Labels

(Foto: Geertje De Waegeneer)

Van een achtergestelde wijk in Congo naar een podium delen met Paul McCartney: het lijkt een onwaarschijnlijk verhaal, maar voor rapper Baloji is het de realiteit. Met een nieuwe ep koppelt hij voor het eerst zijn Congolese wortels aan zijn Belgische jeugd. (9 november '15)

Baloji (37) is een reiziger, maar zelden uit vrije keuze. Hij werd geboren in de Katubawijk in Lubumbashi, uit de onenightstand van een lokale schone met een Congolese zakenman. Die laatste kwam hem op zijn derde van school plukken en voerde hem mee naar Oostende. Daarna verhuisde de kleine Balo met diens gezin naar Luik, om uiteindelijk zes jaar geleden naar Gent te verkassen, voor een meisje dat inmiddels de moeder van zijn dochter is geworden. Een mens zou van minder ontworteld raken, maar Baloji lijkt er niet van wakker te liggen.

Integendeel: op zijn nieuwe ep, 64 bits and malachite, lijkt hij net zijn Belgische en Congolese roots voor het eerst helemaal met elkaar te verzoenen. De vijf nummers bevinden zich op het kruispunt van new beat en afrobeat. ‘Ik ben nu eenmaal een Europese Congolees. Ik houd zowel van de Congolese gitaar als van de Europese 808-drummachines’, zegt Baloji. ‘Daarop duidt ook de titel: malachiet is een koperresidu, dat in Congo als sieraad geldt maar eigenlijk geen waarde heeft. In tegenstelling tot de andere edelmetalen uit de rijke Congolese bodem. Veel van die grondstoffen zitten ook in de 64-bit-processoren die in onze computers zitten, en die ik zelf ook gebruik om muziek op te nemen. Dat vond ik een mooie gedachte.’

Die Belgische elektro zit hem al langer in de vingers, zegt Baloji. ‘Ik had het eigenlijk niet zo voor house, maar toen ik in Luik woonde, zakten mijn vrienden en ik wel elk weekend af naar de Boccaccio (een voormalige dancing in Destelbergen, red.). Ze lieten ons nooit binnen, dus stonden we gewoon een uur of twee op de parking naar de mooie meisjes te kijken die binnengingen in de club. Maar op die manier werd die dancemuziek wel deel van mijn DNA.’

 Starflam 

De hereniging met zijn Congolese roots vergde meer werk. In 2006 kreeg Baloji een brief van zijn moeder, die hij al 25 jaar niet meer had gehoord. De daaropvolgende briefwisseling verwerkte hij tot Hotel Impala, een plaat die hij bij zijn terugkeer naar Lubumbashi aan zijn moeder wilde schenken. Een grote fout, noemt hij dat nu. ‘Een plaat als cadeau, dat was iets heel kunstmatigs, heel Europees. Mijn moeder verwachtte dat haar eerste zoon zou terugkeren om voor de familie te zorgen. En dan kom ik met een plaat aandraven! Na een tijdje vonden we toch meer toenadering, en probeerde ik haar en haar familie te helpen door geld op te sturen. Wéér een foute beslissing. Dezelfde zin bleef door mijn hoofd spoken: je kunt een mens beter leren vissen dan hem een vis te geven. Dus stopte ik met geld sturen. De laatste drie keer dat ik in Congo was, zocht ik haar ook niet op. Misschien probeer ik die relatie over een paar jaar nog recht te trekken, maar momenteel heb ik het er te moeilijk mee.’

Ook met zijn vader, die naar Congo terugkeerde toen Baloji zeven was, zijn de banden doorgesneden. ‘Ik zag hem terug toen ik mijn moeder ging bezoeken in 2007. Maar er was geen band meer. In plaats van liefde kwam er bij ons weerzien enkel haat uit. Toen ik hem zag, besefte ik dat hij fout gekozen had door zijn kinderen achter te laten. Hoe meer ik mijn eigen dochter zie, hoe meer ik dat besef.’

