Labels


De bijziende Hubble
(Foto: Wanttoknow)

Vijftig jaar nadat de Rus Joeri Gagarin de eerste man in de ruimte werd, zet het Amerikaanse ruimte-agentschap NASA zijn legendarische spaceshuttleprogramma stop. Meteen het einde van een tijdperk waar met gemengde gevoelens op teruggekeken wordt, want bij de giant leap for mankind gingen vooral de wetenschappers die ermee gemoeid waren geregeld op hun gezicht.


Vlak voor zijn lancering in 1962 toonde Joeri Gagarin geen bezorgdheid om het loszittende deurluik van zijn ruimtetuig, de Vostok 1 – al bij al een rammelende roestbak – of om de tape die het dashboard bijeen hield. De onverschrokken kosmonaut had slechts één verzuchting: hij hoopte dat er voldoende worst aan boord zou zijn, “om op te eten bij maanlicht.” Een onverbeterlijke romanticus, die Joeri.


Sinds 1986 hebben ze bij NASA wel andere zorgen aan hun hoofd: bij de ramp met de Challenger kwam de zevenkoppige bemanning om toen het ruimteveer 73 seconden na zijn lancering uiteenviel en opbrandde. In 2003 liep het weer tragisch mis, toen het hitteschild van ruimteveer Columbia het begaf op de terugweg naar de Aarde, en ook die shuttle in vlammen opging. Die catastrofes, waarbij de hele wereld geschokt over de schouder van NASA meekeek, bleken het sein voor het ruimte-agentschap om met Discovery, Endeavour en Atlantis ook de drie overgebleven ruimteveren op stal te zetten – al zal de astronomische kostprijs van het programma daar ook wel voor iets tussen zitten. Ruimtevaart is en blijft immers een dure grap, en de miljarden dollars die erin geïnvesteerd worden leveren niet altijd evenveel op, integendeel: de race naar de sterren blijkt vaak een verhaal van gissen en missen. Want ook raketgeleerden zitten er soms lichtjaren naast.

 Ziekenkasbril 

Bij de National Aeronautics and Space Administration (NASA) maken ze er een sport van de knapste koppen van de wereld te verzamelen. Nogal wiedes, gezien de hoogtechnologische en peperdure apparatuur waarmee ze werken. Toch gaan ook zij af en toe faliekant de mist in, zoals bij de constructie van de Hubble, de eerste grote ruimtetelescoop. Die moest astronomen in staat stellen naar de sterren te kijken zonder dat de aardse atmosfeer het zicht vertroebelde, en zo uitzonderlijk gedetailleerde beelden van het verre universum opleveren. Toen de 1 miljard dure verrekijker in 1990 de lucht ingeschoten werd en enkel wazige beelden naar de Aarde doorstraalde, vielen wetenschappers dan ook steil achterover: de Hubble bleek zo bijziend als de nerds die er 44 jaar lang aan gesleuteld hadden. De ingenieurs waren bij het slijpen van de lens vergeten dat die een kleine vormverandering zou ondergaan in het ruimtevacuüm, maar slaagden er na vier jaar in een corrigerende lens van nog eens 500 miljoen euro aan te brengen - een flinke smak geld voor een veredelde bril. Volgende keer misschien toch maar eens bij de ziekenkas aankloppen?

 Wegwerpcamera 

Eén beeld zegt meer dan duizend woorden, vinden ze ook bij NASA, waar de onderzoekers nog meer belang hechten aan foto's dan de doorsnee Japanse toerist in Brugge. In de jaren '60, toen de space race volop aan de gang was, wilde Uncle Sam dan ook graag de eerste beelden van de maan in het gezicht van de Sovjet-Unie wrijven, maar omdat ze geen zin hadden om te wachten tot Neil Armstrong hoogstpersoonlijk close-ups kon gaan maken, besloten ze het met onbemande raketten te proberen. Een zogenaamde Ranger-raket zou naar de maan geknald worden en voortdurend plaatjes schieten, tot de sonde uiteen spatte op het maanoppervlak als een vlieg op een Formule 1-helm - kwestie van niet te veel werk te steken in een gesofisticeerd landingssysteem. De eerste twee Rangers, die in 1961 gelanceerd werden, lieten het bij de lancering al afweten. Ranger 3 raakte wel tot in de ruimte, maar nam ergens op de snelweg van het heelal een foute afrit en schoot uiteindelijk 37.000 naast de maan. Kleine broer Ranger 5 deed het beter, en miste zijn doel - met een diameter van 3,5 kilometer toch geen speld in een hooiberg - met "amper" 725 kilometer. Rangers 4 en 6 schoten echter de hoofdvogel af: zij bereikten hun eindbestemming, maar door een defect in de stroomvoorziening werkten hun camera's niet. Pas bij de zevende peperdure wegwerpcamera in de reeks - het programma kostte zo'n 120 miljoen euro - slaagde de missie: Ranger 7 stuurde in 1964 4300 kiekjes door voor hij te pletter sloeg.

