Labels

(Foto: VTM)

Benjamin Feys' terugkeer verliep zoals het gros van zijn leven: niet zonder slag of stoot. Na drie jaar in de beruchte Boliviaanse San Pedro-gevangenis werd de ex-drugskoerier in België geconfronteerd met enkele lijken in de kast. Toch wil hij vooral vooruit kijken. "Ik gebruikte mijn talenten vroeger voor the dark side. Nu strijd ik voor de Jedi's." (26 maart '15)

Consternatie bij de kijkers van 'Luk Alloo in de buitenlandse gevangenis' toen in de derde aflevering van de VTM-reeks plots bleek dat protagonist Benjamin Feys (25) weer in het land was, na drie jaar in de Boliviaanse San Pedro-gevangenis. Feys was in 2011 gesnapt op de luchthaven van La Paz, toen hij Bolivië wou verlaten met 14 kilo cocaïne verborgen in zijn kleren. "Een grote fout," noemt hij dat nu. Eentje waarvoor hij tien jaar celstraf kreeg in een van de meest beruchte gevangenissen ter wereld - waar gevangenen zelf hun regels opstellen, en gemiddeld tien bajesklanten per week dood worden teruggevonden.

Maar dankzij een wet waaraan hij zelf meeschreef kwam Feys vervroegd vrij. Tot zijn eigen verbazing, en tot die van een aantal mensen uit zijn verleden, die hem de voorbije weken dan ook aan de schandpaal nagelden. Een moeder omdat Feys haar zoon in de drugssmokkel zou gelokt hebben, en een jeugdvriend omdat Feys hem opgelicht zou hebben.

Wij treffen Feys vlak na de mediastorm in Mechelen, waar hij sinds eind februari langzaam acclimatiseert. "Ik heb een weekend bij mijn ouders in Wevelgem gewoond, maar ben nadien meteen naar Mechelen gekomen. Ik heb zelfs eerst twee nachten in een daklozencentrum verbleven, maar een goeie vriendin heeft me daar al snel uit gered. Op haar kosten mocht ik op hotel logeren tot ik een eigen stek gevonden had. Met succes, want sinds een week of twee huur ik een appartement."

Wat was er zo aantrekkelijk aan Mechelen dat je er zelfs in een daklozencentrum wou gaan wonen?
FEYS: "Mensen hebben me gezegd dat als ik mijn tweede kans wil grijpen, ik er volledig voor moet gaan. Je moet weten dat ik Riot City, een online magazine, heb opgericht toen ik nog in San Pedro zat. Het is altijd een jongensdroom van me geweest om zelf een magazine op te starten, en Mechelen leek me daar een ideale uitvalsbasis voor: dat is lekker centraal."

Voor Riot City interviewde je onder andere Lieven Scheire en VTM-hoofdredacteur Kris Hoflack vanuit je cel. Ik kan mij voorstellen dat zij meer geïnteresseerd waren in jouw verhaal dan in een interview?
FEYS: "Het was inderdaad een beetje primitief - ik deed die interviews via Skype op de laptop die ik had laten binnensmokkelen in San Pedro - maar ik heb gewoon open kaart gespeeld met die mannen. Ik zei: oké, dit is mijn cel, en ik ben inderdaad dat manneke geweest, maar nu gaan we ter zake komen, want dit is mijn ambitie. En blijkbaar respecteren ze dat wel."

Het wordt wel moeilijk je brood te verdienen met een online magazine. Waarvan betaal je je appartement nu dan?
FEYS: "Riot City draait volledig op vrijwilligers - een van hen is vorige week zelfs naar Koerdistan getrokken om daar vrijheidsstrijders te interviewen die tegen IS vechten. Maar eind dit jaar maken we een analyse van waar we met Riot City naartoe kunnen, en dan zien we wel. Intussen overleef ik op een leefloon van het OCMW. Dat kwam eigenlijk vrij snel in orde: ik heb het gevoel dat Mechelen mij wel steunt."

Ook als je bijvoorbeeld bij een bakker binnenstapt? Want ik kan me voorstellen dat je gemengde reacties uitlokt.
FEYS: "Goh, de meeste reacties zijn vrij positief. Toen ik landde in Zaventem kwamen verschillende mensen mij bijvoorbeeld een hand geven. Ze wensten me toe dat ik iets van mijn leven zou maken, en dat gaf me wel een boost. Op café vragen mensen soms om een selfie met me - een beetje creepy, maar ook dat valt wel mee. En wat negatieve reacties betreft: het maakt niet uit wat je doet in je leven, commentaar krijg je toch. Maar toen Brent Vanneste, de zanger van metalband Steak Number Eight, vorige week naar mij uithaalde in de media, had ik wel een moeilijk moment."