Met de muziek kan Baloji – die zijn eerste stappen in de muziekwereld zette bij de Luikse hiphopformatie Starflam – het wel vinden. ‘Congolese muziek was eerst niet mijn ding. Dat is wat sommige Vlamingen waarschijnlijk hebben met schlager- of kleinkunstzangers: het is de muziek van je vader. Ik hield meer van traditionele hiphopbeats, met samples uit oude soul- of funkplaten. Zoals de Amerikanen doen, weet je. Mijn Colombiaanse vrienden, die veel naar Latijns-Amerikaanse muziek luisterden, zeiden me altijd: een echter rapper kan op alles rappen. Of het nu traag of snel is: je moet veelzijdig zijn. Ik denk dat het tien jaar geduurd heeft voor ik begreep wat ze bedoelden. Pas toen ik een plaat van de Kameroense saxofonist Manu Dibango hoorde, besefte ik dat Afrikaanse muziek ook jazzy en soulvol kan zijn. Ik dacht: dit is even interessant als James Brown of Curtis Mayfield. En ik besloot terug te grijpen naar mijn eigen roots, in plaats van de duizendste te zijn die een Amerikaans bedrijf vraagt om toestemming voor een sample.’

 Illegaal 

Wanneer het over zijn kindertijd gaat, speelt een jongensachtige grijns om Baloji’s lippen. ‘Ik was een echte duivel. Ik weet nog perfect wat mijn eerste maaltijd was toen we in België aankwamen: worst met rodekool en puree. Ik vond het verschrikkelijk. Jarenlang was ik het ergste kind ooit: ik voelde me totaal ontheemd en was volslagen onhandelbaar. Mijn vader en stiefmoeder stuurden me op internaat, maar ook op school deed ik het verschrikkelijk: ik moest mijn eerste leerjaar twee keer opnieuw doen. Ik liep gewoon compleet verloren.’

Dat veranderde pas toen hij zijn kompanen van Starflam leerde kennen, zegt hij. ‘Ik woonde toen in Luik. Dat is nog steeds de stad waar ik me het meest thuis voel. Het is een speciale plek: aartslelijk en met veel armoede, maar de mensen zijn wel fantastisch. En de jongens van Starflam veranderden mijn leven. Zij kwamen allemaal uit erg goed gestructureerde families. Hun moeders en vaders waren leraren of kwamen uit de kunstwereld. Ik leerde veel van hen: over gedrag, maar ook over cultuur en muziek. Ik ben hen dus veel verschuldigd.’

Met Starflam als springplank evolueerde Baloji van probleemkind tot rapper, dichter, componist, schrijver, scenarist, acteur, videokunstenaar en stilist – met het Belgische merk Komono lanceerde hij onlangs nog een zonnebrillencollectie. Toch heeft hij de groep niet meer gesproken sinds hij ze in 2004 de rug toekeerde. ‘Wat ik nu doe, is zoveel leuker. De voorbije jaren stond ik op het podium met Paul McCartney, Bono, The Roots en zoveel andere van mijn helden. Ik heb in meer dan tweehonderd landen getoerd. Starflam, dat was enkel in België. Dus nee, ik mis die periode niet.’

Daarvoor geniet Baloji te intens van reizen. En niet alleen omdat hij de wereld wil zien – vooral omdat hij iets heeft om naar terug te keren. ‘Drie jaar lang heb ik illegaal in België gewoond. Mijn verblijfsvergunning was verlopen en de rechter vond “muzikant zijn” geen goeie basis om hier een leven op te bouwen. Ik stond op 24 uur van mijn uitwijzing toen mijn toenmalige vriendin zich voor mij borg stelde. Misschien is dat net waarom ik nu zo geniet van reizen: nu kan ik gaan en staan waar ik wil.’

‘Ik herinner me nog de dag dat ik mijn Belgisch paspoort kreeg. Er stond een vervaldatum op, dus ik vroeg enigszins ontgoocheld: dus ik ben Belg tot die datum? Waarop de vrouw achter het loket antwoordde: nee, je bent Belg voor de rest van je leven. En ik dacht: wow. Dat is een fantastisch gevoel.’