![]() |
| (Foto: DS) |
‘Wedden dat hun volgende plaat het magnum opus wordt?’ Zo eindigde de recensie van ‘The hutch’, het vorige album van Steak Number Eight, in deze krant. De nieuwste worp, ‘Kosmokoma’, lost die verwachtingen geheel in. (26 november '15)
Amper 23 is Brent Vanneste, maar met Steak Number Eight levert hij wel al zijn vierde album af. Dat krijg je als je op vijftienjarige leeftijd de gladiolen wegkaapt op Humo’s Rock Rally. De jonge schreeuwers waren op The hutch al verveld tot volwaardige postrockers, en trekken die lijn verder door op Kosmokoma. Dat werd een hellehond van een plaat, schuimbekkend psychedelisch en met vervaarlijk blikkerende gitaren als tanden.
In nummers als ‘Gravity giants’ of het bij Pink Floyd aanleunende ‘Knows sees tells all’ tekent Vanneste voor vlakke, bezwerende mantra’s, terwijl in ‘Your soul deserves to die twice’ als vanouds ‘Yeeeaaahhhh’ klinkt vanuit de krochten van zijn plexus. Het is loeihard en melodieus tegelijkertijd, en het komt uit Wevelgem – daar laat Vannestes sappige accent geen twijfel over bestaan. ‘Fuck vint, wukke harte ploate heb je nu gemaakt, zeggen vrienden. Anderen vinden het net stukken toegankelijker. Ik ben er vooral supertrots op.’
Je lijkt ranselpartijen meer af te wisselen met rustpauzes: heb je beheersing gevonden?
‘Ik ben misschien wat slimmer geworden als muzikant. Vroeger dacht ik na elke demo die ik op nam: fuck, hoe gaan we dit nog beter maken? Maar nu denk ik meer na over welke sfeer je kan oproepen door akkoorden een bepaalde plaats ten opzichte van elkaar te geven, en hoe zelfs timing emotioneel iets kan losmaken. Dat vind ik interessant.’
Waaruit put je de boosheid die doorklinkt in je muziek?
‘Muziek is voor mij hét kanaal om negativiteit in te stoppen. Dat klinkt cliché, maar ik zou echt zot worden zonder die uitlaatklep. Op deze plaat gaat het voor het eerst minder over mijn eigen demonen, en is de frustratie kosmischer: gericht op de ellende in de wereld. Die omslag kwam er na een reis naar Palestina: we hebben daar miserie gezien, zijn gaan protesteren, en zijn zelfs moeten vluchten voor het Israëlische leger. Op zulke momenten leer je jezelf relativeren.’
De muziek klinkt vaak complex, maar de teksten zijn minimalistisch: vaak herhaal je minutenlang dezelfde zin.
‘Ik vind dat één zin soms veel meer zegt dan een vol A4’tje. Zelfs gerekt over zeven minuten: dan heb je tijd om erover na te denken. (lacht) Onze manager zegt ook altijd dat onze platen veel te fucking lang zijn, en dat ik beter om het jaar nog een ep zou maken. Dat ik daar meer geld aan zou verdienen. Maar ik kan gewoon niet vertellen wat ik wil in vijftig minuten.’
Hoe moeilijk is het eigenlijk om van sludgemetal te leven?
‘Ik denk dat we aan Steak nog niets verdiend hebben, maar we komen uit de kosten. Twee van de jongens werken als zelfstandig schoorsteenveger, waardoor ze hun werk rond ons toerschema kunnen organiseren. En ik heb het geluk dat ik naast Steak nog veel kan doen in de muziek. Ik maak bijvoorbeeld commercials – die jingles die je op Één hoort sinds de lancering van het nieuwe logo, heb ik gemaakt met mijn vrienden van Raveyards. Een heel andere richting, maar muziek is muziek. En het zijn niet altijd opgewekte deuntjes: voor Volvo mocht ik een bombastisch nummer maken voor de voorstelling van een nieuwe auto. De max.’
De plaat is pas uit, maar Steak heeft er al een minitour in het buitenland op zitten. Hoe gaat de verovering?
‘Het is een bikkelharde strijd, hé. In veel landen is de markt verzadigd met bands. Maar we willen er wel wat voor opofferen: we proberen dure hotels zo veel mogelijk te skippen, en we hebben ook al op het podium geslapen. Maar meestal vragen we aan mensen van de zaal of zij een zetel voor ons hebben. Het meisje dat ons geprogrammeerd had in Underworld, een Londense club, had ons zelfs bij haar thuis uitgenodigd. Bleek dat een kraakpand te zijn. (lacht) Er was maar één bed, in een hoek van de kamer, waar zij op sliep. Zelfs dat was gewoon een plank met een dekentje over. Maar goed: dat is rock-’n-roll, zeker?’
Steak Number Eight, ‘Kosmokoma’ (*****) is nu uit.