Vanneste was boos omdat je onthaald werd als een halve nationale held. Terwijl je hem in het verleden een paar loeren draaide: je had onder andere een fictief benefiet georganiseerd ter ere van zijn overleden broer, en je had gestolen uit hun repetitiekot.
FEYS: "Dat was pijnlijk. Vooral omdat ik Brent op voorhand al mijn spijt duidelijk had laten blijken. Vlak nadat ik in San Pedro belandde, heb ik hem nog met mijn laatste geld proberen bellen. Maar als hij hoorde dat ik het was, haakte hij meteen weer in. Ik kreeg dus niet de kans om het uit te praten met hem. En dat vind ik spijtig. Als hij nu beslist dat breed uit te smeren in de pers, zijn wij twee verschillende mensen."

Maar je ontkent niet wat Vanneste zegt?
FEYS: "Het meeste klopt. Dat geef ik ook eerlijk toe, want ik ben niet meer de gast die liegt over zijn verleden. Maar sommige zaken zijn totaal van de pot gerukt. Ik heb bijvoorbeeld wel een fictief benefiet georganiseerd, maar ik heb nooit zijn broer gebruikt om geld in te zamelen."

Waarom zegt hij dat dan?
FEYS: "Geen flauw idee. Ik weet totaal niet hoe dat gerucht ontstaan is. Alleszins: ik heb de mensen die ik met dat benefiet opgelicht heb allemaal al terugbetaald via de politie. Die boetedoening is gebeurd. De dingen die hij aanhaalt dateren ook van zes jaar geleden, en zoals ik al zei: ik heb het al meermaals willen uitpraten. Maar verzoening moet van twee kanten komen. Op die manier iemands vuile was buiten hangen, dat doe je niet."

Vanneste schrijft dat hij het doet om de mensen uit je huidige omgeving te beschermen.
FEYS: "Dat was niet nodig. Ik trek nu vaak op met vier bands uit het Mechelse, waaronder de absolute topgasten van Psychonaut. Tegen hen heb ik van in het begin gezegd dat ik in het verleden dingen gedaan heb die echt niet koosjer zijn. Ik was een echt boefje. En die mannen hebben dat geapprecieerd. Toen dat bericht van Vanneste opdook, heb ik van alle vier die bands steunende telefoontjes gekregen. Ze zeiden dat ik bij hen met een schone lei begon. Zij zien ook dat ik de draad van mijn leven terug opgepikt heb, en dat ik geen bullshit meer wil. Dat is ook wat me uit San Pedro geholpen heeft: niet meer liegen, maar recht vooruit gaan."

 Prison groupies 

Bij Stockholmsyndroom ontwikkelen gijzelaars na verloop van tijd een soort genegenheid voor hun gijzelnemer. Heb jij dat nu ook met San Pedro?
FEYS: "Een beetje, ja. Ik leef nog altijd met mijn hoofd in San Pedro. Ik heb er geleerd om nuchter te kunnen denken, om lief te hebben, om mezelf niet zo belangrijk te voelen en iemand anders' prioriteiten op nummer één te kunnen zetten. Ik heb er ook echte vrienden aan overgehouden, en ik heb er emoties ontwikkeld. Omdat er ook mensen waren die echt geloofden in mij."

Kreeg je ook bezoek van mensen van buiten de gevangis?
FEYS: "Ja. Ik had een vriendin van 38 jaar. Dat is eigenlijk nog altijd de liefde van mijn leven. Ik val eigenlijk wel op oudere vrouwen: zij geven mij structuur, en ik heb dat nodig. Zij had ook al veel meegemaakt: ze heeft een zoontje van acht, en haar man is gestorven in een guerillastrijd in de bossen van Brazilië. Zelf werkte ze aan een project rond mensenrechten in San Pedro, en wou op een dag de baas van de Orde van Ché spreken. Zo zijn we aan de praat geraakt, en dat was liefde op het eerste zicht. Ze hield me stabiel, want ze wist dat ik nog veel met mijn hoofd tegen de muur zou knallen. Maar zij kon dat relativeren."

Heb je ooit overwogen om bij haar te blijven?
FEYS: "Dat was een van de opties. Maar ik heb ook nog verplichtingen in België, en voor haar zou naar hier emigreren niet evident zijn. De realiteit maakte het dus onmogelijk om samen te blijven. Heel triestig, eigenlijk. Maar ook al is ze 10.000 kilometer hier vandaan, in mijn achterhoofd speelt ze nog altijd de grootste rol in mijn leven."

