COLUMN // Sleutelbreuk“Gruppo compatto”, stamelde Karl Vannieuwkerke aan het begin van de rechtstreekse uitzending van de 101e Milaan – Sanremo. Door een val van Murilo Fischer en een breuk in het peloton was favoriet Mark Cavendish even achterop geraakt, maar intussen was hij er terug bij. Noch Fischer, noch Cavendish werden de martelaars van deze Primavera. Zij vormen hoogstens voetnoten in een diepmenselijk drama.
![]() |
| Foto: Slipstreamsports.com |
Na 90 kilometer hadden nobele onbekenden Diego Caccia, Fabrice Piemontesi en Aristide Ratti een monsterachtige voorsprong van 22 minuten en 55 seconden opgebouwd. Maar dan viel Fischer. Als een peloton bloed ruikt, gooit het alle gezond verstand los overboord. In het Engels noemt men het peloton niet voor niets “the pack” – associaties met een meute jachthonden zijn nooit ver weg.
Opgejaagd wild van dienst was Mark Cavendish. Zijn concurrenten dreven het tempo op, en maakten van de breuk in Fischers sleutelbeen een gapende wond, dwars doorheen de buik van het peloton. De voorsprong van Caccia, Piemontesi en Ratti smolt als sneeuw voor de zon. Tien minuten voor de rechtstreekse uitzending werden de vluchters met huid en haar opgegeten. Daarmee was over hen het laatste woord gezegd, nog voor het eerste uitgesproken was.
“En ik had nochtans al vanalles opgezocht”, mompelde Karl. Michel Wuyts voelde het gevaar – met een depressieve collega kan je geen duopresentatie doen – en probeerde het nog: “Vertel het, Karl!” Maar het was vergeefs. “Neen, in de prullenmand ermee! Het is allemaal irrelevant geworden”, zuchtte Vannieuwkerke.
In Milaan – Sanremo gebeurt doorgaans 280 kilometer lang helemaal niets, en dan is het aan de wielercommentator om de ellenlange uitzending op te vullen met praatjes over de vroege vlucht. Toen na een uur al bleek wie de vluchters zouden gaan worden, moet Karl dan ook opgelucht geweest zijn. Zo kon hij de ganse voormiddag aan hun biografieën werken, en de kijker te bestoken met nieuwe, frisse anekdotes. Moest hij niet opnieuw die van Bruseghin en die ezels vertellen.
Bij de volgende ontsnappingspoging besprak Wuyts routineus het palmares van Dmytro Grabovskyy. Tegelijk met de benen van Mark Cavendish, verzuurde Vannieuwkerke volledig.
“Ex-wereldkampioen, die Grabovskyy”
- “Bij de beloften. Zo zijn er nog veel.”
“Ooit nog bij bij QuickStep gezeten, talent zat!”
- “Maar toen aan de fles geraakt. Kwam geen meter meer vooruit.”
Nog meer dan de Sporza-kijkende wielerliefhebber was Karl Vannieuwkerke de dupe van de voorbije editie van Milaan-San Remo. Hij borrelde van de ingeslikte, opgekropte informatie. Het wordt eeuwen wachten eer hij honderduit kan vertellen over de giraffenboerderij van Aristide Ratti. En wanneer krijgt hij nog eens de kans om de link tussen Diego Caccia en Diego Maradona te verklaren?
Voor een commentator is weten zilver, en spreken goud. De breuk in Fischers sleutelbeen is niets vergeleken met de barst in Karls ziel. Neen, wanneer Vannieuwkerke zegt dat het de zwaarste Milaan – Sanremo in jaren was, heeft hij het niet over de renners.