 De Mars-farce 

De mensheid is altijd al gefascineerd geweest door Mars. Als er al buitenaards leven mogelijk is, zal het wel op de rode planeet wonen, waar de atmosfeer het meeste lijkt op de onze. Om helemaal zeker te zijn stuurde NASA er in 1998 de Mars Climate Orbiter op af, om de atmosfeer van Mars in kaart te brengen. Helaas kwam de sonde nooit zo ver. Onderaannemer Lockheed Martin had de software van de MCO geschreven in het metrisch stelsel, terwijl de NASA-crew de gegevens inbracht in... imperiale eenheden. Een beetje zoals appelen met peren vergelijken. Gevolg: de MCO drong in de verkeerde hoek de Marsatmosfeer binnen en het tuig van 230 miljoen euro brandde helemaal op. De NASA-woordvoerder had kunnen opperen dat het allemaal de fout van marsmannetjes was, maar hij besloot laconiek de kaart van de eerlijkheid te trekken: "mensen maken fouten."

 Kaputnik 

In oktober 1957 haalden de alle communisten hun beste fles wodka boven. De Sovjet-Unie had met de Sputnik 1 de eerste satelliet in een baan om de aarde geschoten, en zo de ruimterace gewonnen. De Amerikanen werden bloednerveus en knutselden zelf snel een raket in elkaar. Twee maanden later kondigden ze met veel bombarie de Vanguard TV3 aan, een raket die de eerste Amerikaanse satelliet - een bal ter grootte van een pompelmoes - in een baan om de aarde moest brengen. De wereld keek met ingehouden adem toe, maar bij de lancering van de Vanguard ging het helemaal mis met de stuwdruk van de raket. Op twee seconden kwam de Vanguard om een volle meter van de grond, vooraleer hij terug naar het lanceerplatform viel en spectaculair ontplofte. De Amerikanen kregen het schaamrood op de wangen, en de Russen bedachten de Vanguard al snel met een nieuwe, meer passende naam: Kaputnik.

 Oeps 

Er zijn raketten die verloren gaan in de ruimte, er zijn er die ontploffen op de lanceerbasis, en dan is er de NOAA-19. In 2003 werkte NASA-onderaannemer Lockheed Martin aan de NOAA-19, een weersatteliet die onder andere vulkanische uitbarstingen moest monitoren, maar bij de laatste check-up waren de ingenieurs vergeten nakijken of alle bouten van de satelliet wel goed vastzaten voor ze het gevaarte verplaatsten. En zo duwden ze het peperdure gevaarte per ongeluk omver - een flater waarbij de schade geraamd werd op 114 miljoen euro.

 Pis in space 

In het luchtledige hebben ze geen PMD-zakken, en dus gooien astronauten al wat ze niet meer nodig hebben maar gewoon overboord. Dat gaat van een lege ammoniatank tot een volle po - volgens astronauten is het zicht van urine die kristalliseert in het koude ruimtevacuüm van een, euh, buitenaardse schoonheid. Ook spatels, schroevendraaiers, een verdwaalde tandenborstel en de as van Gene Roddenberry, bedenker van de Star Trek-reeks draaien in een baan om de aarde. Dat is niet zonder gevaar, want zelfs onooglijke verfdeeltjes kunnen in het ruimtevacuüm duizelingwekkende snelheden bereiken, en zo bijvoorbeeld zonnepanelen van satellieten beschadigen. Dat risico belette het het Amerikaanse leger in de jaren '60 niet om 400 miljoen koperen naalden de ruimte in te schieten. De naalden zouden zich in het luchtledige moeten verspreiden om een wolk van acht kilometer breed en veertig kilometer diep te creëren, waarop het leger radiosignalen zou kunnen laten weerkaatsen. Maar die spreiding werd niet bereikt, en het project werd als een mislukking beschouwd - zeker omdat men niet veel later met geavanceerde communicatiesatellieten kwam aanzetten.

 Zoek dekking! 