Dat liefdesaspect kwam niet aan bod in 'Alloo in de buitenlandse gevangenis'. Nochtans moet het een grote stap geweest zijn: in de reeks vertel je dat je vroeger een playboy-drugskoerier was die met fotomodellen in bed dook,  en plots zat je eenzaam in een cel.
FEYS: (mijmert) "Dat van dat model is eigenlijk gek gelopen. Ik was bij een zeer snel meisje blijven slapen in New York, en een week erna zag ik haar naam plots in Vogue verschijnen. Ik leidde toen echt een vrijbuitersleven: ik was een vrije vogel die nogal ferm vogelde. Maar als je daar in San Pedro drie jaar lang met je neus op de harde feiten gedrukt wordt…"

Kon je niet rekenen op prison groupies? Sommige bajesklanten kunnen rekenen op hordes brievenschrijvende aanbidsters, en jij was via je gesmokkelde laptop zelfs vrij bereikbaar.
FEYS: (blaast) "Ik heb daar nu nog last van. Vrouwen die me mailen dat ik 'een lekker ding ben', die me ten huwelijk vragen, of schunnige foto's sturen. Ze behandelen me soms als een soort van tieneridool, en ze bieden zichzelf zonder schroom aan. Behoorlijk angstaanjagend, soms. Maar ik reageer niet op de berichten: ik heb echt wel andere dingen aan mijn hoofd."
   "Sommige vrouwen denken blijkbaar dat ik daarop kick, alsof ik de Hugh Hefner van België ben. Maar dat is totaal niet zo. Ik ben te hard geconfronteerd met de realiteit van de liefde. Die relatie was eigenlijk een van de wienige vormen van echte liefde die ik ooit gekend heb in mijn leven. Dat heeft me doen beseffen dat ik eigenlijk op zoek ben naar iets langdurigs.

 Harde cash 

Misschien heeft die aanhoudende aandacht te maken met de manier waarop je in 'Alloo…' geportretteerd werd. Je leek wel een held, terwijl je eigenlijk een ordinaire drugskoerier was.
FEYS: "Ik heb zelf nooit gezegd dat ik een held was. Integendeel. Maar weet je: de reacties van mensen die geen positiviteit kunnen accepteren, zijn voor mij zoveel waard als mijn eigen stoelgang. Als ik lekker in mijn vel zit en wil gaan voor wat ik doe, laat ik me niet afschrikken. En als mensen zoals Brent Vanneste, waarmee ik meermaals contact gezocht heb, nu goedkoop aandacht gaan zoeken… Sorry, maar aan wie mijn excuses niet wil aanvaarden, zeg ik fuck you. Daar ben ik eerlijk in."

Vanneste is niet de enige. Ook de moeder van je jeugdvriend Dempsey is razend om de manier waarop je onthaald wordt. Zij noemt jou de reden dat haar zoon - die inmiddels overleden is - in 2011 in Ecuador gearresteerd werd voor drugsmokkel.
FEYS: (zucht) "Daar heeft Dempsey ook een fout gemaakt, hé. Ik wil verantwoordelijkheid opnemen voor alles wat ik gedaan heb, maar ik ga echt geen verantwoordelijkheid opnemen voor de fouten van een ander. Als wij allebei tegen een boom plassen en jij krijgt een GAS-boete en ik niet, ga je dan ook zeggen dat het mijn schuld is?"

Volgens de moeder van Dempsey had jij hem erin geluisd door hem met een koffertje met cocaïne naar de luchthaven te sturen.
FEYS: "Dempsey was een heel goede vriend van me, en zijn dood heeft me enorm geraakt. Hij wist wel zeer goed waar hij mee bezig was. Tegen zijn moeder ontkende hij dat natuurlijk, maar op een bepaald moment moet je door de zure appel heen bijten. Hij heeft dat nooit gedaan, en is blijven weglopen van zijn problemen. Maar voor de duidelijkheid: ik heb hem er totaal niet ingeluisd. Ik heb hem meermaals gezegd dat hij gerust zijn staart mocht intrekken, maar hij wou per se ook harde cash verdienen. Ik heb zelfs nog geprobeerd om hem vrij te kopen, maar ik had er het geld niet voor."

Had je geen geld meer over van je lucratieve leventje voor je gearresteerd werd?
FEYS: "Neen. Toen Dempsey opgepakt werd, hebben mijn opdrachtgevers al mijn deposito's geblokkeerd. Ik had niets meer."

Waarop overleefde je dan eigenlijk in de gevangenis? Want in tegenstelling tot vele anderen had jij daar geen job.
FEYS: "Ik kreeg een klein maandelijks bedragje van mijn ouders waarmee ik kon toekomen in de gevangenis. Ik mag echt van geluk spreken dat ik hen nog had. Geen idee waar ik anders zou staan."

