verderleeft en rijpt.
Het Schotse succes is niet zo vanzelfsprekend als het lijkt. Dertig jaar geleden was het Schotse bierwezen op sterven na dood. In de hoofdstad Edinburgh alleen al blijft er met de Caledonian Brewery slechts één brouwerij over van wat vroeger een bloeiend brouwerslandschap was.
Cask en keg
En zelfs die parel aan de kroon van het Schotse bierlandschap is niet meer in Schotse handen. In 2008 werden ze overgenomen door de Nederlandse brouwersfamilie Heineken.
“We hebben de steun van een grotere brouwerij echt nodig,” getuigt Laubscher Coetzee, woordvoerder van Caledonian Brewery. “Het is deels dankzij die overname dat wij als enige van de 40 brouwerijen die Edinburgh rijk was konden overleven. We zijn immers niet gespaard gebleven van tegenslag: doordat wij hier op een speciale manier brouwen, met koperen ketels boven open gasvuren, lopen wij een groter brandgevaar. Tot twee keer toe woedde hier een grote brand, maar met de steun van ons moederbedrijf konden we de draad snel weer oppikken.”
Toch slaagt de Caledonian Brewery erin zijn eigenheid te bewaren. “Heineken beschouwt ons als een aparte franchise. We worden dus behoorlijk vrij gelaten,” zegt Coetzee. “Op die manier kunnen we ons blijven focussen op cask ale, wat op zich niet de meest voor de hand liggende categorie van bier is.”
Camra
In de jaren ’70 raakte cask ale immers met uitsterven bedreigd: voor pubs was keg ale immers stukken goedkoper, had een langere houdbaarheidsdatum en is doordat het koolzuurhoudend is gemakkelijker om te tappen. Steeds meer brouwerijen die gespecialiseerd waren in cask ale sloten noodgedwongen de deuren. Maar in 1971 hadden vier Engelsen genoeg gekregen van het steeds bruisender wordende bier, en ze besloten de Campaign for Real Ale (Camra) op poten te zetten.
Camra groeide uit tot een onafhankelijke, vrijwillige consumentenorganisatie die vandaag meer dan 120 000 leden telt. Ze proberen cask ale – dat ze zelf real ale noemen: het gaat immers terug op de originele brouwwijze – terug onder de aandacht te brengen met biergidsen, prijsuitreikingen en bierfestivals.
“Wij zijn eigenlijk de grootste consumentenorganisatie van Europa,” zegt Jim Darroch van Camra. “We kunnen dus wel wat druk uitoefenen. Zo proberen we ons ook steeds te verzetten tegen de overname van kleine brouwerijen door grote bedrijven – dat komt de diversiteit van het aanbod niet ten goede, en zorgt voor stijgende prijzen.”
Jim Darroch (Camra): "Een vreedzame co-existentie tussen whisky en bier is best mogelijk"
Darroch is voorzitter van de Camra-afdeling in Edinburgh – het middelpunt van het Schotse brouwerijleven. “Edinburgh is gebouwd op een ‘magische cirkel’ van mineraalrijke waterbronnen. Dat is ideaal water om bier mee te brouwen. Bovendien is het wereldvermaarde Heriot-Watt Centre for Brewing and Distilling hier gevestigd. Jonge brouwers uit de hele wereld komen naar Edinburgh om de knepen van het vak te leren.”
Dat het brouwerslandschap in Edinburgh helemaal verschrompeld is sinds de jaren ’60, wijt Jim Darroch aan een trend die het hele Verenigd Koninkrijk overspoelde. “Grote brouwerijen kochten de kleintjes op en concentreerden hun activiteiten in gebieden waar de productie goedkoper was.”
Ook de whiskydistillerijen kregen in die periode een ferme dreun, maar ze bleken uiteindelijk meer bestand tegen de overnamegolf. “Er gaat meer geld om in de whiskyindustrie,” weet Darroch, “en ze zijn ook meer ingebed in de Schotse cultuur. Als je in het buitenland over Schotland praat, krijg je altijd dezelfde antwoorden: ‘haggis, kilts, doedelzakken en whisky.’ Zelfs veel Schotten denken dat hun land zonder whisky niet meer hetzelfde zou zijn – terwijl ze wel zonder bier zouden kunnen.”
Toch valt het wel mee met die concurrentie tussen whisky en bier, vindt Darroch. “Het toerisme pakt meer uit met whisky, maar een vreedzame co-existentie is best mogelijk. Sommigen vinden bier een aangename afwisseling op whisky – soms zelfs op dezelfde avond.” (lacht)
Toekomst
“De grote bedreiging voor de bierindustrie zit in de taksen die de overheid erop heft,” meent Darroch. De Britten betalen meer dan één pond taks per pint – dat is de op een na hoogste heffing in Europa. Eind maart wordt die belasting zelfs nog met vier pence opgetrokken. “Maar als je alle factoren incalculeert, wordt dat waarschijnlijk tien pence aan de toog,” weet Darroch. “En dat scheelt toch een slok op een borrel.”
![]() |
| Jim Darroch: "Veel Schotten denken dat hun land zonder bier hetzelfde zou blijven." |
Al probeert de overheid ook maatregelen te nemen om het Britse brouwerijwezen te stimuleren. Zo introduceerde toenmalig Labour-minister van Financiën Gordon Brown in 2002 de Progressive beer Duty, die vijftig procent belastingsvermindering voorzag voor kleine brouwerijen.
“Dat heeft de lokale brouwers zeker een significante steun in de rug gegeven,” weet Darroch, “maar dat daar de toekomst zit, durf ik te betwijfelen. Brouwerijtjes die bewust op kleine schaal blijven werken dragen weinig bij aan de revival van Schots bier. Dan hecht ik meer waarde aan de rol van een traditionele brouwerij als Caledonian: ik denk dat zonder hen het Schotse bierlandschap een heel stuk armer zou zijn.”
Darroch ziet de toekomst van Schots bier wel rooskleurig in. “De typisch Schotse cask ale zit in de lift. Het aantal brouwerijen stijgt terug, en Schotse brouwerijen gooien opnieuw hoge ogen in internationale competities. Het is een moeilijke strijd geweest, maar we kunnen toch zeggen dat Schots bier een echte comeback gemaakt heeft.”
Maar hoe smaakt dat?
Omdat niet iedereen de kans krijgt om er van te nippen, legt Jim Darroch uit hoe een doorsnee Schots biertje smaakt aan de hand van enkele Belgische bieren.
"Het bier in Schotland zoals het tegenwoordig gebrouwen wordt kan je het best vergelijken met Poperings Hommelbier. Dat is een lekker en heel hoppig bier met een alcoholpercentage van 7,5. Zo straf is Schots bier echter niet. Dus als je dat aanlengt met een flinke hoeveelheid water, om het percentage te verlagen naar 4,5%, dan weet je wat wij hier drinken."
Vroeger was dat helemaal anders. Toen lagen de Schotse bieren redelijk dicht in de buurt van onze Belgische trappistenbieren. "Vroeger had Schots bier een moutsmaak, vaak met een karameltoets. Die smaak kan je het best vergelijken met een trappist zoals Rochefort, alweer met een stevige geut water erbij," grapt Darroch. "Het is dan ook niet verwonderlijk dat Belgisch bier niet de grootste concurrent is voor Schotse brouwers. Het zijn voornamelijk Engelse en Amerikaanse bieren waar we de strijd mee aangaan.”
Met dank aan: Niels Vanderghinste en Frederik Vermeire.