In 2009 botste een Amerikaanse communicatiesatelliet met een snelheid van 11,7 kilometer per seconde - eat that, Jean-Marie Dedecker -  tegen een inactieve Russische kunstmaan, met 2000 nieuwe brokken zwerfvuil tot gevolg. Niet veel later scheerden er een paar vervaarlijk dicht langs het Internationaal Ruimtestation (ISS). Paniek in wetenschapsmiddens, waar men wees op het Kesslereffect, dat stelt dat aangezien elke botsing meerdere stukjes ruimteschroot creëert, de kans op nieuwe botsingen - en dus nog meer schroot - exponentiëel verhoogt. Dat kan voor een domino-effect zorgen waarbij de ruimte zo vervuild raakt dat ruimtevaart voor vele generaties onmogelijk wordt. Maar in 2007 veegden de Chinezen daar vierkant hun voeten aan: om hun artillerie te testen knalden ze een middellangeafstandsraket naar de verouderde weersatelliet Fengyun 1C. Het Westen uitte meteen zijn bezorgdheid om de nieuwe lading ruimteschroot die dat opleverde - een vrees die bijna bewaarheid werd toen de bemanning van het ISS begin april haast geëvacueerd moest worden omdat een brokstuk van de Fengyun rakelings naast de spacemeccano zoefde.

 Headbangen met E.T. 

In 1977 werden Voyager 1 en 2 op een missie gestuurd naar de buitenste rand van ons zonnestelsel. Zij kregen elk een gouden plaat met aardse beelden en geluiden mee. Het kleinnood moet buitenaardse levensvormen een staalkaart bieden van het leven op Aarde. Als ET de plaat überhaupt kan onderscheppen - wat gezien de uitgestrektheid van het heelal moeilijker kan blijken dan een Belgische regeringsformatie - kan hij luisteren naar de wind of walvissengezang, maar ook naar een uitgebreide selectie muziek uit verschillende culturen en tijdperken, zoals Bach, Chuck Berry of (serieus) Azerbeidzjaanse doedelzakken. De gouden plaat was de vrucht van een intensieve internationale samenwerking, maar daarbij voelde Noord-Korea zich schromelijk over het hoofd gezien. In 2009 gooiden ze dan maar een Taepodong-2-raket het zwerk in. Opschudding in het Westen - er wordt vermoed dat de communistische dictator Kim Jong Il het ruimteprogramma gebruikt als excuus om het bereik van zijn nucleaire raketten te testen - maar de Amerikaanse autoriteiten konden de gemoederen snel bedaren: de raket viel na de lancering in de Stille Oceaan. "Je reinste leugens", klonk het in Pyongyang: de satelliet hing wel degelijk in een baan om de aarde, en ze vervulde haar doel met trots: voor ieder die het horen wil speelt ze de revolutionaire hymnes "Lied van Generaal Kim Il Sung" en "Lied van Generaal Kim Jong Il". Toegegeven, het klinkt iets spectaculairder dan "Potteke met vet".

 Congonauten 

In een wereld die niet langer gepolariseerd wordt door de Koude Oorlog, wil iedereen zijn deel van de ruimtekoek meepikken. China is er in geslaagd zijn voet naast grote mogendheden Rusland en Amerika te zetten, en intussen richtten landen als Uruguay, Mongolië en Bangladesh een eigen ruimte-agentschap op. Ook in Congo willen ze hun wagonnetje aanhaken. In 2007 begon ingenieur Jean-Patrice Keka op eigen houtje aan de productie van wat op termijn de eerste Congolese satelliet moet worden: de Troposphère. De eerste drie prototypes kregen nog af te rekenen met kinderziektes, maar in 2008 werd met de Troposphère 4 een eerste succesje geboekt: de raket ging 15 kilometer de lucht in. Bovendien was de raket volledig made in Congo - voor de romp werden bijvoorbeeld blikken poedermelk gebruikt. In 2009 deed de T-5 daar nog een schepje bovenop: de raket werd gelanceerd met een snelheid van 3 keer het geluid en moest een hoogte van 35 kilometer bereiken. Een echte ruimtesonde kan je dat nog niet noemen - outer space begint pas op 100 kilometer boven het aardoppervlak - maar de Congolese minister van Onderwijs, die het project subsidiëert, noemt het "een kleine stap voor het Congolese ruimtevaartprogramma, maar een grote stap voor het wetenschappelijk onderzoek in Congo." Tiens, waar hebben we dat nog gehoord? Dat de Congolezen ambitie hebben, mag duidelijk zijn: de rat Kavira moest, in navolging van het Russische hondje Laika en de Amerikaanse aap Albert, het eerste Congolese wezen in de ruimte worden. Helaas werd de knaagdiernaut meteen het eerste slachtoffer van het Congolese ruimteprogramma, toen de Troposphère 5 na de lancering van zijn baan afweek en neerstortte. Maar als ze nog een kandidaat zoeken voor de vlucht van Troposphère 6, waar op dit moment druk aan gewerkt wordt, kennen wij nog een prins die graag eens een snoepreisje maakt.