Een opvallend moment in 'Alloo in de buitenlandse gevangenis': wanneer je ouders je komen bezoeken in San Pedro, zegt je vader enigszins bewonderend tegen je moeder: "Benjamin heeft hier toch respect afgedwongen." Hoe doe je dat in zo'n gevangenis?
FEYS: "Het heeft wel een jaar geduurd vooraleer ik respect kreeg, hoor. In het begin lag dat aan mezelf: ik vocht veel, en verloor nog meer. Maar op den duur kwam ik tot het besef dat ik niemand was. Dan heb ik mijn eigen ego zodanig aan de kant geschoven dat ik begon te vechten voor anderen. En dat viel op."
   "Op een bepaald moment heeft zich dat wel tegen mij gekeerd. Dat ik plots respect kreeg, zorgde voor kortsluiting in mijn hoofd. Ik begon me af te vragen of het wel rechtvaardig was dat ik daar in die cel zat. Daarom heb ik ook proberen ontsnappen, maar dat heeft me enkel drie maanden isolatiecel opgeleverd. Daar, zonder zon, met vervuild water en een half potje rijst per dag, ben ik volledig gekraakt. Daar ben ik echt tot inkeer gekomen. Vanaf dan kon ik mijn ego écht opzij zetten."

Je ontpopte tot een soort activist binnen de gevangenis, en schopte het zelfs tot rechterhand van Everd Kilichi de man die San Pedro omturnde tot een gevangenis waar de veroordeelden zelf de teugels in handen hadden.
FEYS: "Onder leiding van Everd Kilichi vochten we tegen de corrupte politie. Dat was hard tegen hard, maar het was echt nodig. Bewakers vroegen bijvoorbeeld 40 procent commissie bovenop de prijs van een beetje drinkbaar water, om in hun eigen zakken te steken. Dat moest veranderen."
   "Ik moest de verdediging organiseren: vijf man aan de poort, vijf man die klaarstond met molotovs… Dat waren richtlijnen om te kunnen overwinnen. Eigenlijk ben je op dat moment meer generaal dan diplomaat. Maar uiteindelijk hebben we een duidelijke hiërarchie en zelfs een vorm van democratie geïnstalleerd in San Pedro. Ruim 2.000 van die corrupte agenten zijn later ook officieel ontslaan, trouwens."

Eigenlijk was je daar behoorlijk politiek actief. Je schreef ook mee aan de wet waardoor je vrijkwam.
FEYS: "Samen met nog een paar andere gevangenen had ik de Orde van Ché opgericht, waarmee we meer dan honderd wetten naar het parlement stuurden. Die zijn bijna allemaal afgeschoten, maar net die ene (die er onder andere voor zorgt dat buitenlanders onder de 25 vervroegd vrij kunnen komen, red.) heeft het gehaald. Ongelooflijk, eigenlijk."

Met die ervaring zou je zo het Belgische parlement in kunnen. Is je inkomstenprobleem meteen opgelost.
FEYS: (bloedserieus) "Ik ben zelfs al gevraagd om in de politiek te gaan."

Meen je dat nu?
FEYS: "Echt waar. Maar ik heb het aanbod van die partij - het lijkt me niet verstandig om te zeggen welke - afgewimpeld. Ik ben er gewoon nog veel te jong voor. Ik moet nog slimmer worden, en het zou een foute boodschap zijn. Ik moet tonen aan de mensen dat ik me van zeer laag naar boven wil werken."

Je zou wel minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders eindelijk kunnen confronteren. Hij is de man die jouw dossier  - en dat van talloze andere Belgen in het buitenland, getuige 'Alloo in de gevangenis' - liet verkommeren.
FEYS: "Daar heb ik eigenlijk geen behoefte aan."

Luk Alloo bewoog haast hemel en aarde om informatie van Reynders los te krijgen, maar tevergeefs. Ben je hem daar toch dankbaar voor?
FEYS: "Natuurlijk ben ik Luk dankbaar dat hij mijn zaak onder de aandacht gebracht heeft. Maar ik ben hem nog veel meer dankbaar voor de dagelijkse gesprekken. Luk heeft zoveel levenservaring en mensenkennis, en die geeft hij mij dan mee. Dat is pas echt goud waard. Luk helpt me ook met mijn ambitie om mijn magazine uit te bouwen, en dat is erg fijn. Eigenlijk ben ik nu vooral nieuwe contacten aan het leggen, een netwerk aan het opstarten. Dat verschilt niet zo gek veel van wat ik vroeger deed, hoor. Maar waar ik toen mijn talenten gebruikte voor de dark side, strijd ik nu voor de jedi's. En dat lukt me vrij goed."