Labels

In de States komt er elke maand wel een nieuw bandje met een debuutalbum doorspekt met riffs en hooks op de proppen. Snoepje van de maand is deze keer The Soft Pack, een stel frisse twintigers uit San Diego, Californië.

Ze openen hun titelloos debuut met C’mon, een korte, krachtige oproep, maar waarvoor weten we niet precies. De trein is alleszins op gang getrokken, en dendert lustig vier nummers verder: stuk voor stuk hypernerveuze tracks waarbij de gitaarsolo’s alle kanten uit schieten – een beetje zoals The Hives, maar dan na een stevige dosis valium. Zanger Matt Lamkin beperkt zich tot het met vlakke stem debiteren van pseudodiepzinnigheden. In een parellel universum kan dat misschien doorgaan voor een rasechte punkstem, wij noemen het eerder, excusez le mot, zagen.

Op Pull Out en Parasites gooit The Soft Pack het over een andere boeg. Eerder waagden ze zich aan rechtoe rechtane rock (een eufemisme voor zo snel mogelijk drie strofes, een refrein en een gitaarsolo erdoor jassen – gemiddeld doen ze er tweeënhalve minuut over), maar nu doen ze een gooi naar de ’80s post-punk van Joy Division. Een stijloefening die dik tegenvalt, omdat je ook hier voelt dat de inspiratie na goed twee minuten op was.

Mexico, het enige nummer waar de band zijn punkdogma’s achter zich laat, is het eenzame hoogtepunt van dit debuut. Want hoe zeer Lamkin ook zijn best doet om de boel catchy te maken – hij lijkt er haast een sport van te maken de titels van zijn nummers zo vaak mogelijk te herhalen – zelfs na acht luisterbeurten blijft er niets hangen van The Soft Pack.