Labels


Na intensief touren met hun vorige albums (Whatever People Say I Am, That’s What I’m Not (2006) en Favourite Worst Nightmare (2007)), hadden de Arctic Monkeys nood aan een break. Zanger Alex Turner (The Last Shadow Puppets) en drummer Matt Helders (Mongrel) concentreerden zich op hun zijprojecten, en haalden Jimi Hendrix, Cream en Queens of The Stone Age uit de kast. En dat leverde blijkbaar op.

Wie zich verbaasde over de nieuwe weg die ze muzikaal insloegen met Favourite Worst Nightmare valt ongetwijfeld steil achterover wanneer hij Humbug hoort, de derde langspeler van de jolige Britten. Hoewel, jolig vallen ze niet bepaald meer te noemen. Turners snelle, bijna rap-achtige zangstijl ruimde definitief plaats voor het betere croonwerk, dat hij overhield aan zijn zijsprongetje bij de Last Shadow Puppets. Ook de scherpe, rechtdoorzeeë teksten over het Sheffieldse nachtleven van Whatever People Say I Am… heeft de meester-songsmid al lang ingeruild voor doordachte metaforen over roem, liefde en – aldus de roddelpers – LSD-trips.

Wat ons dan weer naadloos bij de nieuwe sound van Arctic Monkeys brengt. Die valt het best te omschrijven als stonerrock: een trager tempo dan de vorige platen, Matt Helders die harder dan ooit op zijn drumstel mept, en dreigende, bijna epische arrangementen. Niet toevallig werd Humbug geproduced door opper-Queen Josh Homme. Zijn invloed is duidelijk hoorbaar op Potion Approaching, Pretty Visitors (drums die aan flarden geslagen worden, met een onheilspellend orgeltje erbij) en Fire and the Thud (met een geweldige bijdrage van Kills-zangeres Allison Mosshart).

 Nieuwe wegen 

Fans van Favourite Worst Nightmare blijven echter niet op hun honger zitten. My Propellor en leadsingle Cryin’ Lightning konden zo op hun tweede plaat van de Monkeys, terwijl het mooie Cornerstone zelfs een minibeetje doet denken aan hun hypersuccesvolle debuut.

Van de 24 nummers die ze in Josh Hommes woestijnstudio opnamen belandden er uiteindelijk maar 10 op de plaat. Dat lijkt weinig waar voor je geld, maar met uitzondering van enig dieptepunt Dangerous Animals (titels spellen als refrein en vergezochte rijmpjes? Dat kan beter, Alex) krijg je wel tien nummers die gepolijst zijn tot ze zo hard blinken dat je een zonnebril moet opzetten als je de plaat beluistert.

Sinds ze van de rubble naar de ritz gegaan zijn is ook de sun down gegaan over de sound waarmee Arctic Monkeys groot werden, en blijven ze beduidend minder good overeind op de dancefloor. Dit wijst er echter vooral op dat de band weet wanneer een bepaald concept uitgepuurd is, en dat ze meer zijn dan de one-trick pony (euh, nee, dit is geen referentie naar een ouder nummer) waarvoor ze in het begin van hun carrière versleten werden.

Humbug toont een band die niet bang is om nieuwe wegen in te slaan, en bereid is om daarvoor op hun bek te gaan. Dit keer is het resultaat niet zo geniaal als hun vorige exploten, maar werd het zo’n plaat waarvan je pas na een keer of vijf luisteren beseft dat alles écht wel goed is. En dat zijn natuurlijk óók aanraders.